Forum zoekopdracht
(V) Prince(ss)? ~~~ Deel 1/2/3
 Forum indexVerhalen en Rollenspellen → (V) Prince(ss)? ~~~ Deel 1/2/3Nieuw bericht maken
Oké beste lezers, deel drie alweer ;D. Het leek me goed om nu direct de eerste twee delen te plaatsen, zodat het makkelijker te vinden is. Voor het nieuwe stuk moet je naar pagina 2.
~

NIEUWE LEZERS: Haai en welkom bij dit verhaal ;D. Ik heb al best veel geschreven -al zeg ik het zelf- en dat kun je allemaal in de berichtjes hieronder vinden. Lees het gewoon op die volgorde, dan snap je het verhaal xD. Het past helaas niet allemaal in één stuk, vandaar. Ik vind het begin zelf ook niet zo fantastisch geschreven, maar dat moet je me maar even vergeven. Ik heb nu geen tijd om het te herschrijven ;s.

Ik reageer normaalgesproken twee of drie keer per week met een lange post, dus het heeft geen zin om vijf keer achter elkaar een bericht met verder te plaatsen... Ik mail je automatisch als ik wat nieuws heb geschreven, als je een berichtje onder mijn laatste post hebt geplaatst. Service van de zaak ;p. De naam die boven het stuk staat, is degene die verteld vanuit de ik-vorm. Oké, dat was het. Nu mag je lezen ;p. Enjoy!
~~~


Hoi, ik ben Danique Johnsson. Ik ben nu negentien jaar oud en woon in Amsterdam. Dit jaar heb ik mijn studie afgemaakt, soort van. Mijn droom is om in een restaurantje in de stad te werken. Nou ja, droom is misschien wat overdreven, maar alles beter dan wat ik nu doe. Al een hele poos doe ik van allerlei soorten werk. We hebben thuis niet al te veel geld, vandaar dus. Mijn broer is het huis al uit en woont samen met zijn vriendin een paar straten verderop. Hij heet Dave, zijn vriendin Sharon. Ik zie hem niet zo vaak als ik zou willen, maar ja... Wat zou ik daar aan moeten doen? Mijn zusje -Lia- woont hier nog wel. Ze is nu zeventien en mijn beste vriendin. We praten samen over alles. Voornamelijk 's avonds, als we allebei thuis zijn. Ze is nu bezig met haar studie kunst en ik denk dat ze veel talent heeft. Samen met mijn moeder spaar ik geld om haar studie te blijven kunnen betalen. De middelbare school wil nog wel, maar de vervolgopleiding gaat moeilijker worden. Jammer genoeg. Mijn moeder is echt een geweldig mens, om dat ook nog maar even kwijt te kunnen. Ook na de dood van mijn vader is ze blijven proberen om ons gezin te onderhouden. Met succes. Of nou ja, zo'n beetje. We kunnen rond komen, maar dat was het ook wel. Ach, zij kan er ook niets aan doen. Als mijn vader nog had geleefd had hij voor wat inkomen gezorgd, maar ook dat zat ons niet mee. Mijn moeder heeft al net zo weinig vrije tijd als ik. Als we wat hebben zijn we meestal bezig met andere klusjes, zoals ogen op knuffels naaien voor de vrouw van het winkeltje aan de overkant. Ze betaalt ons er natuurlijk wel voor, maar het blijft vervelend. Dan heb ik bijna elke dag nog een ietsepietsie klein beetje vrije tijd over. Die breng ik meestal door op de kamer die ik deel met Lia. Ik zit op zo'n moment in het raam met mijn bijna meest belangrijke bezit. Mijn tekenblok. Het is een groot rond raam waar je makkelijk in kunt zitten. Lia en ik hebben er een aantal kussens in gelegd waardoor het wat comfortabeler is. Ik hou ervan om daar te zitten. Je kunt heel makkelijk kijken naar de mensen die over straat lopen zonder dat zij jou zien, gewoon een beetje onderuitgezakt zitten en nadenken over alles. Bijna iedere avond zit ik zo naar buiten te kijken. Niet veel later gaan ik en Lia slapen. En ja, dat is een beetje mijn standaard-dag, niet echt spannend. Maar vandaag ging anders, vandaag had ik een heel klein beetje geluk...

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

DANIQUE
Het was half acht 's ochtends. Ik reed door de straten van Amsterdam waar nu langzaam verkeer begon te komen. Mensen gingen rond deze tijd naar hun werk. Ik daarentegen, was al een uur bezig. 's Ochtends deed ik altijd twee krantenrondjes. Een in de buurt. Nog een andere een aantal straten verderop, bij een flatgebouw en een aantal winkels. In het flatgebouw woonde Dave ook. Op die manier moest ik elke dag wel aan hem denken. Ik zuchtte een keer. Op sommige momenten miste ik hem heel erg, nu bijvoorbeeld. Ik was zo in mijn gedachten verzonken dat ik bijna tegen iemand aanreed die overstak. 'Sorry!' Riep ik nog naar de man in pak die langs liep. Ik grinnikte zachtjes. Hij zag er uit als een mislukte pinguïn. Ik bracht mijn brommertje weer op gang en reed door een aantal straten om te zien of ze ergens nog mensen nodig hadden. Bij iedere winkel waar ik een briefje op de ruit zag keek ik of er iets op stond als "personeel gezocht". In het bijzonder bij restaurants. Maar net als andere dagen was er niets te vinden. Weer zuchtte ik zachtjes waardoor de binnenkant van mijn helm een beetje besloeg. Het was koud vandaag, ik had mijn winterjas aan moeten doen. Nou ja, jammer dan. Ik sloeg een straatje in dat richting mijn huis ging.

Niet veel later kwam ik bij mijn huis aan. Het was een klein appartementje met een rommelige voortuin in een niet al te geweldige wijk van Amsterdam. We woonden eerst ergens anders, maar van dat huis konden we de huur al niet meer betalen. Ik stapte van mijn brommer en deed mijn helm af. Mijn bruine haar viel iets verder naar beneden. Ik draaide mijn sleutel in het slot en liep naar binnen. 'Goeiemorgen!' Riep ik naar binnen en veegde mijn voeten. 'Hallo liefje!' Hoorde ik vanuit de keuken terugkomen. Dat was vast mijn moeder. Ik grinnikte en liep de keuken in. 'Je ontbijt staat op tafel.' Was het eerste wat mijn moeder zei. Ik grinnikte kort. 'Ook een goedemorgen.' Zei ik en gaf haar een kus op haar wang. Ik ging aan tafel zitten en werkte mijn brood naar binnen. Niet veel later kwam Lia naar binnen. 'Hoi.' Zei ze opgewekt en propte ook wat brood in haar mond. 'Je bent laat.' Zei mijn moeder licht geïrriteerd. 'Sorry. Ik ga zo wel weg, anders kom ik ook te laat op school.' Zei Lia met volle mond. Ik knikte en volgde het gesprek een beetje. Afwezig keek ik naar buiten. Er kwamen een aantal mensen langs die vast en zeker naar hun werk gingen. Nu ik er zo over na dacht, ik moest nog een aantal dingen wegbrengen van de drukkerij. 'Ik ga.' Zei ik en stond op. 'Tot vanavond.' Zeiden we alledrie tegelijk. Ik liep weer naar buiten en griste nog snel mijn jas van de kapstok.

Ik liep het pad af en deed mijn haar in een los knotje. Ik voelde de wind langs mijn gezicht gaan. Het was echt veel te koud voor deze tijd van het jaar. Het was amper november en het voelde aan alsof het al winter was. Ik rende nog even terug naar binnen en haalde mijn muts uit een kastje. Ik keek nog even in de spiegel. Kak. Ik had geen make-up op gedaan. Ik dacht even na, maar ik kon niet naar boven rennen om dat nog te doen. Ik haalde mijn schouders op, jammer dan. Ik rende weer naar buiten en deed ondertussen mijn muts over mijn hoofd en knot. Een aantal plukjes vielen langs mijn gezicht waardoor je nog wel een beetje haar zag, al leek het wel veel korter. Ik keek naar mijn fiets. Ik had hem al lang niet gebruikt. Zou ik... Waarom ook niet? Ik stapte op mijn fiets en reed de tuin uit. Ik glimlachte en ritste mijn jas nog iets verder dicht. Langzaam gingen de pedalen weer wat soepeler rond en was ik de straat uit. Ik ging op een rustig tempo linksaf.

Niet veel later stond ik voor de drukkerij. Ik zette mijn fiets op slot en liep naar binnen. 'Ha Danique!' Er kwam een klein oud mannetje van achter een balie vandaan. Hij heette Henk en werkte hier al bijna dertig jaar. 'Je moet dit naar het gemeentehuis brengen, en dit is voor dat nieuwe restaurantje twee straten verderop.' Zei hij en gaf me twee stapels folders. 'Nieuw restaurant?' Misschien hadden ze daar nog wel iemand nodig. 'Ja, ja. Nummer 34. Dit zijn hun reclamefolders.' Zei Henk en liep al weer weg. Ik keek hem na en liep langzaam naar de deur. Ik keek in het foldertje van het restaurant. Er stond alleen iets in over een opening en hoe geweldig het er allemaal wel niet was. Het concept was dat er alleen echt "prinsen" werkten. Pfft.. Dan had ik sowieso al geen kans meer. Ik was geen man. Ik zuchtte en deed ze in het mandje voorop mijn fiets. Ik stapte op en met een beetje gerammel kwam mijn fiets in beweging. Ik zou eerst wel naar het gemeentehuis gaan.

Ik stapte af bij het gemeentehuis. Ik keek even omhoog naar het gebouw. Achter het raam zaten een aantal secretaresses achter bureautjes. Dat lijkt me dan wel weer een van de saaiste baantjes die er bestonden. Ik had de administratie van mijn oom wel een keer gedaan, maar dat was samen met Dave. En maar 1 keer. Ik zette mijn fiets op slot en haalde de foldertjes die bestemd waren voor het gemeentehuis uit het mandje. Langzaam liep ik naar binnen. Het was er erg ruim en zo veel warmer dan buiten. Ik grinnikte zachtjes en liep naar een deur waar administratie op stond. Ik keek even door het raampje naar binnen. Langzaam duwde ik de deur open. 'Eh.. Ik kom de folders van de drukkerij brengen.' Zei ik verlegen tegen niemand in het bijzonder. Er kwam een dun vrouwtje aan met een rare knot die ze van me aanpakte. 'Dankjewel, je kunt nu weer gaan.' Zei ze met een schel stemmetje en liep weer weg. Ik keek haar raar aan, maar deed wel wat me gezegd werd.

Niet veel later zat ik weer op mijn fiets, onderweg naar het restaurantje waar Henk me over had verteld. Ik leunde op mijn stuur en fietste naar de straat die ik ergens in het foldertje had zien staan. Ik leunde even voorover om te zien of ik de foldertjes nog wel had. Gelukkig lagen ze nog allemaal voor me. Het was een aardige stapel. Genoeg om er voor te zorgen dat ik er amper langs kon kijken. 'Goed, we gaan dit even bezorgen en dan moet je zorgen dat je vanmiddag het huis schoon krijgt. Dat heb je Elli belooft.' Ik noemde mijn moeder eigenlijk altijd Elli. Een gewoonte waar ik waarschijnlijk niet meer vanaf kwam. Weer ging die koude wind langs me heen. 'Nog een klein stukje en dan ben je er vast.' Praatte ik mezelf weer moed in. Ik praatte de laatste tijd echt te veel met mezelf.

Niet veel later stond ik voor het restaurant wat volgens het foldertje zo geweldig moest zijn. Ik grinnikte. Het was bijna af, maar toch kon je zien dat er nog wat aan moest gebeuren. Er stonden een aantal schilders op ladders om het gebouw te schilderen en andere mensen waren bezig binnen spullen neer te zetten. Ik pakte de folders uit het mandje en stapelde ze op. Gelukkig zat er plastic omheen, anders zou het gevallen zijn. Ik liep onhandig de stenen trap op richting het gebouw en keek een beetje langs de stapel. 'Woohoo...' Zei ik vaag en viel op de grond. Ik had iemand niet gezien en was tegen hem of haar opgelopen. 'Sorry.' Zei ik en begon de vier pakketjes weer op te stapelen. 'Danique?' Zei een bekende stem. Ik keek omhoog naar de persoon waar ik net tegenop was gelopen. 'DAVE!' Gilde ik blij en knuffelde hem plat. 'Wat doe jij hier?' Zei ik lachend. 'Dat kan ik ook aan jou vragen.' 'Folders brengen.' Zei ik kort en wees naar de stapel. Hij lachte en pakte de helft op. 'Ik help wel even.' Ik pakte de andere helft op. 'Maar wat doe jij hier dan?' 'Ik werk hier. Ik heb ooit op een advertentie gereageerd en later met succes gesolliciteerd. Nou ja, zo veel mensen waren er niet, dus zo moeilijk was het niet.' Hij grinnikte en liep naar binnen. 'Wat gaaf!' Riep ik en rende achter hem aan. We zetten de folders op de bar en liepen weer naar buiten. Ik zag hoe hij een stoel oppakte. 'Ik help ook wel even. Ik heb toch niets beters te doen.' Ik zou later wel schoonmaken. Ik had Dave al te lang niet gezien.

Ik pakte een barkruk uit de laadbak van een Land Rover en liep ermee naar binnen. Ondertussen praatte ik wat met Dave over hoe het met hem ging en wat voor restaurant dit eigenlijk was. Zo ging het een poosje door tot alles binnen stond. 'Hoe weet je nou waar alles moet staan?' Vroeg ik en deed mijn jas een stukje open. 'Weet ik niet, daar hebben we Jay en meneer Ramaaker voor.' 'Wie zijn dat?' Vroeg ik en keek hem raar aan. 'De bazen, zegmaar. We zeggen vaker Chef. Meneer Ramaaker is vooral de chef, Jay helpt meer. Het bedrijf was van zijn oma. Hij heeft het geërfd en is gewoon nog niet oud genoeg om het te besturen. Hij is iets ouder dan jij.' Ik knikte een keer en leunde naast hem tegen de bar.

'Wie is dat?' Hoorde ik ineens van achter me komen. Ik schrok me lam en wankelde een keer op mijn benen. Dave en ik keken beide om. 'Dat is Jay.' Fluisterde Dave snel, weer knikte ik. 'Kwam jij de folders brengen? Ah, mooi.' Zei hij en pakte de folders van de bar af. Ik knikte maar gewoon, niet wetend wat ik moest doen of zeggen. 'Was jij die persoon die samen met Dave alles binnen bracht? Mooi, mooi.' Hij bladerde een beetje door het foldertje heen. 'Zeg, eigenlijk kunnen we nog wel iemand gebruiken. Zoek je toevallig een baan?' Zei hij zomaar uit het niets. Ik keek op. Dat was als een droom die uit kwam. Ik knikte een keer. 'Eigenlijk wel ja.' Zei ik terwijl hij me aandachtig bekeek. 'Ben je eigenlijk een jongen of een meisje? Want ons concept is...' 'Ja, dat weet ik. Ik ben een man.' Loog ik. 'Huh?' Dave keek me raar aan. Ik gaf hem een por in z'n zij. 'Speel ff mee, dan heb ik misschien een baan.' Fluisterde ik hem toe. Ik zag twijfel in Jay's ogen en slikte een keer. Tuurlijk hoopte ik dat hij me aan nam, maar wat nou als hij merkte dat ik een meisje was?

Ik beet op mijn onderlip en keek even of er geen bobbels door mijn jas heen gingen. Ik had nooit grote borsten gehad, maar het zou wel stom zijn als dat nu ineens wel zo was. Ik zou ze later wel intapen mocht dat nodig zijn. Jay stond op en pakte een papier van achter de bar. 'Hier staan je loon en dergelijke op. Morgen om negen uur aanwezig om te helpen voor de opening van volgende week.' Zei hij en liep de keuken in. Ik keek op het papier. 'AAAAAH Dave! Ik ben aangenomen!' Ik stuiterde een paar keer hyperactief op en neer en gaf hem een high-five. 'Ik ben trots op je, maar hoe ga je dat nu doen met je haar enzo?' Zei hij. 'Eh, onder een pet of muts ofs, en dan hopen dat hij het verder niet ziet.' Ik wees op mijn muts, hij knikte. 'Ik wens je succes.' Zei hij grijnzend en ging op een krukje zitten. 'Maar, ik ga nu. Ik moet Elli nog helpen met het huis, weetjewel?' Zei ik en ging al in de houding staan om weg te gaan. 'Oké, tot morgen dan?' Zei hij met een enorme grijns op zijn gezicht. 'Ja, tot morgen.' Zei ik met een al even enorme grijns als hij. We gaven elkaar weer een high-five en hij zwaaide een keer. Langzaam liep ik naar de uitgang en keek nog een beetje rond.
Niet veel later zat ik thuis op de bank en keek het papier eens goed door. Ik moest op maandag, donderdag, vrijdag, zaterdag en zondagmiddag werken. Voornamelijk vanaf acht uur. Dinsdag en woensdag was het restaurant dicht. 'Ja, ja. Da's allemaal prima, maar verdien ik genoeg?' Ik keek bij het salaris. Het was ongeveer 15 euro meer dan ik nu verdiende van mijn verdere klusjes, dus dat kwam goed uit. 'Dan doe ik 's ochtends iets eerder mijn krantenwijken, en ga ik dan naar het restaurant. Hoe heet het eigenlijk?' Zei ik weer tegen mezelf pratend. Op de bovenkant van het papier stond gedrukt: Prince's castle. Vandaar natuurlijk dat "alleen maar prinsen" blablabla. Ik knikte een keer. Hij moest is weten.

Ik grinnikte een keer en legde de brief op het tafeltje. Ik zuchtte en stond op. Waar zou ik eens beginnen? Ik keek om me heen. 'Kom dan, ik weet dat je hier ergens bent.' Zei ik grinnikend en haalde de radio uit de enige kast in de kamer. Het was een beetje een oud radiootje. We hadden hem ooit eens van een buurvrouw gekregen toen ze ging verhuizen. Ik zette hem op tafel en probeerde hem aan te krijgen. 'Je kunt het wel.' Zei ik en stelde nog een paar knoppen anders in. Op een gegeven moment ging hij ook nog echt aan. Ik zette het geluid harder en deed een paar rare danspasjes. 'Zo, nu kan ik denk ik wel.' Zei ik grinnikend en haalde de stofzuiger uit een pieterpeuterig kamertje in de gang. Ik zette de muziek nog iets harder zodat ik zeker wist dat ik het boven het geronk van de stofzuiger uit kon horen. 'En nu jij.' Zei ik tegen de stofzuiger en stopte de stekker in het stopcontact. Met veel gebrom kwam het groene bakbeest op gang. 'Braaf zo.' Zei ik en zong mee met de muziek. Ik begon vrolijk te stofzuigen.

Een paar uur later was ik klaar met schoonmaken, beneden en boven. Hét voordeel van een klein huis. Ik grinnikte en ruimde de schoonmaakspullen en radio op. Ik plofte neer op de bank en keek op het blaadje dat op de tafel lag. Op dat moment ging de deur open en dicht. 'Wie is daar?' Was mijn reactie terwijl ik opstond. 'Lia, rustig maar.' Zei de persoon en ik zag haar de kamer binnenkomen. 'Oh, hoi.' Zei ik opgelucht en rende hyper naar haar toe. 'Lia Lia Lia Lia Lia.' Zei ik een aantal keer en omhelsde haar. 'Ik heb een vaste baan! In een restaurant! En Dave werkt er ook!' Zei ik en liet haar weer los. Ik draaide een aantal rondjes door de kamer. 'Wat leuk.' Zei Lia lachend. Ik vertelde haar het hele verhaal.

Lia lachte met me mee en samen dansten we allerlei vage dansjes door de kamer. We hadden niet door dat Elli ook achter ons stond. 'Hee, jullie daar.' Zei ze lachend. We draaiden ons allebei naar haar om. 'Haaaaaai.' Zei ik en begon haar ook het hele verhaal te vertellen. 'Dat is geweldig Danique!' Zei ze toen ik klaar was met vertellen. We zaten onderhand met z'n drieën op de bank. 'Maar ben je niet bang dat ze door hebben dat je geen man bent? Ik bedoel, je hoeft maar een keer te vergeten een muts op te doen en ze kunnen het al zien. En Danique is ook niet echt een jongensnaam.' Zei Elli een beetje wantrouwig. Ook Lia leek het niet een geweldig idee. 'Tuurlijk gaat het goed, ik vergeet het heus niet. En anders is Dave er nog wel om het te vertellen.' Zei ik en glimlachte breed. 'En verder heet ik nu Daan, dat moet toch te onthouden zijn? Ik zeg gewoon dat Danique een bijnaam is die sommige mensen gebruiken om mij te plagen of zoiets.' Voegde ik toe en probeerde overtuigend te klinken. 'Hm..' Was Elli's twijfelende reactie op mijn ideeën. Lia zag er wel uit alsof ze er vertrouwen in had. Ik keek haar aan en ze knikte, wat ongeveer betekende dat Elli toch niet in staat was om te weigeren. 'Vooruit, maar alleen omdat we het geld nodig hebben.' Zei Elli, zoals Lia al verwachtte. Ik sprong van de bank af en begon weer te dansen. Een paar seconden later stond ook Lia door de kamer te springen. Lachend zongen we samen een overwinningsdansje. Het duurde niet lang en toen stond ook Elli met ons mee te doen.

Na een paar minuten zo te hebben gestaan was ik mijn energie wel op. 'Goed, ik ga nu wel koken. Dan kan Lia huiswerk maken en kan jij met je walnoten bezig.' Zei ik nog steeds een beetje giechelig. Elli had als "baantje" iets bij de kruiderij winkel in het midden van de stad geregeld. Ze kreeg iedere middag een aantal enorme zakken mee. Dan moest ze die elke dag sorteren en in aparte zakken stoppen die ze dan de volgende dag weer mee bracht naar dat winkeltje. Ze kreeg er niet veel voor, maar het moest maar zo. Dan verdienden we nog wat bij. Ik liep de keuken in en keek in de kast wat er nog lag. 'Hmm.. Noedels dan maar?' Zei ik toen ik een pakje noedels zag liggen.

Na het eten ging ik naar boven. Dit was dus het enige vrije moment dat ik ongeveer had. Ik liep naar de tweede kamer in de gang. Dit was de kamer van Lia en mij. Hij was knus en gezellig ingericht. We hadden het een paar jaar geleden zelf gedaan, toen mijn vader nog leefde. De wanden waren lichtgeel en er stonden veel spulletjes die Lia en ik leuk vonden. Om het wat gezelliger te maken hadden we plaatjes uit tijdschriften geknipt en die op de muren geplakt. Soms haalden we er wat vanaf of plakten we er wat bij. Er zaten ook een aantal foto's tussen van ons gezin en een paar tekeningen die ik ooit had gemaakt. In de hoek stond een lichtbruin houten bed met blauwe dekens. Dit was mijn bed. Aan de andere kant was een donkerbruin bed met oranje dekens, Lia's bed. Ik ging op mijn bed zitten en haalde mijn tekenblok en potlood uit mijn nachtkastje. Ik liep naar het raam en ging erin zitten, tussen de kussens. Ik glimlachte en bladerde door het blok naar de tekening waar ik het laatst mee bezig was. Hij was bijna af, ik had Lia nagetekend toen ze in slaap was gevallen. Ik besloot vast met een nieuwe te beginnen. Ik begon te tekenen op het blaadje dat erachter zat. Ik wilde het restaurant tekenen, ik wist niet precies waarom. Ik begon een beetje te schetsen en naar een paar minuten begon het al ergens op te lijken. Zonder het echt door te hebben tekende ik voor het restaurant een poppetje. En dat poppetje begon later wel verdacht veel te lijken op mijn toekomstige baas, Jay. Ik begon zijn warrige zwarte haar te tekenen en zijn vriendelijke ogen. Ik begon nu pas door te krijgen wat ik eigenlijk door te krijgen wat ik aan het doen was. Ik keek naar mijn tekening. 'Waar ben ik mee bezig?' Zei ik en trok mijn wenkbrauw op. Ik deed het blok dicht en gooide het op mijn bed. 'Het zal wel.' Zei ik en keek uit het raam. 'Ik begin gewoon zonder het zelf te weten aan hem te denken en hem te tekenen.' Zei ik grinnikend en dacht even aan de persoon die ik vanmiddag had gezien. Hij was eigenlijk ook best wel knap, dacht ik. Ik lachte om mijn eigen reacties. Normaal dacht ik echt nooit zo. 'Kom, je moet er morgen vroeg uit.' Zei ik tegen mezelf en klom uit het raam. 'Schiet een beetje op.' Voegde ik er aan toe. Ik pakte mijn pyjama en liep naar de badkamer. Ik kleedde me om en poetste mijn tanden. Ik waste me nog even een beetje en liep toen naar bed. Ik plofte neer en legde mijn mobiel onder mijn kussen. Zo werd ik wel wakker van de wekker, maar kon Lia blijven slapen. Ik knikte een keer en dacht na of ik niets vergeten was. Ik dacht van niet en anders, jammer dan. Ik ging langzaam liggen en probeerde de slaap te vatten.

Ik rende heen en weer door het restaurant. Ik droeg een raar blauw pakje en had een veel te grote schort om. Iedereen wilde een bestelling opnemen, zijn eten hebben of iets anders waar hij of zij me erg mee kon irriteren. Plotseling, hadden alle gasten een piepding in hun hand. Op een ritme begonnen ze te piepen. Bij elke piep rende ik naar een andere tafel. De piepjes gingen telkens sneller. Op een gegeven moment kon ik het niet meer aan en zakte ik uitgeput op de grond. En toen...

Toen werd ik wakker.
Ik ging rechtop zitten en keek naar mijn kleren. Ik droeg nog steeds mijn pyjama, gelukkig. Toch hoorde ik nog steeds het gepiep, alleen veel zachter. Het kwam van beneden, het leek wel uit mijn kussen te komen. Ik tilde mijn kussen op en kwam er toen achter dat het mijn mobiel was waar de wekker van was af gegaan. Ik zuchtte. 'Dat is waar ook.' Fluisterde ik en pakte hem op. Ik zette de wekker snel af en keek even naar Lia's bed. Natuurlijk sliep ze nog, Lia sliep ongeveer overal doorheen. Het was nu vijf uur, dus besloot ik om te gaan douchen. Ik stond op en pakte kleren uit de kast. Het rechter deel was van mij, het linker van Lia. Ik had geluk dat ik sowieso al niet al te meisjesachtige kleren had, anders had ik een probleem. Ik zou later wel tussen de kleren van mijn vader kijken of daar wat tussen zat. Ik pakte een wit T-shirt met een grijs vestje en een donkerblauwe spijkerbroek. Dat kon toch wel? Ik liep naar de badkamer en kleedde me uit, zette de douche aan.

Na tien minuten was ik klaar en liep ik zachtjes de trap af. Ik pakte wat crackers uit een kastje in de keuken en deed er een beetje boter op. Ik ging op de tafel zitten en keek uit het raam. Het was nog donker. Er was niets en niemand op straat, behalve de kat van de buren. Ik stond op en nam een laatste hap. Ik liep de gang in en trok mijn schoenen vast aan. Zachtjes liep ik de trap weer op. Ik liep de badkamer weer in. 'Je kunt het wel...' Zei ik en keek in de spiegel. Ik deed het vest en het T-shirt uit en keek even naar mijn kleine voorkant. 'Als je het vergeet valt het in ieder geval niet op.' Zei ik grinnikend en begon mijn bovenlichaam in te tapen. 'Het moet maar zo.' Zei ik en trok mijn shirt weer over mijn hoofd.

Ik keek even in de spiegel naar wat ik aan had. Mijn shirt had korte mouwen en mijn vest helemaal geen. Het zag er wel leuk uit enzo, maar was het warm genoeg? 'Ah, vast wel.' Zei ik en liep de badkamer uit. Ik deed het vest goed en gluurde om de hoek van mijn moeders kamer. Ze sliep nog, en ook Lia was nog niet wakker. 'Mooi.' Zei ik en liep onze kamer in. Ik haalde mijn zwarte schoudertas onder mijn bed vandaan. Ik stopte er mijn portemonnee, mobiel, wat pleisters, een pakje zakdoekjes, sleutels en nog wat standaard dingen in. Ik liep de gang op en liep naar het einde van de gang. 'Is kijken.' Fluisterde ik en liep Dave's oude kamer in. Misschien had hij ook nog wel spullen voor mij. Zou hij wat achter hebben gelaten? Ik keek in zijn kast. Er lagen nog twee shirtjes, twee broeken, een aantal sokken en een paar onderbroeken. 'Nou díe hoef ik in ieder geval niet aan.' Zei ik en pakte een blauwe onderbroek en een paar zwarte sokken. Ik stopte deze en de andere sokken en ondergoed in een laatje. Ik keek naar de shirts. 'Als ik er een stuk af knip kan ik ze wel aan. En die broeken moet ik gewoon proberen, anders weet ik het ook niet.' Zei ik en keek er even naar. Achterin lag een witte pet. 'Jou zocht ik ja.' Zei ik grinnikend en pakte hem uit de kast. Ik haalde er een beetje stof van af en hield hem vast. Ik boog wat voor over. 'Ugh..' Zei ik en probeerde mijn losse haar onder de pet te krijgen. Toen het gelukt was stond ik weer op. Ik haalde de losse plukjes weg en liep de kamer uit, de gang op. Ik keek nog even om de hoek bij Lia. 'Slaap lekker.' Fluisterde ik en liep zachtjes de trap af. Ik was er net achter gekomen dat ik de zesde tree beter over sloeg, aangezien die ontzettend kraakte. 'Moet ook ooit gemaakt worden.' Fluisterde ik toen ik er over heen stapte. Eenmaal beneden pakte ik mijn jas van de kapstok en liep ik door naar buiten. Ik deed de voordeur voorzichtig achter me dicht en liep door naar mijn brommertje. Ik stopte de sleutel in het slot en probeerde op te starten. 'Ik weet dat je het kan, toe maar.' Zei ik tegen het gevaar op de weg en deed mijn best hem op te starten. Na een poosje kreeg ik het voor elkaar en reed ik weg.


Ik kwam aan bij de drukkerij van de folders en mijn kranten. 'Dag Henk.' Zei ik toen ik naar binnen liep. 'Ah, Danique hoe... Wat is er met je haar gebeurd?' 'Lang verhaal. Waar zijn mijn kranten?' Zei ik. Ik had nu echt geen zin om het hem helemaal te vertellen. Ik deed mijn jas een stukje open en keek naar buiten. 'Hier zijn ze.' Zei hij en gaf me een hele stapel kranten. 'Verder nog andere dingen? Het is makkelijker als ik het in één keer kan doen.' Zei ik en pakte de stapel van hem aan. Ik keek naar de oude man en zag hoe hij over zijn hoofd wreef waar al bijna geen haar meer op zat. Als hij zo daar zou gaan met wrijven zou de rest er ook nog af vallen. 'Verder geloof ik niets.' Zei hij en liep weer naar zijn bureautje. 'Oké dan.' Dat kwam me eigenlijk wel goed uit, ik wist niet eens wanneer ik klaar zou zijn met werken. 'Dan ga ik maar.' Zei ik maar en liep de drukkerij uit. 'Daag.' Riep Henk me nog na. Ik deed de kranten in het kofferbakje van mijn brommer en stapte erop. Ik haalde hem van slot en probeerde weer te starten. 'Ja....' Zei ik en hij begon op gang te komen. 'Goed zo kerel.' Zei ik grinnikend en reed de eerste wijk in waar ik kranten moest bezorgen.

Een uur later - half acht om precies te zijn - was ik klaar met mijn rondes en reed ik richting mijn huis. Ik liep naar binnen. 'Daar ben ik weer.' Riep ik en deed mijn jas uit. Ik liep de keuken in. 'Haai.' Zei Lia met een boterham in haar hand. 'Waar is Elli?' Vroeg ik en liep de keuken verder in. 'HIER BEN IK.' Riep iemand achter me. Elli kwam uit de gang gelopen. 'Hoe was het meisje?' Vroeg ze en liep richting het aanrecht. 'Gewoon.. Zoals het altijd gaat.' Zei ik grinnikend en ging op tafel zitten. 'Heb je al ontbeten?' Vroeg ze. 'Ja, ja. Vanochtend.' Nou ja, het was niet echt ontbijten. Maar als ik zou zeggen "Nee mam, ik heb alleen twee crackers gehad." zou ze me nog iets geven, terwijl ze dat beter zelf zou kunnen opeten. Ik stond weer op. 'Veel succes op school.' Zei ik tegen Lia en gaf haar een high-five. 'Veel succes met wat je ook gaat doen.' Zei ik tegen mijn moeder en gaf haar een kus op haar wang. 'Ga je nu al weg?' Vroeg ze. 'Ik moet wel, over een kwartier moet ik er al zijn.' Zei ik en liep de kamer uit. 'Tot vanavond.' Schreeuwde ik een keer en liep de deur uit.

Niet veel later stond ik voor het restaurant. Ik ademde een keer diep in, en uit. 'Je kunt het.' Mompelde ik en checkte even of mijn pet goed zat. Ik raapte mijn moed bij een en liep naar binnen. Ik veegde mijn voeten aan het deurmatje en liep verder. Ik kwam na een paar stappen in het restaurant zelf. Het was eigenlijk meer een cafetaria-met-een-beetje-restaurant-erbij. Als dat kon. Dave kwam op me af. 'Hoi.' Zei ik en deed mijn jas uit. 'Haai.' Zei hij en keek naar de pet op mijn hoofd. Hij trok zijn linkerwenkbrauw op. 'Ja, dat is jouw pet. Sorry.' Zei ik grinnikend. 'Maakt niet uit.' Zei hij en we liepen richting de keuken. Ik liep achter hem aan naar binnen. 'Aaah, dus jij ben Daan.' Zei een grote, gespierde man. Hij was denk ik ongeveer vijfentwintig. 'Uh, ja. Dat klopt.' Zei ik en gaf hem onhandig een hand. 'Ik ben Leon. De kok.' Zei hij en schudde mijn hand vrolijk heen en weer. 'Hoe wist u eigenlijk dat ik Daan heette?' Vroeg ik. Ik wist eigenlijk niet meer zeker of ik nou een naam had gezegd of niet. 'Dat had Dave gister verteld.' Zei Leon. Ik keek even naar Dave. 'Dat was toch al je bijnaam, dan is het niet zo moeilijk er aan te wennen.' Zei die. Ik knikte en keek weer naar Leon. 'Eh, aangenaam kennis te maken dan.' Zei ik glimlachend en liep verder door de keuken. Het was bijna af, hier en daar moesten nog dingen op hun plaats gezet worden, maar dat was het ook wel. In de hoek was iemand bezig met het uitpakken van bestek. Ik kuchte een keer waardoor hij me opmerkte. Ik was nu toch bezig, dan zou ik meteen iedereen leren kennen. 'Eh, hallo.' Zei ik onhandig. Hij stond op. 'Hoi.' Zei hij al even opgewekt als Leon, misschien was het wel besmettelijk. Hij stak zijn hand uit, ik schudde hem. 'Ik ben Daan, broertje van Dave.' 'Dat dacht ik al. Ik ben Ethan. Goeiemorreguh.' Zei hij met een lage stem en een beetje een accent. 'Heb je meneer Ramaaker al gezien? Hij is op de eerste verdieping bezig.' Zei hij en wees met zijn wijsvinger naar een trap. 'Oké, dan ga ik daar denk ik nog even naar toe.' Zei ik en liep richting de trap, naar boven.

Ik liep de trap op en kwam uit op een beetje een stoffige eerste verdieping. Links was een deur naar een wat opener, ingerichte, geverfde kamer met balkon. Rechts leek het meer op een vergeten zolder. Volgens mij was het dat eigenlijk ook. Ik zag een aantal stapels dozen, stoelen, tafels en meer van dat soort dingen. En een paar benen met een spijkerbroek en zwarte schoenen. Ik liep er naar toe. 'Hallo, meneer Ramaaker?' Zei ik en boog me iets voor over om een gezicht te zien. 'Goedemorgen.' Hoorde ik vaag en keek naar de man die bezig was een plank wat beter vast te maken. Hij draaide zich om. 'Ik ben inderdaad meneer Ramaaker, en jij bent?' Ik ging op een kruk zitten die achter me stond. 'Ik ben Daan, meneer.' Zei ik en keek naar hoe hij op stond. Ah, eindelijk iemand die niet zo veel langer was dan ik. Ik grinnikte zachtjes en gaf hem kort een hand. 'Een hele goede morgen Daan.' Zei hij en manoeuvreerde langs de stapels dozen naar mij toe. 'Weet je al wat voor rol je hebt in het restaurant?' Vroeg hij en ging op een tafeltje zitten. 'Nee, eigenlijk niet.' 'Het is de bedoeling dat je voornamelijk als ober rondloopt en mocht het nodig zijn dat je helpt met koffie schenken en dat soort dingen. Aangezien we ook voornamelijk als een soort koffie bar ingericht zijn.' Ik knikte een keer. 'Klinkt goed.' Zei ik en wreef een keer met mijn hand over mijn arm. Misschien had ik toch lange mouwen aan moeten doen. 'Heb je de rest al ontmoet? Jay, Leon, Ethan, Thomas en Dave? Nou ja, die kende je natuurlijk al.' Voegde hij toe en stond op. 'Eh, iedereen behalve Thomas.' Zei ik en stond ook op. 'Hij zal wel bezig zijn met het terras. Je komt hem vanzelf tegen. Ik laat je eerst je werkkleding zien.' Zei hij en liep richting de deur. Ik knikte een keer, ookal wist ik wel dat hij dat niet kon zien. We liepen de trap weer af.

'Dit is het.' Zei meneer Ramaaker en liet me een pakje zien. 'Eh...' Zei ik en pakte het aan. 'Het zit er in, slimme.' Zei hij grinnikend. 'Ja, dat snap ik wel.' Zei ik grijnzend. 'Maar moet ik het nu passen of zo?' Voegde ik toe. 'Doe dat maar ja. Neem je tijd, ik ben boven.' Zei hij en liet me achter. Ik keek even naar de kleedhokjes achter me. 'Dat zal wel goed komen.' Zei ik en liep eentje in waar nog geen naam op stond. Ik keek naar wat er uit het pakje kwam. Mijn kleding bestond uit: een lange zwarte broek met een bijpassend giletje, een witte bloes met korte mouwen, een zwarte schort voor om mijn middel -die eigenlijk bijna niet op viel, omdat hij dezelfde kleur had als de broek- en een paar zwarte schoenen. In het hoekje lag een klein speldje. Het had de vorm van een kroontje en mijn naam stond er op. Nou ja, een soort van dan. Ik begon me om te kleden.


Ik kleedde me om en liep het kleine hokje uit. Ik keek aan de spiegel aan de zijkant van de kleedkamer. 'Kijk, dat helpt tenminste.' Zei ik tegen de spiegel en keek naar de mannenkleren die ik aan had. 'Niemand die nog denkt dat ik een meisje ben... Denk ik. Oké, misschien lijk ik eigenlijk nog steeds niet echt op een man of zo, maar toch.' Zei ik grinnikend en draaide een rondje. De maten waren aardig goed, alleen was de schort te groot. Ik had hem eerst van achter vast geknoopt, daarna de touwtjes naar voren gedaan en daar weer vastgeknoopt. Ik ging voor het spiegeltje staan en deed het speldje op. 'Net echt.' Ik grinnikte zachtjes en liep de kleedkamer uit. Met een slakkengangetje liep ik de trap op. Ik keek naar de schilderijen die aan de muur hingen. Voornamelijk vrolijke schilderijen in felle kleuren. Eenmaal boven keek ik of ik meneer Ramaaker zag. Hij was op het balkon aan het praten met Jay. Het zag er niet heel serieus uit, want ze lachten af en toe. 'Zal ik?' Fluisterde ik weer tegen mezelf. 'Tuurlijk.' Zei ik en stapte de kamer in. Als het toch niet zo belangrijk was waar ze over praatten, kon ik ze ook wel storen. Ik grinnikte zachtjes en liep door de glazen balkondeuren. 'Eh..' Zei ik en liep op de twee af. Dan zou je natuurlijk net zien dat ik nu over mijn eigen voeten zou struikelen, zo zit ik wel in elkaar. Gelukkig kwam ik heelhuids de twee en een halve meter verder. 'Is dit de bedoeling?' Vroeg ik en keek van de een naar de ander. Meneer Ramaaker was de eerste die wat zei. 'Prachtig kerel. Dat zijn de goede maten toch? Dave zei al dat je niet al te groot was.' 'Wríjf het er nog even in ja.' Zei ik grinnikend. Jay ging naast me staan. Ik kwam amper tot zijn schouder. 'Het is gewoon zo.' Zei hij grijnzend. Ik ging op mijn tenen staan, ook nu lukte het me niet eens boven zijn kaak uit te komen. 'Vooruit dan. Een-nul voor jullie.' Zei ik en ging weer op mijn platte voet staan. 'Kleine mensen kunnen wel makkelijker op moeilijke plaatsen komen.' Zei ik en probeerde trots te kijken. Wat me niet echt lukte, aangezien Jay gewoon een heel erg aanstekelijke lach heeft en meneer Ramaaker ook al lachte. Na een poosje begon ik weer te praten. 'Maar, wat is de bedoeling nu verder? Moet ik iets doen op zolder of zo?' Vroeg ik, kon ik er wat aan doen dat ik gewoon niet wist wat ik moest doen. Het restaurant was nog niet af en niet open. Dus hoe zou ik dan de ober uit moeten hangen? 'Hmm.. Ga beneden maar helpen. Ik was bezig met het schilderen van de muren. Kleed je wel eerst om, anders wordt je pak vies.' Zei Jay en maakte een paar bewegingen met zijn handen. Ik knikte en draaide me al half om. 'Tot zo dan.' Zei ik en liep nu het balkon af. Ik voelde Jay en meneer Ramaaker's ogen in mijn rug prikken. Toen ik de deur achter me dicht had gedaan keek ik er nog een keer snel door heen. Ze waren weer aan het praten en keken af en toe glimlachend in de richting waar ik zo net nog liep. Dat is op zich een goed teken, toch?

Ik stond een paar minuten later omgekleed en wel in de grootste ruimte van het gebouw. Hier zouden binnenkort de gasten eten en koffie of milkshakes drinken. Ik glimlachte bij de gedachte dat ik daar tussen zou lopen om voor ober te spelen, en tegelijkertijd ook voor man. Hmm... ergens zou dat wel ingewikkeld worden. Als er bijvoorbeeld mensen langs zouden komen die ik zou kennen. 'Dat zien we dan wel.' Mompelde ik en staarde dagdromend uit een van de grote ramen. De ruimte was een beetje verdeeld. In het midden stond een muur die de twee gedeeltes scheidde. De ene kant van de ruimte was al geverfd en ingericht, de andere kant niet. Er stonden drie potten lichtblauwe verf in het midden van het lege deel, een was open gemaakt. Ernaast lagen een aantal kwasten waar ook al een aantal van waren gebruikt. 'Hmm..' Mompelde ik en keek naar het deel dat hier en daar een beetje geverfd was. Doordat de verf licht was en de ramen gewoonweg enorm waren, leek de ruimte heel mooi verlicht en prettig om te zitten.

Ik werd uit mijn gedachten gehaald door een hand op mijn schouder. 'Uitgebrabbelt?' Zei Jay terwijl hij zijn wenkbrauw op trok. 'Eh, ja... Sorry.' Zei ik grinnikend en bedacht me net dat Lia me ook al eens had gezegd dat ik altijd begon te "hmm-" en "prff"en als ik diep in gedachten zat. Ik ging rechtop staan. 'Mooi.' Zei Jay grijnzend en stroopte zijn mouwen op tot aan zijn ellebogen. O my god, spieren... FOCUS. Ik schudde mijn hoofd een keer en keek naar mijn korte mouwen. Weinig op te stropen. Jay liep naar het midden van de ruimte en pakte twee schone kwasten. 'Vangen.' Zei hij en gooide er een naar me toe. Handig als ik ben -kuch kuch- probeerde ik hem te vangen, maar liet hem op de grond vallen. 'Bijna goed ja.' Zei ik en pakte hem op.

Ik hoorde Jay zachtjes grinniken en ik liep naar hem toe. 'Heb je lol?' Vroeg ik en keek hem grijnzend aan. Ik keek vanuit mijn ooghoeken naar het openstaande blik. 'Ja, hoezo?' Zei hij en wiebelde even met zijn wenkbrauwen. Ik grinnikte en doopte mijn kwast snel in de verf. 'Nu ik ook.' Zei ik en ging met de kwast over zijn wang. 'Tadaa, prachtig.' Zei ik lachend en keek naar zijn half-blauwe wang. 'Oh die krijg je terug.' Zei hij grijnzend en doopte zijn kwast ook in de verf. 'Oh nee.' Zei ik lachend en probeerde weg te rennen. Na een paar seconden voelde ik zijn arm om mijn middel. 'Ha-ha.' Zei hij droog en probeerde met zijn vrije hand bij mijn gezicht te komen. 'Niet doen!' Riep ik lachend uit en probeerde me uit zijn greep te bevrijden. 'Heel eventjes maar.' Zei hij al net zo lachend als ik. Hij zette een blauwe streep op mijn linkerwang en liet me weer los. Hij bekeek het resultaat en begon te lachen. 'Niet lachen, jij ziet er net zo stom uit.' Zei ik en begon ook te lachen.

Dave, Ethan en Leon kwamen uit de keuken om te zien wat er aan de hand was. Toen ze ons op de grond zagen zitten begonnen ook zij te lachen. 'Wat hebben jullie nou weer uitgehaald.' 'Ik dacht dat jullie gingen schilderen.' Zeiden Dave en Ethan. 'Sorry, mijn schuld.' Zei ik tussen mijn lachbui door. 'Maar...' Zei ik en stond op. Ik pakte mijn kwast van de grond af en doopte hem in de verf. 'Eigenlijk moeten jullie nu ook.' Zei ik grijnzend en liep op ze af met mijn kwast in de aanslag. Jay pakte ook zijn kwast en deed hetzelfde. 'Ten aanval.' Riep hij lachend en rende op Ethan af. Hij zette snel een streep op Ethan's wang, waardoor ook hij er blauw bij liep. Ik begon te lachen, gelukkig kon Ethan dat ook. Leon en Dave keken ernaar en kwamen al net zo hard niet meer bij. Dat gaf mij dan weer de kans om ook hen een prachtige streep op hun wang te zetten. 'Wauw, nu horen jullie er echt bij.' Zei ik lachend en hoorde de trap kraken. 'Stelletje áchterlijke konijnen, waar zijn jullie nou mee bezig?' Vroeg hij lachend toen hij onze gezichten zag. 'Eh, als ik niks zeg, gelooft u het toch niet.' Zei ik en keek hem breed grijnzend aan. 'Nee, dat klopt.' 'Maar, u vindt ze vast prachtig.' Zei Jay en zette snel een streep op meneer Ramaakers wang. 'Is hij niet geweldig?' Zegt Jay en doet alsof hij meneer Ramaaker als zijn grote kunstwerk showt aan zijn publiek. Ik lachte nog harder dan ik al deed.
Toen hoorde ik van achter me nog iemand binnen komen. Dat moest dan Thomas wel zijn. 'Lukt het?' Zegt hij grijnzend en stapt op mij af. 'Thomas. Bijzondere kennismaking?' Zei hij lachend. 'Ja, dat kun je wel stellen ja. Ik ben Daan.' Zei ik en keek op naar Jay die nu ook naar Thomas liep. Hij pakte mijn kwast af en gaf ook Thomas een streep op zijn wang. 'Perfect. Nu zijn we allemaal beblauwd door een paar bepaalde personen.' Zei Leon lachend en maakte van iedereen een foto op zijn mobiel. 'Ik zal ze op de website zetten.' Zei hij lachend.

Na een paar minuten te hebben gepraat besloten we allemaal om weer aan het werk te gaan. Het was nu vrijdag. Morgen en overmorgen hadden we een teambuilding iets, dan gingen we maandag alles afmaken. Dinsdag alles klaar maken voor de opening. En dan was woensdag de grote dag van de opening van het restaurant. Maar, vandaag moest het verven in ieder geval af. Jay en ik besloten nu serieus bezig te gaan. We pakte allebei een kwast en een bak verf. Zo begonnen we aan de muur in het midden van de ruimte. Ik schilderde in rechte lijnen van boven naar beneden, van rechts naar links. Jay van links naar rechts. Na een paar minuten begon hij weer te praten. 'Eigenlijk ben ik wel blij dat je bent gekomen.' Ik keek hem kort aan. 'Hoezo?' Vroeg ik glimlachend en begon weer bovenaan. Nou, bijna bovenaan. Ik kon er bij lange na niet bij, ook niet op mijn tenen. Ik miste sowieso vijfentwintig centimeter. 'Ik ben tenminste ouder dan jij. In principe ben ik de baas, en dan staat het zo raar als je de jongste bent.' Zei hij grinnikend en keek naar hoe ik probeerde bij de bovenkant van de muur te komen. Ik knikte alleen maar. 'Alleen daarom?' Zei ik plagend en stak mijn tong naar hem uit. 'Ja, alleen daarom.' Zei hij en stak zijn tong ook naar mij uit. 'Nou ja zeg.' Zei ik grinnikend en ging weer veder met schilderen. Ik was in ieder geval wel blij dat ik hem had leren kennen. Hij was echt heel knap. FOCUS. 'Uch, nu doe ik het weer.' Mompelde ik in mezelf. 'Wat zeg je?' Zei Jay. 'Eh,.. Niks hoor. Eh... Dat ik weer de verkeerde kant op wilde gaan met schilderen.' Zei ik en voelde dat ik rood aan liep. Ik ging op mijn hurken zitten en keek geconcentreerd naar het stukje muur dat ik schilderde, in de hoop dat het dan niet op viel. 'Ja ja...' Zei hij grijnzend maar ging er verder niet op in. Als hij dat wel had gedaan, had hij of: doorgehad dat ik een meisje was, of: gedacht dat ik homo was. Misschien had ik nog liever dat tweede gehad.

Na drie uur te hebben geschilderd, was de hele ruimte klaar. 'Best mooi toch?' Zei ik en keek naar het resultaat. 'Ja, best wel ja.' Antwoordde Jay grinnikend. Ik veegde wat zweet van mijn voorhoofd weg. 'Moet je je pet niet af doen? Je hebt hem al de hele dag op, zelfs toen je je werkkleding aan had?' Vroeg hij en keek even vaag naar mijn -Nou, Dave's- pet. 'Doktersadvies. Ik kan wel een briefje meenemen als je dat wil?' Verzon ik als smoes. 'Ik moet hem zo lang mogelijk op houden. Anders wordt ik heel snel ziek.' Hoe bedoel je ziek? Hoe kom je daar nou weer bij! Als hij dat dan maar gelooft... Hij keek me twijfelend aan. 'Hm..' Ik keek naar de grond die opeens zo interessant was geworden. 'Vooruit.' Was zijn verlossende antwoord. Ik zakte opgelucht op de grond en ademde opgelucht uit. 'Wat doe jij nou weer?' Vroeg hij en trok zijn wenkbrauw op. 'Ik ben gewoon opgelucht.' Zei ik en keek omhoog in zijn prachtige, bruine ogen. FOCUS. Uch, hoe vaak moet ik het nog zeggen! Waarom, waarom!? Ik zuchtte zachtjes en stond weer op.

We zetten een aantal van de tafels en stoelen alvast in de lege ruimte. Rond half zes kwamen we met z'n allen samen in het deel waarvan de muur al droog was. Ik ging er tegen aan zitten. 'Dus, beste mensen. Morgen hebben we dus een teambuildings uitje. Of wat daar voor door moet gaan.' Zei Jay die op een tafel was gaan zitten. Ik knikte een keer, net als een aantal anderen. Jay ging verder. 'Het is de bedoeling dat jullie allemaal een soort logeerspullen meebrengen, zoals een tandenborstel en een pyjama en zo. Jullie moeten hier gewoon om acht uur zijn. Zondagavond laat zullen we pas weer terug zijn, dus bereid je daar op voor.' Zo legde hij nog een heel verhaal op over wat we gingen doen en dat soort dingen. We zouden gaan helpen bij een appelboomgaard van een oude man en vrouw, ongeveer anderhalf uur rijden vanaf hier. Ik staarde een beetje uit het raam en dacht er een beetje over na hoe ik dat moest doen met mijn krantenwijken. Ik kon moeilijk rond half één 's nachts de kranten nog gaan rondbrengen. Misschien wilde Lia het wel voor een keer doen?

Ik schrok wakker doordat iemand een paar keer met zijn hand voor mijn ogen zwaaide. 'Woehoe... Zijn we er nog?' Zei Ethan grinnikend. 'Wel, een beetje.' Zei ik en ging goed zitten. 'Heb je het meeste nog mee gekregen?' Vroeg Jay. 'Ja, ja.' Zei ik. Nou, waarschijnlijk had ik het belangrijkste wel mee gekregen. Iedereen stond op, ik dus ook. 'Tot morgen dan.' Zei meneer Ramaaker en bleef als enige zitten. 'Ik sluit wel af.' Voegde hij toe en haalde een sleutelbos uit zijn borstzak. Meneer Ramaaker en Jay waren de enige met de sleutel, dus hij moest bijna wel. Ik glimlachte en haalde mijn jas van de kapstok. Ik liep richting de uitgang, samen met Dave. 'Denk je dat Lia mijn krantenwijken zou willen doen?' Vroeg ik en liep naar buiten. 'Hmm.. Misschien.' Zei hij en ging op zijn fiets zitten. Hij woonde hier niet zo ver vandaan. 'Als je haar heel lief aan kijkt.' Zei hij grijnzend terwijl ik op mijn brommertje zitten. 'Misschien wel ja.' Ik probeerde weer te starten. 'Doet dat ding het nog?' Vroeg hij spottend. 'Nou, hij doet het nog prima.' Hij startte nog steeds niet. 'Meestal dan.' Zei ik grinnikend. 'Ga vooral zo door.' Zei hij lachend en reed weg. 'Tot morgen.' Riep hij nog. Ik grinnikte en merkte dat hij in beweging kwam. 'Eindelijk. Ik wist wel dat je het kon.' Zei ik lachend en reed richting mijn huis.

De volgende dag was ik extra vroeg op gestaan om te checken of ik alles had, nog voor ik mijn krantenwijk deed. Ik had met Lia overlegd dat zij morgen mijn krantenwijk deed, als ik dan zou helpen bij haar wiskundehuiswerk. Ik had vannacht een kleine vijf en een half uur slaap gehad. Dat zou ik later vast en zeker nog gaan merken. Ik was onderhand wel gewend aan weinig slaap, maar zo erg was het nog niet geweest. Om tien over half acht was ik weer op mijn fiets gestapt, in de hoop dat ik hard genoeg kon fietsen om er op tijd te zijn. Als mijn fiets dan gestolen zou worden, maakte het me niet zo veel uit. Mijn brommer had ik nog nodig.
Uiteindelijk was het me toch niet helemaal gelukt om acht uur te redden. Vijf over acht kwam ik hijgend aan zetten, mijn muts een beetje scheef en al het haar dat daar onderuit kwam zat alle kanten op. Ik zette mijn fiets op slot en rende door naar binnen. Buiten adem kwam ik bij de rest. 'Sorry dat ik te laat ben. *hijg* Maar het verkeer *hijg* zat niet erg *hijg* mee vanochtend.' Zei ik met een aantal tussenpauzes om op adem te komen. 'Kun je niet eerder je bed uit?' Zei Dave die op een stoel zat met wat tassen om zich heen. 'Nog eerder?!' Riep ik uit. 'Heb je enig idee *hijg* wat ik vandaag *hijg* allemaal al gedaan heb?' Voegde ik toe. 'Hoe bedoel je?' Mengde Thomas zich in het gesprek. Ook hij zat op een stoel te wachten op... mij eigenlijk. 'Ik heb twee krantenwijken *hijg* en die moet ik voor *hijg* acht uur allebei hebben gedaan.' Het klonk niet erg Nederlands, maar dat kon me nu niet veel schelen. Langzaam begon ik weer op adem te komen. 'Hoe laat moest je eruit dan?' Zei Jay, die het gesprek ook gevolgd had. 'Kwart over vier.' Zei ik en zakte op de grond. Gooide mijn tas naast me neer. Ik zag hoe Leon zich verslikte in zijn drinken en Dave me met open mond aan staarde. 'Waarom in godsnaam zo vroeg?' Zei Leon toen hij uitgehoest was. 'Nou, ik wilde checken of ik alles bij me had, toen ging ik me douchen en zo. Tegen zes uur fietste ik richting de drukkerij en van daaruit was ik de wijken langs gegaan, en het gemeentehuis voor een aantal folders.' De rest was niet zo interessant, dat hoefden zij allemaal niet te weten. Leon keek me met open mond aan. 'Hoe krijg je het voor elkaar. Ik kom er half acht uit en red het net om dan acht uur hier te zijn.' Zei hij glimlachend en ging op een kruk aan de bar zitten. Ik haalde mijn schouders op. 'Ik doe het al een poosje zo.' Zei ik en leunde tegen de muur. Leon schudde zijn hoofd. 'Arm kind.' Voegde hij grijnzend toe.

'Is Daan er?' Riep iemand van de trap af naar beneden. Meneer Ramaaker en Ethan kwamen naar beneden, ze droegen beide een tas met hun spullen. Ze hadden boven nog wat besproken of zo. 'Ah, daar ben je al.' Zei meneer Ramaaker en liep onze richting in. 'Mooi, we kunnen gaan.' Zei Ethan en wapperde met een autosleutels. 'Ik heb een busje kunnen huren van een vriend van me, dus we kunnen met z'n allen in één auto.' Zei hij en wees naar buiten. Er stond een grijs busje op ons te wachten. 'Let's go.' Zei Leon even opgewekt als altijd en stond op. Met zijn allen liepen we naar buiten en legden onze spullen achterin.

Even later zaten we met zijn allen in de auto, op weg naar de appelboomgaard van meneer en mevrouw Sparks. Ik zat helemaal achterin, samen met Jay en Leon. Voor ons, in het midden van het busje, zaten Dave, Thomas en een aantal spullen in het midden. En helemaal voorin zaten meneer Ramaaker en Ethan. Ethan reed het busje ook. 'Hoe lang moeten we rijden?' Vroeg ik toen we amper drie straten verder waren. 'Anderhalf uur. Dat had ik gister gezegd, weet je nog.' Zei Jay en gaf me een tik tegen mijn arm. 'Jaa... Nu weet ik het weer.' Zei ik en keek vooruit. 'Vanaf dat moment was je dus ongeveer weg.' Zei Leon lachend. 'Ik denk het ja.' Zei ik grinnikend en trok mijn benen op de bank, sloeg mijn armen daar omheen.

Ik voelde me moe, had het gevoel dat ik elk moment in slaap kon vallen. Dat had ik wel vaker in de auto. Maar toch had ik dat gevoel nu veel erger. 'Dat komt natuurlijk doordat ik zo weinig slaap heb gehad.' Mompelde ik haast onverstaanbaar. 'Wat?' Vroeg Jay en keek me raar aan. 'Hmpf.' Zuchtte ik. 'Ik heb het gevoel dat ik elk moment in slaap kan vallen.' Ik zag hem zachtjes lachen. 'Lach me niet uit, ik kan er toch ook niks aan doen.' Zei ik grijnzend en porde hem een keer in zijn zij. 'Je hebt ook gewoon te weinig slaap.' Zei hij. 'Maar ik kan gewoon niet uitslapen, alleen op zondag, dan heb ik meestal geen kranten en folders. Hoewel ik dat morgen wel had, de gemeente heeft telkens folders.' Zei ik zelfverzekerd. 'En tot hoe laat is bij jou uit slapen?' Vroeg hij en trok zijn wenkbrauw weer op. 'Tien uur? Dan wordt ik meestal wakker.' Zei ik en speelde met mijn vingers. 'Dat helpt nog niet echt met je wat je door de week slaapt. Dan heb je nog te weinig.' Zei Jay. 'Kun je niet eerder naar bed?' Vroeg Leon die zich ook in het gesprek mengde. Ik zuchtte. 'Ik ga rond half twaalf naar bed, soms iets eerder. Maar voor die tijd is het enige moment dat ik "vrij" heb.' Zei ik en staarde voor me uit door de voorruit. Hij knikte. 'Ergens snap ik je wel.' Voegde hij toe. 'Dankje. Discussie over mijn slaap hierbij gesloten.' Zei ik en stak even mijn tong uit naar Jay. 'Nou, vooruit.' Zei hij en keek door het raampje naar de bomen en weilanden om ons heen. Dat zag je niet zo veel in Amsterdam. We moesten waarschijnlijk nog ongeveer driekwartier rijden, denk ik. 'Mag de radio aan?' Vroeg ik richting Ethan. 'Ja, tuurlijk.' Zei hij en draaide aan een paar knopjes. Misschien dat ik zo wel wakker zou blijven.

Anderhalf uur na vertrek kwamen we bij de boomgaard aan. 'Ziet er leuk uit.' Zei Thomas en sprong als eerst uit de auto. Na hem volgde ook de rest. Ik kwam als laatste naar buiten. 'Mooi groen.' Zei ik en keek rond. Blij dat ik mijn schetsboek had mee genomen.We haalden onze spullen uit de auto en liepen een zandpad af dat leidde naar een oud, wit huis. Er stonden buiten twee oude mensen te wachten. Dat zullen dan wel meneer en mevrouw Sparks zijn. 'Hallo jongelui.' Zei de oude man. 'Ik ben Pieter, en dit is mijn vrouw Henriëtte.' Zei hij en zwaaide naar iedereen in het algemeen. 'Hallo.' Voegde zijn vrouw, die blijkbaar Henriëtte heette, er aan toe. Een voor een stelden we ons voor. Waarschijnlijk wisten ze met vijf minuten al niet meer wie wie was, maar dat maakte niet uit. We gingen een groot deel toch met z'n zevenen doen.

'Het is de bedoeling dat jullie ons gaan helpen met het oogsten van de appels.' Begon Pieter Sparks zijn verhaal toen we allemaal in de keuken zaten met een mok warme chocolademelk, hoewel het vandaag helemaal niet koud was. 'We hebben namelijk een probleem. Het is al laat in het jaar, en de helft van de appeloogst moet nog van de bomen worden geplukt. Ik kan het niet zelf doen, met mijn belabberde rug. En Henriëtte kan het ook niet alleen af.' 'Toen hebben wij aangeboden om te helpen.' Zei meneer Ramaaker grinnikend. 'Precies.' Zei de andere man terug. 'En het zou leuk zijn als jullie voor jullie morgen weer weg gaan zo veel mogelijk binnen halen. Maar natuurlijk hoeven jullie dat niet alleen te doen hoor. Niet veel verderop is een meer en achter het huis is en mooie plek om te picknicken en om kampvuren te houden.' Zei hij glimlachend. Ik nam een slok van mijn mok. 'Is het de bedoeling dat we hier slapen? Of buiten? Of in een ander huis?' Vroeg ik en veegde mijn melksnor af. 'Ik heb boven een kamer klaar gemaakt, daar kunnen jullie makkelijk in.' Zei Henriëtte. Ik knikte kort. 'En vanavond kunnen jullie zelf van de keuken gebruik maken en koken wat je wil. Ik kan ook helpen als het nodig is.' Ze dacht natuurlijk dat mannen niet konden koken of zo. 'Dat zal wel lukken. We hebben een geweldige kok in ons midden.' Zei Thomas grinnikend en knikte een keer naar Leon. Leon maakte een buiging aan tafel. 'Fantastisch, nou leef je uit.' Zei Henriëtte lachend. Zij en Pieter vertelden ons nog wat andere dingen die handig konden zijn, waar spullen stonden en zo. Toen gingen we naar boven om spullen in de kamer te leggen. 'Best wel groot.' Zei ik grinnikend toen ik de kamer in kwam. Het was een kamer met behang in de kleur van witte/groene druiven en een houten vloer. Er waren drie ramen en op de grond lagen zeven matrassen verspreid door de kamer. Iedereen koos een bed uit en pakte een aantal spullen uit. Ik lag dicht bij het raam, aan de andere kant van de kamer.

Even later liepen we met z'n zevenen naar buiten. Pieter Sparks had ons een klein roodgeschilderd schuurtje aangewezen waar de spullen lagen voor het appels plukken. 'Tamtamtam...' Mompelde ik en probeerde de deur open te krijgen. Thomas gaf een keer een ruk aan de deurknop en de deur vloog gelijk open. 'Waarom kan ik dat niet?' Zei ik grinnikend. 'Omdat je geen spieren hebt.' Zei Jay en pakte mijn arm vast. 'Ik kan je botten bijna zien.' Voegde hij toe. 'Lekker puh.' Zei ik en stak mijn tong uit.
We liepen naar binnen toe en haalden een aantal spullen uit het schuurtje. We hadden allemaal een grote rieten mand vast en ik, Thomas, Ethan en Dave hadden ook een laddertje mee. Jay, Leon en meneer Ramaaker droegen handschoenen, mesjes en andere dingen die we misschien nodig zouden kunnen hebben. We liepen richting de bomen die verderop in het veld stonden. 'Als ik tijd heb moet ik dat tekenen.' Mompelde ik en liep met de rest mee. 'Zullen we dan maar?' Vroeg Leon toen we onder de bomen stonden. 'Als we ons verdelen kunnen we het misschien sneller klaar krijgen.' Zei meneer Ramaaker en legde zijn spullen op de grond. 'Leon en Ethan kunnen daar verderop beginnen, Thomas, Dave en ik maken hier een start en Jay en Daan beginnen daar.' Zei hij en wees eerst naar rechts, dan naar waar we stonden en als laatst naar links. Iedereen stemde in en nam wat spullen mee naar de plek waar hij zou plukken.

Ik liep samen met Jay naar links, hij had de ladder van me overgepakt. Hij dacht vast dat ik het niet zou houden ofs. Oké, daar had hij ook wel gelijk in. 'En nu?' Vroeg ik en keek naar een boom met glanzende, rode appels die hoog boven me uitkwam. Waarschijnlijk zou ik wel bij de meeste appels kunnen, als ik mijn best deed. Jay klapte de ladder uit en zette hem bij de boom. 'Jij klimt de ladder op en plukt de appels, dan laat je ze naar beneden vangen. Ik vang ze op en doe ze in de mand.' Zei hij en legde één van de manden bij zijn voeten neer. Ik grinnikte en klom de ladder op. 'Komt 'ie.' Zei ik en liet de eerste appel vallen. Zo ging het een poosje door. Ik klom stukje bij beetje hoger de ladder op en plukte de appels van de takken. 'Komt er weer één.' Riep ik naar beneden en liet hem vallen. Ik keek even hoe Jay hem weglegde en klom toen weer verder. Ik stond onderhand bovenaan de ladder en had de meeste appels al weggehaald. 'Ik denk dat dit de laatste is.' Riep ik en keek naar een appel die boven me hing. 'Kun je daar wel bij?' Hoorde ik Jay van beneden roepen. 'Ja, tuurlijk.' Zei ik en keek even hoe ik het makkelijkst kon gaan staan. Ik strekte mijn arm in de richting van de appel, hield met de andere arm de boom vast en ging op mijn tenen staan. 'Weet je dat wel zeker?' Vroeg hij nog een keer, ik hoorde hem op staan. 'Ik kan ook wel even de trap op komen hoor.' 'Nee, hoeft echt niet, ik heb hem bijna.' Zei ik en keek geconcentreerd naar de appel die net boven mijn handbereik hing. Ik kon hem net met mijn vingertoppen aanraken. Met twee handen zou het wel lukken, dacht ik. 'Bijna.' Mompelde ik zachtjes en strekte ook mijn andere arm uit. 'Doe niet zo gevaarlijk.' Hoorde ik Jay weer zeggen. Ik reageerde er niet op en probeerde nog verder op mijn tenen te gaan staan. Op het moment dat ik de appel in mijn handen had voelde ik mijn voeten van de ladder af glijden en hoe ik naar beneden viel. Ik deed mijn handen voor mijn ogen -in één daarvan zat de appel in de weg, waardoor ik het stokje in mijn wang voelde prikken- en hoopte op een niet al te harde landing.

Ik bereidde me voor op een pijnlijke aanraking met de grond. Mijn rechterenkel klapte dubbel op een tak waardoor ik nu helemaal horizontaal lag. Daardoor kwam mijn arm weer langs een tak en hield ik daar een schaafwond net boven mijn pols aan over. Het kon me niet zo veel schelen. Ik probeerde mijn hoofd -inclusief handen- in te trekken, zodat die in ieder geval niet te hard op de grond terecht zou komen. Ik zou nu ongeveer op de grond terecht moeten komen.

In plaats van een harde klap voelde ik twee sterke armen, één onder mijn rug, één onder mijn knieën. Ik haalde langzaam mijn handen voor mijn ogen weg en keek recht in het gezicht van Jay. 'Ik had je gewaarschuwd, nietwaar?' Zei hij zachtjes en keek me bezorgd aan. 'Ja.' Zuchtte ik schuldig. 'Gaat het?' Vroeg hij en probeerde me langzaam op de grond te zetten. 'Het gaat pri-' Ik zakte natuurlijk net op dat moment door mijn dubbelgeklapte enkel heen. Ik zuchtte diep en probeerde weer op te staan. 'Het gaat heel prima ja, ik zie het.' Zei hij grinnikend en hielp me overeind. 'Heb je verder nog iets?' Zei hij en keek me weer net zo bezorgd aan als net. 'Eh..' Begon ik en keek naar mijn pols. 'Mijn enkel is dubbelgeklapt, maar dat zal zo wel over zijn. En dan heb ik mijn pols opengehaald.' Zei ik en zuchtte een keer. Ik hield er niet van om me zo aan te stellen. Goed, dat deed ik niet echt, maar toch. 'We gaan nú een verbandje halen.' Zei hij en sloeg zijn arm om me heen, zodat ik op hem kon steunen tijdens het lopen. 'Zo erg is het toch helemaal niet?' Probeerde ik nog, maar hij liep door zonder er op te reageren. Ik mompelde nog wat en liep toen toch maar mee, aangezien ik weinig keus had.

Niet veel later waren we terug bij het rode schuurtje. Jay had me op een houten bankje gezet dat tegen het schuurtje aan stond. Ik wiebelde met mijn linkerbeen heen en weer en wachtte tot hij terugkwam met de verbanddoos. 'De kans dat ik zometeen nog weer appels mag plukken is heel klein.' Zei ik tegen mezelf en keek naar mijn enkel. Tegen de middag aan zou ik er weer gewoon mee kunnen lopen, maar nu kon ik er beter niet te veel op steunen. Ik keek voor me uit en volgde de lijnen van de bomen. In de verte kon je een aantal mensen appels zien plukken, waarschijnlijk meneer Ramaaker of Dave of zo. Ik leunde achterover tegen de rugleuning van de bank. 'Ben ik weer.' Riep Jay van achter. Ik draaide me om en keek naar wat hij bij zich had. 'Gewoon blijven zitten.' Zei hij en knielde neer bij het bankje. Hij zag er echt heel knap uit zo. Nu mocht ik er lekker wel zo aan denken, ik had toch niets beters te doen. Ik grinnikte zachtjes en volgde zijn bewegingen. Hij pakte mijn arm en ontsmette het met een nat doekje, verbond het met een wit verbandje. 'Prachtig.' Zei hij toen hij klaar was. Ik grinnikte weer. 'Dankjewel.' Zei ik en keek hem dankbaar aan. Ik wreef even over de plek waar de wond zat. Hij was niet erg groot, maar het deed toch zeer. Ik zag hoe hij ging staan. 'Gaan we nog verder?' Vroeg ik en keek tegen hem op. 'Tuurlijk, maar we draaien wel de rollen om.' Zei hij en hielp me met opstaan. Ik knikte een keer en probeerde te gaan lopen. 'Nee, rustig.' Zei hij en hield me tegen. Hij sloeg zijn arm weer om me heen en zo liepen we rustig terug naar de boomgaard.

Een paar minuten later waren we weer bij de plek waar we begonnen. Jay zette me voorzichtig tegen de tweede boom. 'Als we een beetje doorwerken kunnen we deze rij binnen een uur af hebben.' Zei hij en gaf me de mand aan. Ik knikte en glimlachte kort. Ik volgde zijn bewegingen. Jay zette de trap tegen de boom en begon te plukken. Hij liet de appels één voor één vallen en keek altijd even of ik er bij kon. Ik vond het ergens wel lief dat hij zich zo'n zorgen maakte over mij.

Een paar minuten later had hij deze boom klaar, er hing geen appel meer in. 'Bravo.' Zei ik grinnikend toen hij de trap af kwam. 'Ja hè, dat vond ik ook.' Zei hij en pakte de mand met appels op. Deze zette hij bij de volgende boom neer, en kwam toen terug voor mij. 'Gaat het weer met je enkel?' Vroeg hij en knielde neer. 'Ik denk het.' Zei ik en probeerde op te staan. Als ik de hele tijd door tegen de boom aan leunde kon ik recht op mijn benen gaan staan. 'En dat hou je hoe lang vol?' Zei hij en trok zijn wenkbrauw op. 'Niet heel erg lang.' Zei ik en tilde mijn rechtervoet een stukje van de grond af. Het deed nog steeds zeer als ik er te lang op ging staan. 'Dat dacht ik al.' Zei hij en hielp me weer met lopen, gelukkig maar een paar meter. Hij zette me zachtjes tegen de boom neer en ging weer de trap op.
Na iets meer dan een uur hadden we drie enorme manden overvol en de rij bomen klaar. Ik keek op mijn horloge, we hadden ongeveer nu afgesproken om even bij elkaar te komen met z'n zevenen.'Mooi. Klaar. Dan kunnen we nu naar de rest.' Zei ik en keek op naar Jay vanaf mijn plek op de grond. Hij knikte en veegde wat zweet van zijn voorhoofd. 'Om nou te zeggen dat wé dat goed hebben gedaan...' Zei ik grinnikend en probeerde weer overeind te komen. 'Hoe bedoel je?' Vroeg hij en hield me vast aan mijn arm. 'Nou, ik heb bijna niks gedaan.' Voegde ik toe. Ik stond onderhand op mijn benen, nou been, en hinkelde richting de manden. Jay begon te lachen. 'Wat?' Vroeg ik en hield me vast aan een laaghangende tak boven mijn hoofd. 'Dat houd je nooit, die mand.' Zei hij en pakte één van de manden op. Ik keek er een keer naar. 'Oké, misschien heb je gelijk.' Zei ik en pakte de tas met mesjes en dergelijke op. 'Maar dit gaat wel.' Zei ik en hing hem over mijn schouder. 'Staat je beeldig.' Zei hij en pakte ook een andere mand op. 'Is dat niet zwaar?' Vroeg ik en keek er naar. 'Eigenlijk wel ja, maar dat doet er nu even niet toe.' Zei hij en begon te lopen. Ik hinkelde er onhandig achteraan. 'Dit gaat echt geweldig.' Zei ik grijnzend en keek even naar hoe hij liep. 'Het is in ieder geval niet zo ver.' Zei Jay weer en liep de laatste meters richting het midden van de boomgaard, waar meneer Ramaaker en de rest ook waren. Hij legde de manden neer en keek even naar de andere vijf. 'Hoe ver zijn jullie?' Vroeg hij terwijl ik de tas op de grond zette. 'Gaat goed, wij hebben onderhand bijna anderhalve rij af.' Zei Ethan en wees op een aantal manden. 'Wij iets meer dan twee.' Zei Dave en ging op de grond zitten. 'Wat heb jij gedaan?' Voegde hij toe toen hij mij zag staan. 'Wel eh... Gevallen.' Zei ik kort en grijnsde scheef. 'Ik kon er echt niets aan doen hoor! Die appel hing boven me en en en...' Ik merkte dat de rest lachte, dus lachte ik zelf ook maar mee. Het was ook eigenlijk wel een dom verhaal. 'Maar het gaat prima hoor.' Voegde ik nog toe en ging ook op de grond zitten. Ik plukte een beetje aan de grassprietjes. 'Als we nou zorgen dat we vandaag allemaal vier rijen af hebben, en dan morgen nog drie. Dan hebben we de rest van de tijd voor onszelf. Kunnen we naar het meer of zo.' Zei Leon en gooide zijn handschoenen in het midden van de kring. 'Doen we.' Zeiden Ethan en Thomas tegelijk. Ik lachte zachtjes en keek even naar de bomen, dit kon nog wel leuk worden.

Jay bracht ook de derde mand en we gingen verder met plukken. Tegen drie uur 's middags hadden we allemaal de vier rijen gehad, ook Jay en ik. Met hulp van Thomas, Leon, Ethan en meneer Ramaaker, aangezien zij echt veel eerder klaar waren. Mijn schuld, ach jammer dan. Dave had de hele tijd foto's gemaakt, ook wel geholpen, maar meer foto's gemaakt.

'Wauw.' Zei ik grijnzend en klapte toen de andere zes de laatste appels in de manden deden. 'Ja, konden we dat ook maar van jou zeggen.' Zei Dave plagend. 'Hee, dit had ik ook niet gepland hoor.' Zei ik en stak mijn tong naar hem uit. 'Wacht, dan maak ik een foto van jullie zes.' Zei ik en stond op. Het lopen ging onderhand beter, nog niet zoals ik eerder deed, maar wel beter. Ik kon stappen zetten met een klein mank trekje, zonder hulp. Het verband zat nog wel om mijn pols. Ik kreeg het fototoestel van Dave en ging tegen de boom aan staan. 'Lachen!' Zei ik grijnzend en zette ze met zijn zessen op de foto. 'Zit er geen timer op? Dan kun jij er ook nog bij.' Zei Leon en liep op me af. Hij pakte het toestel over en keek er naar. 'Hier.' Zei hij en drukte een aantal knopjes in. 'Nu hebben we vijftien seconden om goed te gaan staan.' Zei hij en hielp me toch even om bij de rest te gaan staan. Na precies vijftien seconden klonk er een raar geluidje, dat betekende dat de foto was genomen. 'Prachtig.' Zei ik grinnikend en ging op de grond zitten. Dave pakte de camera en liet iedereen de foto zien. We stonden er allemaal naast elkaar, lachend op. Eerst helemaal links meneer Ramaaker, dan Dave, Ethan, Thomas, Jay, ik en Leon. Ik vond hem eigenlijk wel goed gelukt. 'Die kan wel in de volgende folder.' Zei meneer Ramaaker en deed het fototoestel in zijn tasje. 'Maarre, wat gaan we nu doen?' Vroeg Ethan en ging ook op de grond zitten. 'Naar het meer?' Stelde Thomas voor en keek iedereen even aan. Iedereen knikte of zei iets als "goed". Ik en Ethan stonden op, de rest liep al naar de manden. Iedereen droeg een mand, behalve ik. Ik had twee lege manden opgestapeld en droeg die. Ik mocht van Jay nog niet te veel kracht zetten op mijn enkel. Ik bleef zitten bij het schuurtje, ruimde alvast wat spullen op. De rest liep nog een keer terug en haalde de andere manden en ladders op.

Tien minuten later waren we op weg naar het meer. Meneer Ramaaker had van Henriëtte nog een mand met eten en drinken mee gekregen. 'Alvast als bedankje.' Had ze gezegd. Ik vond het wel best, hadden wij ook nog wat lekkers. Ik had nu heel erg de neiging om te gaan huppellen, maar deed dat toch maar niet. 'Weten jullie ook waar het meer is?' Vroeg ik aan niemand in het bijzonder en keek naar de grond die onder mijn voeten voorbij kwam. 'Daar heen.' Zei Leon en wees naar een meer dat niet zo ver van ons vandaan was. 'Oh.. Sorry.' Zei ik grinnikend en keek weer voor me uit. Het meer lag er vredig bij. Er waren een paar uitstekende rotsen waar je vanaf kon springen, of in het water kon pootje baden. Er omheen waren alleen maar uitgestrekte velden groen gras, met hier en daar een verdwaalde appelboom en een piepklein strandje. 'Mooi.' Zei ik en keek er naar.

Na vijf minuten lopen stonden we allemaal aan de rand van het meer. 'Gaaf.' Zei Leon kort en schopte een steentje in het water. 'Eens.' Voegde meneer Ramaaker er aan toe en legde de mand met eten op de grond. Ik trok mijn schoenen en sokken uit en liep als eerste de rotsen op. Ik ging zitten en hing met mijn voeten in het water. Ik maakte kringetjes in het water en keek of ik vissen zag. Ik trok mijn vest uit en legde het naast me neer. Op dat moment werd ik van twee kanten aan mijn armen opgetild en in het water gegooid. 'Help!' Riep ik nog en ging kopje onder. Het meer was diep genoeg om ervoor te zorgen dat ik er niet meer kon staan, verderop waarschijnlijk wel. Proestend kwam ik weer boven. Dave en Thomas stonden lachend aan de kant. 'Kunnen jullie wel.' Zei ik grinnikend en klom weer uit het water. Ze gaven elkaar een high-five. Ik grijnsde. 'Kom maar dan.' Zei ik en gaf ze allebei een knuffel, waardoor zij nu ook helemaal nat waren. 'Ha-ha-ha, wraak.' Zei ik grijnzend en keek er naar. Ook zij trokken hun schoenen nu uit en sprongen in het water. 'Het is best lekker.' Zei Dave lachend toen hij weer boven kwam. Ik knikte een keer grijnzend en zette mijn muts weer goed op. 'Nu de rest nog.' Riep Thomas toen hij op weer op de kant stond. 'Ik ben weg.' Riep Leon en rende de andere kant op. 'Kom maar, kommaarkommaar.' Zei Thomas en rende achter hem aan. Niet veel later plonsden ze met z'n tweeën in het water. 'Kom op dan maar.' Zei Ethan grijnzend en liep naar Dave en mij toe. Hij schopte zijn schoenen aan de kant en sprong samen met mij en Dave in het water.

Ik kwam proestend weer boven water en keek ze allebei lachend aan. Leon en Thomas kwamen ook onze kant op. Alleen Jay en meneer Ramaaker stonden nog op de kant. 'Kom er ook bij!' Riep ik en keek ze lachend aan. 'Hier, jullie mogen hem hebben.' Zei meneer Ramaaker en duwde Jay van de rots af. Jay zwaaide een keer wild met zijn armen en plonsde toen in ons midden. 'Welkom in de club.' Zei Thomas droog. 'Nu jij nog!' Riep Leon en keek naar meneer Ramaaker. 'Nou goed dan.' Zei die en nam een aanloop. 'BOMMETJE!' Riep hij en sprong in het water. We lachten allemaal en zwommen naar een iets ondieper stuk waar we makkelijker konden staan. 'Je bent niet erg lang hè?' Zei Ethan grijnzend toen hij naast me stond. Het water kwam bij hem tot zijn borstkas, onder zijn oksels ongeveer. 'Niet echt nee.' Zei ik grinnikend en keek naar mezelf. Ik stond op mijn tenen en het water kwam nét onder mijn schouders. 'Dat lossen we zo op.' Zei Jay grijnzend en nam mij op zijn nek. 'Waaah!' Riep ik lachend. Hij stak zijn handen op zodat ik ze vast kon pakken, dit deed ik dus ook maar. 'Ben ik niet te zwaar?' Vroeg ik grijnzend en keek omlaag. 'Nee, eigenlijk ben je best wel licht. Eet je wel genoeg?' Zei hij grinnikend en probeerde omhoog te kijken. 'Nee joh, ik eet helemaal niks overdag. Alleen 's nachts drink ik bloed van jongens van rond de twintig, maar daar kom ik natuurlijk niet van aan.' Zei ik wenkbrauwwiebelend en grinnikte kort. 'Nou, dan kun je nu wel weer weg hoor.' Zei hij en liet me van zijn schouders af vallen. Toen ik weer boven water kwam proeste ik wat water uit. 'Jíj bent in ieder geval de eerst die ik leegzuip vannacht.' Zei ik en keek hem grijnzend aan. 'Ik denk dat we jou buiten laten slapen.' Zei Leon lachend. 'Je wordt bedankt hoor.' Zei ik en lachte met de rest mee.

Twee uur van lachen en dom doen later, zaten we aan de waterkant, in het gras, op te drogen. 'Dat was leuk.' Zei Dave grijnzend en schudde zo met zijn hoofd heen en weer dat de waterdruppels er vanaf spetterden. Ik grinnikte en liet me achterover vallen in het gras. Ik volgde de kleine schapenwolken die boven mijn hoofd door de lucht zweefden. 'Die wolk lijkt op een bloem.' Zei ik droog en wees een wolk aan. 'Die op een aardappel.' Zei Ethan en wees een andere aan. 'Dan is dat een auto.' Voegde Dave er nog aan toe en wees ook een andere aan. Ik lachte en pakte een appel uit de picknickmand die meneer Ramaaker had meegekregen. 'Jullie hebben echt hele droge humor.' Zei meneer Ramaaker en schudde grinnikend zijn hoofd. 'Ik denk dat u daar mee moet leren omgaan.' Zei Jay lachend en keek ook naar de wolken. We lagen nu allemaal languit in het gras. 'Hoe laat is het eigenlijk?' Vroeg ik na een paar minuten en keek iedereen even aan. Leon haalde zijn horloge uit de picknickmand. 'Bijna half zes.' Zei hij en legde hem er weer in. 'Hoe laat moeten we weer terug?' Vroeg Dave daarna. 'Over een paar minuten of zo. Als iedereen opgedroogd is.' Zei Leon weer en ging weer in de zon liggen. Ik voelde even aan mijn shirt, bijna droog ja. Dat zal wel lukken. Ik legde mijn hand weer naast me neer en plukte wat aan de grassprietjes naast me.

Een paar uur later zaten we met z'n zevenen aan tafel. Henriëtte en Pieter Sparks waren naar het dichtstbijzijnde dorp gegaan om inkopen te doen voor de herfst en de winter, en voor het verkopen van de appels. Leon had ons allemaal een enorm bord spaghetti voorgezet. Thuis aten we met z'n drieën minder dan twee van deze borden samen als avondeten... Tijdens het eten praatten we over van alles en nog wat. 'Moeten we morgen eigenlijk vroeg uit bed?' Vroeg Ethan en nam een hap spaghetti. 'Hè nee.' Protesteerde Thomas met volle mond. 'Dat kan niet, want Daan heeft z'n slaap nodig.' Zei Jay grijnzend. Ik stak mijn tong naar hem uit. 'Ik denk het niet, toch? We moeten morgen allemaal nog een aantal rijen bomen doen, maar dat kunnen we gewoon 's middags afkrijgen.' Zei meneer Ramaaker. 'Als we in ieder geval zorgen dat we voor twaalf uur ontbijten zijn we al een heel eind op weg.' Voegde hij toe en draaide wat spaghetti om zijn vork.

Na het eten gingen we met z'n allen naar buiten. Leon en Jay maakten samen een kampvuur van wat stenen en takjes. 'Dat heb ik dus bijvoorbeeld nooit gekund.' Mompelde ik tegen mezelf en keek naar hoe ze het voor elkaar kregen om een klein vuurtje te maken. Na een paar minuten was het al een mooi kampvuur. We gingen er in een kringetje omheen zitten.

We zaten met z'n allen te praten en elkaar voor de gek te houden. Gewoon dingen die mensen van onze leeftijd zouden moeten doen eigenlijk. Thomas had zijn gitaar meegenomen en speelde wat voor ons. Tegen één uur 's nachts vond meneer Ramaaker het wel genoeg. 'Laten we nu maar gaan slapen. Leon, help even.' Samen met Leon maakte hij het vuur uit en ruimde wat spullen op die we gekregen hadden van Pieter en Henriëtte Sparks. Een beetje drinken en dat soort dingen. We liepen met z'n allen terug naar het huis. 'Hee! De zaklamp gaat ineens uit!?' Zei Ethan en keek naar de lamp, voor zover ik het kon zien. 'Je hebt je vinger ook op de aan-uit knop, slimme.' Zei Leon en pakte de lamp van hem over. 'Oh.. Dat kan.' Zei Ethan weer grinnikend en keek voor zich uit. Ethan was... niet echt de slimste van ons. Van hém was ik sowieso niet bang dat hij me door zou hebben.

Tegen half twee lagen we allemaal onder de wol. We waren om de beurt naar de badkamer gegaan om om te kleden, tanden te poetsen, wassen en dat soort dingen. Dat kwam mij wel goed uit. Ik had een zwarte trainingsbroek aan met een blauw shirt met korte mouwen, die dienden als pyjama. 'Hoe laat gaan we er nu uit?' Vroeg ik en ging overeind zitten. 'Hmm... tussen elf uur en half twaalf. Dan kunnen we rond twaalf uur eten en om één uur weer plukken.' Zei meneer Ramaaker en legde zijn armen achter zijn hoofd. Ik knikte en ging achterover liggen. Ik keek naar de witte spaarlamp die de kamer verlichtte. 'Zullen we maar gaan slapen dan?' Vroeg Thomas en liep naar het lichtknopje. 'Ja, ja...' Zei Jay een beetje afwezig. Thomas deed het licht uit en ging weer liggen. 'Welterusten.' Zei ik zachtjes, tegen niemand in het bijzonder en ging op mijn zij liggen. Langzaam viel ik in lichte, droomloze slaap.

Ik hoorde gezoem rond mijn hoofd en sloeg willekeurig met mijn hand in de lucht. Langzaam opende ik mijn ogen. Ik zag een mug op de muur zitten. 'Rotbeest.' Mompelde ik zachtjes en sloeg hem dood met een schoen. Ik keek even om me heen. Iedereen sliep nog. Misschien was het ook pas een uur of negen of zo. Ik stond zachtjes op en pakte mijn mobiel uit mijn tas. Het was een klein, zilverkleurig, oud ding dat ik ooit van mijn vader had gekregen. Om die reden was ik er ook best zuinig mee. Bovendien was ik zo bereikbaar, en geld voor een ander hadden we niet. Ik klapte hem open en zag het klokje. 'Vier uur 's ochtends!? Dat kan niet.' Mompelde ik en legde hem weer weg. Ik keek achter het gordijn, bij het raam waar ik sliep. Alles was buiten stil en donker. 'Hmm...' Zei ik en deed het gordijn weer goed. Waarom voelde ik me dan zo wakker? Stomme rotmug. Ik zuchtte en ging op mijn matras zitten. Ik haalde mijn tekenblok uit mijn tas en besloot wat te gaan tekenen. Maar niet hier, dan zou ik de rest wakker maken. Ik pakte de zaklamp en liep de gang op. 'Tadaa...' Mompelde ik en ging aan het einde zitten, bij een raam waardoor ik en beetje kon zien. Ik deed de zaklamp aan en begon een beetje na te tekenen wat ik had gezien vandaag. Ik wilde graag de boomgaard tekenen, dus dat zou ik doen ook. Ik schetste wat lijntjes met mijn grijze potlood en gaapte een keer. 'Waarom ben ik zo wakker, en tegelijkertijd vreselijk moe?' Mompelde ik en ging languit op de grond liggen. Ik wiebelde een beetje met mijn benen in de lucht.

JAY
Ik knipperde een paar keer tegen het licht dat in mijn ogen scheen. Langzaam voelde ik dat ik wakker werd. Ik keek op mijn horloge dat naast mijn matras lag. Elf uur, mooie tijd. 'Goeiemorgen.' Hoorde ik, ik draaide me om. Meneer Ramaaker zat overeind, met zijn rug tegen de muur een boek te lezen. 'Goeiemorgen.' Zei ik en woelde een keer met mijn hand door mijn haar. Thomas, Leon ik en meneer Ramaaker waren nog in de kamer. 'Waar is de rest gebleven?' Vroeg ik en kwam overeind. 'Daan was weg, dus nu zijn Dave en Ethan hem aan het zoeken.' Zei meneer Ramaaker en sloeg zijn bladzijde om. 'Hoe bedoelt u weg?' 'Nou, hij lag gewoon niet in zijn bed. Ik was vanochtend al rond half negen wakker, maar hij was er gewoon niet meer.' Zei Leon en kwam ook overeind. 'Ik was weer in slaap gevallen, maar Dave en Ethan zijn amper twee minuten geleden de gang op gelopen.' Voegde hij toe en zette zijn handen achter zich neer. Ik knikte een keer. Waar kon die kerel heen zijn gegaan? 'Jullie móéten echt komen kijken. Dit is echt één van de liefste dingen die je ooit hebt gezien.' Zei Ethan grinnikend en stormde de kamer in. 'Rustig rustig... Waar komen jullie zo plotseling vandaan?' Vroeg ik toen ik ook Dave achter hem naar binnen zag lopen. 'We hebben Dani- Daan gevonden.' Zei Dave grijnzend en pakte de camera waar hij gisteren ook foto's mee had gemaakt. 'Kom even mee.' Zei Ethan nog steeds grinnikend.

Even later stonden we met z'n zessen aan het einde van de gang. Voor ons lag een slapende Daan, op de grond. 'Wat lief. Hij ziet er zo tien jaar jonger uit.' Zei Thomas en ging op de grond zitten. Ik keek ook eens naar Daan. Z'n muts zat een beetje scheef op zijn hoofd waardoor er een paar plukjes haar onderdoor kwamen. Hij lag een beetje opgekruld op zijn zij op de grond. In zijn rechterhand had hij een potlood, zijn linker lag op een blok tekenpapier. Hij had zijn ogen gesloten en z'n mond een beetje open. 'Moeten we hem wakker maken?' Vroeg ik en keek naar de slapende Daan voor me. 'Als we hem mee kunnen krijgen naar de kamer kunnen we hem daar in bed leggen, anders moeten we 'm maar wakker maken.' Zei meneer Ramaaker en keek me even aan. 'Ik draag hem wel. Dat heb ik al eerder gedaan.' Zei Dave grinnikend en schoof zijn armen onder de rug en knieën van Daan. 'Voorzichtig, anders wordt 'ie wakker.' Zei Thomas en keek er naar. 'Ja, ja...' Zei Dave en liep richting de kamer. De ander vijf -inclusief ikzelf- liepen er maar een beetje achteraan.

DANIQUE
Ik draaide me op mijn rug en opende slaperig mijn ogen. Ik gaapte een keer en kwam overeind. Langzaam rekte ik me uit en wreef in mijn ogen. 'Waar ben ik?' Mompelde ik. 'Goeiemorgen.' Hoorde ik een bekende stem zeggen. Toen kwam het allemaal weer boven. De boomgaard, daar was ik ja. 'Goedemorgen.' Zei ik terug, tegen meneer Ramaaker. 'Hoe laat is het?' Mompelde ik weer en steunde op mijn handen. 'Bijna twaalf uur. Leon en Thomas zijn beneden al ontbijt aan het halen.' Zei hij en verdiepte zich weer in zijn boek. Een veel te dik boek waar ik na drie pagina's al niet meer van zou weten waar ik aan begonnen was. Hij zat aangekleed en al op zijn matras. Ik was echt heel laat. Hoe lang zou ik geslapen hebben? Vast niet zo heel lang. 'Maar nu even iets heel anders, hoe kwam jij vanochtend op de gang?' Vroeg Jay grinnikend en strikte zijn veters. 'Wel ehm...' Begon ik en krabde een keer in mijn nek. Ik trok mijn muts een keer goed. Het sliep echt heel vaag met zo'n ding op. 'Ik werd rond vier uur wakker en kon niet meer slapen. Toen ben ik maar op de gang gaan tekenen.' Vatte ik het samen. 'Vier uur? Hoe lang heb je geslapen dan?' Zei Dave die zich nu ook in het gesprek mengde. 'Nou,.. Van twee tot vier is twee uur, dan van acht tot twaalf is vier uur. Twee plus vier is zes.' Rekende ik. Was het acht uur? Misschien wel later... Ik kon me alleen herinneren dat het al bijna helemaal licht was toen ik echt moe werd. 'Ben je nu dan niet ontzettend moe?' Vroeg Jay weer en keek me verbaasd aan. 'Nee, tuurlijk niet. Ik voel me prima.' Loog ik. Ik was er best aan gewend om een korte nachtrust te hebben. Normaal sliep ik ook ongeveer zes uur. Alleen dan aan elkaar, ik kon er jammergenoeg niet tegen als ik in "delen" sliep. Hij schudde grinnikend zijn hoofd. Op dat moment kwamen Leon en Thomas weer binnen. 'Ah, eten!' Zei Ethan die voor het eerst zijn mond open deed. Ze legden de spullen in het midden van de kamer op de grond. Leon vertelde nog van sommige dingen uit wat het was.

Even later zaten we met z'n allen in een kringetje op de grond. Iedereen had een bord in zijn -of in mijn geval, haar- schoot en een glas melk of sinaasappelsap voor zich op de grond. Ik at langzaam mijn broodje kaas op terwijl de rest al halverwege hun tweede was. 'Wat eet je weinig.' Merkte Thomas op toen hij een derde boterham pakte, zag dat ik amper eentje op kreeg. 'Gisteravond at je ook al zo weinig.' Voegde Leon daar aan toe. 'Ik ben gewoon geen grote eter.' Zei ik en haalde mijn schouders een keer op. 'Dus daarom heb je geen spieren.' Zei Leon weer grinnikend en pakte mijn arm vast, waaide hem wat op en neer. 'Nou, spot er maar mee. Niet iedereen kan zo gespierd zijn als jij.' Zei ik en stak mijn tong naar hem uit. Ik zag hem lachen, waardoor de rest automatisch mee moest lachen. Ik lachte mee en zette mijn glas melk aan mijn mond. Ik nam een paar slokken en zette hem toen terug. Zo zaten we nog even met elkaar te praten en te ontbijten, om kwart over twaalf 's middags.

Ik keek glimlachend naar hoe de rest at. Ik nam een laatste slok melk en stond toen op. 'Ik ga me maar eens omkleden.' Zei ik en raapte wat kleren bij elkaar, uit mijn tas. Ik was de enige die zich nog niet omgekleed had. En aangezien zij nu nog aan het eten waren, had ik er ook geen last van dat ze plotseling binnen zouden komen of zo. 'Ja, tot zo.' Zei iemand, geen idee wie. Hij praatte in ieder geval met volle mond. Ik liep de kamer uit en ging door de deur die er direct naast zat. Ik keek even rond in de witte badkamer. Ik kon me herinneren dat ik mijn tandenborstel in een bakje op de vensterbank had gedaan. 'Wauw. Ik heb het nog echt gedaan ook.' Mompelde ik tegen mezelf en gooide mijn kleren op de grond. Ik pakte mijn tandenborstel uit het bakje en deed daar wat tandpasta op. Rustig begon ik te poetsen. Na twee minuten spuugde ik het spul uit en gorgelde een beetje met water. Ik keek in de spiegel en gooide de muts naast mijn kleren op de grond. Mijn lange, bruine haar golfde over mijn schouders. 'Hmpf.. Waar is die borstel.' Mompelde ik weer en haalde mijn borstel onder mijn shirt -dat op de grond lag- vandaan. Langzaam begon ik mijn haar te borstelen. 'Wat zal ik hier nu eens mee gaan doen...' Zei ik en haalde een hand door mijn haar. 'La-la-la.' Mompelde ik en begon mijn haar te vlechten. 'Prachtig.' Zei ik grinnikend en bewonderde mijn niet al te beste vlechtwerk in de spiegel. Ik begon me maar is om te kleden. Ik trok een blauw shirt aan en een normale jeans. Ik deed er een wit vest met korte mouwen overheen. 'En dan nu beste mensen.. De finishing touch.' Zei ik overdreven arrogant en stopte mijn vlecht onder mijn muts. 'Bjoetiful.' Zei ik en keek naar een paar kortere, losse plukjes die over en langs mijn gezicht vielen.

Even later kwam ik de "slaapkamer" weer binnen. 'Hallo, ben ik weer.' Zei ik en plofte op mijn matras neer. Ik legde mijn tandenborstel, gewone borstel en andere spulletjes weer in mijn tas. De rest zag er ook tamelijk klaar uit met het ontbijt. 'Klaar?' Vroeg Dave grinnikend. Hij was de enige van ons die wist wat ik nog meer moest doen dan alleen ff voor een wc staan en een ander shirt aan doen. 'Ja, ik ben klaar ja.' Zei ik en stak mijn tong uit. Ik stond op en ging naast hem staan. 'Weetje, het valt me nu pas op dat jullie eigenlijk best wel op elkaar lijken.' Zei Leon en keek ons één voor één aan. 'Dat komt er van als je een broertje hebt.' Zei Dave alsof het de normaalste zaak van de wereld was om even het geslacht van je zusje te veranderen. 'Jij hebt alleen meer mannelijke trekjes, en Daan de vrouwelijke.' Zei Leon grinnikend. Ik verslikte me en kuchte een paar keer. 'Zo zo. Gaat het?' Vroeg Dave grinnikend en probeerde te doen alsof het niets was. Ik stond weer wat rechter. 'Ja, ja. Er schoot iets in mijn keel.' Loog ik. 'En je stem is eigenlijk ook wel hoger.' Volgde Thomas Leon na een poosje. 'Nee hoor.' Zei ik met een ontzettend lage stem, om er maar een grap van te maken. 'Zullen we maar weer gaan plukken?' Zei Dave, om van onderwerp te veranderen. 'Ja. We gaan.' Zei Leon en stond op. Ik zuchtte opgelucht en zette mijn muts recht. Elli had er een elastiek doorheen genaaid, zodat hij beter bleef zitten.

Een half uur later stonden we onder de appelbomen. 'Er moet nog wel even door geplukt worden, maar als we een beetje opschieten kunnen we rond vier uur klaar zijn. Wat we dan gaan doen, zien we dan wel weer.' Zei meneer Ramaaker. 'Kunnen we niet nog even naar het strandje/meertje gaan?' Vroeg Jay en keek naar een appel die in de boom hing. 'Misschien, als we daar zin in hebben.' Zei meneer Ramaaker weer. 'En nu: aan het werk jongelui.' Voegde hij er aan toe. Dat maakte hem echt heel oud, maar dat zei ik maar niet hardop. We liepen weer in dezelfde groepjes dezelfde kant op. 'En, lag de grond op de gang lekker?' Vroeg Jay tijdens het lopen, om de stilte te verbreken. 'Wel, ik denk dat ik er niet zo heel veel van gemerkt heb. Ik sliep, en tegen de tijd dat ik wakker werd lag ik op de één of andere manier in bed.' Zei ik en hem even vaag aan. 'Dat kun je op vatten als een stille hint.' Voegde ik toe. Hij lachte. 'Dave en Ethan vonden je op de gang, haalden ons er bij. En daarna heeft Dave je eigenlijk direct opgetild en in bed gelegd.' Vertelde hij en liep richting de boom waar we zouden beginnen. Ik knikte. Dat had erger gekund. Dat betekende waarschijnlijk ook dat ik er normaal genoeg uit zag om door te gaan voor een jongen, of zoiets dan.

Jay en ik waren onderhand een half uur bezig met het plukken van de appels. We waren halverwege de eerste rij, aangezien ik nu slim genoeg geweest was om op de trap te blijven staan. Ik keek even naar de appel in mijn hand. 'Hoi.' Zei ik grinnikend. 'Dus,.. Jij wil liever niet opgegeten worden? Hahaha, dat ga ik lekker toch doen.' Zei ik "evil" en nam een hap uit de appel. 'Hé, als je zo tegen elke appel gaat praten en ze dan vervolgens opeet, heeft het ook geen zin ze allemaal te plukken.' Zei Jay grinnikend. Ik stak mijn tong naar hem uit. 'Ik zal het bij deze houden chef.' Zei ik en nam nog een hap. Waarschijnlijk moest ik in het restaurant ook chef zeggen, dus ik zou er maar vast aan wennen.

Uiteindelijk, na een paar uur plukken, was iedereen klaar. Ik lag languit in het gras op de plek waar we gisteren ook zaten. 'Dus,.. En nu?' Vroeg ik grinnikend. 'Wat willen jullie nu?' Zei meneer Ramaaker en ging bij de rest op de grond zitten. 'We kunnen weer naar het strandje..?' Zei Thomas en keek de kring rond. 'Klinkt goed.. Stemt iedereen in? Dan gaan we nu naar het strandje, om zes uur koken, om zeven uur eten, tegen acht uur spullen in pakken en rond negen uur wegrijden?' Vroeg Leon en stond al op. Iedereen knikte, behalve ik. Aangezien knikken nogal moeilijk gaat als je languit op de grond ligt.

Zo gezegd, zo gedaan. Na de spullen te hebben opgeruimd en de appels in de dozen gelegd te hebben, gingen we naar het strandje/meertje waar we gisteren ook waren. Ik liet me zakken in het zand. ‘Pompompom…’ Mompelde ik en ging in kleermakerszit zitten. Ik deed mijn schoenen uit en legde ze naast me neer op de grond. Ik keek tegen de zon in, kneep mijn ogen daardoor maar een beetje dicht. Waarschijnlijk was dit ongeveer het laatste beetje echte zon die ik dit jaar zou zien. Het was hier nog steeds Nederland, en in de winter zou het gewoon koud worden. Het was ook al november onderhand. Ik liet me achterover vallen en staarde naar de wolkjes boven me. Ik voelde met mijn vingers een beetje door het zand en liet het er doorheen glijden. Zo ging dat een paar keer door.

‘Hé! Jij daar! Die met die wazige blik in de lucht!’ Hoorde ik vanuit een richting naar me toe komen. Ik schrok op uit mijn gedachten en schoot overeind. Ik hoorde gelach. ‘Kom je nog?’ Vervolgde Ethan lachend zijn verhaal. Ik blies een eigenwijs plukje haar bij mijn oog weg en liep rustig hun kant op. Op het laatste moment duwde ik Ethan in het water. ‘Hoezo wazige blik?!’ Zei ik toen hij boven kwam en stak mijn tong naar hem uit. Ik deed een stapje achteruit en stond weer tussen de rest. ‘Die krijg je terug!’ Riep Ethan vanuit het water. Ik lachte weer en verschuilde me achter meneer Ramaaker, die Ethan toen maar een handje hielp. Ethan pakte mijn benen vast, meneer Ramaaker mijn armen. Ze liepen zo de steiger op en stopten aan het einde daarvan. ‘Ik tel af. Één, twee…’ Begon Ethan. ‘Nee-nee-neehee.’ Riep ik lachend en sputterde tegen. ‘DRIE!’ Zei hij en ze gooiden me met z’n tweeën in het water.

Ik gaapte een keer en staarde uit het raam. We waren onderhand op de terugweg naar Amsterdam. We liepen niet helemaal op schema zoals we wilden, maar oké. Het was geen negen uur geweest toen we wegreden, maar half tien. We hadden te lang op het strandje gelegen en gespeeld als een stel kinderen van vijf jaar. Maar het was het waard. Ik was meerdere keren in het water gegooid. Één keer verloor ik bijna mijn muts. Gelukkig was Dave in de buurt om hem op mijn hoofd te trekken, anders had ik nu een fors probleem gehad. Ik gaapte weer een keer en legde mijn hoofd tegen de ruit aan. Henriëtte en Pieter Sparks wilden ons ook nog betalen voor ons werk, maar Jay en meneer Ramaaker wilden dat niet. Ze waren al genoeg "betaald" als het ware, aangezien we helemaal gratis bij hun hebben geslapen en gegeten. Al met al een geslaagde team-building dus. Al was ik onderhand wel moe. Ik moest ook gewoon niet in delen slapen. 'Gelúl.' Mompelde ik en keek naar de lantaarnpalen die langs de auto raasden. Langzaam werden mijn ogen zwaar en vielen ze dicht. Ik vocht tegen de slaap, maar kon er niks aan doen.

JAY
Ik praatte wat met Leon, die even vrolijk en opgewekt was als altijd. Soms leek het wel of hij echt onuitputtelijk was of zoiets. Ik zat samen met Leon en Ethan in het midden van de auto. Voorin zaten meneer Ramaaker en Thomas, Thomas reed. Achterin zaten Dave en Daan met wat spullen die niet meer in de kofferbak pasten. 'Echt, dit moeten we jaarlijks doen of zo.' Zei Leon grinnikend. Ik knikte. 'We zullen zien.' Zei ik en keek opzij. 'Als iedereen het er mee eens is, vind ik het niet erg.' "Vroeg" ik aan niemand in het algemeen. 'Ethan zegt eens.' Begon Ethan lachend en stak zijn hand op. 'Leon zegt eens.' Voegde Leon daar lachend aan toe. 'Ramaaker ook.' Zei meneer Ramaaker en stak zijn hand op. 'Zegge.. Wilt u nog een hand opsteken? Anders rijden we misschien tegen een straatlantaarn op.' Zei Thomas tegen meneer Ramaaker. Iedereen lachte. En ja, er ging een tweede hand omhoog. 'En Dave is natuurlijk ook eens.' Kwam het achter me vandaan. 'En Daan houdt zich stil?' Vroeg Leon en draaide zich om. Iedereen -behalve Thomas, die moest rijden- keek om naar de voor zijn doen te stille Daan. 'Awh...' Verbrak Leon de stilte. 'Dat is de tweede keer vandaag dat hij op een andere plek slaapt dan een bed.' Voegde hij er grinnikend aan toe. Daan lag stilletjes in het hoekje, met zijn hoofd tegen het raam van de auto. Zijn ogen waren dicht en zijn mond een klein stukje open. Heel schattig, eigenlijk. 'Zal ik haa...hem wakker maken? Eigenlijk ligt hij wel mooi zo.' Zei Dave en keek naar zijn slapende broertje. 'Hmm... Laat maar liggen, denk ik.' Zei Ethan vervolgens en hing over de rugleuning van zijn stoel om het goed te kunnen zien. 'We maken hem wel wakker als we bij het café zijn.' Besloot meneer Ramaaker. 'Hij heeft z'n slaap hard nodig. Als hij nu anderhalf uur kan slapen ís dat mooi meegenomen.' Voegde hij er aan toe. Ik knikte en draaide me weer om naar voren. Leon begon weer te praten en ik praatte met hem mee.

DANIQUE
Ik voelde iemand tegen mijn arm duwen en werd er langzaam wakker van. Rustig opende ik mijn ogen en keek Ethan recht aan. Ik zat nog in de auto, hij stond er buiten. 'Ben ik in slaap gevallen?' Mompelde ik, lichtelijk boos op mezelf. 'Ja, daar leek het verdacht veel op.' Zei hij grinnikend. Ik zuchtte en klom uit de auto, rekte me een keer uit. 'Hoe laat is het?' Vroeg ik. 'Elf uur ofzo? Mijn horloge zit nog in mijn tas.' Zei meneer Ramaaker en haalde mijn tas uit de achterbak. Ik pakte hem van hem over en hing hem over mijn schouder. 'Hmm... Misschien moet ik dan maar naar huis. Elli en Lia zijn vast ongerust.' Zei ik en keek naar de lantaarnpalen die het café verlichtten. 'Kun je ze niet bellen dan?' Vroeg Jay en ook hij hees zijn tas op zijn rug. 'Nee, ik heb geen mobiel.' Zei ik en schudde mijn hoofd een keer. 'Niet? Hoezo?' Vroeg Leon die het gesprek opgevangen had. 'Ik gebruik hem toch niet zo vaak, en dan kunnen we het geld beter voor iets anders gebruiken.' Zei ik en keek hem aan. 'Hier, bel maar met de mijne dan.' Zei hij hoofdschuddend en gaf me zijn mobiel aan. 'Dankje.' Zei ik en pakte hem vast. Ik toetste het huisnummer in en wachtte tot er opgenomen werd. Ik voelde me echt net een klein kind als ik hier zo stond. Leon was dan al wel drieëntwintig, maar toch. Zo veel ouder dan ik was dat niet, en ik stond hier met zijn mobiel te bellen naar mijn mammie. Ik zuchtte een keer. Zo bleek maar weer dat ik echt de jongste was hier. 'Met Lia.' Hoorde ik ineens. 'Oh, hai Lia. Dit is Dani- Daan.' Oeps, had ik mezelf bijna verraden. Dave trouwens ook al een paar keer. 'Ik sta nu voor het café, waarschijnlijk ben ik binnen een half uur thuis.' Vervolgde ik mijn verhaal. 'Oké, ik zal het mam zeggen. Was het leuk?' Zei Lia, ook al zo opgewekt. 'Ja, tuurlijk. Maarre, het is al lang kinderbedtijd geweest. Hoor jij niet al lang in bed te liggen?' 'Stiekem wel, maar mam nam de telefoon niet op, dus deed ik het. En daarbij, ik ben zeventien hoor.' Zei ze lachend, ik grinnikte mee. 'Maar dan zie ik je zo. Doeg!' 'Tot zo!' Ik hoorde een piep-piep geluid, wat wel zou betekenen dat ze had opgehangen. Ik drukte op het rode hoorntje, wat me ophangen leek. Dat was toch altijd zo? Ik gaf hem weer terug aan Leon. 'Bedankt.' Zei ik en glimlachte naar hem. 'Geen probleem.' Zei hij en stopte hem terug in zijn broekzak. 'Hoe laat moeten we morgen hier zijn?' Vroeg Ethan en keek even naar Jay en meneer Ramaaker. 'Hmm.. Doe maar half tien. Slaap een keer uit.' Zei Jay en ik voelde gewoon dat hij mij aankeek. 'Ik moet mijn krantenwijk doen.' Verdedigde ik mezelf. Ik hoorde ze weer lachen. 'Ja, lach me maar uit!' Zei ik, maar lachte zelf ook zachtjes mee. 'Zullen we dan maar gaan?' Vroeg Ethan weer en knikte een keer naar de weg. 'Ja, tot morgen dan!' Zei meneer Ramaaker. Iedereen pakte zijn tas op als nog op de grond stond, en liep de parkeerplaats in. Ethan, Thomas en Leon gingen samen in het busje. Thomas zou Leon af zetten en hijzelf en Ethan woonden samen op een kamer hier niet ver uit de buurt. 'Hartstikke goedkoop.' Hadden ze gister gezegd. Meneer Ramaaker ging lopend weg, net als Dave. Alleen gingen ze beide een andere kant op. Jay stapte in zijn eigen cabrio Mini Cooper, ik dacht tenminste dat het zo heette? En ik natuurlijk op mijn fiets. Maar goed, daar kon ik best mee leven. Hij stond er in ieder geval nog. Als hij er niet stond, dán had ik een probleem gehad. Ik stak de sleutel in het slot en ging er op zitten. 'Daag!' Zei ik nog een keer en fietste de garage uit. Links van me liepen meneer Ramaaker en Dave en rechts zag ik in de verte het busje waarin Thomas, Ethan en Leon zaten. Alleen Jay zat nog in de garage, maar ook zijn koplampen zag ik al aan gaan. Ik sloeg een zij straat in en fietste langs een gracht. Ik merkte dat ik het koud kreeg en deed mijn muts met één hand af. Mijn haar viel over mijn schouders en natuurlijk mijn jas. Aangezien ik niet zo'n enorme kraag had, was het wel lekker warm zo. Ik drukte de muts weer op mijn hoofd terwijl ik wachtte voor het stoplicht.

Ik zuchtte en keek naar het stoplicht. 'Ga op groen dan, stom ding. Ik wil naar huis.' Mompelde ik en tikte op mijn stuur. Naast me kwam een auto staan, die ook wachtte voor het stoplicht. Ik keek er even naar. Het was een zwarte Mini Cooper, met witte koplampen en het dak erop. WACHT... Nee, dat kan niet?! Ik wierp een snelle blik in de auto. 'Kak, kak, kak, kak... Het is hem wel. Wat moet ik in vredesnaam doen?!' Zei ik gefrustreerd tegen mezelf. In de Mini die op dit moment naast me stond, zat een man van eenentwintig jaar. Hij had zwart haar en bruine ogen. Hoe ik dat allemaal wist? Tuurlijk valt dit wel te raden, maar deze kerel was niemand minder dan Jay. Hoe kon het ook anders. Het zat me vandaag niet de hele tijd even goed mee. Snel reed ik de stoep op en ging op de grond zitten voor mijn fiets, alsof ik hem aan het repareren was. Lekke band of weet ik het. 'Wat kan hij herkennen? Oh my lord, schiet op.' Mompelde ik en trok mijn muts af. 'Wat nog meer... Schoenen!' Ik ging nu met mijn kont op de stoep zitten en zette mijn voeten voor me neer. Uit het zicht van de auto. 'En dan.. Jas! Nee, die kan niet uit. Dan ziet hij mijn kleren en ben ik er geheid bij. Kak, kak, kak...' Ik zuchtte gefrustreerd en ging met mijn handen door mijn haar. 'Ah!' Mompelde ik ineens alsof ik de telefoon opnieuw had uitgevonden. Snel gooide ik al mijn haar achterover, over mijn jas. Zo kon hij in ieder geval de bovenste helft van mijn jas niet zien, de rest wist ik niet zeker. En als ik geluk had keek hij me niet eens aan. Maar, ik had vandaag niet zo veel geluk. Ik beet op mijn vinger en hoopte dat dat stomme stoplicht eindelijk op groen zou springen. 'Oh stom pokke ding.' Mompelde ik en keek vanuit mijn ooghoeken naar het stoplicht. 'Hmpfs.' Mompelde ik gefrustreerd en bleef kijken. Iedere seconde leek ontzettend lang te duren. Ik zag auto's van een andere kant nog steeds naar de overkant rijden, wat betekende dat het nog wel even zou duren. 'Kak, kak, kak.' Zei ik weer. Het leek net of Jay me al de hele tijd aan keek. Alsof ik zijn bruine ogen in naar mijn rug zag staren. Het kón niet nu al voorbij zijn, ik was net met mijn baan begonnen. Ik zuchtte weer en staarde naar mijn voeten. Ik moet erbij vertellen, de grond is ontzettend koud, begin november, 's avonds laat. Ik wierp weer een blik op het stoplicht. En eindelijk kwam het verlossende sein, het licht sprong op groen. Opgelucht haalde ik eens diep adem. 'Waarom rijd hij niet weg?' Mompelde ik in mezelf toen ik zag dat zijn auto er nog steeds stond. 'Rijd dan! Kom op! Waarom rijd je niet!' Mompelde ik kwaad. Zou hij me herkent hebben? Dat kon toch niet? Ik beet hard op mijn lip. Gelukkig hoorde ik op dat moment dat hij zijn auto startte en wegreed. 'Ugh, doe dat meteen, meneer de chef.' Mompelde ik toen hij weg was en klom weer op mijn scooter. Het stoplicht stond nog op groen, dus kon ik nog door. Ik fietste naar de overkant. 'Oké Danique, hier kunnen we van leren. Jij houdt dat mutsding net zo lang op totdat je thuis bent. Right?' Mompelde ik en knikte instemmend naar mezelf. 'Ik moet dat praten echt afleren.' Mompelde ik weer. Ik zou nog iets verkeerds zeggen, en dát hoort hij dan natuurlijk wel.

Na een ruime twintig minuten zette ik mijn fiets op slot voor ons huis. Ik liep naar de deur en deed deze open met mijn huissleutel. 'Ben ik weer.' Zei ik en hing mijn jas op. 'Haai!' Hoorde ik Lia's hoge stemmetje roepen, ik zag haar uit de kamer komen. 'Ik zei toch dat jij in bed moest liggen.' Zei ik grinnikend en knuffelde haar. 'Ik luister lekker niet naar jou.' Zei ze lachend terwijl we samen naar de woonkamer liepen. 'Ha die Danique!' Zei Elli vanaf de bank. Ze was omringd door een hele hoop knuffels, knopen en naaigerei. Ik zag hoe ze langzaam een knoop -als oog- op een knuffel naaide. 'Elli, dat gaat je niet erg goed af.' Zei ik lachend en pakte de naald en knuffel van haar over. 'Ach, het lukt me prima.' Zei ze maar wist dat het toch geen nut had. Ik begon grijnzend met naaien en had het oog er recht op genaaid. 'Maar hoe was het nu? Gezellig?' Ik knikte en vertelde kort samengevat wat we hadden gedaan. 'Wat leuk! Maar ging het wel goed met slapen? Ging de muts niet af?' Vroeg ze nog. Ik knikte alleen maar. Ik had nu geen zin om haar te vertellen dat ik op de gang had geslapen. Misschien vertelde ik dat Lia nog wel. Ik glimlachte en legde de naaispullen op tafel. 'Hoe ging het trouwens met de krantenwijken en de folders?' Vroeg ik aan Lia. 'Goed, folders bij het gemeentehuis gebracht en je hoefde geen folders te doen op zondag, weet je nog?' Zei ze grinnikend. 'O ja...' Zei ik en grinnikte mee. 'Maarre, zullen we nu maar gaan slapen?' Zei Elli en stond op. 'Ja, dat is een goed idee.' Zei Lia en liep achter haar aan de trap op, ik volgde.

De volgende ochtend werd ik om iets over half zes wakker, met dank aan mijn biologische klok die me vertelde dat het weer maandag was. Dé tijd om slaperig je bed uit te gaan en er achter te komen dat je de avond ervoor je logeertas was vergeten uit te pakken, wat ik dus ook maar deed. ´Grmpf...´ Mompelde ik en haalde de tas weg uit de hoek van de kamer, legde hem zachtjes op mijn bed. Ik moest natuurlijk niet vergeten dat Lia nog sliep. Ik begon snel mijn kleren, nou ja... Het mééste was van mij. Ik had een shirt en broek van Dave meegenomen. Ik gooide het in de wasmand op de gang. ´Waarschijnlijk doet Elli vanmiddag de was wel.´ Begon ik weer in mezelf te praten. Ik haalde er nog een aantal spullen uit en legde die weg. Toen ik als laatste mijn tekenblok onder mijn bed legde, kwam ik er achter dat er nóg iets lag. ´Oeps...´ Mompelde ik en keek naar mijn mobiel. En ik maar tegen Leon zeggen dat ik hem niet bij me had. Eigenlijk was hij van Lia en mij samen. Ik was het gewoon vergeten of zo. Ik kon er niets aan doen, denk ik. Ik ben er gewoon niet aan gewend dat ik hem bij me heb. Meestal heeft Lia hem mee. Voor als een les uit loopt omdat ze buiten zijn, of ze even naar een vriendin gaat. Dat soort dingen. Ik heb hem niet zo vaak nodig. Als ik wil kan ik zo naar huis met mijn rode brommertje. Waarschijnlijk kon ik dat niet meer in het restaurant, maar dan zou ik op een gegeven moment wel sparen voor een eigen mobiel. ´Ik had ook gewoon met dit ding kunnen bellen. Stom stom stom.´ Mompelde ik weer en gooide hem een keer van mijn ene hand in mijn andere. Ach, zo erg was het niet. Ik legde het hem wel een keer uit. Ik legde hem voorzichtig op Lia´s nachtkastje en keek even naar haar. Lia´s haar viel als een lang, donkerblond gordijn langs haar hoofd. Ik zuchtte een keer, zulk haar wil ik ook. Mijn haar vond het ook niet erg prettig om hele dagen onder een muts te zitten. ´Jammer dan, eigen keus.´ Mompelde ik weer en haalde een schone set kleren uit mijn kast. Een rood vest met lange mouwen, een wit shirt en een donkere jeans. Ik liep de badkamer in en draaide de kraan van de douche aan.

Ik douchte me snel en trok mijn kleren aan. Mijn haar borstelend rende ik de badkamer weer uit. ´Hoe laat is het?´ Mompelde ik weer en keek op de klok. ´Zes uur, dat valt nog mee.´ Zei ik en ging zachtjes de trap af. Weer sloeg ik de krakende zesde tree over. ´Pompompom.´ Zei ik en liep de keuken in. Ik legde mijn borstel op de keukentafel en haalde het pak crackers weer uit de kast. ´Lang leve crackers.´ Mompelde ik en propte er snel twee in mijn mond. Ondertussen pakte ik en glas en vulde die met koud kraanwater. ´Nog tien minuten en dan moet ik op m´n brommer.´ Mompelde ik tussen het eten en drinken door.

Een kwartier later stapte ik op mijn brommertje. Mijn haar zat in een slordige knot onder mijn muts. Hier en daar piekten er wat korte plukjes onder uit. ´Schiet op. Als je niet té laat komt kun je het nog inhalen met de krantenwijken.´ Mompelde ik weer en draaide de sleutel om. Na twee keer proberen te starten, werkte het rode geval mee. ´Dat valt nog wel mee.´ Zei ik en duwde de klep van mijn helm omlaag. Ik reed de straat uit, richting de drukkerij.

Ik reed weer terug naar huis na de krant te hebben bezorgd bij het laatste adres. Tegen de tijd dat ik de deur open sloeg was het iets over half acht. Ik veegde mijn voeten over de deurmat en trok mijn jas uit. 'Goeiemorgen!' Riep ik door het huis en legde mijn muts bij mijn jas neer. 'Haai!' Klonk het enthousiast vanuit de keuken. 'Dat is absoluut Elli.' Mompelde ik grijnzend en liep de keuken in. 'Haai liever, heb je al gegeten?' 'Ja, vanochtend.' Zei ik en ging op de keukentafel zitten. Ja, zo ging het dus ongeveer elke morgen. Lia las in haar schoolkrant en probeerde tussendoor wat melk te drinken. 'Ook een goeiemorgen.' Zei ik grijnzend en keek ernaar. 'Hoi.' Mompelde ze en keek even op, las toen haar artikel weer verder. Elli begon ook een boterham te eten. 'Ik ben in de woonkamer.' Zei ik en liep de woonkamer in. Het voelde best prettig om pas om half tien te moeten beginnen. Ik plofte neer op de bank en besloot om verder te gaan met de knuffels. Het moest immers toch ooit af, het liefst vandaag. Ik pakte een pinguinknuffel van de grond en twee pikzwarte knopen uit het doosje op de bank. Ik zocht naar naald en draad. 'Waar heeft Elli die dingen gelaten...' Mompelde ik en vond ze uiteindelijk op de grond. 'Jeej, ik zal dus maar blij zijn dat ik er niet in ben gaan staan.' Mompelde ik. Ik moest Elli maar eens duidelijk maken dat ze dat ding gewoon moest opruimen. Ik begon te naaien en had na vijf minuten deze knuffel klaar. 'Bjoetiful.' Zei ik weer, met een vaag accent. Ik deed hem in een enorme vuilniszak waar de knuffels altijd inzaten. Ik pakte een hondenknuffel van de grond en weer twee zwarte knopen.

Zo ging het door tot tien over negen. Ik had bijna alle knuffels klaar, op twee kattenknuffels na. 'Woesh.' Mompelde ik en stond op. Elli was gaan schoonmaken bij een oude vrouw die het niet meer zelf kon doen en Lia zat op school. Ik pakte mijn zwarte schoudertas van de grond en liep de gang in. Ik trok mijn jas aan en deed mijn muts op. 'Bravo.' Mompelde ik en haalde de sleutels van mijn brommer en het huis uit mijn tas. Ik liep de deur uit en deed die achter me op slot. 'Pompompom.' Mompelde ik en huppelde naar mijn grote vriend, mijn brommer, toe. Ik haalde hem van slot en sprong erop.

Een half uur later liep ik met een stoel in mijn handen naar buiten. Onder de overkapping boven een deel van het terras stond al een hele stapel. 'Is het niet handiger om ze binnen laten staan? Voor als het gaat regenen en zo...' Zei ik toen Leon naar buiten kwam. Met twee stoelen tegelijk natuurlijk, krachtpatser. 'Onder de overkapping worden ze toch niet nat, en morgen is de laatste dag voor de opening. We moeten dan en woensdag zo min mogelijk te doen hebben zodat we op de belangrijkste dingen kunnen focussen.' Zei hij en stapelde ook deze stoelen op. 'Het zal wel, denk ik.' Zei ik en liep maar weer naar binnen toe. Er stonden nog ongeveer vijftien stoelen en zes, misschien zeven, tafels. Ik pakte maar weer een stoel op. Als Leon en Ethan dan de tafels deden viel het minder op dat ik écht te weinig spieren had. 'Jammer dan.' Mompelde ik en liep weer naar buiten. Het was bewolkt en tamelijk koud, maar er waaide bijna geen wind. Dat scheelde in ieder geval weer wat.

Een uur later was ik binnen bezig om alle soorten koffie, espresso, milkshake, frisdrank en ga zo maar door op het krijtbord op de muur te schrijven. Het was een paar meter breed en ongeveer anderhalve meter hoog. Helaas begon het niet op de grond en had ik dus een stoel nodig om erbij te kunnen. 'Dat wordt nog wat.' Mompelde ik en schreef door. Dit zou zegmaar het menu worden. En als mensen hier echt zouden willen eten, zouden we ze de kaart geven met warme maaltijden en dat soort dingen. Best goed geregeld, toch? 'Hé, Daan!' Hoorde ik op een gegeven moment vanuit de "eetzaal" komen. Ik dacht dat het Jay was, die was daar bezig met de website of zo. 'Ja?' Riep ik en schreef ondertussen "ananasmilkshake" op het bord. 'Wil jij die bestelling even doen? We hebben nog twee kilo koffiebonen nodig. Ik ga even naar huis om wat op te halen.' Ja, dat was absoluut Jay. Ik zuchtte. 'Waarom zo vlug?' Vroeg ik en leunde wat meer op mijn rechterbeen om het einde van "bosbessenmilkshake" te kunnen schrijven. 'Dan kunnen ze vanmiddag nog leveren, en dat zou mooi uitkomen.' Riep hij terug. 'Het telefoonnummer ligt op de bar.' Voegde hij er nog aan toe. Ik knikte een keer, ookal wist ik wel dat hij dat niet kon zien. Niet veel later hoorde ik de deur dichtslaan. 'Ethan!' Riep ik. Ik wist wel dat ik mijn taak niet aan iemand anders moest doorgeven, maar Ethan stond zo'n beetje naast de telefoon. En daarbij, zo moeilijk was het niet. 'Ja?' 'Wil jij alsjeblieft even koffiebonen bestellen?' Vroeg ik en keek even door het raam naast het bord, de keuken in. 'Hoeveel?' Vroeg hij en pakte de telefoon al vast. 'Twee kilo.' Zei ik en klom mijn stoel weer op. 'Wat is het nummer?' Vroeg hij en ik noemde het nummer op. 'Watte?' Weer zei ik het nummer en zuchtte een keer zachtjes. Ethan was niet zo snel van begrip. 'Oké, doe ik.' Zei hij en ik hoorde dat hij tegen iemand door de telefoon praatte. Ik kon niet precies verstaan wat hij zei, maar dat maakte niet uit. Ik ging verder met "vanillemilkshake". 'Ik ben nu bijna door de shake's heen, toch?' Mompelde ik en keek op mijn briefje. Ja, nog twee. Ik ging verder met schrijven en tekende er hier en daar een poppetje of iets anders gezelligs bij.

Een kwartier later kwam Jay weer binnenzetten. 'Ik ben weer terug.' Zei hij en liep direct weer richting zijn laptop. Waarschijnlijk weer of de website, of de boekhouding doen. Zijn oma, waar hij het van "geërfd" had, en zijn moeder wilden exact weten waar hij zijn geld aan uitgaf. Waarom zijn vader eigenlijk niet? Ach, het zal allemaal wel. 't Zijn mijn zaken ook niet. 'Hoi!' Zei Leon enthousiast, terwijl hij van de "eetkamer" door liep naar de keuken. Hij had wat spullen in zijn hand die waarschijnlijk bedoeld waren voor eten en drinken. Ik sprong van mijn kruk af. Ik was eindelijk klaar met schrijven. Eigenlijk kreeg ik best wel kramp in mijn hand. Zachtjes grinnikte ik en keek naar mijn hand. Ik legde de krijtjes in een laatje en keek nog even na of ik geen spelfouten had gemaakt.

Ik stond buiten samen met Ethan en Leon. We waren bezig om de ramen wat op te fleuren met van die leuke raamstiften. We tekenden gezellig met z'n drieen zo op een rijtje. Een best grappig gezicht eigenlijk. Helemaal links stond ik met mijn een meter vijfenzestig, in het midden Ethan die bijna een meter tachtig was, en helemaal rechts stond Leon, die met zijn een meter vijfennegentig ver boven mij en Ethan uit kwam. Eigenlijk stonden we van klein naar groot of zo. Ik was net bezig om een prinsje te tekenen -ach ja, als dat dan toch het concept is...- toen er een bestelbusje de oprit op kwam rijden. Ik keek achterom en zag dat het voor de koffiebonenbestelling was. 'Is dit Prince's Castle, het cafe dat had bestelt?' Vroeg een man die uitstapte. Hij had kort bruin stekeltjes haar en een beetje een kromme rug. Waarschijnlijk was hij een jaar of zevenendertig. 'Well eh,.. Ja.' Zei Leon en liep naar de man toe. 'Wat hebben we bestelt?' Vroeg hij daarna. Hij wist er natuurlijk niet van. En op dat moment kwam Jay naar buiten rennen. 'Ah! Daar bent u. Prachtig op tijd.' Zei hij en liep op de man af. 'Jay de Waart.' Zei hij en stak zijn hand uit, de man schudde hem. 'Pieter Derkssen.' Zei hij en keek even rond. 'U moet net begonnen zijn, klopt dat?' Vroeg hij en liet Jay's hand weer los. 'Ja, ja. Dat klopt.' Zei Jay weer en knikte wazig. 'Maar wat moet u dan met tweeentwintig kilo bonen? Is dat niet heel erg veel?' Vroeg de man die dus blijkbaar Pieter heette weer. 'WAT?! TWEEENTWINTIG?!' Schreeuwde Jay. 'Dat moet een misverstand zijn, dat is veel te veel.' Mengde Leon zich in het gesprek. 'Kunt u het niet terugnemen?' Voegde hij er nog aan toe. 'O nee echt niet. Ik heb aan de telefoon nog meerdere keren gevraagd of het goed was, en telkens werd er ja gezegd.' Zei Pieter standvastig. 'Maar.. Maar..' Begon Jay weer en keek naar de zakken die Pieter voor ons neerlegde. 'De betaling komt later wel.' Zei hij nog en stapte weer in zijn busje. Ik zag Ethan schuldig kijken naar de zakken. 'Het komt wel goed. Wacht maar af.' Fluisterde ik en gaf hem een bemoedigend klopje op zijn rug. Nu kwam ook meneer Ramaaker naar buiten lopen. Hij zwaaide fluitend naar het wegrijdende bestelbusje. 'Zo, eindelijk genoeg bonen?' Vroeg hij en keek naar de grond. 'Wo-ho. Hoeveel is dat?' Jay draaide zich om. 'Tweeëntwintig kilo. Dat past amper in het budget dat oma me heeft gegeven.' Zei hij en keek een beetje om zich heen. 'Als ik dat niet in twee maanden terugverdien gaat de tent dicht.' Voegde hij daar aan toe. 'Het lukt vast wel.' Zei ik sussend. 'Nee! Dat lukt niet! Die koffiebonen gaan te snel kapot om allemaal te gebruiken idioot!' Zei hij en draaide zich kwaad om naar mij. Ik deed snel een stap terug en keek hem aan. 'Sorry hoor.' Mompelde ik en keek naar zijn gezicht. Zo had ik hem nog nooit gezien. Z'n wenkbrauwen waren bij elkaar geknepen en zijn ogen zaten half dicht. Als blikken konden doden was ik nu morsdood geweest. Weer zag ik Ethan schuldig kijken, maar ik schudde mijn hoofd zachtjes als teken dat het niet uitmaakte. En nog steeds keek Jay me kwaad aan. Waarom was hij nou zo boos op me?

Ik zette argwanend nog een stap achteruit en beet zachtjes op de binnenkant van mijn wang. Wat heeft hij ineens? 'Weet je nou niet eens wat het verschil tussen twee en tweeëntwintig is? Heb je nooit leren tellen? Nooit leren luisteren naar mensen aan de telefoon? Last van een korte termijn geheugen? Idioot! Waarom moest je dit in godsnaam doen? Nooit eerder een telefoon gezien?' Schreeuwde hij aan een stuk door. Ik bleef rechtop staan en keek hem recht aan. Ik mocht niet huilen, ik zou het niet doen. Dat was wel het laatste wat me nu moest gebeuren. Jay stond op het punt om weer te beginnen met schelden en tieren op mij, toen meneer Ramaaker tussenbeide kwam.

'En zo is het genoeg! Hij heeft het toch zeker niet expres gedaan? Iedereen maakt fouten, zelfs jij Jay.' Zei hij en keek Jay aan met een "hou op want je bent zelf een idioot" blik. 'We vinden vanzelf een manier om die bonen te gebruiken.' Voegde hij er nog aan toe. 'Hallo! Het is echt niet mijn probleem als we moeten stoppen met het restaurant.' Zei Jay weer en keek nu net zo vernietigend naar meneer Ramaaker als hij naar mij keek. Meneer Ramaaker draaide zich naar mij om. 'Kom maar even mee.' Zei hij en liep naar binnen, wenkte dat ik ook moest komen. 'Wel... Oké dan.' Zei ik en liep achter hem aan.

Even later stonden we met z'n tweeën op het balkon boven. 'Waarom was hij ineens zo boos?' Vroeg ik en ging op het hek zitten. Ik zat nu op het rechterhek, met mijn rug tegen de muur van het gebouw. 'Ik heb geen idee Daan, geen idee.' Mompelde hij en ging op het deel van het hek zitten dat met geen enkele kant aan het gebouw vast zat. 'Ik ga je nu even iets uitleggen, dus luister goed. Ik denk dat dit wel wat zal verklaren.' Begon hij en keek even naar de lucht, alsof hij dacht aan wat hij zou zeggen. Ik knikte een keer en trok mijn benen op, sloeg mijn armen daar omheen. 'Waar zal ik eens beginnen... Ken je die Brawa hotels?' Vroeg hij en keek me aan. 'Die hotels waar je alleen in kunt als je twee keer de jackpot hebt gewonnen of Paris Hilton heet? Ja die ken ik...' Zei ik en keek hem raar aan. Wat heeft dát er nou weer mee te maken. 'Die zijn van Jay's moeder. Sinds zijn oma met pensioen is natuurlijk.' Ik verslikte me en hoestte een paar keer. 'Wat?! Dan is die kerel steenrijk of zo! Wat moet hij dan met zo'n cafétje als dit?'
'Dat komt later... Maar je snapt dus dat zijn hij, zijn zus en moeder een tamelijk luxe leventje leiden?'
'Ja tuurlijk. Dat zit er dan dik in. Maar hoezo zijn vader niet?' Vroeg ik en keek hem vaag aan. 'Zijn vader is vorig jaar overleden...' Zei meneer Ramaaker. 'Ah, dan weet ik hoe hij zich voelt denk ik.' Antwoordde ik. Mijn vader was ook twee, bijna drie jaar geleden overleden. 'Niet helemaal. Bij Jay waren zijn vader en moeder bijna nooit thuis, dus heel erg anders werd het niet. En aangezien zijn zus vorig jaar uitgehuwelijkt is, zit hij meestal alleen thuis.' Vervolgde meneer Ramaaker weer. Arme Jay, hij zou zich soms wel eenzaam voelen. En zijn zus uitgehuwelijkt, ik dacht dat dat al lang niet meer gebeurde?! 'Zijn oma vond het vervelend dat hij hele dagen een beetje thuis zat en liet op dit stukje grond een pand bouwen. Dit gaf ze aan hem met de opdracht binnen twee maanden het geld dat hij uit had gegeven te verdubbelen en er winst op te maken. Zo niet, dan zou het gesloten worden. Ze gaf hem wat geld om te besteden en liet hem verder de rest zelf doen. Ze vroeg mij om een beetje op Jay te letten en hem te helpen als dat nodig was.' Hij nam even een pauze en keek mij aan. 'Volg je het nog?' 'Ja, ik denk het.' Zei ik en leunde met mijn hoofd op mijn knieën. 'Was hij daarom ineens boos dan? Omdat hij eenzaam is en geen zin heeft in het runnen van een café?' Vroeg ik. 'Ik denk het. Maar het kan net zo goed zijn dat hij vandaag gewoon z'n dag niet heeft.'

'Eigenlijk bent u nu niet zo'n privé-leerkracht die op een vervelend prinsje moet passen en hem dingen aan moet leren.' Zei ik weer en grinnikte zachtjes. 'Ja, zo zou je het kunnen zien ja. Ik moet proberen om de kroonprins van de Waart-familie manieren te leren.' Zei meneer Ramaaker lachend. 'Maar dit is verder een heel serieus onderwerp. Je moet het niet al te erg opvatten als hij ineens boos op je wordt of... Hoe zegt de jeugd dat tegenwoordig... Arrogant? Als hij arrogant gaat doen. Dat komt gewoon omdat hij zo is opgevoed. Hij heeft alles wat hij maar wil, en dat is hem een beetje naar zijn hoofd gestegen.' Ik knikte een keer en dacht erover na.

'Kom, we gaan weer naar beneden. Ik heb een idee over die bonen.' Zei meneer Ramaaker en stond op. Ik liep achter hem aan in de richting van de trap. Ik vroeg niet wat, want dat zou hij vanzelf vertellen.

Even later stonden we beneden. Meneer Ramaaker had de rest er ook bij geroepen en we stonden met z'n zessen in een kringetje om hem heen. Jay stond helemaal rechts, ik helemaal links. Zover mogelijk van hem af. Ik keek strak naar meneer Ramaaker, zodat ik niet naar Jay hoefde te kijken. Ik kon er toch ook niks aan doen dat hij zo... zo... Arhgfsd. Ik heb er eigenlijk geen woorden voor. Omdat hij dan een beetje, nou een beetje veel, meer geld had dan ik kon hij toch zeker niet zomaar alles tegen me zeggen waar hij op dat moment zin in had?! Ik werd uit mijn gedachten gehaald doordat meneer Ramaaker begon te praten. 'Als we deze bonen verdelen in even grote zakjes doen, bijvoorbeeld 200 zakjes van elk 300 gram of zo. De rest kunnen we dan gewoon gebruiken. Dan verven we de zakjes bonen in rood en blauw. Blauw staat voor dertig procent korting, rood staat voor twintig. We stoppen de zakjes in een grote ton en laten de gasten er bij de opening uit "grabbelen". Dan komen ze zeker terug, om hun korting ergens bij op te maken. Dan kunnen we het wel laten gelden tot het einde van de maand of iets dergelijks.' Ratelde meneer Ramaaker aan één stuk zijn verhaal door. Ik knikte een keer enthousiast. 'Op zolder staan nog wel potten verf die over zijn van het schilderen van de raamkozijnen en de muren binnen.' Zei Thomas. 'Ja, en de kwasten liggen daar ook nog wel ergens.' Viel Leon hem bij, net zo vrolijk als altijd. 'Mooi, dat is dan geregeld. Jay, ga jij zomaar naar de C1000 hier verderop en haal maar is tweehonderd boterhamzakjes.' Gaf meneer Ramaaker hem als opdracht. 'Maar...' Begon Jay zijn protest, maar hij werd afgekapt door meneer Ramaaker. 'Niets te maren. En nu weg jij.' Zei hij. Ik moest tamelijk veel moeite doen om mijn lach in te houden. Met een mopperend gebrom droop Jay af richting de C1000. 'Het is nu half acht, om acht uur mogen jullie weer richting huis gaan. Maar voor die tijd zou dit ongeveer af moeten komen.' Zei meneer Ramaaker.

Alleen Ethan en ik hadden nog niets gezegd sinds ik beneden was gekomen. Ethan staarde een beetje voor zich uit. Hij zag eruit alsof hij diep aan het nadenken was over een probleem. En waarschijnlijk was ik dat probleem. Ach, ik zou met hetzelfde probleem zitten als ik in zijn schoenen stond. De rest was naar boven gelopen om spullen op te halen, dus liep ik naar hem toe. 'Ethan.' Begon ik en legde mijn hand op zijn rug. 'Het komt heus wel goed. Maak je maar geen zorgen om mij. Ik ben wel wat gewend.' Probeerde ik hem gerust te stellen. 'Ja maar...' Zei hij en draaide zich naar me om. 'Het maakt niet uit, waarschijnlijk heb ik het ergste al gehad en meneer Ramaaker heeft er al een oplossing voor.' 'Ja, maar het is nog steeds mijn schuld.' Sputterde hij tegen. 'Nee, nee. Ik had het gewoon zelf moeten doen.' Zei ik en gaf hem een bemoedigend klopje op zijn rug. 'Trek het je niet te veel aan en help schilderen.' Zei ik opgewekt en liep naar de anderen die met de verf beneden kwamen. Een paar seconden later kwam ook Ethan erbij, met een glimlach op z'n gezicht. Dat was goed, maar ik wist niet of het ook nog zo was als Jay weer terug kwam...

JAY
Mokkend liep ik het café weer binnen, het was nu ongeveer tien voor acht. Misschien iets later. Ik gooide de dozen zakjes op de bar en keek eens rond. Iedereen was bezig. 'Ah, zakjes. Mooi.' Zei meneer Ramaaker en begon gekleurde bonen in de zakjes te stoppen die ik net had gekocht. Ik zei verder niets terug. Ik was nog steeds kwaad. Waarom was ik eigenlijk kwaad? Het was toch goed nu? Nee, ik moest nog een hartig woordje spreken met Daan. Anders deed hij het later misschien wel weer of zo. Het geld groeit me toch zeker niet op de rug?! Wat denkt hij wel?! Waar was hij eigenlijk..?

In de keuken waren Leon en Thomas bezig met de bonen. Deze doopten ze telkens in de twee kleuren verf. Dat ging blijkbaar sneller dan helemaal schilderen. Meneer Ramaaker deed nu de bonen in zakjes. Aan de andere kant van de eetruimte zat Ethan tegen de muur. Hij was volgens mij bezig met labels schrijven, voor aan de zakjes. En tegenover hem zat ook.. iemand. Ook tegen de muur als ik me niet vergiste. Ik liep een stukje door om hem te kunnen zien.

Net als ik al dacht, was het natuurlijk Daan. Mooi. Ik liep naar hem toe en zag dat hij ook aan het schrijven was. Als hij dat wilde doen, moest hij dat vooral doen. Maar nu even niet. 'Hé jij. Sta op.' Commandeerde ik hem. Zuchtend legde hij zijn pen neer en stond op. Ik stond nu voor hem. Hij was echt heel klein. Ik kwam bijna twee koppen boven hem uit of zo. Maar goed, het was nu niet het moment om daarover na te denken. 'Ik was nog niet klaar met jou.' Begon ik kwaad mijn verhaal. Hij keek me aan en luisterde, ook mooi meegenomen.

'Als je het voor elkaar krijgt zoiets nog een keer te flikken, kun je gaan! Denk je soms dat het geld me op de rug groeit?! Heb je nooit geleerd te tellen?!' Het moest er nu allemaal uit. 'Je kunt toch wel normaal met iemand bellen?! Als ik je vraag twee kilo te bestellen kun je dat toch gewoon doen?! Ben je zo slecht opgevoed dat je niet eens een simpele opdracht als deze zonder brokken kunt afmaken?! Heb je zo'n slechte vader dat hij je niet eens geleerd heeft te luisteren?!'

Op dat moment begon Daan tegen me te praten. Misschien wel voor het eerst vandaag. Hij zag er ook tamelijk kwaad uit nu, maar hij wist zich meer in te houden. In vergelijking met mij in ieder geval. 'Je houdt mijn vader erbuiten! Als je het zo nodig vindt mag je over mij zeggen wat je wil, ik vind het prima. Maar van mijn familie blijf je af!' Viel hij ineens tegen me uit en keek op de klok. 'Acht uur. Mooi. Meneer Ramaaker, ik ga. Ik moet Elli nog helpen met het avondeten.' Riep hij naar de keuken en liep naar de gang. 'HEE! IK BEN NOG NIET KLAAR MET JOU!' Riep ik nog, maar ik hoorde de deur al dichtslaan. 'Die kleine...' Mompelde ik en zag hem door het raam op zijn brommer stappen en wegrijden.

'Hoe durft hij zo'n toon tegen me aan te slaan.' Zei ik weer en keek rond. Meneer Ramaaker, Thomas, Leon en Ethan stonden er nu ook. Meneer Ramaaker keek alsof ik iets heel fouts had gedaan. Thomas staarde verbaasd uit het raam. Leon's eeuwige glimlach was nu niets meer dan een klein, dun, somber streepje op zijn gezicht. En Ethan zag er nog wel het allerbelabberdst uit. Zijn gezicht stond alsof hij nu aan iets heel deprimerends dacht, en elk moment in huilen kon uitbarsten.

'Heb ik iets verkeerds gedaan ofso?' Vroeg ik om de stilte te verbreken en trok mijn wenkbrauw op. Niemand reageerde. Ze keken allemaal uit het raam in de richting waarin Daan was vertrokken. 'Heb je nu je zin?' Begon meneer Ramaaker. Waarschijnlijk kreeg ik een preek. 'Zo'n grote fout was het niet, dat kan iedereen gebeuren.' Zei hij. 'Ja ik heb nu mijn zin. En als ik had gezegd "o maakt niet uit hoor, doe volgende week maar weer" had dat zeer zeker geen zin gehad.' Zei ik en sloeg mijn armen over elkaar. Meneer Ramaaker keek mij aan, maar zag dat het onmogelijk was om mijn ongelijk te bewijzen. Hij liep weer terug naar zijn bonen. 'Onbegrijpelijk.' Hoorde ik hem nog mompelen. 'Pff..' Mompelde ik en keek naar de overige drie. Hoofdschuddend liep ook Leon weg richting de kapstokken, en zo liep ook Thomas achter hem aan.
Advertentie
Niet veel later kwamen ze weer terug in de eetkamer. Ook meneer Ramaaker was er weer bij komen staan. Hij had zijn jas over de bar gelegd. 'Morgen bied je je excuses aan.' Zei meneer Ramaaker. Het was meer een bevel dan een vraag. 'Dat zie ik dan wel weer.' Kaatste ik terug. Op dat moment werd het Ethan te veel. Hij plofte op zijn knieën en zette zijn handen voor de bovenkant van zijn knieën op de grond. 'Vermrd me alsjeblieft.' Zei hij en keek omlaag. 'Huh? Wattes?' Vroeg ik verbaasd en keek hem vaag aan. Hij deed z'n hoofd weer omhoog om mij aan te kijken.

'Daan heeft die foute bestelling niet gedaan, dat was ik. Hij vroeg aan mij of ik wilde bellen. Ik was zo bezig met het telefoonnummer onthouden dat ik het aantal kilo's niet meer wist. Ik gokte op tweeëntwintig, maar dat was niet goed. Daan kon er niets aan doen. Dat is er dan uit.' Zei hij aan een stuk door zuchtte een keer.

'Waarom vertelde je dat niet eerder?' Vroeg Leon verbaasd en trok Ethan overeind. 'Dat wilde Daan niet. Hij zei dat het wel goed kwam en dat hij het ergste wel gehad had. En en en...' Mompelde hij vaag en keek mij weer aan. 'Je moet het hem niet kwalijk nemen, het is niet zijn schuld.' Ik zuchtte een keer en liep naar de kapstokken. Zonder iets te zeggen haalde ik mijn jas er vanaf en liep door naar buiten, naar mijn auto. Wat moest ik nu dan weer doen?

DANIQUE
De volgende ochtend stapte ik al vroeg uit mijn bed. Het was pas half vijf, maar ik kon niet meer slapen. Ik had eigenlijk de hele nacht geen oog dicht gedaan. 'Ik moet ook gewoon leren om mijn bék te houden.' Mompelde ik zacht en schoot een paar sokken aan om warm te blijven. Als ik niet zo tegen Jay was uitgevallen had ik nu ook geen probleem gehad. Als hij er zin in had zou hij me vandaag gewoon ontslaan. Ik zuchtte een keer kort en keek naar Lia. Haar leven zag er nu zo makkelijk uit, als je het vergelijkt met het fiasco waar ik nu in vast zat: Ik werd per toeval in een restaurant, tot daar is het nieuws goed. Maar helaas werken daar alleen mannen, en ben ik nu in principe ook een man. Zo doe ik me in ieder geval voor dan. Daarbij kwam nog dat ik extra klusjes moest doen in huis en dingen als mijn krantenwijk. En alsof het nog niet genoeg was, kwam er nog bij dat ik gister compleet tegen mijn baas in ben gegaan en waarschijnlijk ontslagen wordt. Allemaal hartstikke leuk. Als ik mijn baan kwijt raakte kwamen we sowieso in geldnood. Dat maakt het geheel allemaal nóg leuker.

Zuchtend pakte ik wat kleren uit de kast. Een grijze jeans met een lichtblauwe sweater met capuchon. De sweater had ik van Dave gekregen. Hij was te klein voor Dave, dus kon ik hem wel aan. Hij mocht dan wel uit zijn, maar dat maakte nu niet uit. Ik was daar niet voor de mooiigheid. Stilletjes liep ik naar de badkamer en deed de deur achter me dicht. Ik deed mijn pyama uit en douchte me snel, dat deed ik eigenlijk altijd.

Na een paar minuten ging de douche al weer uit. Ik trok schoon ondergoed en de kleren aan en liep de badkamer weer uit. Ik liep Lia en mijn slaapkamer weer in en zocht mijn schoenen. 'Waar zijn ze nou dan weer? Ik zou zweren dat ik ze onder mijn bed had gezet.' Zei ik nét iets te hard, want Lia werd wakker. 'He, wat doe jij nou zo vroeg op?' Vroeg ze sloom en slaperig. 'Oh, hoi. Ik kon niet meer slapen, dus ben ik er maar uitgegaan. Maar, heb ik je wakker gemaakt? Sorry..' Zei ik en keek haar aan. Ik had mijn schoenen onderhand gevonden onder het voeteneind van mijn bed. 'Maakt niet uit. Maar hoe ga je dat nu aanpakken met die baas van je? Die Jee ofzo..' Zei ze weer net zo slaperig als net. 'Weet ik nog niet.. Ik ga er wel gewoon naar toe en dan zie ik wel hoe dat gaat. Als ik ontslagen wordt zal ik dat dan maar gewoon doen, en als ik dat niet wordt is dat mooi meegenomen.' Zei ik en trok mijn schoenen één voor één aan. 'Als jij dat denkt, hoop ik voor je dat je niet ontslagen wordt.' Zei ze en sloot haar ogen weer even. 'Dat hoop ik ook ja.' Zei ik grinnikend en liep naar haar toe. 'Slaap nog maar wat. Je hebt het nodig.' Zei ik en aaide een keer over haar hoofd. 'Ik zal 't proberen.' Zei ze en glimlachte lief. Ik knikte een keer. 'Tot half acht dan.' Zei ik grinnikend en liep de kamer uit.

Ik liep nog een keer de badkamer in en keek in de spiegel. Ik zag er op zich wel goed uit, maar je kon wel aan me zien dat ik niet erg veel geslapen had. Ik was ongeveer twee kilo aangekomen aan wallen... Nou ja, jammer dan. Snel keek ik weg en liep de badkamer weer uit. Ik ging de trap af en sloeg de krakende tree over. 'Ha-ha. Ik win.' Zei ik zachtjes tegen de trap. Stilletjes liep ik de keuken in en smeerde een crackertje voor mezelf. Tijdens het eten keek ik uit het raam. 'Het Is nog hartstikke donker.' Mompelde ik tussen twee happen door en keek naar de straatverlichting die zwakjes op de straat schenen. Het was bijna vijf uur, en nog steeds pikdonker. Eigenlijk kon ik dat ook wel verwachten rond deze tijd. Met drie uur moest ik Jay weer onder ogen komen. Kon ik dat wel aan? Misschien ging hij wel gewoon verder met schelden of zo. Daar zag ik hem ook wel voor aan. Hij was gewoon zó onvoorspelbaar.

Het eerste wat ik deed was het lappen van de ramen. Dan maakte ik me in ieder geval nuttig en kon ik aan iets anders denken. Mijn nog natte haren maakte ik vast en deed ze onder mijn muts, anders werd ik ook nog verkouden. En dat kon ik er op het moment niet bij gebruiken. Het lijstje van dingen die mijn leven moeilijk maakten was op het moment al lang genoeg. Als dat weggewerkt was kon ik wel weer verkouden worden. Ik liep naar buiten en begon met de keukenramen en maakte zo een rondje rond het huis. Na een halfuurtje lappen was ik klaar.

'Koud!' Zei ik tegen mezelf toen ik binnenkwam en hing mijn jas op een haakje aan de kapstok. Met een tien minuten zou ik op mijn brommertje stappen. Het ding stond nu onder de kleine overkapping in de tuin die mijn vader in elkaar had gezet, vlak voor hij was overleden. Ik beet even zacht op mijn lip. Hoe zou Jay in godsnaam kunnen zeggen dat mijn vader een slechte vader was? Hij was echt één van de beste personen die ik kende. Ach, Jay had ook nooit echt een vader gehad. Ik had eigenlijk wel met hem te doen. Ík had in ieder geval een echt gezin gehad. En nu nog steeds. Elli en Lia waren echt geweldig en met z'n drieën konden we in principe alles aan. Als ik een probleem had, had ik in ieder geval iemand om het mee te delen. Jay leefde al de hele tijd zonder ouders. Nou ja, ze waren er bijna nooit. Als ik meneer Ramaaker goed begrepen had. En zijn vader was er nu helemaal niet meer. Dat bewijst maar weer dat hij ook zo z'n problemen heeft.

Na mijn krantenwijkjes en een aantal folders voor het gemeentehuis stond ik weer thuis op de stoep. Ik zette mijn brommer op slot en liep naar binnen. 'Hoi!' Riep Elli opgewekt. 'Haai..' Kwam Lia er nog wat slomer achteraan. Waarschijnlijk had ze door mij óók te weinig slaap. Dat ging dan al lekker. Ik deed geen oog dicht, en Lia had ook twee uur te weinig gehad. Ach dat wordt nog gezellig. Ik liep de keuken in en zei ze allebei gedag. 'Heb je al ontbeten?' Kwam weer Elli's standaard vraag. 'Ja, ja. Vanochtend.' Zei ik. Eigenlijk was het nu nog steeds ochtend, maar dat deed er nu niet toe. Ze snapte wel wat ik bedoelde. Lia was nog steeds aan het eten en las weer hetzelfde stukje als gister.

'Had ik je dit al verteld?' Vroeg ze en hield het stukje op. 'Nee.. Denk ik?' Zei ik en ging op de tafel zitten. 'Dan vertel ik het nu.' Begon ze grijnzend. 'Ik heb volgende week mijn eerste tentoonstelling. Nou ja, ik niet alleen hoor. We hebben het met de hele klas voorbereid en zo. Iedereen heeft schilderijtjes gemaakt en dat soort dingen. Mijn mentor heeft een mooi gebouw kunnen regelen en nu is het volgende week al zo ver!' Zei ze ineens helemaal wakker. Ik lachte zachtjes. 'Gefeliciteerd hoor.' Zei ik glimlachend. 'Het is op een woensdag, en op woensdag ben je normaal vrij toch?' Vroeg ze met een lief stemmetje. O jee, die wilde vast iets van me. Ze keek me altijd zo aan als ik iets voor haar moest doen. Ze wist gewoon dat ik dan niet kon weigeren. 'Ja, dinsdag en woensdag.' Zei ik voorzichtig. Vandaag was het ook dinsdag.. Toch? Ja, volgens mij wel. 'Wil je dan alsjeblieft naar de tentoonstelling komen? Zonder jou is het niet compleet. Please..?' Vroeg ze en keek me met haar puppyoogjes aan. 'Elli, Dave en Sharon komen ook.' Probeerde ze me over te halen. Sharon was de vriendin van Dave, had ik dat al verteld? 'Tuurlijk kom ik. Ik kan je eerste tentoonstelling toch niet missen?' Zei ik na niet erg lang nadenken. Lia sprong direct op en begon met een dansje door de keuken. Ik lachte en deed gewoon met haar mee. 'Soms is het net of jullie nog zeven zijn.' Zei Elli lachend. 'Stiekem zijn we dat ook.' Zei ik en lachte net zo hard mee.

'Maar ik moet nu echt gaan. Anders kom ik nog te laat ook. En mijn band met grote baas Jay is op het moment als niet heel erg goed...' Zei ik toen we uitgelachen waren en stond op, liep naar de gang. 'Ja. Ga maar gauw.' Steunde Elli me. 'Tot vanavond!' Riep ik vanuit de gang en trok mijn jas weer aan. Ik trok nog snel mijn muts goed en liep de deur uit. Gehaast haalde ik de sleutel van mijn brommer uit mijn zak en haalde de brommer van slot. 'Bravo. Als je nu nét iets harder rijdt dan anders -en eigenlijk toegestaan- kom je makkelijk op tijd.' Zei ik tegen mezelf en deed de helm over mijn hoofd. Door mijn adem besloeg het glas van de helm af en toe. Het was koud vandaag. Ik hoopte dat het morgen minder erg was, voor de opening. Als het koud was kwamen er waarschijnlijk minder mensen, weet je wel?

'VROEM!' Gilde ik toen de motor aansloeg en ik wegreed uit de straat. Ik wist niet of het was om mezelf moed in te spreken, omdat ik er gewoon zin in had of omdat ik zo wat had waardoor ik niet aan Jay moest denken. In ongeveer tien minuten moest ik hem weer onder ogen komen. Als ik pech had was hij nog boos en ontsloeg hij me, als ik wat minder ongeluk had bleef ik gewoon mijn baantje houden. We zullen zien.
Nét op tijd reed ik de parkeerplaats van het restaurant op. Ethan en Thomas stapten ook net uit de auto, dus was ik in ieder geval niet te laat. 'Hoi!' Zei ik half-vrolijk toen ik mijn helm had afgedaan. Ik kon het maar niet uit mijn hoofd zetten dat dit wel eens de laatste keer kon zijn dat ik hier was. 'Hee! Slechte nacht gehad?' Vroeg Thomas die in mijn richting liep. 'Hoe weet jij dat nou weer?' Vroeg ik verbaasd. Was het zo duidelijk te zien? 'Je stem klinkt zo. En het is gewoon logisch. Jij hebt sowieso weinig slaap, en daarbij heb je gister knallende ruzie gehad met Jay.' Merkte hij droog op. Ik zuchtte een keer. 'Denk je dat hij is bijgedraaid?' Vroeg ik en deed mijn brommer op slot. 'Ja, als hij een beetje verstand heeft en niet al te koppig is.' Zei Ethan die ook meedeed met het gesprek. 'Hoezo?' 'Onze grote vriend heeft gister bekend dat hij de bestelling had gedaan. Niet jij.' Zei Thomas en sloeg Ethan bemoedigend, zachtjes op zijn rug. 'Ik zei toch dat dat niet hoefde? Straks ontslaat hij jou nog?' Zei ik en keek Ethan verbaasd aan. 'Ik kon het écht niet meer binnenhouden gister.' Zei Ethan en legde kort uit wat er die avond gebeurd was.

Ik staarde hem met open mond aan. 'En Jay liep gewoon weg?' 'Jup. Hij zij niets, hij deed niets en ging gewoon direct de deur uit.' Zei Thomas. We waren onderhand al naar binnen gelopen. 'Pff... Nou Ethan, nu hebben we allebei een probleem vandaag.' Zei ik hoofdschuddend en liep de keuken in. 'Hallo?' 'Oh, jullie zijn er.' Meneer Ramaaker kwam achter een stapel pannen tevoorschijn. 'Schiet op. Er is nog veel te doen. Ethan, ga Leon en mij helpen met het inruimen van de keuken. Thomas, jij begint met de tuin en Daan, jij doet de versiering van de Kroon.' Thomas en Ethan gingen aan het werk, alleen ik stond daar nog een beetje te kijken. 'De Kroon? Heb ik iets gemist?' Vroeg ik vaag. Ik dacht dat hij gister had gezegd dat we gewoon om acht uur naar huis konden. 'Niet echt hoor, 't is een idee van mij en Leon. We zeggen nu de hele tijd "eetkamer" of "het deel van de gasten" en meer van dat soort dingen. Het is makkelijker om gewoon zoiets te zeggen.' Verklaarde meneer Ramaaker. 'Ah, oke.' Zei ik en liep de keuken uit. Hij bedoelde het deel waar de gasten dus aten, wat Jay en ik blauw hadden geverfd. Langzaam liep ik naar "de Kroon". Daar zou ik nog wel aan moeten wennen...

Op één van de tafels stond een grote doos zilverkleurige slingers en ballonnen in diezelfde kleur. Toen ik het beter bekeek zag ik dat er op de ballonnen een gouden kroon stond. Het logo van "Prince's Castle". 'Mooi.' Mompelde ik. Als ik over hield zou ik vragen of ik er één mee naar huis mocht nemen. Langzaam begon ik maar met het opblazen van ballonnen. Ik liet me op een stoel zakken en dacht aan Jay. Waar hing die kerel uit? Hoorde hij nu niet hier te zijn om me verrot te schelden of zo? 'Misschien is hij boven wel woest een muur in elkaar aan het slaan.' Zei ik tegen mezelf en grinnikte om mijn eigen gedachte. Ik maakte een knoopje in de ballon en pakte een nieuwe. 'Ik vraag het wel.' Zei ik en liep naar de keuken. Meneer Ramaaker zou het wel weten.

'Meneer Ramaaker?' Vroeg ik nadat ik een keer in het ballonnetje had geblazen. 'Ja?' Ik zag hoe hij weer achter dezelfde toren pannen vandaan kwam. De stapel was al lager geworden. 'Waar is Jay?' Vroeg ik weer. Hij grinnikte. 'Mis je zijn geschreeuw nu al?' Vroeg hij grinnikend. 'Ja héél erg.' Ging ik met zijn grap mee. 'Nee even serieus.' Zei hij en zette zijn bril recht. Volgens mij had hij die niet eens altijd op. 'Ik snap heus wel dat er op het moment een gespannen sfeer is tussen jullie twee.' Ja, je kon echt merken dat hij ouder was dan ik. 'Maar ik heb echt geen idee waar hij is. Hij had er gewoon moeten zijn, maar dat is hij niet. Als hij er om half negen nog niet is bel ik zijn oma even op. Misschien is hij daar. Het zou me niets verbazen als hij gewoon een dagje vrij zou nemen.' Ik knikte een keer. 'Dankuwel.' Zei ik en liep de keuken uit. Het zou mij ook niet zoveel verbazen als hij vrij zou nemen. Als ik de keus had, had ik dat waarschijnlijk ook gedaan. Ik zuchtte een keer zachtjes en blies wat verder.
JAY
'Wat moet ik nu in vredesnaam doen?' Vroeg ik en hief mijn handen in de lucht. Ik zat in het huis van mijn oma, samen met haar. Toen ik kleiner was, kwam ik hier vaak. Mijn moeder was altijd weg, hing de keiharde zakenvrouw uit. Ooit was oma ook zo, maar sinds ze gepensioneerd was, was ze zó veel aardiger. Ik kon bij haar terecht als ik het allemaal even niet meer wist. Zoals nu dus. Ik ging er vanuit dat mijn moeder over een jaar of dertig ook zo zou zijn.Ik steunde met mijn ellebogen op de leuningen van de grote bruinleren stoel waar ik nu op zat en legde mijn handen in mijn haar. Oma zat tegenover me, op de stoel waar ze altijd zat.

'Jongen. Dat kon jij ook niet weten.' Begon ze. Haar hand ging door haar lichtkrullende witte haar en ze sloeg haar benen over elkaar heen. Ik wíst gewoon dat hier een "maar" aan vastzat. 'Maar' Ja, daar was 'ie al. 'je had ook niet zo tegen Daan uit moeten vallen. Zo'n erge fout was het niet, het is al opgelost en iedereen vergist zich wel eens. Als het echt zo erg is, geef ik je wel een wat groter budget.' Zei ze terwijl ik opgelucht zuchtte. 'Dat hoeft niet, het is dus al opgelost.' Zei ik en leunde wat relaxter achterover in de stoel. 'Maar wat moet ik nu doen? Ik kan toch niet gewoon naar binnen lopen "Hee Daan, dat van die bestelling maakt niet uit hoor. Doe maar gewoon wat je wil" zeggen en dom verdergaan met waar ik mee bezig was? Dan sla ik een ontzettend vaag figuur. De ene dag ben ik kwaad op 'm, en de volgende dag doe ik net of er niets aan de hand is.' Zei ik en keek naar de goudbruine lamp die boven de koffietafel hing. 'Ik snap je punt. Absoluut. Maar je moet nu ook niet zo harteloos doen als je eerst deed' Nu was ik ook nog harteloos, dat kon er nog wel bij. 'want als je hem gewoon zegt dat het je spijt en dat het een vergissing was, zal hij dat heus wel begrijpen. Ik denk dat het een makkelijke jongen is, als ik je verhalen geloof. Waarschijnlijk neemt hij je het niet kwalijk. En Ethan al helemaal niet. Die is al blij als je zegt dat het niets uit maakt.' Weer zuchtte ik. 'Geloof me. Het komt allemaal wel goed.' Zei ze weer en probeerde me gerust te stellen, wat haar aardig was gelukt. Toen ging de telefoon.

Na een niet heel erg lang gesprek hing ze op. 'Dat was het café. Meneer Ramaaker vroeg of je hier was. Ik heb gezegd dat dat zo was en dat je er zo aankwam.' Zei ze en legde de hoorn op de haak. 'Nu heb je geen keus meer en móét je Daan wel onder ogen komen.' Voegde ze daar aan toe en glimlachte tevreden. Ik knikte een keer afwezig en stond op. 'Dan ga ik maar.' Zuchtte ik en liep naar de gang. Daar gaf één van de kamermeisjes mijn jas aan. 'Dankje.' Mompelde ik en trok hem aan. Oma kwam ook de gang in. 'Hè kijk toch niet zo gespannen.' Zei ze glimlachend en deed de deur voor me open. Ik grinnikte een keer zachtjes. 'Dankjewel oma.' Zei ik en gaf haar een kus op haar wang. 'Kom nog eens langs.' Zei ze toen ik de deur uit liep. 'Zal ik zeker doen.' Riep ik terug en liep het lange tuinpad af.

Tussen de rozen was en tuinman bezig. Ik groette hem een keer en haalde mijn autosleutels tevoorschijn. Ik drukte op het bovenste knopje en zag de lichtjes knipperen. Dat betekende dat de auto van slot was. Ik stapte in mijn Mini en stak de sleutel in het stopcontact. Hoe ging ik dit aanpakken... Ik leunde met mijn hoofd en mijn armen op het stuur. Ik zie wel.. Ik draaide de sleutel om en reed weg, in de richting van het café. Het was onderhand tien voor negen, dus ze zouden zich ook wel afvragen waar ik was. Hoewel, meneer Ramaaker had al gebeld, dus hij wist het al. Maar nu kon ik me beter concentreren op de weg en het gesprek met Daan. Waarschijnlijk was hij wel makkelijk, maar of hij zó makkelijk was moest ik nog zien.

DANIQUE
Ik liep heen en weer door de Kroon. Een lange zilveren slinger hing om... mijn hele lichaam eigenlijk. Net een wandelende kerstboom ofzo. De plakbandjes waarmee ik de slingers vastmaakte aan het plafond zaten op mijn armen en benen, in een los plukje haar, op mijn muts en ik liet ze daar maar zitten. Misschien had ik ze nog nodig. Ik had nu drie ballonnen in mijn hand en probeerde die met een touwtje aan elkaar vast te maken. Wat nog niet helemaal ging zoals ik zou willen dat dat ging. Na een beetje gepruts was het me dan toch gelukt. Ik hing ze op aan een lamp en ging weer op de tafel zitten, blies een volgende ballon op. Op de grond lag onderhand ook al een heel leger ballonnen, die ik allemaal zelf had moeten opblazen. Echt, als je vanaf kwart over acht ballonnen blaast krijg je echt ontzettend last van je wangen. Zeker als je er bij nadenkt dat het bijna negen uur is. Mijn vinger was rood van het knoopjes leggen. Maar dat was het wel waard. De Kroon zag er al aardig feestelijk uit, ik kon in ieder geval zeggen dat ik wat gedaan had voor het café. Als ik dan toch onslagen zou worden was dat een lichtpuntje. Misschien deed meneer Ramaaker zelfs nog wel een goed woordje voor me en kon ik blijven. Het probleem is alleen dat ik de laatste tijd niet erg veel geluk heb of zo...

Ik werd uit mijn gedachten gehaald door een hand op mijn schouder. Van schrik liet ik de ballon uit mijn hand glippen, waardoor hij met een raar scheetgeluid leegliep en schokte een kleine vijf centimeter de lucht in. Ik had helemaal niemand aan horen komen. Ik draaide me om en keek in een paar rustige, bruine ogen. Jay stond voor me en had nog steeds zijn hand op mijn schouder. Langzaam ging hij op de tafel zitten en keek me aan. Wat zou hij gaan doen? Ben ik nu ontslagen of..? Ik volgde zijn bewegingen en bleef tegenover de tafel staan. Ik wilde best iets zeggen, maar wat dan? Hij deed langzaam zijn mond open om wat te zeggen. 'Sorry van gister.' Dat kwam best onverwacht. Alhoewel, misschien had ik het kunnen weten. Zijn ogen stonden anders. Gisteren keek hij nog met een kwade blik uit zijn ogen, maar nu stonden zijn ogen kalmer. Het leek erop dat hij doorhad wat hij aan het doen was of iets dergelijks.

'Sorry dat ik zo tegen je uitviel.' Zei hij. 'Geeft niet, ik kan er wel tegen. En het spijt mij ook.' Ik praatte nu ook voor het eerst sinds hij binnenkwam.
'Wat spijt je?'
'Ik had het gewoon zelf moeten doen, dan was het ook niet gebeurd.'
'Ach, het is nu toch al gebeurd.' Hij wiebelde licht zenuwachtig met zijn benen. 'Ik had niet zo moeten praten over je familie, daar weet ik helemaal niets van.'
'Mijn vader ligt gewoon nogal gevoelig.' Verklaarde ik. 'Daarom werd ik ook boos.'
'Het geeft niet. Nu staan we quitte.' Zei hij en glimlachte weer, voor het eerst in twee dagen. Ik knikte een keer. 'Doen we.' Zei ik en pakte de ballon weer van de grond af. 'Zijn we nu weer vriendjes?' Vroeg ik met een kleuterstemmetje. 'Ja! Helemaal.' Zei hij lachend en liep richting de keuken. Ik grinnikte zachtjes en begon weer rustig met blazen. Blij dat het uiteindelijk goed was afgelopen.

Ik liep de rest van de dag druk door het restaurant heen en weer. IEDEREEN was druk. Er moest nog van alles gebeuren. Ik was echt heel blij dat we gister het grootste gedeelte al gehad hadden. Samen met Thomas en Dave deed ik het grootste gedeelte van de versieringen. Buiten lag een practige gouden loper klaar, die we morgenochtend nog konden uitrollen. Verder was ongeveer alles klaar voor de opening. Ethan was nu bezig met het bijknippen van de rozen die langs het terras stonden en werd geholpen door Leon. Meneer Ramaaker deed het laatste stukje van het inruimen van de keuken en Jay deed administratie, alweer. Tegen half acht was alles klaar.

'Ik mis alleen de nieuwe folders nog.' Zei Jay toen we met z'n allen wat zaten te drinken in de Kroon. 'Wel eh, dat kan kloppen. Maar ga er maar vanuit dat die er morgenochtend pas zijn.' Ik wreef een keer in mijn nek toen ik dat zei.
'Hoezo dat?'
'Ik moet die waarschijnlijk brengen.' Ik zuchtte een keer. Hij en Leon begonnen spontaan te lachen. 'Lach me niet uit?' Zelf moest ik ook lachen, Leon heeft gewoon zo'n aanstekelijke lach. 'Dus ga je dan morgenochtend extra vroeg uit bed om folders te bezorgen bij het restaurant waar je een uur later toch komt?' Begon Jay.
'Nee, tuurlijk niet. Zo dom ben ik nou ook weer niet, dankjewel.'
'Ik zag je er wel voor aan hoor.' Leon stak zijn tong naar me uit en Jay gaf hem een high-five. 'Echt, hartelijk bedankt.' Zei ik en stak mijn tong ook naar hen uit. Zo ging het gesprek nog een tijdje nutteloos door, ook met de rest.

Tegen tien voor half negen was ik thuis. 'Ik ben er weer.' Zei ik en deed mijn jas uit, hing hem aan de kapstok. 'Haai lieverd!' Dat was dus absoluut Elli. Ik liep de keuken in en haalde ondertussen mijn muts van mijn hoofd. Ha, dat voelde goed. 'Is er nog iets interessants gebeurd?' Vroeg ik en maakte mijn haar los, zodat het over mijn schouders heen viel. 'Niets bijzonders.' Zei Elli en draaide wat heen in weer met haar lepel in de pan.
'Wat eten we?'
'Gewoon, macaroni.'
'Lekker, is Lia thuis?'
'Ja, ze is boven. Zeg haar maar dat we zo gaan eten.'
Ik knikte een keer en liep naar boven. 'Lia!' Riep ik al halverwege de trap. Geen reactie, vreemd? 'Lia?' Vroeg ik nu wat zachter en liep onze kamer binnen. 'Hee, gaat het wel?' Vroeg ik toen ik haar in bed zag liggen. Haar oranje dekens lagen over haar hele lichaam heen. Je zag alleen nog een neus en een paar ogen. 'Nee, ik voel me belabberd.' Zei ze en hield haar ogen gesloten. Ik knielde bij haar bed neer. 'Je hebt koorts.' Vatte ik samen toen ik mijn hand op haar hoofd legde. Ze voelde gloeiendheet aan. En ze zag er toch ook wel rood uit. 'Kun je naar beneden komen om te eten? Of moet ik wat naar boven brengen?' 'Mag ik beneden op de bank liggen? Dan kan ik bij jullie blijven.' Zei ze een beetje sloom. Ik zuchtte een keer. Ze kon echt heel slecht tegen slaapgebrek. En daarbij had ze ook nog de zenuwen voor volgende week woensdag. Ik begreep het wel. 'Als je dat wil kan dat.' Zei ik en stond op. Lia volgde mijn voorbeeld en ging ook staan. Haar dekens had ze om haar lichaam heen geslagen. 'Wil jij mijn kussen en Harry meenemen?' Vroeg ze en liep alvast naar de deur. 'Tuurlijk.' Zei ik en pakte ze op. Harry was de knuffel waar Lia altijd mee sliep als ze ziek was. Toen ik vijf was hadden mijn ouders voor Dave, Lia en mij knuffels gekocht. Die kregen we voor sinterklaas, op vijf december. Dit was één van de dingen die ik van mijn vader nog had, dus was ik er erg zuinig op. Die van mij heette Henry en was een spierwitte teddybeer, die van Lia heette dus Harry, en was een bruine teddybeer. Dave had de zijne meegenomen toen hij met Sharon ging wonen in zijn flatje. Hij had zijn zwarte beer Henk genoemd. Henk, Henry en Harry. Toen mijn vader net was overleden kon ik niet zonder die knuffel. Nu stond hij altijd op een speciaal plekje in het grote ronde raam waar ik altijd in tekende.
'Kom je nog?' Lia haalde me uit mijn gedachten. Ik knikte een keer en liep achter haar aan naar beneden.

De volgende ochtend stapte ik om vijf uur uit bed –dankjewel, biologische klok-. Toch moest ik maar eens een wekker zien te vinden, straks versliep ik me wel. Ik rekte me een keer uit en wreef in mijn ogen. Toen merkte ik dat Lia halfwakker in bed. ‘Hee, waarom slaap je niet?’ Vroeg ik en keek haar vaag, nog niet helemaal wakker aan. ‘Ik werd om vier uur wakker omdat ik me niet goed voelde, na die tijd kon ik niet meer slapen.’ Mompelde ze en draaide zich op haar zij. ‘Meissie toch.’ Zei ik en liep naar haar bed toe. ‘Ik voel me nog steeds misselijk en ik heb hoofdpijn.’ Mompelde ze daar nog achteraan. Ik ging een keer met mijn hand over haar voorhoofd.
‘Je bent nog warmer dan gister! Je hebt serieuze koorts.’
‘Dat zat er dik in ja.’ Ze zuchtte.
‘Wacht hier, ik pak wel even wat.’
‘Waar dacht je dat ik heen ging dan?’
Ik lachte een keer en liep toen zachtjes naar de badkamer, ik wilde niet hebben dat Elli ook nog wakker werd. Ik pakte een paracetamol uit het kastje en vulde een blauwe,plastic beker met water, deed de paracetamol daar in. Snel liep ik terug.

‘Kun je overeind komen?’ Vroeg ik toen ik binnenkwam met het bekertje in mijn hand. ‘Jawel, wat heb je gedaan?’
‘Doet er niet toe. Drink maar.’ Zei ik en hielp haar met overeind komen. Als ze wist dat er een paracetamol in zat wilde ze misschien niet meer. Ze dronk braaf het bekertje leeg. ‘Daar zat zo’n ding in hè?’ Vroeg ze na die tijd. ‘Wel, ehm… Ja.’ Gaf ik toe en pakte het bekertje van haar aan. ‘Dankje.’ Mompelde ze en ging weer liggen. ‘Graag gedaan.’ Ik liep naar mijn bed en pakte mijn kussen er vanaf. Ik liep op mijn tenen weer terug naar haar bed. ‘Wacht even.’ Mompelde ik en tilde haar hoofd op, legde mijn kussen eronder. ‘Ligt dat beter?’ Vroeg ik en knielde bij haar neer. ‘Ja, veel beter. Maar ga jij je nu maar klaar maken, anders kom je te laat.’ Zei ze en sloot haar ogen weer. ‘Dat is een goed idee ja.’ Zei ik en stond op, pakte schone kleren en dat soort dingen.

Tegen vijf over half zes was ik klaar met de standaard dingen die ik ’s ochtends deed. Ik liep zachtjes de trap weer op naar boven, sloeg de zesde tree weer over. ‘Hee, hoe voel je je nu?’ Vroeg ik toen ik de kamer binnen liep. ‘Al beter, de paracetamol helpt, maar verder nog steeds belabberd.’ Mompelde ze en liet haar ogen dicht. ‘Blijf maar mooi liggen. Ik breng straks wel wat crackers met melk en soep. Dan kun je dat eten als je zin krijgt.’ Stelde ik voor en wachtte niet op antwoord, liep direct weer naar beneden.

Ik maakte een kop warme groentesoep en een mok warme melk. Ondertussen smeerde ik twee crackers met boter en kaas. Wat ik zelf ook altijd at ’s ochtends. Nou, de crackers dan. ‘Prachtig.’ Zei ik grinnikend en zette het allemaal op een groot dienblad. Ik deed er wat warmhoudfolie om de melk en soep om het warmer te kunnen houden. Ik ging er namelijk vanuit dat het nog wel even duurde voor ze honger had. Voorzichtig ging ik de trap op, terug naar onze kamer. Elli sliep nog steeds, gelukkig. ‘Ben ik weer.’ Fluisterde ik toen ik binnenkwam. Ik zette het dienblad op haar nachtkastje neer. ‘Dat hoef je toch allemaal niet te doen? Maar het is wel heel lief.’ Zei ze glimlachend en draaide zich weer naar mij om. Ze deed ook voor het eerst haar ogen weer open. ‘Mooi.’ Zei ik en ging een keer met mijn hand door haar haar. Ik liep naar de gordijnen en deed ze open. Het was nog steeds donker. ‘Ik doe het raam op een kiertje, dan komt er nog frisse lucht binnen.’ Zo gezegd, zo gedaan. ‘Dankjewel. Maar moet je nu niet weg? Het is al iets over zes.’ Zei ze en deed haar ogen weer dicht. ‘Zo laat al? Kak, dan moet ik echt weg.’ Zei ik en pakte snel een elastiekje van de grond af. ‘Mag ik Dave even sms’en dat ik waarschijnlijk later kom?’ ‘Tuurlijk. Hij ligt daar op de grond.’ Ik knikte dankbaar en stuurde snel een sms naar Dave. –Ik ben waarschijnlijk later. Ik kan er écht niets aan doen. Ik leg het daar wel uit. Danique.- Waarschijnlijk begrepen ze me wel als ik zou zeggen dat Lia ziek was.

Ik glimlachte nog een keer naar Lia en rende toen gehaast, maar toch zo stil mogelijk de trap af. Ik draaide het elastiekje snel in mijn haar. Het leek nergens op, maar dat maakte nu niet uit. Ik schoot mijn schoenen aan en pakte mijn jas van de kapstok. Ik trok hem aan en pakte mijn muts van een klein tafeltje dat in de gang stond. ‘Dat kan sneller…’ Mompelde ik en griste mijn sleutels van datzelfde tafeltje. Ik opende en sloot de deur in een flits en rende naar mijn rode brommertje. ‘Kom op, bakbeest.’ Mompelde ik toen hij niet startte. ‘Je kunt het wel. Laat me niet in de steek, niet vandaag. Ik heb je no-ho-dig.’ Probeerde ik hem te overtuigen. En ja, hij startte. Na een beetje gepruts dan. Maar, hij startte in ieder geval. Ik reed weg, naar de drukkerij.

~Bijna vijf voor acht.~

Ik zette mijn brommer op slot en liep snel het huis binnen. ‘Haai lieverd. Wat ben je laat vandaag?’ Elli wachtte al op me in de deuropening. ‘Ik weet het. Ben je al bij Lia geweest?’ Vroeg ik en schoot naar binnen. ‘Ja, ze is er niet beter op geworden sinds gisteren.’ Elli schudde haar hoofd langzaam. Ik knikte een keer. ‘Dat zag ik vanochtend.’ Zei ik en pakte mijn handschoenen van het tafeltje waar ik net ook al mijn muts gevonden had. ‘Ik ga nog even naar haar toe.’ Riep ik en rende de trap op. ‘Is goed.’ Hoorde ik Elli nog zeggen toen ik boven de deur open deed. ‘Hee, voel je je al beter?’ Vroeg ik Lia en knielde bij haar bed neer. ‘Mwah.. Gaat wel.’ Mompelde ze en draaide zich naar me toe. Ik knikte een keer kort. ‘Ik pak nog wel wat water voor je.’ Zei ik en stond op, liep naar de badkamer.

Niet veel later kwam ik terug met een beker water. Ik zette hem op haar nachtkastje. ‘Verder nog wensen?’ Zei ik glimlachend en ging met mijn hand door haar donkerblonde haren. Er zaten klitten in van het woelen in haar “slaap”. ‘Nou, eigenlijk zou ik naar de opening willen samen met Elli. Maar dat gaat nu zeker niet hè?’ Vroeg ze en glimlachte zwakjes. ‘Het is beter van niet nee.’ Gaf ik grinnikend toe en legde mijn hand op haar voorhoofd. ‘Nee, dat gaat echt niet. Je bent doodziek.’ ‘Dat valt toch best mee? Ik eh… Nee laat maar.’ Ik grinnikte weer. Dat had ik dus ook heel vaak. Als ik ziek was, wilde ik dat ook nooit geloven en blijven doen wat ik anders ook deed. Wat niet altijd een goed idee was. We waren allebei ook gewoon zo ontzettend koppig. ‘Ik beloof dat ik zorg dat er foto’s gemaakt worden.’ Zei ik en stond op. ‘Doe dat maar ja.’ Zei ze en volgde mijn bewegingen. ‘Ik ben waarschijnlijk pas tegen half negen thuis, en Elli is ook niet de hele tijd hier. Denk je dat je dat red?’ Vroeg ik nog. ‘Ja, ik ben een bikkel.’ Zei ze en sloot haar ogen weer. Ik liep de deur uit en rende weer naar beneden. Een snelle blik op de klok vertelde me dat het al iets over acht was. ‘Kak, dan ben ik sowieso te laat.’ Mompelde toen ik naar de voordeur rende. ‘Dag Elli. Tot vanavond!’ Riep ik nog en vloog toen het huis uit, rende al net zo hard naar mijn brommer. ‘JE KUNT HET!’ Schreeuwde ik gehaast en hoorde dat hij op gang kwam. Gelukkig. Ik stoof weg en reed zo snel als ik kon naar het restaurant. Dit was niet helemaal zoals de flitspaaltjes wilden, maar die hadden me gelukkig niet gezien. Normaal gesproken deed ik een kwartier over het rijden. Ik hing echt als ik dat nu ook deed. Ik negeerde een zebrapad en hoorde nog vaag iemand achter me wat schreeuwen. Daar besteedde ik verder geen aandacht aan. Dat was maar beter ook, want het was vast niet erg lief.

In een recordtijd was ik bij het restaurant. Nog steeds te laat, maar toch. Het was de tweede dag op rij dat ik met... niet helemaal geweldig aan de snelheidslimiet hield, maar dat was niet mijn probleem. Nee, dat was het wel. Ah, doet er nu niet toe. Tegen tien over acht stormde ik het restaurant binnen. 'Sorry dat ik -hijg- te laat ben. -hijg- Ik leg het zo wel uit. -hijg-' Zei ik moeilijk toen ik meneer Ramaaker achter de bar zag staan. 'Ja, 't is al goed, Dave vertelde 't al. Ik zie het voor vandaag door de vingers, maar schiet nu wel op. Er moet nog veel gebeuren en met vijftig minuten komen de gasten al.' Ik knikte een keer en liep door naar de "kleedkamers".

Op het tweede hokje van links stond op een klein bordje op de deur mijn naam geschreven. Of, iets wat er voor door moest gaan dan. Hetzelfde als op mijn naamplaatje. Daan dus. 'Daar ben ik nu toch wel aan gewend.' Mompelde ik en deed de deur open, liep er in. Mijn kleren lagen in de hoek, in een doos. Ik haalde ze eruit en deed ze weer aan. Op dezelfde manier en volgorde als ik dag één had gedaan. Als eerste de witte blouse met korte mouwen en de lange zwarte broek. Toen het gilletje, de schoenen, het naamplaatje en de lange zwarte schort rond mijn heupen. Weer moest ik de touwtjes van de schort van voren strikken, maar verder zat het prima. Ik stapte weer uit het hokje en liep door naar de Kroon. Meneer Ramaaker was nog steeds bezig om glazen schoon te maken achter de bar. Thomas was hem nu gaan helpen. Leon kon je door het raam naar de keuken bezig zien met de laatste koffiebonen en zakjes. Dave was bezig met het vegen van de vloer. Jay zat aan een tafel met zijn eeuwige laptop de administratie te doen en Ethan was de ramen aan het lappen. Dat zou ik de volgende keer wel doen. Het ging hem namelijk niet geweldig af.

'Nou,.. Lia is gewoon doodziek. Nee dat is overdreven. Maar toch.' Zei ik nadat Dave me had gezien en gevraagd had waarom ik nou later was. 'Heeft ze dat ook toegegeven?' Vroeg hij en leunde op zijn dweil. 'Ja.. Wel ongeveer. Hoezo dat?' Vroeg ik vaag en pakte een gieter uit één van de kastjes in de bar. 'Dan is ze echt doodziek.' Zei Dave en dweilde weer verder. Ik grinnikte kort. 'Daar heb je misschien wel gelijk in.' Zei ik en begon plantjes water te geven. 'Dat weet ik wel zeker ja.' 'Wacht.. Wacht.. Daar mis ik denk ik iets.' Zei Leon vaag en keek ons raar aan. 'Er is echt héél veel voor nodig om Lia of Daan thuis te houden omdat ze ziek zijn. Als je het hebt over onmogelijke opgaven heb je d'r hier één.' Zei Dave lachend. 'Ze blijven toch wel ontkennen dat ze ziek zijn en gaan gewoon net zo hard door met waar ze mee bezig waren.' Ik stak mijn tong naar hem uit en ging gewoon verder met de plantjes.

Ik liep rustig door het restaurant. Nog geen vijf minuten geleden had ik de vloer bij de wc’s gedweild en schone handdoeken opgehangen. Waarschijnlijk was ik als enige rustig. Dat was ook eigenlijk best logisch, aangezien we over een kwartier al open gingen en de eerste gasten rond die tijd verwachtten. Eigenlijk moest ik ook meer haast maken. ‘Doe dat maar ja.’ Mompelde ik tegen mezelf en rende door naar buiten.

Dave stond te prutsen met de zilveren loper die we gister al hadden klaar gelegd. ‘ Hé slimme. Als je hem nu eerst neerlegt waar hij zou moeten liggen, was je al een heel eind op weg.’ Zei ik grinnikend en hielp hem. We tilden hem samen naar de deur van het café en maakten de sluiting voorzichtig los. ‘Bravo.’ Zei ik en keek toe hoe Dave de rol op de grond liet vallen. Langzaam en voorzichtig rolden we hem uit. Hij kwam tot aan het voetpad. Precies goed dus. ‘Nu kunnen de mensen in ieder geval zien waar ze heen moeten.’ Zei Dave lachend en keek naar de zilveren streep in het uitzicht. Ik denk dat hij wel een meter of twintig was. ‘Dat hebben we dan weer goed gedaan.’ Zei ik grinnikend en rende de brede trap om naar het terras te gaan op. Dave kwam achter me aan. Via het terras liepen we naar binnen, de Kroon in.

‘Ligt de loper uit?’ Was het eerste wat ik hoorde. ‘Ja, die ligt klaar.’ Antwoordde Dave rustig en liep door naar de bar. Daar stond Jay op een rap tempo glazen klaar te leggen. ‘Mooi eh… Dave, help jij mij maar. Dan kan Daan even helpen in de keuken. We hebben nog een kleine tien minuten.’ Zei hij, tamelijk gestresst. Maar daar kon hij ook niets aan doen. Ik knikte een keer en rende door richting de keuken. Dave ging naast Jay achter de bar staan en begon glazen schoon te maken.

Ik zwaaide de klapdeur van de keuken open en dicht. ‘Hoi! Wat kan ik hier doen?’ Vroeg ik en liep naar Leon en Ethan toe. ‘Nou, we zijn bezig om spullen te ordenen en schoon te maken. Welkom in de wereld van de lepels en wafelijzers.’ Zei Leon en gooide me een doek toe. Ik grinnikte en ving hem, met een beetje hulp van de tafel waar hij eigenlijk al op gevallen was. Maar dat is maar een klein detail. Ik liep naar de andere twee toe en ging op het aanrecht zitten. Je kon zo door het raam kijken naar de bar, en zo door naar buiten. De klok vertelde niet veel goeds, dus besloot ik maar te beginnen met afdrogen. Ik pakte een lepeltje uit de wastafel onder Leon en droogde die af.

‘Dit is best saai zo.’ Zei ik nadat ik het zoveelste lepeltje had weggelegd en het
zoveel-en-één-ste lepeltje begon af te drogen. ‘Wat wil je dan doen? Een banaan pakken en vragen of die een verhaaltje verteld?’ Zei Leon lachend. ‘Als dat zou kunnen…’ Antwoordde ik en lachtte mee. ‘Helaas, ik heb geen bananen vandaag.’ Ging Ethan mee met het gesprek. ‘Maar de baas zij ja,.. Ik heb geen bananen vandaag. ‘k Heb radijsjes… heeeele mooie. Wit-te en rooie. Maar ja, ik heb geen bananen… Ik heb geen bananen vandaag.’ Zong ik en droogde verder af. Leon en Ethan keken me vaag aan. ‘Dat is de bananensong. Kennen jullie die niet? Dan mis je toch wel wat in je opvoeding.’ Zei ik lachend. ‘Nee, sorry. Dat sloeg nergens op. Ga maar gewoon verder. We moeten zo meteen al open.’ Zei ik lachend en droogde weer spullen af.

DANIQUE
We waren klaar met de voorbereiding en stonden met zijn allen op een rijtje in de Kroon. Jay zat op de tafel, meneer Ramaaker op een kruk aan de bar, Leon zat op een gewone stoel, en Thomas, Ethan, Dave en ik stonden verspreid door de Kroon. 'Dus...' Begon meneer Ramaaker. 'Zijn we d'r klaar voor?' 'Nu klinkt het net alsof we in de finale zitten van een of ander voetbalkampioenschap.' Zei ik lachend en keek naar buiten. Er stonden wel een paar mensen naar het restaurant te kijken, maar verder niet echt een stormloop voor de deur of zoiets. 'Bedankt voor de steun Daan.' Zei meneer Ramaaker droog. 'Sorry. Ik zal mijn mond houden.' Zei ik en krabde een keer in mijn nek. 'Wat ik dus wilde zeggen: we gaan over pak 'm beet anderhalve minuut open. Zijn we klaar? Ligt de loper uit? Alles schoon? Staat alles klaar?' Meneer Ramaaker keek iedereen aan. Na een paar knikjes van onze kant begon hij weer te praten. 'Mooi, dan zijn we klaar. Leon en Ethan, naar de keuken. Jay, doe je schort om. Dave, doe het hek open. Thomas, jij moet op het bord bij de trap schrijven dat we open zijn. Daan, jij draait het bordje op de deur naar "open". Dan de laatste drie terugkomen en help me met de laatste glazen en mokken op de juiste plaats zetten.' En op die manier gaf hij iedereen taken. Wat hij waarschijnlijk nog wel vaker zo ging doen. Het werkte in ieder geval wel.

Niet veel later waren we allemaal rustig aan het werk. De eerste gasten waren gekomen en waren al weer gegaan, maakten plaats voor een groepje mensen dat blijkbaar op weg was naar hun eigen werk. Zo ging het nog even rustig door. Leon hing de kok uit, maakte voornamelijk wafels. Ethan hielp hem daar mee en deed de afwas. Dit konden de gasten nog zien door het raam. Dave deed de bediening op het terras, wat niet zo heel veel was. Het was gewoon te koud. Daarom hielp hij maar binnen. Thomas, ik en Dave deden dus wat we binnen hoorden te doen als echte obers, ookal was het de eerste keer. Dat merkte toch niemand. Meneer Ramaaker stond achter de bar en werd geholpen door Jay.

Het ging de rest van de dag goed. In alle opzichten. Er kwamen gasten en alles verliep gladjes. Tegen half vijf was Elli zelfs langsgekomen.
'Hee! Jij ook hier?' Zei Dave en liep op haar af. Toen kreeg ik ook door dat het Elli was. Volgens mij had Dave haar al een poosje niet gezien. Dat wist ik wel zeker ja. Ik nam de bestelling van een klant op en bracht die door aan meneer Ramaaker, die met een milkshake begon. 'Is dat jullie moeder of zo?' Vroeg hij terwijl hij aan het inschenken was. 'Ja, Dave heeft d'r al een tijdje niet gezien.' Verduidelijkte ik de boel en keek even naar Dave die Elli eens een stevige knuffel gaf. 'Ga jij er ook even heen, het loopt toch nog geen storm.' Zei hij en knipoogde een keer naar mij. Ik glimlachte dankbaar. 'Dankuwel.' Snel liep ik naar Elli en Dave toe. Niet te lang, maar ik mocht wel even praten, toch?

'Hoi.' Zei ik grinnikend en ging bij Elli en Dave staan. 'Ha, Danique! Hoe gaat het op de eerste dag?' Vroeg ze en lachte haar brede Elli-lach. 'Shh... Shh... Straks horen ze je.' Zei ik en deed mijn hand voor haar mond. 'O ja, ik bedoel Daan natuurlijk. Hmpf.. Dit gaat nog ingewikkeld worden zo.' Zei ze en haalde haar hand door haar donkerblonde lichtkrullende haar tot onder haar oren. Dezelfde kleur als Dave en Lia. Ik had het haar van mijn vader. 'Maar ja, het gaat tot nu toe prima. Hoe is 't met Lia?' Vroeg ik en glimlachte weer. Ik was ongeveer even lang als Elli, dus kon ik haar als een van de weinige mensen recht in haar ogen aankijken. 'Beter dan vanochtend. Ze is al even uit bed geweest en heeft al dingen gegeten.' 'Mooi. Dan is ze met een beetje geluk morgen of overmorgen wel weer beter.' Zei ik en knikte wat. 'Was het zo erg?' Vroeg Dave en keek van Elli naar mij. 'Ja, waarschijnlijk de zenuwen en alles.' Zei Elli. 'Maar gaan jullie nu maar weer aan het werk, dan ga ik weer naar Lia. Schiet op, ik houd jullie alleen maar op.' Zei ze lachend en liep weer naar de deur. 'Dag Elli.' Zeiden Dave en ik nog en liepen weer naar de bar, pakten bestellingen van klanten en dat soort dingen.

Ook de rest van de dag verliep prima. Tegen kwart over acht gingen de laatste gasten weg en begonnen wij met opruimen en schoonmaken. Ethan deed samen met Thomas het laatste deel van de afwas, meneer Ramaaker deed de bar, ik veegden de vloeren en dergerlijke, Dave nam de laatste tafeltjes af en Jay en Leon ruimden de keuken op. Dave was als eerste klaar, dus zette hij de tafeltjes en stoeltjes van het terras binnen. Tegen iets over half negen waren we klaar en mochten we gaan. Jay sloot de boel af en de rest ging al weg. Niet veel later ging ook Jay naar huis. Heel normaal dus allemaal. Zo ging het de rest van de week ook. Rustig en zonder verdere problemen. Zondagochtend, dinsdag en woensdag waren we vrij. Dinsdag had ik vast al mijn verdere klusjes gedaan, zodat ik woensdag langer kon blijven liggen en sowieso naar Lia's tentoonstelling kon. Ik had zelfs met Lia kunnen regelen dat zij elke woensdag mijn kranten wilde doen, als ik zelf de folders maar deed.

Tegen half elf 's ochtends opende ik langzaam mijn ogen. Het zonlicht kwam door het grote, ronde raam en scheen in mijn ogen. 'Ahm...' Mompelde ik vaag en draaide me op mijn rug. Lia was al weg, naar school. Elli was waarschijnlijk boodschappen halen of zo. Daardoor was ik alleen thuis. Dat wist ik ook eigenlijk wel van te voren. Lia had de avond van tevoren uitbundig verteld wat er nog moest gebeuren en wat haar deel daaraan was. Ze was zo blij dat ze weer beter was, en dat kon ik me best voorstellen. Maandag was ze voor het eerst weer naar school gegaan, maar ze was in het weekend al zo goed als beter. 'Nomnomnom...' Mompelde ik weer en draaide me terug op mijn zij. Elli moest vanmiddag per se mee naar de opening van de tentoonstelling, om half twee. Ik ging pas om drie uur, samen met Dave en Sharon. Verder een hele chique gebeurtenis. Lia had haar mooiste jurk uit de kast gehaald, en ook Elli had haar pumps onder het stof vandaan gehaald. 'Te veel gedoe.' Had ik gezegd, ik zag nog wel wat ik aandeed.

Met een simpele beweging zwaaide ik mijn rechterbeen uit bed, en een paar seconden later de andere ook. 'Muh..' Ik wreef in mijn ogen en rekte me uit. 'En we zijn weer ongeveer bij.' Mompelde ik en streek mijn blauwe "pyjama"shirt recht. Ook mijn joggingsbroek was opgekropen, dus trok ik die ook omlaag. Ik schoot een paar slippers aan die dienden als sloffen en liep de kamer uit, de trap af.

Eenmaal in de keuken smeerde ik twee crackers voor mezelf, deed daar hagelslag op. Ik legde ze op een bord en haalde een beker uit het witte keukenkastje. 'Hmpf..' Ik moest op mijn tenen staan om erbij te kunnen. Ik goot er wat melk in en zette het bord en de beker op een dienblad, liep weer terug naar boven. Voor het eerst in tijden stond ik normaal op de zesde tree van de trap. 'Ja, kraak maar lekker door. Ik kan toch niemand wakker krijgen.' Zei ik alsof ik net een grote overwinning had behaald en liep door. 'Lalala..' Ik liep Lia' en mijn kamer in en plofte op de kussens in het raam. Daar at ik rustig mijn ontbijt op, kijkend naar de mensen, dieren en de natuur buiten.

De rest van de ochtend zat ik rustig in het raam te tekenen. Het dienblad met bord en beker stond er nog naast. Tegen kwart over twaalf kwam Elli naar boven met twee kopjes thee. 'Hoi lieverd.' Zei ze en gaf één van de kopjes aan mij. 'Hoi.' Rustig legde ik mijn tekenblok op de grond en ging zo zitten dat zij er ook bij kon. 'Hoe laat is de tentoonstelling eigenlijk afgelopen?' Vroeg ik en nipte voorzichtig aan mijn nog hete thee. 'Ik dacht tegen zeven uur, misschien half acht. Maar Lia moet dan nog helpen opruimen en zo, dus ze is pas later thuis.' Zei ze en dronk van haar thee. Ik knikte een keer en nam ook een slok.

We zaten zo nog een kwartier te praten en te luisteren naar de regen die tegen het raam kletterde. Toen stond Elli op, streek haar warme bruine trui recht. 'Ik ga me omkleden voor de tentoonstelling van je zusje. Ik neem aan dat jij ook niet in je pyjama gaat?' Zei ze grinnikend en wees naar mijn outfit. 'Eigenlijk was ik dat wel van plan, hoezo? Nee geintje. Ik kleed me ook wel even om.' Zei ik en stond op. Ik zette beide kopjes op het dienblad van mijn ontbijt. 'Tot zo dan.' Zei Elli en liep de deur uit. 'Elli! Mam! Wacht even!' Riep ik haar na en liep met het dienblad in mijn handen zo snel ik kon achter haar aan. 'Ja?' Vroeg ze en stak haar hoofd langs de deur, deed hem wat verder open. 'Je pumps staan beneden in de gang. Ik had ze gisteravond nog gepoetst.' Zei ik en ging door de deur de overloop in. 'Je bent een schat.' Zei ze en glimlachte breed haar eigen Elli-glimlach.

Vijfentwintig minuutjes later kwam Elli beneden de keuken in. Ik zat hier al rustig aan de tafel te lezen in het schoolkrantje van Lia. 'Klaar?' Vroeg ik en keek op van het papier. 'Bijna. Even mijn schoenen aan doen en dan kan ik gaan.' Ze griste nog snel haar tas van de tafel en stoof de gang in. Nog geen minuut later had ze haar high-heels aangetrokken en stond ze weer in de keuken. Even rustig als ik de hele tijd al was gaf ik haar een knuffel en een kus op haar wang. 'Waarom zo'n haast?' Vroeg ik en liet haar weer los. 'Je hebt nog een half uur hoor.' Voegde ik daar nog aan toe. 'Lia wilde graag dat ik wat eerder was. En daarbij loop ik niet zo snel op deze dingen.' Zei ze en tikte een paar keer met haar zwarte hakken op de grond. 'Nou, oké dan..' Zei ik twijfelend en liep met haar mee naar de voordeur.
'Vergeet je niet op tijd naar Dave en Sharon te gaan?'
'Nee Elli.'
Ik zuchtte en gaf haar een paraplu aan. 'Oh, en eet nog wat voor je weggaat. Ik heb echt wel door dat jij 's ochtends een mini ontbijtje eet. Ik wil niet dat jij of Lia ondervoed raakt. Hoe weinig geld we ook hebben.' Zei ze nog en liep de deur uit, het tuinpad af. Verbaasd keek ik haar na en deed langzaam de deur achter haar dicht.

'Ik zal maar gewoon doen wat ze zegt.' Mompelde ik vaag en liep nog steeds verbaasd naar binnen. 'Vooruit dan maar.' Zei ik terwijl ik de keuken binnen liep. Ik pakte een boterham en hapte er een groot stuk vanaf. Op dat moment ging de telefoon. 'Mwja, gwoeje wiming.' Mompelde ik met volle mond en liep er naartoe. De nummerherkenning vertelde me dat het Sharon of Dave was. Die kon ik wel opnemen met volle mond.

'Mwallo. Mwet Dwaniew.' Zei ik en slikte zo snel ik kon het brood door. 'Danique? Waar ben jij nou weer mee bezig. Nou ja, doet er ook niet toe. Met Sharon. Wat heb je nu aan?' Klonk er door de telefoon. 'Eh, zwarte jeans, rode hoodie, zwarte sneakers. Hoezo die vraag?' Verder had ik natuurlijk sokken aan en dat soort dingen, maar dat was niet zo interessant. 'Dat dacht ik al wel... En dat ga je zeker ook aanhouden voor de tentoonstelling?' Sharon stak een heel verhaal af, maar ik luisterde maar half. Eigenlijk helemaal niet. Ik staarde als gehypnotiseerd naar het ringetje om mijn rechterringvinger.

Het was een dun, zilveren ringetje. Er stond een datum op de ene kant, op de andere kant stond "Ben & Elli". Als puntje op de i van Elli, was een klein, wit-kleurig edelsteentje gebruikt. In de vorm van een hartje. Héél klein, maar ik vond 'm prachtig. Elli was natuurlijk de naam van mijn moeder. Dan kun je nu wel raden wie Ben is. Dit was de trouwring van mijn vader. Hij had een jaar lang extra hard gewerkt, meestal uren extra, zodat hij deze trouwringen kon kopen. Toen hij het geld bij elkaar had, vroeg hij bijna direct mijn moeder ten huwelijk. Toen hij stierf, gaf hij mij zijn ring. Dan zou ik hem nooit vergeten. Eerst was de ring wat te groot en kon ik hem alleen nét om mijn middelvinger dragen. Ik had net als mijn vader een jaar lang gespaard en was naar een juwelier gegaan. Die hadden hem wat kleiner kunnen maken. Sindsdien heb ik hem nooit meer afgedaan.

'Hallo? HALLO! Ben je d'r nog?!' Schalde plotseling door mijn oor. Ik was vergeten dat ik met Sharon aan het bellen was. Damn. Ik had ook gewoon moeten luisteren. 'Eh.. Ja.' Antwoordde ik snel. 'Gelukkig. Doe je mee?' Waaraan meedoen? 'Ja... Is goed.' Ik zou het vanzelf wel merken, hoopte ik. 'Mooi, mooi, mooi. Wees om kwart over één hier. Tot zo!' Ze hing al op voordat ik er nog een woord tussen kon brengen. Een paar tel later hing ik ook maar op.

'En hoe laat is het nu?' Vroeg ik mezelf en keek op de klok. 'WAT!' Het was al bijna kwart over. Dat kon ik nooit redden! O, wat heb ik mezelf nu weer op m'n hals gehaald. Snel propte ik het laatste stuk boterham in mijn mond en rende ik naar de voordeur. Ik raapte nog snel een elastiekje op van het tafeltje en sprintte de deur uit, draaide die op slot. Zo snel ik kon stoof ik het tuinpad af en rende rechtsaf, richting het flatje waar Dave en Sharon woonden. Geen jas, geen make-up, een slordige staart in mijn haar, regen op mijn hoofd -en eigenlijk mijn hele lichaam-, een open schoenveter waar ik twee keer over struikelde en een halve boterham in mijn mond. Waar was ik in vredesnaam aan begonnen.

Hijgend drukte ik op de bel van het flatgebouw, Dave en Sharon woonden op nummer 48. Op de vierde verdieping. 'Danique? Ben jij dat?' Kraakte de interkom. 'Ja.' Zei ik kort en probeerde op adem te komen. 'Je bent laat?! Kom gauw naar boven.' Er schelde een piepje door de ruimte, wat betekende dat de deur open kon. 'Ik kom al.' Zei ik en deed snel de deur van het flatgebouw open, liep naar de trap. Ik kon de lift nog steeds niet vinden. De laatste keer dat ik dat probeerde raakte ik verdwaald en moest ik bij een of andere oude man de weg terug naar de deur vragen. De trap kon ik in ieder geval zien, die stond bijna direct achter de deur.

Na het omhoog lopen van vier verdiepingen stond ik voor het appartementje van Dave en Sharon. Rustig drukte ik op de bel en hijgde nog weer even uit. Tip van de dag: Ga niet twee kilometer rennen en daarna nog vier trappen op lopen. Dave deed open. 'Wo-ow. Je bent doorweekt. Waar is je jas gebleven?' Vroeg hij en liet me binnen. 'Het regent buiten en ik had geen tijd om hem te zoeken.' Zei ik droog en kneep mijn -haar-staart uit. Het water drupte in kleine ronde druppeltjes op de deurmat. 'Nou, Sharon zit in de slaapkamer. Geen idee wat ze wil doen.' Zei hij droog en liep terug naar de tv. Ik zuchtte een keer. Met Sharon wist je het nooit, wie weet wat ze nu voor me in petto had. Snel schopte ik mijn niet waterdichte schoenen uit en liep door naar de slaapkamer.

'Hier ben ik.' Zei ik zachtjes en keek om de hoek van de deur. Sharon zat op het bed en had een grote doos op haar schoot. 'Haai! Kom maar mee, dan beginnen we direct.' Ze stond op en liep naar me toe, pakte mijn arm vast en trok me mee naar de badkamer. 'Wacht, wacht... Waar beginnen we mee?' Vroeg ik dom en liet me meetrekken. 'Jij heb ook niet opgelet he? Laat me dit nou even doen. Ik vind het echt fantastisch, en ik heb nooit een jonger zusje gehad waarbij ik het kon doen. Please...?' Ze keek me even aan met puppyoogjes, maar wachtte niet eens op antwoord. Ik zuchtte een keer en gaf het op. Waarschijnlijk zou ik er vanzelf achterkomen wat ze aan het doen was.

Ze duwde me op een stoel die ze klaar had gezet en liep zelf naar een kastje. Ondertussen draaide ze de deur op slot. 'We willen geen pottenkijkers met de naam Dave.' Zei ze lachend en haalde allerlei potjes, staafjes en bakjes uit het kastje. Volgens mij make-up en dat soort spul. Ze knielde neer bij de stoel waar ik opzat en haalde uit een van de doosjes een flesje mascara. 'Ogen dicht en wachten.' Zei ze grinnikend en draaide de dop er vanaf. Braaf deed ik wat me gevraagd werd en sloot mijn ogen, voelde haar handen mijn gezicht bewerken met make-up.

Tegen twee uur had ze mijn make-up klaar en mijn haar geföhnd. 'Hoe kom je toch zo nat?' Vroeg ze toen ze de föhn had opgeruimd. 'Eh.. Sharon. Kijk naar buiten. Het regent, slimme.' Zei ik droog en voelde dat ze me uit de stoel trok. 'Kijk, mooi toch?' Zei ze en liet me de make-up zien in een spiegel. 'Ja, heel mooi.' Ik meende het nog echt ook. Maar dat was ook wel te verwachten. Sharon had een aantal visagie-cursussen gedaan. En die wou ze nu natuurlijk gebruiken ook. 'Echt, vandaag ben jij mijn barbie. Ik heb er helemaal zin in.' Zei ze lachend en legde het spiegeltje. 'Het is toch leuk om er goed uit te zien voor de tentoonstelling?' Vroeg ze opgewonden, ik lachtte rustig met haar mee. Daar was het dus voor gebeurt. 'Maar, we zijn nog niet klaar. Hehe. Nu ga ik je haar doen, dus zitten nu.' Zei ze weer en duwde me terug op de stoel. 'Oke, oke. Rustig maar.' Zei ik grinnikend en liet haar aan mijn haar frunniken.

Weer een kwartier later had ze ook mijn haar in de plooi gekregen. In het spiegeltje kon ik zien dat ze het los had laten hangen met een lichte slag erin, die er overigens bijna altijd in zat. Aan de linkerkant van mijn hoofd liep een klein vlechtje naar achter, die zich op een gegeven moment verstopte achter de rest van mijn haar. Ze had er een klein beetje glíttérs ín gedaan en een zilver diadeem in gezet. 'Prachtig.' Zei ik glimlachend en keek haar aan. 'Da's mooi om te horen. Dan nu de finishing touch.' Zei ze en haalde de doos tevoorschijn. Ze haalde er een blauw, opgevouwen stofje uit. 'Trek aan en kom dan de slaapkamer in.' Zei ze en liep naar de slaapkamer om geen idee wat te doen.

Vijf minuten later stond ik in de slaapkamer. Mijn eigen kleding had ik op de stoel in de badkamer achtergelaten. Het blauwe stofje dat uit de doos kwam bleek een strapless jurk te zijn. Hij kwam tot net iets onder mijn knieen. Op het bovenste stuk zaten zilverkleurige glitters in het midden daarvan zat een witte edelsteen. Nep weliswaar, maar wel mooi.

'Staat je goed.' Zei Sharon en liep op me af. Ze had een aantal spullen klaargelegd op het bed, maar ik kon niet direct zien wat. Ze trok hier en daar wat recht en pakte toen iets van het bed af. Ze deed de witte riem rond mijn taille, net onder het punt waar de glitters stopten. 'Ja, en nu deze...' Zei ze meer tegen zichzelf dan tegen mij en pakte nu sieraden van het bed. Ze drukte oorbellen in mijn oren. Een hangertje met aan het einde weer een wit steentje, dezelfde als op de jurk. Ook aan de ketting die ze omdeed zat een wit steentje. Ik kreeg ook nog een zelfde soort armband om. 'Waar haal je dit allemaal vandaan?' Vroeg ik verwonderd en bestudeerde de armband aandachtig. 'Ja...' Zei ze geheimzinnig en kwam aan met een schoenendoos. 'Hier, zorg dat je blijft staan.' Zei ze grinnikend en haalde er een paar zilverkleurige high-heels uit. Met een beetje moeite trok ik ze aan en liep er even op. 'Het lukt wel, denk ik.' Zei ik lachend en wiebelde nog een beetje. Het was lang geleden dat ik op zulke dingen had gelopen. Trots liep Sharon samen met mij de kamer uit. Ze had zelf ook een jurk aan gedaan. Een rode met korte mouwtjes.

Dave stond al op ons te wachtten in de woonkamer. 'Wauw...' Zei hij verbijsterd en begon te klappen. 'Hé, ze is je zusje. Niet kwijlen.' Zei Sharon grijnzend en gaf hem een tik tegen z'n kop aan. Ik lachte even kort met Dave mee en kreeg toen een wit tasje van Sharon in mijn handen geduwd. 'Ik heb je mobiel en sleutels uit je zak gehaald en erin gedaan. Kunnen we dan nu gaan?' Zei Dave en liep al naar de deur. 'Ja ja.. Rustig maar. We zijn ruim op tijd.' Zei Sharon en liep voor mij uit, de voordeur door. Ik ging achter haar aan, Dave weer achter mij.
Even later zaten we met zijn drieën in de auto. Ik zat achterin met Sharon, Dave bestuurde hem voorin.

'HOOOOI LIA!' Gilde Dave enthousiast toen hij Lia's rug zag in het gebouw van de tentoonstelling en rende er naar toe. Geschrokken draaide Lia zich om, maar toen ze zag dat hij het was lachtte ze met de rest mee en gaf hem een knuffel. 'Lang niet gezien.' Zei ze en begroette ook mij en Sharon. Ook Elli stond bij ons. We maakten met z'n allen rustig een normaal gesprek, koetjes en kalfjes en dat soort dingen. Lia had een grote, rode button op. Dat betekende dat ze "bij de tentoonstelling hoorde" en vragen kon beantwoorden van mensen. Ze was d'r ontzettend trots op.

Helaas werd onze rust verstoord door iets wat dit goed zou helpen één van de ergste dagen van mijn leven te maken. Nadat we Lia's aandeel in de tentoonstelling hadden gezien bleven we op een plekje staan. Achter ons stond een groepje van drie jongens. Eentje had zwart haar, een ander lichtbruin en weer een ander blond. Op een gegeven moment kwam een van de jongens op Lia afgelopen.

'Hallo. Eh, wij vroegen ons af tot hoe laat de tentoonstelling open ís.' Vroeg hij beleefd en glimlachte vriendelijk. Zijn twee vrienden kwamen achter hem staan. ‘Waarschijnlijk om kwart over zeven.’ Antwoordde Lia even vriendelijk en keek ook de andere twee aan. Ik volgde haar voorbeeld en keek de overige personen aan. Ik verstijfde van schrik toen ik erachter kwam dat ik de man met het zwarte haar herkende. Twee bruine ogen keken in de richting van Lia, daarna naar Dave. ‘Hee Dave.’ Zei Jay. Waarom, waarom, waarom moest die kerel híér opduiken. Hij had hier helemaal niets te zoeken. ‘Haai Jay!’ Reageerde Dave. Snel dook ik achter Sharon. Als hij me nu zag was ik er echt gloeiend bij. Hij mocht me niet zien, absoluut niet. Dave en Jay praatten even tot Dave begon mensen voor te stellen. ‘Dit is mijn moeder, Elli.’ ‘O ja, u had ik al eerder gezien. Aangenaam.’ Hij schudde haar hand en Dave ging verder. ‘Dit is mijn zusje, Lia, en dit is mijn vriendin Sharon.’ Ook hen schudde Jay de hand. Zijn twee vrienden stelden zichzelf voor als Vincent en Steyn en schudden ook handen. ‘En dit is een vriendin van mij. Danique is een beetje verlegen.’ Zei Lia toen ze merkte dat Jay toch al had gezien dat ik daar stond. Snel liet ik mijn haar een beetje voor mijn ogen vallen en keek naar mijn voeten. Ik deed een stapje opzij en gaf ze alledrie een hand zonder ze aan te kijken. De grond was onderhand érrug interessant. Mijn ring glinsterde onder het lamplicht.

‘Lia, ik voel me niet zo goed, ga je even mee naar de wc?’ Vroeg ik snel en keek Lia gefrustreerd aan. Ze begreep wat ik bedoel en liep voor me uit naar de wc.

‘Die kerel is mijn baas! Als hij me ziet ben ik gaar!’ Zei ik angstig toen we eenmaal in het toilet stonden. Gelukkig was er verder niemand. ‘Rustig, rustig.’ Probeerde ze me te kalmeren. Ik liet me neerploffen op het “aanrecht” met wasbakken. Ik steunde met mijn hoofd in mijn handen en keek naar mijn voeten. ‘Ik kan hier echt niet zo rond blijven lopen. En als Jay vraagt waarom Daan er niet is, moet je maar zeggen dat ik me niet goed voel of zo. O, kak kak kak. Ik ben er echt bij.’ Mompelde ik gefrustreerd en voelde de tranen in mijn ogen prikken. ‘Misschien heeft hij me al herkent…’ Mompelde ik en keek Lia moeilijk aan. ‘Nee, vast niet. Rustig maar.’

Even later kwam ook Sharon het toilet in. ‘Waar zijn jullie mee bezig? Stelletje malloten.’ Vroeg ze en trok haar wenkbrauwen op. Ik keek omhoog. Zij wist natuurlijk niet af van dat hele –hij is mijn baas en in zijn ogen ben ik een man- gedoe. ‘Nou eh..’ Ik legde haar kort het hele verhaal uit. ‘Nogal logisch dat die kerel hier is. Dit gebouw is van zijn familie.’ Zei Sharon nuchter en ging naast Lia staan. ‘Had dat wat eerder gezegd.’ Mompelde ik en ging met mijn hand door mijn haar. ‘Ik ga weg. Zeg maar dat Daan me heeft aangestoken en dat ik gewoon naar huis ga of zo. Dave en Elli snappen het wel.’ Besloot ik en sprong weer op de grond. Niet helemaal feilloos, want ik had nog steeds tien meter hak onder mijn schoen. Oke, misschien geen tien meter, maar toch. ‘Weet je ’t zeker?’ Vroeg Sharon. ‘Ja, heel zeker. En Lia: Niet met die vreemde kerels meegaan. Volgens mij zijn het echte players.’ Zei ik nog en keek Lia even aan. Die lachte me half uit en liep samen met Sharon achter me aan het toilet uit.

Even later stond ik buiten de deur. ‘Ga nou naar binnen. Ik wil niet dat ik jullie plezier verziek door mijn zwakke dubbele persoonlijkheid.’ Zei ik en wees Sharon en Lia weer terug. ‘Hier, geld voor een taxi.’ Zei Sharon en probeerde me wat losse euro’s te geven. Dat gaf ik haar net zo hard weer terug. ‘Nergens voor nodig joh. Ik heb een buskaart bij me. Het is niet zo ver.’ Loog ik en probeerde te glimlachen. Ik wilde haar geen extra zorgen geven. ‘Maar.. Het regent en..’ ‘Geen gemaar. Ga nou maar naar binnen. Doei!’ Ik liep de grote glazen voordeur van het gebouw uit, de trap af, de straat op. Het regende onderhand nog harder, maar dat vond ik ergens ook niet erg. De lucht was al donker, mede dankzij de wolken. Toch was het pas een uur of half zes. Ik dacht er over na wat er zou gebeuren als Jay me had herkent vanavond. Vast niet veel goeds, maar je hoefde ook geen genie te zijn om dat te weten. Ik moest er voor zorgen dat ik mijn baan hield, anders kwamen we mateloos in de problemen thuis en daar zat ik NIET op te wachten. Ik besloot een omweg te nemen, dan kon ik even nadenken over alles. Ik was nu toch al nat.
Na een kwartiertje, misschien twintig minuten gelopen te hebben merkte ik dat het tasje begon te trillen. ‘O ja, de mobiel. Die had ik nog aan Lia moeten geven. Nou ja, niets aan te doen.’ Ik viste het zilveren dingetje uit het tasje en nam op. De nummerherkenning zei “onbekend”. ‘Hallo, met Danique Johnsson.’ Zei ik en bleef stilstaan bij een bankje. ‘Dag Danique, dit is meneer Groeneveld, de huisbaas. Er was niemand thuis bij jullie, klopt dat?’ ‘Ja, dat klopt.’ Zei ik vaag en ging op het bankje zitten, ook nat. ‘Ik had een paar keer gebeld, maar dat is de reden dat ik het nu zo doe. Ik steek maar direct van wal. Ik kom vertellen dat de huur omhoog gaat. Honderd euro per maand.’ Zei meneer Groeneveld. Ik hapte naar adem. ‘U… wat… maar…’ Stotterde ik en greep naar mijn hoofd. Dit is de druppel, echt. ‘Zoveel geld hebben we helemaal niet meneer.’ Stamelde ik weer en probeerde te bevatten wat ik net had gehoord. ‘Sorry kind, maar het kan niet anders. Vertel het maar aan je moeder, oke?’ Een paar seconden later hoorde ik dat hij had opgehangen.

Daar zat ik dan. In mijn eentje op een bankje middenin Amsterdam. Langzaam ging mijn arm naar beneden en stopte het mobieltje weer in de tas. Ik was er zelf niet echt bij. Leeg staarde ik voor me uit, naar een denkbeeldig punt. De tranen prikten weer in mijn ogen. Nu kon het me niets meer schelen, ik mocht huilen wat ik wilde als ik daar zin in had. ‘O, we hebben echt een probleem.’ Mompelde ik vaag en bleef voor me uit staren. Met het geld van het restaurant erbij kwamen we nog steeds veertig euro per maand te kort. Tien euro per week. Hoe zouden we daar in vredesnaam aan moeten komen? Langzaam begonnen de tranen te rollen. Een voor een voelde ik ze over mijn wangen heen druppelen. Ze vermengden zich met mascara en regen. Ze maakten mijn wangen nog natter dan ze al waren voor die tijd. Het deed me goed om een keer te huilen. Een hoopje gevoelens die ineens naar buiten kwamen.

‘Daan?’ Hoorde ik ineens een bekende stem zeggen.Wacht, Daan? Nee… Niet nu iemand van het restaurant. Laat het Dave zijn, laat het Dave zijn, laat het Dave zijn. Ik durfde haast niet opzij te kijken. Wat als Jay al eerder weg was gegaan en me nu zo zag zitten. Wat als..

Voor me stond een zwarte fiets. Hij zag er nogal oud uit, maar dat deed er nu niet toe. De man die achter de fiets stond was veel belangrijker. Leon’s gespierde, lange lichaam hield de fiets in zijn hand en keek mij met ogen als schoteltjes en een mond als een soepkom aan. Snel veegde ik mijn tranen weg. ‘Wat.. Hoe.. Jij.. Ik.. Waar..’ Stamelde hij en bleef mij aankijken zonder ook maar tijd te maken om te knipperen. ‘Ik eh… Volgens mij heb ik wat uit te leggen.’ Zei ik moeilijk en stond op. Hij torende nog steeds hoog boven me uit. ‘Ja, doe dat. Maar niet hier. Kom, spring achterop. Ik woon hier niet zo ver vandaan.’ Hij klopte een keer op de bagagedrager van zijn fiets. ‘Hm.. Oke.’ Mompelde ik en ging zitten. Mijn benen beide aan de rechterkant van de fiets, ik had nog steeds een jurk aan en het zou er niet zo charmant uitzien als ik dat niet zou doen. Leon stapte ook op en reed weg.

Even later kwamen we aan bij een klein appartementje, een paar straten verderop. Leon dropte zijn fiets in een schuurtje en liep met mij naar de voordeur. Wat moest ik hem zo vertellen? Alles gewoon opbiechten? Waarschijnlijk kon hij wel een geheim bewaren. Ik mocht al blij zijn dat het Jay niet was daarnet. Leon hield de deur voor me open en liep achter me aan naar binnen. ‘Maak het je gemakkelijk. Let vooral niet op de troep, ik had niet gerekend op vrouwelijk gezelschap.’ Ik grinnikte zachtjes. Het lukte Leon met z’n vrolijke persoonlijkheid nog steeds om me een beetje op te vrolijken.

Ik zat op een stoel in de keukentafel, aan een vierkante, houten keukentafel. De keuken was het enige opgeruimde deel van het huis, maar wat verwachtte je dan van een kok? Hij zette twee mokken warme chocolademelk op tafel. ‘Hoe kom je in vredesnaam zo nat?’ ‘Het regent, slimme.’ Zei ik en keek even naar mijn kleren en die van hem. Ik had ook gewoon een jas aan moeten doen. Hij gooide een handdoek in mijn richting, en ik probeerde mezelf hier en daar een beetje te drogen.

‘Nou ja, leg uit.’ Zei hij en ging tegenover me zitten, dronk wat chocolademelk. ‘Wel eh.. We hebben het niet zo breed thuis en toen kwam ik toevallig in het café…’ Ik legde hem het hele verhaal uit. Hoe ik in het café terecht kwam, hoe ik me elke dag transformeerde tot man, etc. ‘We hebben het geld gewoon nodig.’ Besloot ik mijn verhaal en draaide aan de mok. We hebben nog steeds niet genoeg geld, maar dat hoefde hij niet te weten.

Leon knikte een paar keer en dronk nog wat uit zijn mok. ‘Dan heb ik drie vragen voor je. Waarschijnlijk hele domme vragen, maar dat maakt niet uit.’ Zei hij en zette zijn mok terug op tafel. ‘Nou, steek van wal.’ Zei ik en nam ook een slok. Hij wist nu toch eigenlijk alles al. ‘Eerst, hoe doe je dat met je eh.. je voorgevel, zegmaar.’ Ik grinnikte. ‘Intapen.’ Zei ik kort en veegde mijn melksnorretje weg. ‘Goed, tweede vraag. Zat Dave al de hele tijd in het complot?’ Ik knikte en grinnikte weer. ‘Crap, die kon het wel verbergen. Had ik niet van hem verwacht.’ Mompelde hij. ‘Ik ook niet.’ Gaf ik grijnzend toe en zwaaide mijn natte haar naar achter. ‘En dan heb ik nu de domste vraag, maar ik wil hem wel weten.’ Ik was ergens wel benieuwd en zette de mok weg. ‘Vertel.’ Zei ik nieuwsgierig en glimlachte naar hem. ‘Hoe heet je?’ Ik lachte even en hij lachte mee. ‘Nee serieus, hoe heet je.’ Zei hij toen we beide weer afgekoeld waren. Ik stak mijn hand naar hem uit. ‘Danique, Danique Johnsson.’ Hij schudde rustig mijn hand. ‘Aangenaam.’

Even later liep ik zijn huis weer uit. We hadden nog wat gewoon gepraat, gewacht tot de ergste regen voorbij was. Leon wilde me ook wel brengen, maar dat had ik afgeslagen. Ik kon nog wel zelf lopen. Ik was nu toch al nat. ‘Beloof je dat je het geheim houdt? Als je dat niet doet ben ik echt gaar.’ Vroeg ik en beet op mijn lip. ‘Tuurlijk. Ik laat jou ook niet zomaar vertrekken.’ Zei hij lachend. ‘Goed.’ Zei ik en stak mijn hand naar hem op. Mijn wijsvinger, middelvinger en ringvinger waren opgekruld, mijn pink stak naar voren en mijn duim wat omhoog. Hij drukte zijn hand op dezelfde manier tegen de mijne aan, de knokkels van de drie middelste vingers tegen elkaar, duimtoppen tegen elkaar gedrukt en de pinken in elkaar gehaakt. ‘Beloofd. Pinky swear.’ Zei hij nogmaals en we schudden onze handen op en neer. Zo legden mensen uit deze buurt van A’dam wel vaker beloftes vast, of hoe je dat ook moest zeggen.

Ik maakte mijn wandeling naar huis of, door de regen. Gelukkig goot het al minder erg dan daarnet. Het was eigenlijk een hele opluchting dat het Leon was die me gezien had. Waarschijnlijk kon ik hem wel vertrouwen, en het was -dacht ik- goed dat iemand anders daar afwist van mijn... twee persoonlijkheden, behalve Dave dan.

Ik vistte mijn huissleutel uit het tasje en draaide de deur van 't slot. 'Ben ik weer.' Mompelde ik tegen niemand in het bijzonder. Ik wist heus wel dat Elli en Lia daar nog waren. Het was iets over half zeven, de tentoonstelling was om kwart over zeven afgelopen en Elli bleef daar vast en zeker tot het einde. Lia natuurlijk ook. Ik ademde een paar keer diep in en uit. Mond, neus, mond, neus, mond, neus. Langzaam maar zeker begon ik mijn gebruikelijke rust weer terug te krijgen. 'En nu eerst wat anders aandoen.' Ik trok de pumps van Sharon uit en hield ze in mijn hand. Ik miste ineens tien centimeter hoogte, maar dat wende wel weer. Het liep wel vele malen prettiger. Ik ging de trap op en sloeg de zesde tree weer over, macht der gewoonte.

Eenmaal op de slaapkamer keek ik eens in de spiegel. Mijn make-up was uitgelopen, mijn haar zat vol klitten en stond alle kanten op en het jurkje plakte aan mijn benen. Om het kort samen te vatten: Ik had er nog nooit zó mooi uit gezien. 'Uhum-uhum. Kuch kuch enzovoort.' Mompelde ik weer en haalde mijn pyjama onder mijn kussen vandaan. Dat zat echt veel makkelijker. Ik trok er nog een donkergrijs vest overheen en vouwde het jurkje op, legde de sieraden daarbij. 'Ik geef het een andere keer wel terug.' Mompelde ik en schoot een paar witte sokken aan.

Even later zat ik beneden aan de keukentafel. De krant lag voor me op tafel. Die kregen we gratis van Henk, aangezien ik de krant ook bezorgde. Ik liet mijn ogen over de advertenties glijden. 'Niet goed, niet goed, verkeerd diploma, te jong...' Zo ratelde ik nog wat na elkaar. Er bleef een advertentie over van een melkboer. (bij mij -Allyne- zou zoiemand zo heten, ik weet niet of dat in de rest van het land zo is. Zie het als iemand die melk verkoopt.) Ik keek naar het nummer en tikte de getallen in op de telefoon. Na een paar seconden werd er opgenomen.

'Met Edward Verkerk, verse melk voor Amsterdam.' Zei een man door de telefoon. 'Hallo meneer, ik ben Danique Johnsson. Ik las in de krant dat u met spoed zocht naar een bezorger, klopt dat?' Vroeg ik zo beleefd mogelijk en trok mijn benen bij me op de stoel. 'Dat klopt. Voor bezorging in de ochtend.' Zei de man weer. 'Ik zou me graag willen aanmelden.' Zei ik en hoopte dat dat kon. 'Prachtig kind, je bent mijn reddende engel. Is het teveel gevraagd om morgen al te beginnen?' 'Nee, dat zou mooi zijn.' 'Prachtig, een andere bezorger is namelijk verhuisd en kan dus niet meer komen.'

De man, die dus Edward Verkerk heette, vertelde nog wat andere dingen en hing toen op. 'YEAH!' Gilde ik uit en sprong van de stoel af. Het was me gewoon in één keer gelukt een goed baantje te vinden. Ik verdiende tien euro per week, wat er dus voor zorgde dat we genoeg geld hadden om de huur te betalen! Morgenochtend kon ik al beginnen. 'Aangezien ik normaal om ongeveer kwart voor zes op m'n brommer naar de drukkerij ga, moet ik eerder nog de melk bezorgen.' Mompelde ik en schreef het allemaal op een kladblaadje. Het duurde volgens meneer Verkerk ongeveer driekwartier om de melk te bezorgen en het bedrijfje was hier niet héél ver vandaan. Met ongeveer een uur en een kwartier zou ik het moeten redden om van hier naar daar te komen en alles te bezorgen in de wijk die ik toegewezen had gekregen. Dan kon ik daarna direct door naar de drukkerij.

'Eens denken, eerder ging ik om vijf uur eruit, dat moet nu anderhalf uur eerder, iets minder.' Mompelde ik en ging met een hand door mijn haar. 'Half vier. Dat moet lukken. Maar dan ga je 's avonds wel eerder naar bed, anders krijg je helemaal geen slaap meer. Je kunt je geteken best opgeven voor je huis.' Zei ik tegen mezelf en schreef het op het kladblaadje. 'Bravo Danique, en je huis is bij deze gered.' Zei ik trots en liep de woonkamer in. Daar lag nog wat onafgemaakt naaiwerk, de knuffels. Ik pakte er één op en begon vrolijk te naaien. Zo maakte ik me in ieder geval nuttig, ik kon er niet goed tegen om niets te doen.

De volgende ochtend werd ik wakker van het piepje van mijn wekker, die ik trouwens onder mijn kussen had gelegd. Dan werd Lia minder snel wakker. Het was nu vijf over half vier 's ochtends. Ik zuchtte zachtjes en ging rechtop zitten. 'Dit zal wel wennen Danique, doe maar rustig aan.' Fluisterde ik bemoedigend tegen mezelf en zwaaide mijn benen onder de blauwe dekens vandaan. 'Koud...' Snel liep ik naar de kast en trok er wat schone kleren uit. Mijn ogen hingen nog half-dicht, maar daar kon ik ook niet zo veel aan doen. Gisteren was ik om tien uur naar bed gegaan. Nog best op tijd, vond ik zelf. Ik had Lia en Elli verteld over de huurverhoging en hoe ik het al had opgelost. Eerst protesteerden ze nog, maar ze kregen al gauw door dat ze me toch niet op andere gedachten konden brengen.

Een half uurtje later had ik me gedoucht, omgekleed en gegeten. Het dagelijkse ochtendritueel zegmaar. Lia en Elli sliepen nog gewoon door, zoals ik eigenlijk wel verwacht had. Lia was een redelijk vaste slaper, en Elli sliep aan de andere kant van de gang. 'Dat gaat goed, voor een eerste dag.' Mompelde ik in mezelf en prutste mijn haar in een rommelige knot, trok daar mijn zwarte muts weer overheen. Ik trok mijn jas aan en pakte mijn sleutels van het standaard tafeltje. Met een paar simpele handbewegingen haalde ik de deur van slot, liep er door en deed hem weer zachtjes dicht. Buiten was het nog ontzettend donker. Maar goed, het was dan ook iets over vier 's ochtends. 'Wat wil je dan?' Mompelde ik lopend en zette mijn helm ondertussen op. Ik stopte het sleuteltje in mijn brommer en stapte erop. 'Je kunt het wel! Doe het voor mij!' Zei ik tegen het brommende geval onder me en probeerde hem te starten. Volgens mij deed hij het beter als je tegen hem praatte, want hij startte bijna meteen. En dat was iets wat zeker niet normaal was.

Na tien minuten gereden te hebben, kwam ik aan bij de plek waarover meneer Verkerk me verteld had. Het was een normaaluitziend klein huis met een wit bord in de voortuin met de naam van het bedrijf en een telefoonnummer. 'Wat een humor...' Mompelde ik grijnzend en keek naar een tuinkabouter die er een beetje zielig bijstond. Ik zette mijn brommer op slot en volgde de tuinlichtjes naar een schuurtje achter het huis. Meneer Verkerk had gezegd dat hij de sleutels in een bakje zou leggen. 'Warempel! Ze liggen d'r ook nog.' Zei ik enthousiast en vond de sleutels in een klein houten bakje bij de deur van het schuurtje. Er lag een briefje bij. "Beste Danique. Je flessen staan in een krat met jouw naam erop. Met de rode sleutel kun je die openmaken. De grijze sleutel is voor de deur. Deze kun je meenemen naar je huis, zodat je ze morgen weer kunt gebruiken. Groet, Edward Verkerk."

Zo gezegd, zo gedaan. Ik haalde de flessen uit het krat en zette ze in het koffertje van de brommer. Het paste net, maar dan ook echt net. 'Ach, dat is genoeg.' Zei ik en startte het bakbeest weer. 'En nu naar de wijk.' Ik reed de straat uit en sloeg linksaf, rechtsaf, links, rechtdoor bij een stoplicht en weer links. 'Rozenveldlaan.' Las ik op, het bordje werd nog net genoeg beschenen door een lantaarnpaal om dat te doen. 'Dat is het. Hier moet ik zijn.' Zei ik tegen mezelf en stapte van mijn brommer af. Ik parkeerde hem bij een stel bosjes en liep naar het eerste huis. 'Ik moet in deze hele straat leveren, behalve 14 en 23.' Las ik op van een instructiebriefje. Ik had gisteravond opgeschreven wat meneer Verkerk me had verteld, maar goed ook. 'Oke dan.' Ik ging naar het eerste huis links, nummer twee, en liep het tuinpad af. De mensen hadden een bak naast de voordeur staan waar ik de fles in moest doen.

Eerst liep ik links alle even huizen, daarna de rechterkant van de straat met alle oneven huisnummers. 'Nou, dat was dan ook niet niks.' Zei ik en keek in de kofferbak van mijn brommer om zeker te zijn dat ik niet overhad. 'Prachtig, en hoe laat is het? Kwart over vijf. Mooi. Dan nu naar de drukkerij.' Zei ik weer tegen mezelf en sprong bovenop het brommertje. 'En... Start! ... Start! ... Start! ... Start!' Oke, misschien hielp het ook niet als je praatte, maar het was toch te proberen? Na nog iets langer proberen werkte hij mee en vervolgde ik mijn weg naar de drukkerij, helemaal de andere kant op. Het duurde bijna een half uur om er te komen, maar dat maakte niet uit. Daar had ik ook wel op gerekend.

Na het wegbrengen van kranten in mijn gebruikelijke krantenwijken en een stapeltje folders bij een kapperszaak die ik op de terugweg tegenkwam, reed ik terug naar huis. Ik zette mijn brommer in de schuur en rende door naar binnen. 'Hoi hoi!' Zei ik opgewekt en legde mijn jas over het tafeltje in de gang. Ik had geen zin om hem uitgebreid aan de kapstok op te hangen. 'Haai, hoe ging 't?' Hoorde ik Elli uit de keuken roepen. Met een paar stappen stond ik ook in de keuken. 'Het ging goed. Het is wel vroeg, maar dat went wel.' Zei ik en pakte een appel van de fruitschaal. 'Als je het niet wilt doen, moet je dat direct zeggen. Ik kan ook best wel een krantenwijkje doen.' Mengde Lia zich in het gesprek en propte ondertussen haar ontbijt naar binnen. 'Nee, het gaat zo wel. En daarbij; Jij moet in maart al examens doen, dus zou ik daar maar voor leren als ik jou was.' Zei ik en wees naar een stapel boeken die al klaarlagen op tafel. 'Ach, daar heb ik nog drie maanden voor.' Mompelde ze en nam een slok melk. 'Maar Lia heeft wel gelijk, je moet jezelf niet uitbuiten.' Zei Elli en draaide zich naar me om, zwaaide een keer met een pollepel in mijn richting. 'Ja, ja. Zal ik doen. Leg dat óórdwapen maar weg.' Zei ik lachend en nam een hap uit de appel. Elli en Lia lachten mee en gingen weer verder met waar ze mee bezig waren. Lia las de schoolkrant en at, en Elli... Wist ik eigenlijk niet. 'Elli, wat doe je?' Om nou 's ochtends al warm eten te maken. 'Ik probeerde weer een keer soep te maken met bouillon. Dan moet het toch een paar uur blijven staan.' Zei ze en roerde een paar keer door een grote pan. 'Dan kan ik het met Kerst ook maken.' Voegde ze daar aan toe. 'Mam, sinterklaas komt zaterdag aan. Denk nog maar even niet aan Kerstmis.' Zei ik glimlachend en nam nog een hap appel.

Niet veel later stapte ik al weer op mijn brommer. Ik zwaaide nog even naar Lia, die achter het raam stond en reed toen de straat uit, in de richting van Prince's Castle. Ik had mijn helm niet op, zodat ik mijn appel nog verder kon eten. 'Nomnomnom.' Mompelde ik tussen twee happen door en sloeg een keer af. Weer een paar minuten verder wachtte ik voor een stoplicht, terwijl ik in de verte het cafe al kon zien. Toen het licht op groen sprong, reed ik naar de overkant en nam de laatste hap van mijn appel.

'Goedemorgen.' Zei ik tegen niemand in het bijzonder en deed de deur van de ingang achter me dicht. 'Goeiemorreguh.' Zei Ethan met z'n accent en liep al omgekleed en wel door de Kroon, met een bezem in zijn hand. Ik liep door naar de ruimte met de kleedhokjes en deed de deur van het kleedhokje met mijn naam erop open. 'En jullie natuurlijk ook een hele goeie morgen.' Zei ik tegen mijn kleren en haalde ze van het bankje af. Ik had ze maandag netjes opgevouwen, waardoor ik ze nu makkelijk aan kon trekken. Ik begon bij de zwarte broek, dan de witte blouse, gilletje, schoenen, speldje en tot slot de schort. 'Eigenlijk zou ik een kleinere moeten hebben.' Mompelde ik en keek naar de strik die ik weer voor in plaats van achter had gemaakt. Ik kon niet anders, die linten waren gewoon te lang voor mij. Ik haalde het deurtje van slot af en liep eruit, naar de Kroon.

Ik kreeg van meneer Ramaaker een paar tafelkleedjes in mijn handen geduwd. 'Hier, leg maar klaar.' Zei hij en ging weer verder met waar hij mee bezig was. 'Aye aye, chef.' Zei ik en liep door de kroon, legde op ieder tafeltje een lichtblauw kleedje. Buiten was het wel aardig weer. Het was nog wat vochtig van de regen van gisteren, maar verder viel het wel mee. Dave was bezig om de natte terrastafeltjes weer wat droger te krijgen. Helaas was Dave niet de meest handige kerel die we kenden, dus moest Ethan hem helpen.

Vlak voor we weer open gingen kwam Jay naar beneden. Ik keek vanuit mijn ooghoeken in zijn richting. Zou hij me gisteren herkent hebben? Zou hij me door hebben? Ugh, ik hing. Echt. Waarschijnlijk heeft hij je ogen niet eens gezien gister. Hij herkent je vast niet. Teksten als die bleven door mijn gedachten spoken. Ik moest mezelf gewoon moed inspreken. Jay was nog aan het praten met meneer Ramaaker, maar hij kwam al snel in mijn richting. Ik deed net of ik hem niet had gezien en prutste aan een schilderij dat ineens scheef hing. Vond ik dan...

'Waar was jij gister? Moest je niet bij je familie zijn?' Vroeg hij en kwam naast me staan. Ik draaide hem om en keek hem gemaakt verbaasd aan. 'Eh, hoe bedoel je?' Vroeg ik en probeerde overtuigend over te komen. 'Bij de tentoonstelling van die examenklas met je zus.' Verduidelijkte hij het. 'Oh, dat.' Zei ik en knikte een keer. Overtuigend genoeg? Nou goed. 'Ik eh... Voelde me niet zo lekker. Aan het begin was ik er wel, maar later was ik weggegaan. Volgens Lia was Danique ook al halverwege weg.' Acteerde ik weer en maakte hier en daar wat bewegingen met mijn handen. 'Ah. Dat kan.' Mompelde hij. Volgens mij wilde hij nog wat zeggen, maar ik kwam er zelf al weer tussen. 'Maar hoe weet jij dat?' Goh ja, hoe zou hij dat nou weten.. 'Ik was er ook een poosje met vrienden.' Hij wuifde een beetje met zijn hand als teken dat het niet zo heel interessant is, of zo. 'En wie is Danique?' Vroeg hij daarna, de interesse was plotseling weer terug. "Oh, dat was ik. Had je niet gedacht hè?" Nah, laat ik dat maar voor me houden. 'Een vriendin van Lia uit Haarlem. We kennen haar al een poosje, maar zien haar niet zo vaak.' Zei ik en leunde tegen de muur. 'Aha, jammer dat ze niet hier woont. Ik vond 'r wel knap.' Zei hij grijnzend en keek voor zich uit. Nou, hij had me in ieder geval niet herkend. Dat was nu wel zeker. Hij moest is weten tegen wie hij het had. Pfft... Idioot.

Een paar uur later -tien voor twee- hield ik lunchpauze met Leon, boven op het balkon. Erg warm was het niet, maar het was in ieder geval droog. En waarom deze tijd? Nou, de meeste mensen hadden ergens tussen half twaalf en half twee middagpauze, rond die tijd kwamen er dus weer mensen koffie drinken in het cafe... Aangezien het na half twee weer rustiger werd, konden wij dan pauze houden. Voor ons waren Thomas en meneer Ramaaker geweest, na ons kwamen Jay, Ethan en Dave nog. Ik had vanochtend twee boterhammen in een bakje gestopt en was nu bezig die op te eten. Ergens had ik wel honger, maar wat wil je ook met zo'n ontbijt als dat van mij?

'Hij had je niet herkend he?' Verbrak Leon de stilte. Ik knikte een keer en glimlachte scheef. 'Dat had ik ook wel verwacht. Ik herkende je gister ook bijna niet.' Zei hij tussen twee happen door en keek met zijn eigen vrolijke uitdrukking op zijn gezicht uit over de weg. 'Ik hoopte het...' Mompelde ik grinnikend en stopte nog een stuk brood in mijn mond. 'Wat zei hij vanochtend dan wel?' Vroeg Leon geinteresseerd en ging op het muurtje van het balkon zitten. 'Pff..' Mompelde ik toen ik er aan terugdacht en rolde met mijn ogen. 'Ik had hem verteld dat Danique -ik dus- een vriendin was van Lia, die in Haarlem woonde.' Begon ik en nam nog snel een klein hapje brood. 'En dat geloofde hij?' Vroeg Leon verder. 'En of!' Ik grijnsde scheef en deed het inmiddels lege doosje dicht. 'Hij vertelde zelfs nog dat hij het jammer vond dat Danique niet in Amsterdam woonde, hij vond 'r wel knap.'

Leon schaterde het uit. Toen hij een beetje uitgelachen was keek hij me weer aan en zei: 'Die had echt geen idee tegen wie die het had. Ahaha... Die arme jongen toch.' Zei hij en veegde een traantje uit zijn ooghoek weg. 'Nee, dat kun je wel zeggen.' Ik lachte een beetje met hem mee en nam plaats op het muurtje tegenover hem. 'En dat terwijl ik eigenlijk heel slecht kan liegen...' Zei ik bedenkelijk en legde mijn benen over elkaar, zat zo in kleermakerszit op de muur. 'Nou, bijna iedereen hier denkt dat je een man bent. Hoe wil je dat dan noemen?' Vroeg hij en legde zijn broodtrommel op de vloer. 'Nou eh... Geluk?' Zei ik en stond op. 'Zullen we weer naar beneden gaan?' Vroeg ik en wierp een blik op de klok die binnen hing. 'Ja, doen we. Dan kan de rest ook nog pauze houden.' Zei hij en kwam ook van het muurtje af, raapte zijn broodtrommel weer op.

We liepen samen naar beneden en stuurden Dave, Ethan en Jay naar boven. Thomas was in de keuken en meneer Ramaaker was bezig met de kassa, achter de bar. 'Zo, daar zijn ze weer.' Zei meneer Ramaaker en verlegde wat geld. ' Hoi. Ik ga Thomas helpen in de keuken.' Zei Leon opgewekt en liep weer terug de keuken in. Het was erg rustig, dus waarschijnlijk gingen ze afwassen of zo. 'Dan zal ik de tafels wel doen.' Zei ik en liep naar het klapdeurtje van de bar, ging er doorheen. Ik haalde een doek uit een van de kastjes die in de bar zaten en liep er weer uit. Ik begon bij het tafeltje het dichtst bij de bar, en ging er met de doek over heen, maakte hem zo schoon.

Zo ging het de rest van de dag door. Gasten kwamen en gingen en het was verder eigenlijk tamelijk normaal verlopen. Het was voor mij een hele opluchting dat ik ook dit keer niet was herkend. Ach ja, zonder geluk vaart niemand wel. Tegen half negen zat ik goed en wel op mijn trouwe brommertje, die het gelukkig nog steeds deed. Terwijl ik voor het stoplicht wachtte, merkte ik een bordje op die naar het kerkhof wees. 'Daar ligt pap.' Mompelde ik in mezelf en dacht snel na. Lia en Elli konden me wel even missen, en ik was er al lang niet geweest... 'Doen we.' Besloot ik en sloeg rechtsaf, zodra het stoplicht op groen sprong.

Na een kleine tien minuten rijden kwam ik aan op het kerkhof. De zon was al onder en het kerkhof lag er tamelijk griezelig bij. Het werd alleen verlicht door de maan en een aantal lantaarnpalen die er langs de paden stonden. Het tekende een grimmig licht op de grafstenen. De wind raasde door de takken van de bladloze bomen en zorgde ervoor dat er een typisch ritselig en pieperig geluid over de begraafplaats heen waaide. 'Bleg.. De volgende keer ga ik op een ander tijdstip.' Mompelde ik terwijl ik naar het plekje van mijn vader liep. Nee, dit was nou niet bepaald het beste moment om op een kerkhof rond te lopen.

Eenmaal bij het graf van mijn vader, probeerde ik het duister even van me af te zetten. 'Hoi pap...' Begon ik en ging in kleermakerszit op de grond zitten. De grond was koud en een klein beetje vochtig. Ik keek even naar de grote, grijze steen die ongeveer twee meter tegenover me stond en vertelde over de laatste weken. Hoe het ging met mij, Elli, Lia en Dave, over het cafe, over de huurverhoging, over mijn baantje bij Edward Verkerk en ook over Jay. Ik wist niet waarom, maar ik wilde gewoon even over hem vertellen. 'Zijn humeur kan echt heel snel veranderen. Laatst was hij ineens hartstikke boos op mij en Ethan. Uiteindelijk was dat wel weer goed gekomen. Maar toch, ergens is het wel vreemd, niet?' Niet dat ik antwoord verwachtte, maar ik vond het prettig om tegen mijn vader te kunnen praten. En naar mijn mening was het goed om dat eens in de zoveel tijd te doen, gewoon, al is het alleen omdat je dan die persoon niet vergeet.

Na twintig minuten op het kerkhof te hebben gezeten, stond ik op. 'Dag pap. Tot de volgende keer.' Zei ik en maakte een korte buiging in de richting van het graf, uit respect. Langzaam begaf ik me weer naar de uitgang. Ik keek nog een keer achterom en zag de schaduwen van de bomen op het pad. De koude rillingen op mijn rug kwamen weer terug. 'De volgende keer kom ik overdag...' Mompelde ik weer en deed het hek achter me dicht. Ik was opgelucht dat ik weer andere mensen zag, dat de straat normaal verlicht was. Ik haalde mijn brommer van slot en sprong er bovenop. 'Dag pap.' Fluisterde ik nog een keer en deed mijn helm op. De laatste keer zag ik het kerkhof en reed toen weg.

Ook de volgende dag liep ik weer rustig in het cafe rond. Het was ook vandaag goed weer, niet heel warm, maar de zon scheen en het was droog. Er zaten nu al twee zakenmensen op het terras te wachten op hun kop koffie. Om half een 's middags! Dat zegt toch genoeg? Ik liep naar de mannen toe met een dienblaadje met twee grote, witte koppen met een kroontje. 'Alstublieft.' Zei ik beleefd en zette ze op het tafeltje neer, legde het bonnetje ernaast. 'Dank.' Zei een van de twee en ze gingen weer verder met hun gesprek over iets tamelijk technisch waar ik niet veel van kon volgen. Ik hield het dienblad met mijn linkerhand vast en liep weer naar binnen.

Meneer Ramaaker stond zoals gewoonlijk achter de bar, met een telefoon aan zijn oor. Ik was gewoon bezig met de mensen die binnen aan de tafeltjes zaten, samen met Thomas en Dave. Leon stond in de keuken, Ethan stond bij meneer Ramaaker en Jay was boven bezig met de website, zijn boekhouding of iets anders wat hij als bedrijfsleider zou moeten doen. 'Leon, twee wafels.' Zei ik en keek door de opening in de muur naar Leon. Hij knikte en stopte beslag in zijn ijzers. Niet veel later kreeg ik ze aangereikt op twee bordjes -weer met een kroontje- en zette ze op een dienblad bij twee milkshakes. Ik bracht ze naar twee schoolmeisjes die blijkbaar het weekend wilden vieren.

Meneer ramaaker legde de de telefoon weer weg. 'Mensen vroegen of ze hier morgen konden komen om een verjaardag te vieren.' Zei hij grinnikend en leunde tegen de bar. 'En wat zei u?' Vroeg Ethan en draaide aan een koffiemolen (ding waar je koffiebonen mee maalt, ik dacht dat dat zo heette). 'Tuurlijk kan dat!' Zei meneer Ramaaker weer en gooide zijn handen grijnzend in de lucht. Ik lachte kort. 'Met hoeveel wilden ze komen?' Vroeg ik en zette een paar kopjes klaar voor de thee. 'Een stuk of elf plus een hond, rond half zeven.' Hij vouwde zijn handen tevreden over elkaar. 'Da's goeie reclame. Bovendien: die mensen hadden net zo goed ergens anders heen kunnen gaan, wij zijn nog geen maand open. We zijn nu al populair.' Hij lachte om zijn eigen grap en wuifde met zijn handen, wat betekende dat wij weer aan het werk moesten.

Die ochtend werd ik wakker om vijf over half vier 's ochtends, nog geen idee van wat er de rest van de dag zou gaan gebeuren. Misschien was dat maar beter ook, anders was ik sowieso mijn bed niet uit gegaan. 'Argh..' Mompelde ik om de stilte in het huis te verbreken. Lia sliep nog vredig, kon ik dat nu ook maar. Ik voelde me echt gebroken. Mijn nachtrust is wel eens beter geweest. De kleine vijf uur die ik vannacht Met meer moeite en tegenzin dan ik tot nu toe ooit had gehad, sleepte ik mezelf onder mijn warme, blauwe dekens vandaan.

Na mijn gebruikelijke ochtendritueel, de melkbezorging, de kranten en een kort gesprek met Lia en Elli kwam ik weer bij het café. Ik parkeerde mijn brommer bij de rest en liep rustig naar binnen. 'Goeiemorgen.' Zei ik, zoals gewoonlijk en liep direct door naar de kleedkamers.

Een half uur later gingen we open. De eerste gasten kwamen al vrij snel en ook zonder klanten was er altijd wel wat te doen. Tegen half drie was ik bezig om de trapleuning op de een of andere manier schoon te krijgen. 'Wauw... Geweldig.' Mompelde ik en keek naar het doekje in mijn hand die tergend langzaam over de leuning ging. 'Vermoeiend.' Het was ook echt vermoeiend om in een café/restaurant te werken. Met een zucht plofte ik neer op een tree halverwege de trap naar boven. Ik legde mijn hoofd tegen de muur en zuchtte nog een keer. 'Eerder naar bed, Danique Johnsson.' Zei ik tegen mezelf nadat ik een paar minuten zo had gezeten. 'Dit kan echt niet. Vroeg of laat val je in slaap, idioot dat je d'r bent.' Murmelde ik bestraffend tegen mezelf en klopte mijn schort af. Ik ging snel verder en niet veel later was ik klaar.

'Daar komen ze!' Riep Thomas lachend en wees op een groepje van twaalf jongeren die al zingend aan kwamen lopen. Eén van hen droeg een blauw feesthoedje en had een slinger om zijn bovenlichaam geknoopt. Ze waren vijf minuten later dan gepland, maar dat kon ons niet zo veel schelen. 'Goedenavond.' Begroette Dave ze als echte ober. Ergens vond ik het best komisch. Die mensen waren waarschijnlijk van onze leeftijd. 'Hallo, wij hadden gereserveerd. Kunnen we op het terras? Dan kan onze grote vriend er ook bij blijven.' Zei de man met de slinger en wees op de kwispelende Golden Retriever. 'Prima.' Zei Dave en draaide zich naar mij om. 'Hé Daan, help even tafels schuiven.' Zei hij en liep al naar buiten. 'Ik kom al..' Zei ik en glimlachte kort naar de groep die nog halverwege de hal stond. Nadat ik de deur uit was, kwamen zij ook weer naar buiten.

Het klaarmaken van de tafels duurde amper twee minuten. Terwijl ik de kaarten ging halen, vroeg Dave vast wat ze wilden drinken en dat soort dingen. Ik legde voor iedere persoon een kaart neer. Toen ik de laatste persoon had gehad, voelde ik wat aan mijn been zitten en keek even naar beneden. Het was de hond die ik net ook al had gezien. 'Hee, jochie.' Zei ik zachtjes en ging op mijn hurken voor hem zitten. 'Jij doet me denken aan een hondje dat ik altijd zie als ik 's ochtends melk bezorg.' Zei ik tegen hem en aaide hem over zijn kop. Altijd als ik bij huisnummer acht kwam zat er een hond buiten op de stoep. Ik wist niet waarom hij altijd zo vroeg wakker was, of dat ik hem wakker maakte, maar hij zat er tot nu toe altijd. Een enorm huis, trouwens. De hond blafte een keer. 'Ook van harte gefeliciteerd hoor.' Grapte ik en woelde een keer door zijn blonde haren heen. Ik keek even naar zijn halsband. 'Bello... Hmm...' Mompelde ik in gedachten verzonken. 'Aangenaam kennis te maken, Bello.' Ik aaide nog snel een keer over zijn rug en kwam toen weer overeind. Er werd van mij verwacht dat ik de mensen binnen ook nog een beetje tevreden hield, dus zou ik dat ook maar even gaan doen.

Leon en Thomas waren een half uur later klaar met het maken van het eten van onze tamelijk luidruchtige gasten. Dave en ik gaven iedereen het goede gerecht en zelfs de Golden Retriever kreeg een worstje van Leon. 'Lekker, jongen.' Zei ik grijnzend toen ik het bordje voor hem neerzette. Er werd weer volop gezongen, voornamelijk verjaardagsliedjes. Ik ging er eigenlijk wel vanuit dat het nog meer werd naarmate ze meer wijn en bier hadden gedronken. Ook Jay kwam even naar beneden om poolshoogte te nemen van het lawaai dat hij hoorde. 'Tsja, vijfentwintig worden en zulke vrienden hebben... Dan krijg je dit soort dingen.' Zei de man met de slinger lachend. Jay lachtte mee en praatte nog wat met de man.

Om kwart voor acht waren de meeste mensen al weg, alleen het groepje feestvierders zat nog buiten. Ik zat op het trapje van het terras naar de straat. Vanaf hier kon je nét het terras op kijken. Er stonden namelijk een aantal planten, struiken en zo. Bello de hond zat voor me. Zijn staart zwiepte enthousiast heen en weer. 'Ja, jij kunt niet mee zingen hè?' Ik aaide hem weer over zijn kop en stond op. Ik rekte me eens flink uit, stak mijn armen ver de lucht in. 'Oh, wat ben ik moe. Vanavond vroeg naar bed.' Mompelde ik en gaapte een keer. Ik keek omlaag en zag dat de grote hoop blond haar die net nog op de trap lag, de straat op rende.

'Niet doen!' Schreeuwde ik. Ik wist ook wel dat honden me toch niet begrepen, maar ik kon op zijn minst een poging wagen. Zonder er verder bij na te denken rende ik het beest achterna. 'Blijf staan, deze weg moet je niet zomaar over rennen! Dom beest dat je d'r bent!' Zei ik half-boos, half-bezorgd. Straks werd dat best overreden. Da's dan zeker geen goede publiciteit, zoals meneer Ramaaker al zei.

Toen ik halverwege de straat stond hoorde ik ineens het harde getoeter van een auto door mijn oor schallen. Geschrokken draaide ik me om en keek recht in de felle koplampen van een enorme Land Rover. Mijn ogen en mond hingen wijd open en leken ook niet van plan om erg snel weer dicht te gaan. Zo'n zelfde soort Land Rover keek ik -bijna- drie jaar geleden ook recht in zijn lampen aan. Maar, dit keer was er geen vader die me zou beschermen, wat hem dat ook moest kosten. Nee, die vader kwam ook nooit meer terug. Ik wilde gillen, schreeuwen, iemand roepen, wakker worden uit een vreselijke nachtmerrie, maar niets werkte. Mijn keel was droog, ik kreeg geen geluid uit mijn mond. Het leek wel of niets in mijn lichaam meer deed wat het zou moeten doen. Geshockeerd bleef ik staan, aan de grond genageld. Doodsbang was ik. Echt. Er was geen enkele spier in mijn benen die bewoog. De Land Rover kwam steeds dichterbij en bleef luid toeteren. Niets had ook maar een klein beetje effect. Een traan liep langzaam uit mijn linkeroog. Wat een slecht einde. Net als Ben, papa...

De Land Rover was nu nog maar een paar meter van me af, en ik voelde hoe ik langzaam 1 gevoel in mijn lichaam terug kreeg: het trillen van mijn benen. Ik kon niets anders doen dan naar de auto blijven kijken. 'DAAN!' Hoorde ik plots van naast me komen. Ik had de kracht niet om opzij te kijken, dus ik had geen idee wie het riep. Het getoeter van de auto kwam er ook doorheen, dus horen was ook geen optie. Ach, het maakte ook niets uit. Ik kon me beter klaarmaken voor de klap. Ik hoorde vaag voetstappen mijn kant op komen, maar besteedde er geen aandacht aan, dat kon ik niet. De Land Rover was nu ongeveer vijf meter van me af, waarschijnlijk duurde het maar een kleine drie, misschien vier, seconden voor hij me raakte.

Maar dat deed hij niet. Vlak voordat de auto mij zou raken, voelde ik een arm om me heen. De sterke arm trok me van mijn plek en trok me een paar meter met zich mee, daar vielen de eigenaar van de arm en ik op de grond, buiten bereik van de Land Rover. Het getoeter stierf langzaam af en ik voelde hoe mijn hele lichaam nu trilde. Ik was geshockeerd, nog steeds. Ik kon het niet helpen. Mijn ogen had ik nu stijf dicht geknepen, ik wist niet wat ik niet wilde zien, maar ik kon het niet aan. De arm lag nog steeds strak om me heen, wat me ergens wel een veilig gevoel gaf, vertrouwd, terwijl het dat toch ook niet echt was. Ik bleef het beeld van de Land Rover voor me zien, ik merkte dat dat terugging naar het beeld van mijn vader en mij op het zebrapad, die laatste fatale klap. Langzaam maar zeker werd alles zwart voor mijn ogen en lag ik bewusteloos op de straat.

JAY
Ik hijgde nog even na en kwam toen overeind, zat aan de rand van de weg. 'Daan...' Ik trok hem ook overeind en liet zijn hoofd op mijn schoot rusten. 'Daan!' Ik zei het nu wat dringender, in de hoop dat hij het dan wel hoorde. 'Zeg wat!' Ik schudde zijn hoofd zachtjes wat heen en weer. Geen reactie. Ik keek naar zijn gezicht en trok zijn muts wat rechter op zijn hoofd, veegde wat losse plukjes haar weg. Zijn ogen waren gesloten en zijn ademhaling wat onregelmatig, verder leek hij oké. Opgelucht rolde er een zucht over mijn lippen. Ik legde zijn hoofd even weer op de straat en ging op mijn hurken zitten. Voorzichtig plantte ik mijn armen onder zijn rug en knieholtes en stond langzaam rechtop. Alles moest langzaam en voorzichtig, vond ik dan. Wie weet wat er met 'm aan de hand kon zijn.

Met een bewusteloze Daan in mijn armen stak ik de straat over en liep de trappen van het terras op. Onze feestende gasten waren nog steeds buiten aan het zingen, lachen en praten, al hadden ze hun jassen wel wat verder dicht gedaan. Ze merkten niet eens dat ik langs liep. Ook binnen hadden de mensen die hoorden te werken, het druk zat met elkaar plagen en een beetje vaag opruimen. Ik zou ze later wel aan het werk zetten, dit was belangrijker.

Ik rende zo snel ik kon de trap op naar boven, daar legde ik Daan op een bank. Zelf ging ik op de armleuning zitten. 'Wordt wakker.' Mompelde ik en klopte een paar keer zachtjes op zijn wang. Bezorgd beet ik op mijn lip. Waarom liep hij net nou niet gewoon weg voor die auto? Idioot. Ik liet mijn ogen over zijn lichaam gaan en merkte op dat er een flinke wond op zijn rechterbovenarm zat. 'Blijf. Niet weggaan.' Zei ik en stond snel op, rende weer terug naar beneden.

'Meneer Ramaaker, meneer Ramaaker!' Riep ik en vond hem samen met Dave in de Kroon. 'Eh, ja Jay?' Vroeg hij verbaasd en ook Dave keek me aan. 'U moet me helpen.' Ik vertelde kort wat er net was gebeurd. '... en door de val op de straat heeft hij zijn arm opengehaald.' Eindigde ik en keek van hem naar Dave en terug. 'Dom kind dat 'ie er is.' Zei Dave, met een bezorgde ondertoon in zijn stem. 'Dave, ga jij met Jay naar boven, dan pak ik de verbanddoos.' Zei meneer Ramaaker en liep op een snel tempo naar de keuken.

Even later stonden Dave, meneer Ramaaker en ik boven bij de bank. Daan was nog steeds niet bijgekomen en lag slap tegen de leuning aan. Meneer Ramaaker had de wond van zeker tien centimeter ontsmet en was nu bezig het te verbinden met een verbandje, ik weet niet meer wat voor een, daarvoor had ik te weinig opgelet naar wat hij zei. 'Komt hij al bij?' Vroeg ik en keek even naar meneer Ramaaker die op de grond zat. 'Ik weet 't niet. Het kan ik principe nog wel even duren.' Zei hij en liet Daans arm los. Dave stond over naast mij over de rugleuning van de bank naar Daan te kijken. 'Ik ga weer naar beneden om de rest even in te lichten en de feestgangers vertellen dat we met tien minuten willen sluiten.' Zei meneer Ramaaker en ruimde de verbanddoos op, liep naar de trap.

Dave en ik stonden beide te wachtten tot Daan bij kwam. 'Waarom liep hij niet weg toen die auto eraan kwam?' Vroeg ik, niet in het bijzonder aan Dave, maar misschien wist hij iets dat logisch zou klinken. Ik zag dat hij op zijn lip beet. Waarschijnlijk twijfelde hij ergens over. 'Hij eh... Had drie jaar geleden een auto-ongeluk. Ik denk dat dat er mee te maken heeft.' Hij keek me niet aan en tikte wat met zijn vingers op de bank. Ik wist gewoon dat hij iets wegliet, maar wat? Mocht ik dat niet weten of zo?

DANIQUE
'Hee, hee! Volgens mij komt hij bij.' Hoorde ik vaag op de achtergrond. Ik opende kreunend mijn ogen. 'Wat... Wat is er gebeurd?' Mompelde ik zwakjes en probeerde overeind te komen. 'Blijven liggen.' Het was Leon, hij zette zijn hand tactisch op mijn borstkas en duwde me terug. 'Auw...' Mompelde ik en sloot mijn ogen weer half. Mijn arm deed zeer, voelde vreemd. Ik kon de lichamen van Leon, Jay en Dave onderscheiden van de rest van de tamelijk donkere kamer. 'Ik ga snel helpen opruimen, 't Is al bijna tien over acht of zo.' Zei Leon en rende al gauw de trap af.

Ik herinnerde me langzamerhand weer wat er zojuist was gebeurd. 'Hoe kom ik hier?' Vroeg ik en liet mijn ogen steeds wat verder open gaan. 'Hij' Dave's vinger wees naar Jay; 'heeft je gered. Ik zou 'm maar dankbaar zijn.' Hij grijnsde en keek trots naar Jay. Die frummelde een beetje aan de rugleuning van de bank en glimlachte verlegen. Lief. 'Dankjewel.' Mompelde ik en keek hem dankbaar aan. 'Graag gedaan.' Zei hij en kreeg een schouderklopje van Dave. Ik zag een pleister op Jay's hand. 'Hoe komt dat?' Vroeg ik zachtjes en knikte een keer vaag naar zijn arm. Jay leek eerst niet te begrijpen waar ik het over had, maar knikte toen hij doorkreeg dat ik het over zijn hand had. 'Dat kwam door de val die we maakten, heb je je eigen arm al wel gezien?' Vaag kwam ik overeind en zag dat er over, naar mijn gevoel, mijn hele bovenarm verband gedraaid zat. 'Argh...' Mompelde ik en leunde met mijn rug tegen de armleuning van de bank. 'Maar, ik ga ook beneden helpen. Komen jullie ook zo?' Vroeg Dave en keek even naar Jay. Die knikte en kwam naast mij op de bank zitten.

'Daan...' Begon hij en leunde met zijn rug tegen de armleuning aan de overkant. 'Ja?' Zei ik, nog steeds een beetje zwak, maar wel wat "wakkerder" dan eerst. Mijn rechterarm hing slap naast me op de bank, het deed me te veel pijn als ik hem te veel bewoog. 'Waarom liep je niet weg toen je merkte dat die auto eraan kwam?' Vroeg Jay voorzichtig en trok zijn beide benen op de bank. 'Well eh,.. Dat is een nogal ingewikkeld verhaal.' Zei ik en draaide nerveus aan de ring rond mijn vinger. 'Als je het niet wil vertellen, hoeft het niet hoor...' Zei hij en keek net zo nerveus als ik naar zijn eigen handen. 'Ik vertel het een andere keer, oke?' Vroeg ik en keek hem weer aan. Ik had nu niet echt zin om hem het hele gedoe rond het ongeluk met mijn vader te vertellen. Dat lag net iets te gevoelig op het moment. Hij knikte en stond op. 'Kom, we gaan naar de rest.' Ik legde mijn benen eerst over de rand van de bank en zette ze daarna pas echt op de grond. Langzaam kwam ik overeind. Toch moest ik wel enige moeite doen om echt te blijven staan. Ook Jay had dat gemerkt en kwam naar me toe. Voorzichtig sloeg hij zijn rechterarm om me heen en liet me op hem steunen. Zo kon mijn rechterarm ook gewoon blijven hangen waar hij op dit moment hing. Met voor mijn doen veel te trage stapjes kwamen we bij de trap en liepen we naar beneden. Waarschijnlijk was Jay gewoon bezorgd, dat kon ik me ook prima voorstellen. Als het andersom was geweest, was ik ook bezorgd geweest.

De mensen beneden hadden ons aan horen komen, dus stonden ze met z'n vijven al onderaan de trap. 'Gaat het?' 'Lukt het zo?' 'Alles oké?' 'Hebben jullie niets?' Waren onder andere reacties die we kregen toen we de laatste treden afliepen. 'Ja, het lukt wel zo.' Zei Jay die me nog steeds vasthield. Niet dat ik daar iets op tegen had of zo. Nee, verre van dat... Hèhè.

Maar goed, we stonden ondertussen met z'n allen in de gang en Jay en ik hadden vaag verteld wat er nou gebeurd was. Ik kon nu weer normaal op mijn eigen benen staan, dus had Jay me maar losgelaten. Toch voelde ik me nog een beetje vreemd, maar dat kon ook heel goed door slaaptekort komen. 'Nou ja, het is in ieder geval goed afgelopen.' Sloot meneer Ramaaker het onderwerp af. 'Het restaurant is schoon en de lichten zijn overal uit. In principe kunnen we gaan.' Vervolgde hij en liep met iedereen mee naar de gang.

Buiten namen we afscheid van elkaar en ik wilde zoals ik normaal gesproken zou doen, naar mijn brommer. 'Hohoho... Dat dacht ik niet.' Hoorde ik Jay's stem van achter me zeggen. Hij hield me vast aan de achterkant van mijn jas, waardoor ik bijna mijn evenwicht verloor. 'Je dacht toch niet dat ik je zo naar huis liet gaan? Je bent een gevaar op de weg joh.' Stelde hij vast terwijl ik me naar hem omdraaide. 'En hoe moest ik daar anders komen?' 'Ik breng je. Dat brommermotording van je komt later wel.' Het was meer een bevel dan een vraag. Ik zuchtte een keer zachtjes en keek naar zijn ogen. 'Ik kan best rijden.' Zei ik kortaf en sloeg mijn armen over elkaar. Die liet ik zo snel ik kon weer los, aangezien het ontzettend zeer deed aan de wond. 'Nu misschien, maar over vijf minuten doet je wond zeer en dan lig je op straat en rijdt er alsnog een Land Rover over je heen. En daarbij: je bent nog steeds zwak en in shock.' Zei hij vastbesloten en was niet van plan mij iets anders te laten doen. 'Oké, oke.' Gaf ik toe en liep achter hem aan naar zijn Mini. Hij was waarschijnlijk gewend dat hij alles kreeg wat hij wilde, maar dat zou ik hem nog wel afleren.

Jay maakte het slot open door van een paar meter afstand op een of ander knopje te drukken op de sleutel. Ik liep naar de bijrijderkant en deed de deur open. Ik liet me op de stoel zakken en zag dat Jay ook al zat. Ik draaide me wat bij, zodat ik de deur met mijn linkerhand dicht kon doen. Meteen daarna trok ik met dezelfde hand de gordel over mijn lichaam heen en klikte deze vast. Ik hoorde de motor van de auto aan gaan en we reden de parkeerplaats af. Ik zwaaide een keer naar mijn brommertje dat er als enige nog een beetje eenzaam stond. 'Geef me de sleutels van je brommer is?' Het had meer weg van een bevel dan een vraag, dus viste ik mijn sleutels uit mijn broekzak en gaf deze aan hem. 'Dank. Ik zorg er wel voor dat dat geval morgenvroeg, stipt tien uur, op je stoep staat.' Zei hij en sloeg een straat in. 'Eh.. Ja, is goed.' Zei ik, waarschijnlijk had ik toch geen keuze. Ik kon de melk wel per fiets bezorgen en op zondag was er toch geen krant.

'Zeg Jay... Waar gaan we heen?' Vroeg ik verward. We waren onderhand al tien minuten verder en ik begon echt moe te worden. Ik gaapte een keer. Kak, ik was echt moe. 'Jouw huis, wat dacht je dan?' Hij keek me even vaag aan, maar focuste toen weer op de weg.
'Weet je dat zeker?'
'Zeg, ik rijd toch zelf?'
'Ja, dat wel... Maar heb je wel door dat je al zeker tien minuten de verkeerde kant op rijd?'
'Wat?! Had je dat niet wat eerder kunnen zeggen?!'
Ik lachte zachtjes en Jay draaide de auto om op de eerstvolgende rotonde. 'In welke straat woon je?' Vroeg hij en reed maar gewoon rechtdoor. Ik vertelde hem precies waar ik woonde en Jay wist uiteindelijk waar hij heen moest, maar had onderhand z'n afslag wel gemist. Ik lachte weer en legde mijn hoofd tegen de deur.


JAY
Uiteindelijk reed ik toch goed, maar ik zou zweren dat Daan in de buurt van meneer Ramaaker woonde. Dat was in ieder geval niet zo, daar was ik wel achter. Ik concentreerde me op de weg en wierp tussendoor nog een snelle blik op mijn horloge. Als de stoplichten en dergelijke een beetje meezaten, zouden we met een kwartier wel daar kunnen zijn.

Natuurlijk gaat het eerst stoplicht dat je dan tegenkomt tegenzitten en op rood staan. 'Lekker dan.' Mompelde ik en keek naar het rijtje auto's dat nog voor mijn Mini stond te wachten, zij wilden ook allemaal rechtsaf. 'Daan, wil je je huissleutels en zo niet van die sleutel afhalen? Je hebt die nog nodig.' Stelde ik vast en keek naar de sleutelbos. Er zaten behalve de sleutel van de brommer nog een aantal anderen aan vast. Toen ik geen antwoord kreek, keek ik opzij. 'Daan?' Volgens mij sliep hij, maar ik kon het niet goed zien. 'Daan?' Vroeg ik nog een keer, wat zachter dan de eerste keer. Voorzichtig boog ik me wat over hem heen en zag dat zijn ogen gesloten waren. Hij leek niet helemaal prettig te slapen of zoiets, want het zag er uit alsof hij zijn ogen echt dichtkneep en hij beet op zijn onderlip. Veel tijd kreeg ik niet om er verder aandacht aan te besteden, want op het stoplicht gaf nu het groene lampje licht. Snel ging ik weer goed zitten en trapte op het gaspedaal. De man achter me begon al ongeduldig te toeteren.

Twintig minuten later stond ik stil voor het huis van Daan en z'n familie. 'Wow... Wat een miezerig huisje.' Mompelde ik niet erg onder de indruk en opende de deur, haalde de sleutels nog snel uit de auto. Ik schoof de brommersleutel van het ringetje af en propte die in mijn jaszak. De rest van de bos hield ik gewoon in mijn hand. Met een paar grote passen stond ik bij de deur aan de andere kant. Ik keek door het raam naar Daan. Hij sliep, ik wist het nu honderd procent zeker. Zijn hoofd hing deels tegen het raam aan, waardoor ik voorzichtig moest zijn met open doen. Heel langzaam zette ik de deur op een klein kiertje. Daans hoofd lag nog steeds tegen de deur en hij sliep nog steeds door. Ik zette mijn hand op de open plek tussen de deur en Daans hoofd. Ik trok de deur steeds een klein stukje verder open, waardoor ook zijn hoofd steeds dichterbij kwam. Op een gegeven moment had hij geen steun meer aan de deur en viel hij op mijn hand. Ik dacht even dat hij wakker werd, maar hij kneep alleen zijn ogen wat verder dicht. Nu gooide ik de deur helemaal open en tilde Daan uit de auto.

Ik liep naar de voordeur met Daan in mijn armen, alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ik drukte een keer op de deurbel en na een paar minuten deed ik dat weer. Al gauw werd duidelijk dat er niemand thuis was. Ik voelde dat ik de sleutels nog in mijn hand had, maar was het wel een goed idee om zomaar naar binnen te stappen? Ach wat, ik ben toch zeker Jay Antonius Johannes de Waart?! Ik kon doen wat ik wilde. En als ze het daar niet mee eens waren, gaf ik ze wel een paar honderd euro om het voorval te "vergeten".

Ik prutste wat met de sleutels en vond uiteindelijk de goede. Het was nog steeds niet het makkelijkste wat ik ooit had gedaan, ik bedoel; ik had Daan ook nog vast?! Na nog wat verder gedoe, lukte het me om de deur open te krijgen.

Ik liep het huis in en hoorde de deur achter me dicht vallen. Mooi, hoefde ik dat ook niet meer te doen. Met korte stappen liep ik naar de eerste de beste open deur en liep deze kamer in. Het leek vaag op een woonkamer, maar dan véél kleiner en rommeliger. Op de grond lagen een aantal knuffels en op de tafel stond een doos knopen. Vreemd, maar het kon me nu niet zo veel schelen. Met de nodige moeite legde ik Daan op de bank en strekte mijn nu weer vrije armen een keer. Ik legde de sleutels op het tafeltje, naast de knopen en keek even rond. Het lichtknopje waar ik naar zocht, had ik al snel gevonden. Het was sowieso niet erg donker zonder de lamp. Ik deed het licht aan en liep terug. Mijn oog viel op een klein wit briefje op de tafel. 'Wij zijn sinterklaasinkopen doen. Koopavond bij de Bijenkorf. Lia en Elli.'

Dat had ik natuurlijk weer... Ik legde het briefje terug en keek naar Daan. Hij sliep nog steeds erg onrustig. Misschien moest ik 'm maar wakker maken. Aan de andere kant had hij zijn slaap wel nodig, maar dat zou hij dan later maar in moeten halen. Maar hij lag er wel vredig bij zo... Ik boog me wat naar hem toe en keek naar zijn tere gezichtje. Langzaam bewoog ik mijn hand wat naar hem toe, naar zijn wang. Ik liet mijn vingertoppen zachtjes over zijn wang strijken. Zijn wang voelde zacht aan. Ik merkte dat zijn hand onbewust naar zijn wang ging, dus haalde ik de mijne snel weg. Ik zag dat hij aan zijn wang krabde, waarschijnlijk dacht hij dat er een stofje op was gevallen of zo. Aan zijn vinger zat een ring die me nog nooit echt opgevallen was. Toch kreeg ik het gevoel dat ik hem eerder gezien had, maar waar? Ik zag dat er een datum op stond. Die dag was nog langer geleden dan de dag van mijn geboorte. Maar vooral het hartvormige steentje dat ik nog kon zien, deed me ergens aan denken. Ik kreeg een beeld voor me van een blauwe jurk, maar Daan en een blauwe jurk pasten op geen enkele manier bij elkaar. Nee, dat was het niet, dat zou belachelijk zijn...

Ik keek nog steeds twijfelend naar de slapende Daan. 'Ik maak hem wel wakker.' Mompelde ik en schudde een keer zachtjes aan z'n schouder. Hij reageerde niet echt, kneep alleen zijn hand wat meer samen. Volgens mij had hij echt een nachtmerrie of zo. 'Daan.' Zei ik droog, in de hoop dat hij dat zou horen. Nee dus. Ongeduldig trok ik nog een keer aan zijn mouw. Ineens schoot hij omhoog en keek me met grote, bange ogen aan. 'W-Wat... H-hoe...?' Hij brabbelde nog wat en kwam toen normaal op adem. 'Ben ik serieus in slaap gevallen? Waar?' Vroeg hij en gooide zijn benen van de bank af. 'Ja, in de auto.' 'Argh.' Hij sloeg zichzelf zacht op zijn wang en keek me aan met een typische wat-ben-ik-toch-een-idioot blik. 'En toen heb je me maar gewoon hierheen gebracht?' Vroeg hij ietwat ongelovig en trok zijn wenkbrauw op. 'Wat had ik dan moeten doen? Ik had je sleutels toch al. Hier zijn ze weer, trouwens.' Kort grinnikte ik en wees naar de sleutels op tafel. 'Maar ik wilde niet zomaar weg gaan, want er is niemand thuis.' Vervolgde ik mijn uitleg. Hij knikte afwezig en las het briefje dat op tafel lag. 'Hm.. Oke. Dankje.' Zei hij warrig en legde het briefje naast hem op de bank. 'Je ziet er echt uitgeput uit, weet je dat?' Het was niet echt een vraag, meer een ***. Hij zag er echt belabberd uit. 'Nog niet, maar ik had wel een donkerbruin vermoeden.' Antwoordde hij en probeerde een gaap te onderdrukken, wat faliekant mislukte. 'Ik ga maar. Dan kun jij naar bed.' Ik grijnsde naar hem en hij keek lichtgeïrriteerd terug. 'Ha-ha.' Zei hij droog en stond op.

'Nou dag dan.' Ik grinnikte kort en stapte in mijn auto. Daan zwaaide kort en hield toen zijn hand voor zijn mond. Waarschijnlijk gaapte hij weer. Hij was echt gebroken. Echt, hij putte zichzelf uit. Ik startte de motor en keek nog een keer opzij. Daan was al naar binnen gegaan. Met de toegestane dertig kilometer per uur reed ik de straat uit.

Eenmaal aangekomen bij mijn huis reed ik mijn auto de garage in. Ik parkeerde hem naast de limousine van mijn moeder. Daar reed ze toch alleen in met echt speciale redenen, dus zou ze hem de komende tijd vast niet heel vaak nodig hebben. Ik liep de marmeren trap op naar de begane grond, waar een van de kamermeisjes al stond te wachten. Ik graaide de sleutel uit mijn jaszak en trok mijn jas toen uit. Ik gooide hem op de grond en ging er vanuit dat het kamermeisje hem wel zou opruimen. En natuurlijk deed ze dat, daarvoor werd ze betaald. Met ferme passen kwam ik de keuken binnen. 'Goedenavond, m'neer.' Begroetten de koks me terwijl ze een korte buiging maakten. 'Ja ja. 't Is wel goed. Maak wat te eten, het is al laat.' Beval ik en liep naar de eetkamer.

Ik pakte een klein, zwart apparaatje van de tafel met een groene knop. Een soort walkietalkie. Hiermee kon ik het dienstmeisje oppiepen dat als het ware speciaal voor mij was aangenomen. Ik had heel vaak een andere, aangezien ik nogal kieskeurig was. Ik drukte op de knop en praatte in de luidspreker. 'Hallo? Stuur meneer Lee naar de eetkamer.' 'Ja m'neer.' Ik hing op en ging aan het hoofd van de enorme tafel zitten. Ongeduldig tikte ik met mijn vingers op het witte kleed. 'Wat wenst u m'neer?' Meneer Lee kwam de kamer binnen zetten met een willekeurige butler bij hem. Ik gooide de sleutel naar hem toe en hij ving hem handig. 'Bij het restaurant staat een brommer. Ik wil dat die morgenvroeg stipt tien uur bij dit adres is.' Ik pakte pen en papier van meneer Lee aan en schreef het adres van Daan op. 'Dat komt voor elkaar, m'neer.' Zei hij en gaf het briefje en de sleutel door aan de butler naast hem. 'Dat is je geraden.' Zei ik en steunde met mijn elleboog op tafel, legde mijn hoofd op mijn hand. Het was echt deprimerend om zo alleen aan zo'n reusachtige tafel te zitten. Maar daar kon ik ook niet zo veel aan doen. Mijn moeder was altijd weg, mijn vader was dood en mijn zus uitgehuwelijkt. Wat moet je dan? Ik kon Steyn en Vincent wel vragen te komen, maar die hadden ook wel wat beters te doen om half tien 's avonds.

Niet veel later kwam mijn warme maaltijd binnen. Ik had geen idee wat het was, maar het zag er wel goed uit. De koks maakten een buiging en liepen weer weg. Met een ongeïnteresseerde blik in mijn ogen keek ik naar het eten en werkte het rustig naar binnen. Na een ruime twintig minuten had ik geen zin meer en schoof ik de restjes van me af. Ik stond op en liep de kamer uit. Iemand zou het wel opruimen, anders ontsloeg ik ze gewoon stuk voor stuk, dat wisten ze.

Ik liep onrustig de trap op, naar boven. Mijn kamer was aan het einde van de gang op de eerste verdieping. De huishoudsters die ik tegenkwam in de zeker dertig meter lange gang, bogen allemaal beleefd zodra ik langs ze liep. Met een lege blik liep ik langs ze heen en opende de twee deuren aan het einde van de gang. Meteen deed ik ze weer achter me dicht en liep door de ruimte naar de bank die aan de andere kant van de kamer stond. Er lag een schone pyjama, die ik meteen aantrok.

Ik was moe, ik had geen idee waarom. Na een flesje water uit de minikoelkast te hebben gepakt en daar wat van gedronken te hebben, stapte ik naar mijn bed. Als je het zo zou zien, zouden er makkelijk vier, misschien vijf, mensen in passen. Ik kroop onder de dekens en draaide me op mijn linkerzij, met mijn gezicht naar het raam gericht. Het was donker buiten, het enige wat ik kon zien waren de toppen van een aantal bomen die in de tuin stonden. Ik dacht weer terug aan wat er deze avond was gebeurd.

Waarom was Daan niet gewoon weggelopen, dan was er niets aan de hand geweest? Waarom was hij zo in shock? Waarom bewoog hij niet? Waarom was hij zo moe? Waarom sliep hij zo onrustig? Waarom was hij zo licht? Waarom kijk ik zo graag in zijn ogen? Waarom vond ik het bijna leuk dat ik hem in mijn armen had, na mijn redding? Waarom weet ik op geen enkele vraag het antwoord? WAAROM AL DIE VRAGEN?! Ik zuchtte en schudde mijn hoofd in een poging mijn gedachtes te stoppen. Het lukte niet, waardoor ik maar bleef woelen. Wat was er nou ineens mis met mij? Of, wat was er met Daan? Serieus, de laatste tijd doet hij iets met me wat ik niet kan bevatten.


DANIQUE
Direct nadat Jay was ingestapt, deed ik de deur dicht. Ik leunde met mijn rug tegen de muur en een diepe zucht rolde over mijn lippen. 'Argh...' Mompelde ik zachtjes en sleepte mezelf naar de trap. Zin om te eten had ik absoluut niet meer. Mijn ogen sloten zich al half toen ik halverwege de trap was en toen ik eenmaal boven was, had ik geen energie meer over. Het was een vermoeiende dag vandaag. Ik kon mijn ogen amper open houden. Met trage, wankelende passen liep ik Lia en mijn kamer in en liet me direct op mijn bed vallen. Met enige moeite trapte ik mijn schoenen uit en gooide mijn muts op de grond. 'Ahm...' Mompelde ik en draaide op mijn buik. Ik sloot mijn ogen en viel bijna direct in slaap.

'AAAAAA~' Ik gilde mezelf wakker en schoot overeind. Hijgend zat ik overeind in mijn bed. 'Gaat het? Danique? Wat is er?' Blijkbaar was Lia wakker geworden door mijn gegil. Ik hoorde de vloer kraken en zag langzaam een schim op me af komen. 'Alles in orde?' De stem van Lia was dichterbij en ik merkte dat ze op mijn bed kwam zitten. 'Ja, het gaat wel.' Zei ik zachtjes en legde mijn hand tegen mijn voorhoofd aan. 'Oh... Hoofdpijn.' Mompelde ik zachtjes en hoorde nu ook de deur kraken. 'Lieverds, wat is er aan de hand?' Vroeg de slaperige stem van Elli. 'Niets mam. Ik had gewoon een nachtmerrie.' Ook Elli kwam naast me zitten. 'Waar ging het over dan meissie?' Elli ging even met haar hand door mijn haar. Voor heel even voelde ik me weer een klein kind. Een klein meisje dat de steun van haar ouders nodig had, nadat ze eng gedroomd had. Op sommige momenten zou ik wel terug willen naar die tijd. Even geen zorgen...

Nadat ik na een tijdje nog niet geantwoord had, vroeg Elli het weer. 'Waar heb je over gedroomd, lieverd?' Mijn antwoord was tamelijk kort. 'Pap, het ongeluk.' Zei ik en wreef over mijn hoofd. 'Wacht, ik pak wel even een aspirientje.' Zei Lia en stond op. Mijn ogen begonnen langzaam aan het duister te wennen. 'Ja, dankje.' Mompelde ik wazig en ging weer achterover liggen. 'Hoe laat is het?' Vroeg ik en keek op de wekker. 'Kak, half twee. Lekker dan.' Mompelde ik in mezelf en begroef mijn hoofd in het kussen. 'Het komt wel goed. Het ongeluk is geweest. Je kon er niets aan doen.' Stelde Elli me gerust. Twijfelend beet ik op mijn lip, toen ik weer aan het ongeluk dacht. Mijn vader was er uiteindelijk aan overleden, en ik was de enige die het verder écht gezien had. Vreselijk. Wisten Lia en Elli al over het incident van vanavond, bij het restaurant? Volgens mij niet. Misschien moest ik Jay maar over het eerdere ongeluk vertellen, die vond me nu vast vreemd. Ik kon er toch ook niet zo veel aan doen dat ik gewoon al eerder bijna aangereden was door een Land Rover? Ach ja, dat was van later zorg. Die middag moest ik gewoon weer naar het restaurant, dan zou het vanzelf wel ter sprake komen.

'Liggen en slapen.' Commandeerde Lia nadat ik het pilletje had doorgeslikt. Elli was al weer naar haar eigen kamer gegaan. 'Dankje.' Zei ik kleintjes en slikte een keer. 'Graag gedaan.' Zei ze gniffelend en liep naar haar eigen bed. Eerst luisterde ik aandachtig naar het bed en de dekens, daarna naar haar ademhaling. Volgens mij sliep ze na een paar minuten al weer. Ik daarentegen, sliep de rest van de nacht niet meer.

Om half vier begon de wekker onder mijn kussen te piepen. Ik had mijn ogen dicht, maar sliep nog steeds niet. Ik kon het gewoon niet. Telkens als ik bijna in slaap viel, kwam het beeld van de Land Rover weer voor me. Eerst de Land Rover die mijn vader en mij aanreed, daarna de Land Rover die Jay en mij bíjna aanreed. Mijn hoofdpijn was wel minder geworden, maar ik wist niet voor hoe lang dat nog zo zou zijn. Ik moest gewoon wat extra slaap hebben, wanneer dat kon. Het restaurant zou om half één open gaan, dus moest ik er om twaalf uur zijn. Tussen het wegbrengen van de folders en melk, en het moment dat ik naar het restaurant zou moeten zat nog een uur of vier, dus kon ik in die tijd misschien nog wat slapen.

Na het dagelijkse ochtendritueel deed ik mijn rondes op mijn fiets, waardoor ik later thuis was dan verwacht. Toch had ik nog een ruime drie en een half uur. Ik liep de keuken in en zag alleen Elli zitten. Lia was waarschijnlijk boven wat huiswerk maken of zoiets. 'Hoi Elli.' Zei ik en ging op een stoel zitten. Ik speelde wat met een pen die op tafel lag. De hoofdpijn begon weer erger te worden, maar dat negeerde ik. 'Hoi Daniqueje.' Zei ze en keek me over haar schouder aan. 'Wat maak je?' Vroeg ik en liet de pen met rust. 'Pannenkoeken. Lekker toch? Ik had Lia beloofd dat als ze een acht of hoger had voor wiskunde, we pannenkoeken zouden eten. En nu ben jij ook nog een poosje thuis.' Ik knikte kort en stond toen op. 'Ik ga nog even proberen te slapen.' Zei ik en drukte een kus op haar wang. 'Dag Elli.' Ik liep naar de deur en deed die open.

Even later lag ik boven in bed. Nu had ik overigens wel de moeite gedaan om een pyjama aan te doen. Het was onderhand een uur of negen. Ik sloot mijn ogen en zuchtte een keer zachtjes. Het duurde niet lang voor ik in een onrustige, lichte slaap viel. Ik droomde nog steeds over Jay, mijn vader en de ongelukken, niet de meest prettige dingen.

Om tien uur werd er aan mijn schouder geschud, wat me wakker maakte. Toen ik mijn ogen opende zag ik Elli voor het bed staan. 'Er staat een man voor de deur die Daan moet hebben, dus doe je muts even op.' Zei ze en raapte hem op van de grond. 'Ja, is goed.' Mompelde ik afwezig en had de helft niet meegekregen. Ik gooide de dekens van me af en haalde mijn hand door mijn haar. Ik deed het even goed en propte er toen een elastiekje in. De muts pakte ik van Elli aan en met tegenzin zette ik hem op mijn hoofd.
Eenmaal beneden liep ik in pyjama naar de voordeur die Elli voor de zekerheid had dichtgedaan. Je wist maar nooit wat voor engerd het kon zijn. Ik opende hem en keek omhoog naar een man in een zwart pak met streepjes. 'Goedemorgen meneer.' Zei ik nog ietwat slaperig en probeerde mezelf een beetje beleefd voor te doen. 'Een goedemorgen. Bent u Daan Johnsson?' Nou, ongeveer... 'Dat ben ik ja.' Ik vroeg me onderhand wel af wat die kerel nou van me moest. 'Meneer De Waart heeft mij gevraagd deze... Eh... Brommer naar dit adres te brengen.' Hij wees naar mijn brommer die in de voortuin geparkeerd stond. 'Huh? Oh, ja. Heel erg bedankt meneer.' Zei ik opgewekt en keek hem dankbaar aan. Daar had hij blijkbaar niet op gerekend, want hij leek een beetje overrompeld door het feit dat er zojuist iemand "Dankjewel" zei.

De man vroeg nog even of de brommer mocht blijven staan. Toen ik dit bevestigde, gaf hij mij de sleutels en ging weer weg. Ik volgde de grote, zwarte auto met mijn ogen tot hij de straat uit was gereden en liep toen weer naar binnen, de deur achter me dicht gooiend. 'Wie was dat?' Riep Elli direct. ''t Is oké, hij kwam mijn brommer brengen.' 'Had je die niet meer? Waar was hij dan? Hoe kwam je thuis gisteravond?' Ratelde ze aan één stuk door. Kort zuchtte ik en legde haar het verhaal een beetje uit. 'Goed? Mooi. Dan ga ik nu weer naar bed.' Sloot ik mijn verhaal af en wilde de trap weer oplopen. 'Zou je dat wel doen? Ik wilde ook zo eten opscheppen...' Zei Elli subtiel. 'Liever slapen dan eten. Ik eet een andere keer wel.' Zei ik kort en rende de trap op. Ik kon er toch zeker ook niets aan doen dat ik uitgeput was? Ach schíjt. Ik at een andere keer wel weer wat.

Na nog een paar uur van heerlijke slaap, zette ik mijn brommer weer op de parkeerplaats van Prince's Castle. Zucht. Ik prutste wat met de sleutels en kreeg hem uiteindelijk op slot. Ik gaapte en rekte me nog eens rustig uit bij de ingang van het restaurant. Daarna deed ik de deur open en liep naar binnen. 'Hallo...' Zei ik, nog niet helemaal wakker. 'Een hele goeiedag mevrouw.' Zei Leon opgewekt en keek grijnzend mijn richting in. Hyperactief maakte ik een "Ssst!" gebaar en sprong een paar keer op en neer. 'Rustig maar. Meneer Ramaaker is boven, Dave is in de keuken en de rest is er nog niet.' Zei hij, lachend om mijn reactie. 'Nou ja,.. wist ik veel.' Ik grinnikte kort en liep naar de kleedkamers om me om te kleden.

De komende tijd verliep aardig goed,. Dat wil zeggen; voor mijn doen. Jay en ik hadden het eigenlijk niet meer over het -bijna- ongeluk gehad, wat ik erg prettig vond. Waarschijnlijk had hij door dat er wat achter zat, en dat ik daar niet over wilde praten. Ooit vertelde ik het hem wel is, maar nu nog niet. Ik kende hem net... Een maand of zoiets? Nou goed. De rest had niet ontdekt dat ik een ander geslacht had dan zij, dus ook dat verliep naar wens. Mijn slaap daarentegen wat minder. Ik had bijna geen last meer van nachtmerries over mijn vader en de ongelukken, maar werd 's nachts wakker van... alles ongeveer. Lia had me een anti-wallencrème gegeven, die ik ook hard nodig had. De wallen waren er op die manier nog wel, maar minder zichtbaar. Alle tijd die ik buiten mijn klusjes om vrij had, sliep ik. Erg leuk gezelschap was ik niet meer. Maar ik kon er niets aan doen. Ik was compleet uitgeput door alles. Ook mijn eetlust werd steeds minder, maar daar maakte ik me niet echt zorgen om, die kwam vanzelf weer terug als ik wat beter sliep. Ik at wel, maar niet erg veel, zelfs voor mijn doen.

Het was vrijdagmiddag, 27 november. Steeds meer kleine kinderen die langs kwamen waren helemaal in de sinterklaas stemming. Ik vond het op zich best gezellig, maar niet iedereen was het daar mee eens. Zo had Thomas er niet zo veel zin meer in nadat meerdere kinderen aan hem hadden verteld dat ze het grote geheim van Sinterklaas wisten. Dan denk je natuurlijk wat anders te horen te krijgen dan "Hij heeft een roze onderbroek!" met een enorme giechel er achteraan. Ach ja, verder kon hij het wel met ze vinden. Als het zomer was geweest, was hij de rozen maar gaan bijknippen. Maar aangezien het winter was, kon dat niet en ging hij maar bezig met de struikjes die over waren. Hij had het meer op de natuur dan kinderen.

Nu zat hij daar weer, ook al was het rustig en waren er in geen velden of wegen kinderen te zien. Ach, hij had toch niet beters te doen. Ik zag hem hurken bij één van de planten en besloot om naar buiten te gaan. Nog geen minuut later zaten we beide op de grond, die overigens best koud was. Waarschijnlijk had ik gewoon zin in een gesprek. 'Dus, nog veel verschillende onderbroeken aangehoord?' Vroeg ik en frunnikte aan een takje dat mijn kant op stak. 'Nou, gister wel. Waarom moeten die kinderen mij hebben?' Zei hij lichtgeërgerd. 'Weet ik veel. Misschien heb je wel een hoofd dat zegt: "Vertel mij over Sinterklaas".' Zei ik grinnikend en liet het takje op de grond vallen. 'Nou, aan jou heb ik veel.' Zei hij en keek me droog aan. 'Ja, aan mij heb je een heleboel.' Zei ik en keek net zo droog terug. 'Pff.. Alsof jij zoveel Sinterklaas viert.' Zei Thomas weer en steunde met zijn hoofd op zijn hand, die op zijn beurt weer op zijn been leunde. 'Hm.. Niet heel veel. We vieren het op de verjaardag van mijn vader. Alleen dan. Komt omdat hij er wel erg van hield.' Terwijl ik dat zei haalde ik mijn schouders op.
'Hoezo "hield"? Is 't niet meer interessant omdat jullie ouder zijn geworden?'
'Nee...'
'Wat dan?'
'Hij is dood.'
Het verbaasde me hoe nuchter ik het nog kon zeggen. Telkens als ik het zei, kreeg ik weer diezelfde messteek door me heen. Ik voelde hem nu weer, maar liet dat zo min mogelijk merken aan Thomas. 'O, sorry.' Zei hij en beet op zijn lip, niet wetend wat hij moest zeggen. 'Geeft niet.' Zei ik en glimlachte nep. 'Maar nu vieren we het dus niet heel veel of zo. Geen geld, tijd en zin waarschijnlijk.' Ik lachte kort, om de stemming wat luchtiger te krijgen. Hij knikte en vond het blijkbaar prettig dat het ergens anders over kon gaan. Zo hadden we nog een beetje een nutteloos gesprek, tot er weer klanten kwamen en we aan het werk moesten.

Tegen half acht 's avonds moest ik naar de wc, dus liep ik naar het personeelstoilet op de eerste verdieping. 'Gelúl.' Mompelde ik zachtjes. Het was ingericht als mannentoilet, wat in principe ook erg logisch was, maar ik kon er wel gewoon mijn behoefte doen. Ik deed de deur van de ruimte open en zag Jay staan. "Oh-oh.." Was het eerste wat door mijn gedachtes schoot. Ik zag alleen zijn rug, dus zag hij mij -tenzij hij ogen in zijn rug heeft- niet staan. Zo stil en snel ik kon zette ik een stap terug en trok de deur weer voor me dicht. Ik rende direct door naar de bank en verstopte me erachter. Niet veel later hoorde ik het geluid van het doortrekken van een wc, gevolgd door voetstappen die langzaam wegstierven. Opgelucht haalde ik adem. 'En weg is de kerel.' Mompelde ik en ging in een wat meer relaxte houding zitten. Er waren best meer toiletten en ook hokjes en dat soort dingen, natuurlijk. Maar Jay was... was... zijn behoefte aan het doen. Ik had ECHT geen zin om daar tegen aan te kijken. Bovendien: ik ga daar ook niet bij zo'n hangend ding staan om net te doen alsof er een extra stuk vel tussen mijn benen hangt en daar wat uit komt?! Nee, dan wacht ik liever. Ik moest echt een manier vinden waardoor dit soort dingen makkelijker konden.

Ik wachtte nog een tijdje achter de bank en liep toen de ruimte binnen. Ik zag het al weer helemaal voor me dat Jay daar stond, gelukkig had ik het niet van voren gezien. 'BAH!' riep ik door de ruimte heen en liep toen een hokje binnen. Ik was al lang blij dat ik niet bij zo'n pisbak hoefde te staan. Ik ging rustig op de bril zitten en deed de dingen die je altijd doet als je op die plek zit.

Na mijn behoefte gedaan te hebben, liep ik via de trap weer naar beneden. 'Dave? Wat ben jij van plan met die bezem?' Het klonk als Ethan, een lage stem met een duidelijk Amsterdams accent. Via de trap kon je niet veel zien, maar wel alles horen. 'LAAT DAT DING LOS! WAAAH~' Daarna volgden rennende voetstappen en de stem van meneer Ramaaker. 'Jongens, jullie hebben geluk dat er geen gasten meer zijn, maar Dave, ik zou die bezem toch maar op de grond laten als ik jou was...' Het klonk alsof meneer Ramaaker het er niet mee eens was, wat ze ook aan het doen waren. 'Waar zijn die kerels nu weer mee bezig.' Mompelde ik vaag. Als het goed is zouden ze nu aan het schoonmaken moeten zijn. Ik sloeg de laatste tree over en liep de Kroon in.

Ik had nog maar amper een stap binnen gezet of er vloog al een stofdoek voor mijn hoofd langs. 'Sorry.' Verontschuldigde Ethan zich en rende rondjes door de Kroon, met Dave achter hem aan. 'Niets aan de hand, gewoon even lol.' Legde Dave uit. Inmiddels had Ethan ook een bezem te pakken gekregen en eindigden ze in een soort zwaardgevecht met bezems. Leon, Thomas, Jay en ik stonden bij de bar en keken er een beetje vreemd naar. Thomas en Dave gingen echter gewoon lachend door, totdat meneer Ramaaker tussen de twee in kwam. 'Oké, dat is genoeg. Als jullie willen spelen met bezems doen jullie dat maar nuttig. Dave, jij begint boven. Ethan, jij beneden.' Zei hij met een lacherige ondertoon in zijn stem. 'Ja chef.' Zeiden Dave en Ethan in koor en renden lachend naar de aangewezen plekken. De rest -nou, wij dus- ging ook aan het opruimen.

Het was amper acht uur toen we klaar waren, dus konden we eerder naar huis. Het kwam dus daardoor, dat ik tien over acht al thuis op de stoep stond. Ik deed de sleutel in het slot van de deur en draaide hem om 'Ik ben thui-huis!' Riep ik door het huis en kreeg antwoord uit de keuken. 'Hallo lieverd!' Het was Elli. Tuurlijk was het Elli. Ze was de laatste tijd wel vaak in de keuken te vinden... Ik hing mijn jas aan de kapstok en legde mijn muts op het tafeltje in de gang. Met een paar korte passen stond ik in de keuken. 'Hoi! Hoe was je dag?' Vroeg ik en drukte een kus op Elli's wang. 'Goed, goed.' Zei ze en concentreerde zich weer op haar sla. 'Mooi.' Antwoordde ik en legde mijn zwarte tas op tafel. 'Wat ben je vroeg? Ik heb 't eten nog niet klaar hoor.' Zei ze en draaide zich even naar mij om. 'Is niet erg. Ik ben even boven.'

Niet veel later stond ik in Lia en mijn slaapkamer. 'Zo... Eindelijk weer.' Ik glimlachte en viste zonder moeite mijn tekenblok onder mijn bed vandaan. Potloden lagen onderhand overal, dus die had ik ook al gauw gevonden. Met een plof liet ik me in het raam vallen –nou ja, op de vensterbank dan hè) en maakte het me gemakkelijk. Ik neuriede wat hardop, aangezien Elli en Lia toch beneden waren en begon te tekenen.

Ik had al heel snel besloten Jay te tekenen. Waarom? Dat wist ik zelf ook niet echt. Laten we het er gewoon op houden dat ik daar zin in had. Ik moest het uit mijn hoofd doen, wat niet heel goed begon, maar later wel aardig uitpakte. Ik kon wel leven met het resultaat tot zover. Het was nog maar een schets, maar ik kon wel zien wie het was. Ik had hem zijn warrige zwarte haar gegeven en zijn donkerbruine ogen. De donkerbruine ogen waar ik maar wat graag naar keek... FOUTE GEDACHTE. Oké, focus op tekenen dan. Ik zuchtte en tikte een paar keer gefrustreerd tegen de zijkant van mijn hoofd. 'Argh.' Mompelde ik en voelde weer een zucht over mijn lippen rollen. Zonder enige moeite voelde ik zijn arm weer om me heen. Dat veilige gevoel dat ik toen kreeg, overviel me nu weer. Minder sterk, maar het was wel aanwezig. 'ARGH!' Ik schreeuwde het bijna uit. Ik moest die gedachtes van me af zetten. Hij bleef wel mijn baas! Ik gooide mijn tekenblok weer onder mijn bed en stopte het potlood in mijn broekzak. Net toen ik mijn hoofd gefrustreerd in mijn handen had gelegd, riep Elli van beneden: 'Het is klaar!' Wat een timing. Ik sprong op en stoof de kamer uit, de trap af.

De volgende ochtend, zaterdagochtend, werd ik weer vroeg wakker. Ik moest wel vroeg wakker zijn, als ik alles op tijd wilde bezorgen. Maar goed, dat had ik al uitgelegd. 'Argh, weer slecht geslapen.' mompelde ik zachtjes en wreef de tranen uit mijn ogen en van mijn wangen. Die nacht had ik weer over mijn vader gedroomd. Als ik dat deed, had ik er verder niets meer voor nodig om geluidloos te huilen in mijn slaap. Onderhand wende ik er aan, maar toch hoopte ik dat het snel weer stopte.

Ik raapte wat kleren uit mijn kast en liep door naar de badkamer. Met een korte zucht kleedde ik me uit en stapte onder de douche. Voor de tien minuten die daarop volgden, voelde ik de warme stralen mijn lichaam verwarmen. Ik waste mijn haar met een vage groenige shampoo en spoelde het uit. Met een simpele beweging draaide ik de douche weer uit en trok ik een handdoek van de stapel. Ik droogde me af en trok de schone kleren aan. 'Prachtig.' mompelde ik en keek even in de spiegel. Ik borstelde mijn haar en probeerde het droog te krijgen, wat niet helemaal lukte. 'Ach, jammer dan.' Ik haalde mijn schouders op en vlocht het in. Het viel nonchalant over mijn schouder heen en hupste mee als ik liep.

Na de rest van mijn ochtendritueel liep ik, nog kauwend op een stuk cracker, naar buiten. Ik had mijn warme winterjas aan, maar geen muts op. Het was niet zó koud en op deze manier kon mijn haar ook nog een beetje luchten. Ik zou toch niemand tegen het lijf lopen nu. En als dat wel zo was: ik had hem in mijn tas gestopt, dus in principe kon ik hem altijd opdoen.
'Ge-wel-dig.' Ik stak de sleutel van mijn brommer in het slot en sprong er bovenop. De koplamp ging aan en hij maakte sputterende geluidjes. 'Kom op, jochie.' zei ik en klopte een keer op het stuur. Na nog een keer of twee proberen, hielp hij mee en reed ik weg.

~weer even later~

Ik had de melk opgehaald en reed nu de wijk in waar ik melk bezorgde. 'Daar zijn we weer.' mompelde ik en stapte rustig van mijn brommer af. Ik pakte een fles melk en liep het paadje van het eerste huis op.

Alle huizen in deze straat waren groot. Echt groot. Maar huis nummer acht was echt gigantisch. Ik reed mijn brommertje er naar toe en keek kort naar het huis. 'Geez, je zou dan eigenlijk een plattegrond moeten hebben voor je eigen huis.' zei ik zuchtend en pakte drie flessen melk uit de kofferbak van de brommer. Met flinke passen liep ik het lange, stenen pad naar de voordeur af. Voorzichtig zette ik de flessen neer. Toen ik me om wilde draaien, hoorde ik een hond blaffen. Voor ik het doorhad zat hij kwispelend bij mijn been. 'Hee lawaaipapegaai.' zei ik lachend en ging op mijn hurken zitten. Hij blafte nog een keer en kwispelde dat het een lieve lust was. 'Zo zo zo... Jij hebt te veel cafeine gehad.' Ik grinnikte en ging met mijn hand door zijn blonde lokken heen. Halverwege zijn hals voelde ik een halsband, die er eerder overigens niet was.

'Zo zo. Een hele goede morgen Leonardo.' Ik hield zijn "naamplaatje" in mijn hand en las het nog een keer. Zijn adres en telefoonnummer -nou ja, die van zijn eigenaar- stonden er ook in geschreven. 'Doe maar duur.' vervolgde ik en liet het zilveren dingetje weer los. Eerder wist ik nooit wat zijn naam was, maar dat had ik dus vandaag ook weer uitgevonden. Nog een laatste keer streek ik door zijn vacht en stond toen weer op. 'Ik ga, Leo. Tot morgen!' zei ik lachend en zwaaide een keer naar hem. Als antwoord blafte Leonardo er weer vrolijk op los. Ik lachte en rende het pad af, terug naar mijn brommer. Snel ging ik verder met mijn ronde.

De dag zat er zo op, gelukkig. 's Avonds deed ik samen met Elli nog wat aan het sorteren van de walnoten en dergerlijke, terwijl Lia bij ons Nederlands zat te maken. Gewoon gezellig bij elkaar. Tegen tien uur ging ik naar boven, als eerst. Ik was wel vroeg voor mijn doen, maar dat was alleen maar goed voor mij. Daar was ik onderhand wel achter. Na nog geen vijf minuten in bed te hebben gelegen viel ik als een blok in slaap en werd de rest van de nacht ook niet meer wakker. Voor het eerst in twee weken!? Dat was in ieder geval een hele prestatie voor mij.

Na mijn ochtendritueel, rondje melkbezorging en dergelijke, liep ik het huis om half tien voor het eerst weer uit. Ik had twee enorme vuilniszakken bij me waar een hele lading knuffels in zat die Elli en ik de afgelopen dagen hadden gemaakt. De vrouw van de overkant waar we dat voor deden, wilde dat we ze dan zelf bij haar winkeltje brachten. Helaas was die dan weer niet aan de overkant. Ach ja, hij was op een kwartier lopen hier vandaan, eigenlijk viel het dus ook wel weer mee. Vrolijk begon ik aan mijn wandeling door de regen. Volgens de weerman van de radio zou het binnenkort ook nog gaan sneeuwen... Daar had ik nu dus écht geen zin in. De oer-Hollandse regen was ook al geen pretje, maar dit zou het allemaal niet beter maken. Nou ja, zelfs de regen kon mijn humeur niet meer verpesten. 'Het scheelt wel, een goede nachtrust.' mompelde ik en pakte snel de vuilniszakken wat steviger vast, voor ze vielen.

'Heel erg bedankt meisje.' zei de oude vrouw en kneep in mijn wang, op zo'n typische oude vrouwen manier. 'Graag gedaan mevrouw.' zei ik en keek even rond in het winkeltje. Het was elke dag van de week open en ze verkocht er niet echt iets speciaals, het verschilde eigenlijk iedere week. Een soort cadeauwinkeltje? 'Dan zal ik het geld even pakken.' vervolgde ze en liep onder begeleiding van haar stok naar de kassa en pakte er wat opzij gelegd geld uit. 'Alsjeblieft lieve kind.' zei ze breed glimlachend terwijl ze weer terug liep en het geld aan mij gaf. 'Dankuwel mevrouw.' Ik pakte het geld aan en praatte nog wat met haar. Na vijf minuten kwam er een klant binnen en vond ik het dus wel weer tijd om te gaan. Ik nam afscheid van de vrouw en liep rustig de straat weer op.

Ik stak over bij een zebrapad en schopte een keer tegen een losse steen aan. Het was tamelijk rustig op straat, aangezien het regende en iedereen dus het liefst binnen zat. De regen tikte zachtjes op de tegels. Aandachtig luisterde ik er naar. Het rustgevende geluid werd af en toe onderbroken door een auto die langs reed, maar verder bijna niet. 'Hm...' mompelde ik, diep in gedachten. Ook zo'n tik waar ik nooit meer vanaf zou komen.

Na een kleine vijf minuten zo gelopen te hebben werd het geluid van de regen wél ineens ruw verstoord. Een luid geblaf vulde de straat, gevolgd door een lage mannenstem die zei: 'Hier! Aan de voet!' En meer van dat soort dingen. Maar het geblaf stopte niet. Ik begon nieuwsgierig te worden en draaide me om, om te zien wat er aan de hand was. Nog voor ik het doorhad werd ik bijna omvergelopen door een grote, blonde hond. 'Woo-hoo!' mompelde ik en probeerde mijn evenwicht te behouden. Ik wiebelde even en viel toen achterover, op mijn achterwerk gelukkig. De hond die me net zo ongeveer getackled had, zat nu voor me te kwispelen dat het een lieve lust was. Na nog een natte lik over mijn wang herkende ik de hond dan toch. 'Leonardo... Jij stoute, stoute hond.' zei ik grinnikend en aaide een keer over zijn kop. 'Dat je me op straat herkent, verbaasd me toch wel.' voegde ik er aan toe. Op dat moment kwam ook zijn baas bij ons staan. 'Het spijt me heel erg...' begon de man en stak zijn hand naar me uit om me overeind te helpen. '... ik heb echt geen idee waarom hij ineens zo enthousiast werd.' probeerde hij zich te verontschuldigen. Ik knikte een keer en pakte zijn hand vast, trok mezelf overeind. 'Het is niet erg, ik ben het wel gewend, denk ik.' zei ik en keek even naar Leonardo. Vanochtend had hij me ook al omver gelopen toen ik het tuinpad op wilde gaan.

'Bent u Leonardo's eigenaar dan?' vroeg ik en keek de man weer aan. Hij had bruin haar en was een jaar of twintig, niet ouder. 'Ja, maar hoe weet jij dat hij Leonardo heet?' vroeg hij, hij wist natuurlijk niet dat ík degene was die iedere ochtend melk kwam brengen. 'Als ik 's ochtends langs kom, staat hij me altijd op te wachten.' zei ik grijnzend en ging op mijn hurken zitten. 'Hè, Leo? High five!' Ik stak mijn hand op en zag dat Leonardo zijn poot ernaartoe bewoog. Het was niet de meest geweldige high five, maar het lukte wel. 'Aha, dus jij hebt hem dat geleerd.' zei de man en lachte kort. Ik knikte en stond weer op. 'Maar, ken ik jou niet ergens van?' De man keek me even onderzoekend aan en leek het zich toen weer te herinneren. 'Jij bent eh... eh... Danique! Vriendin van Lila of Lia of zo.' Zei hij opeens en knipte met zijn vingers. Verbaasd keek ik op. Hoe wist hij dat dan? 'Eh, hoe weet u dat? En wie bent u dan?' vroeg ik, nog steeds met dezelfde verbaasde uitdrukking op mijn gezicht. 'Ik ben Vincent. Van de tentoonstelling, weet je nog? En noem me geen u, dan voel ik me oud.' zei hij lachend. Ik knikte even wazig en kreeg het beeld weer voor me.

Op de tentoonstelling van Lia een paar weken terug, was Jay met twee vrienden ook gekomen. Ik had ze niet echt bekeken, omdat ik zo snel mogelijk weg wilde. Uiteindelijk had Jay me niet herkend, dus dat was in ieder geval gelukt. Maar deze kerel wist natuurlijk niets van de ándere kant van mijn "dubbele persoonlijkheid". Hij dacht dat ik Danique was, niet eens Lia's zus, maar haar vriendin uit Haarlem. Hij wist niks van het feit dat ik als Daan bij Jay werkte en echt zwáár de sjaak was als Jay de rest van het verhaal wist. 'Woonde jij niet in Haarlem?' Zie je? Dat bedoelde ik nou. 'Ik eh... Ben verhuisd. Naar een flat hier in de buurt. Dat was makkelijker voor mijn studie.' verzon ik ter plekke. Hij leek het te geloven, gelukkig.

We praatten nog een beetje, maar toen Leonardo op een gegeven moment wel héél ongeduldig werd, gingen Vincent en ik beide weer een andere kant op. 'Tss, dat is goed afgelopen.' mompelde ik in mezelf en voelde de regen op mijn hoofd vallen. 'Ik moet echt oppassen met dit soort dingen. Hoe lang houd ik dit in godsvredenaam nog vol?' Ik sloeg een zijstraatje in en liep in tegenovergestelde richting van de weg naar mijn huis. Ik had besloten om een kort gesprek te voeren met mijn vader. Al moest ik wel opschieten, wilde ik ook nog op tijd in het café zijn. Maar dat maakte niet uit.

Eenmaal op het kerkhof aangekomen, was het al half elf. Om half twaalf moest ik weer in Prince's Castle staan en van te voren moest ik ook nog wat eten naar binnen werken, omkleden, haar doen en dat soort dingen. Mijn haar hing nu los langs mijn gezicht. Ik had het wel geborsteld en gewassen, maar verder niets. De regen viel nog steeds met bakken uit de lucht, maar het was niet overdreven koud. Het waaide namelijk niet meer.

Ik pakte een hark uit een van de bakken en nam die mee naar het plekje waar mijn vader lag. Aangezien we toch al ver in de herfst waren, lagen de laatste gekleurde, natte bladeren langs het graf. Ik harkte de aarde naast het graf een beetje bij en legde nadien de hark naast me neer. 'Hoi pap.' zei ik en glimlachte licht. Langzaam liet ik me op de -toch wel koude- grond neerzakken en keek naar een denkbeeldig punt op de steen.

Rustig vertelde ik mijn verhalen. Ik begon met het ongeluk en eindigde met de ontmoeting met Vincent van vandaag. 'Ik heb geluk gehad, dat hij me niet herkende. Dat kon ook niet, want hij heeft me nog nooit als Daan gezien, maar toch. Je weet maar nooit.' zei ik grinnikend. 'Die kerel komt toch nooit langs in het restaurant.' Ik haalde mijn schouders kort op en bleef naar het punt kijken. Direct nadat ik dat zei, waaide een koude windvlaag langs me heen. Mijn haar vloog wild in het rond, blaadjes ritselden en mijn onbedekte huid voelde ijzig koud aan. Heel even, echt heel even maar, leek het alsof ik iemand iets hoorde zeggen. Ik kon niet verstaan wat, maar het was ook onmogelijk. Er was buiten mij niemand. Even plotseling als het was gekomen, was de windvlaag ook weer weg. Nu was het weer doodstil, letterlijk en figuurlijk. 'Hmm... Zou dat iets betekenen?' mompelde ik vaag en stond op. Dat soort dingen zette me wel aan het denken. Vreemd.

Eenmaal thuis rende ik naar boven. Ik trok mijn kleren uit en pakte wat anders uit de kast. Rustig liep ik naar de badkamer en begon weer met het intapen van mijn bovenlichaam. Er zat trouwens ook nog een verbandje om mijn arm heen. Ik had geen idee hoe de wond er nu uitzag, maar het deed nog wel pijn als je er tegenaan stootte op wat voor manier dan ook. Na even naar het verband gekeken te hebben trok ik snel een zwart shirt over mijn hoofd, gevolgd door een felblauw gekleurd vest van Dave. Mijn eigen zwarte jeans kon ik ook wel aan zonder door de mand te vallen. Met snelle bewegingen deed ik mijn haar in een knot en liep toen de badkamer weer uit.

Beneden praatte ik wat met Lia en propte tussendoor ook nog een boterham met pindakaas in mijn mond. Elli stak haar duim naar me op en knipoogde een keer, ging daarna weer verder met haar noten. Lia vertelde me nog wat over haar ver-schrik-ke-lij-ke geschiedenisdocente en daarna moest ik weg.

'DAAG!' zei ik en zwaaide naar Lia in de deuropening. Grijnzend zwaaide zij terug en liep weer naar binnen. Vrij snel startte mijn brommer en was ik on my way. Terwijl ik onderweg was, kon ik mijn "gesprek" met mijn vader maar niet uit mijn hoofd zetten. Het was heel verwarrend hoe het leek alsof ik antwoord kreeg van de wind. Ik geloofde echt niet in geesten en dat soort vage dingen, maar het bleef vreemd dat het begon te waaien, terwijl het al de hele tijd windstil was. 'Hm... Bizar.' mompelde ik en beet op mijn lip.

'Een grote koffie en een wafel, alstublieft.' zei ik beleefd en zette de mok en het schaaltje op een tafel neer. 'Dank.' zei de man die het had besteld en bekeek de rekening die er bij lag even. Rustig liet ik de man achter met zijn kop koffie en liep door naar de bar. 'Tafel zeven.' zei meneer Ramaaker en gaf me een dienblad met twee milkshakes aan, de één groenig, de ander roze. Ik knikte en liep naar de tafel toe.

Zo ging dat de hele middag al. Het was niet gek druk, maar er was wel bijna de hele tijd wat te doen. Het liep al tegen zeven uur, maar het regende nog steeds aan één stuk door. Af en toe wat harder of zachter, maar het bleef regenen. Typisch Nederlands dus... Sommige mensen kwamen dan ook binnen om te schuilen, maar kochten dan ook maar direct een kop koffie of een wafel van Leon, die onderhand trouwens erg bekend waren geworden, volgens mij. Veel mensen kwamen echt alleen langs om een wafel op te halen. En daarbij vonden ze het ook fantastisch dat ze via het raam konden kijken naar hoe Leon hun wafel maakte. Ja, dat raam was wel een goed idee.

Ook op dat moment liepen er mensen naar binnen. Niets aan de hand, zou je denken. Dat dacht ik ook. Rustig liep ik de keuken in met een aantal vieze borden, legde deze op een aanrecht waar Ethan ze één voor één pakte om ze in een vaatwasser te zetten. Ik knitke een keer en liep weer terug naar De Kroon. Heel snel checkte ik in een spiegel of mijn muts nog goed zat. 'Goed.' mompelde ik snel en liep door. Ik keek even naar de mensen die bij de deur stonden en werden geholpen door Thomas. Het ging om een man met zijn beide armen om twee vrouwen heen geslagen, het zag er tamelijk playerig uit, maar ik besteedde er verder geen aandacht aan. Met een soepele beweging viste ik vier menu's uit een kast en liep naar een tafel achterin. 'Alstublieft.' zei ik en legde ze voor het groepje mensen neer.

Even later haalde Thomas Jay op vanuit de keuken. Ik keek even raar op, maar bleef bij meneer Ramaaker achter de bar staan, glazen wassen. Lichtelijk verbaasd liep Jay vanuit de keuken De Kroon in. Hij had zijn eigen kleren aan, maar om toch een beetje werkkleding aan te hebben, had hij een schort omgeslagen. Ik volgde zijn bewegingen en zag dat hij bij de tafel kwam waar de mensen van daarnet naartoe waren geleid door Thomas. Jay keek eerst verrast, maar dat ging al bijna direct over in blijdschap en enthousiasme. Daarna kon ik zijn gezicht niet meer zien. 'Ga je even helpen in de keuken?' doorbrak meneer Ramaaker mijn gedachtes. 'Eh... Ja, is goed.' zei ik snel en legde de doek weg. Met een paar snelle passen liep ik de keuken in en vroeg aan Leon wat ik moest doen. Hij wees naar wat kastjes en een briefje met een bestelling, ging zelf geconcentreerd verder met een gerecht. Kort haalde ik mijn schouders op en liep naar het kastje.

'... En dit is de keuken.' hoorde ik vaag, gevolgd door een open- en dichtgaande deur. Thomas en Leon keken om, maar ik ging gewoon door. Mijn interesse in wat er ook achter me was, was nu niet belangrijker dan het niet verprutsen van de ossenhaas. De twee mensen praatten wat. Één van de stemmen was sowieso van Jay, de ander kwam me wel bekend voor, maar kon ik niet plaatsen. Voor ik echt tijd had om daarover na te denken, hoorde ik een hond achter me blaffen, een wel héél bekende blaf. Het geblaf kwam dichterbij en nog voordat ik me kon omdraaiden, werd ik getackled door een grote bol blond haar. 'Woow...' mompelde ik wankelend en viel uiteindelijk op de vloer. Dat begon een gewoonte te worden... Meteen daarna kreeg ik een flinke lik over mijn wang. 'Argh... Af! Af!' zei ik en kneep mijn oog dicht. Toen ik wat beter keek, zag ik dat dit geen willekeurige hond was die zin had om mij te bespringen. 'Leonardo?' vroeg ik terwijl mijn ogen twee keer zo groot werden. Maar dat betekende... Snel keek ik naar de man die bij Jay, Thomas en Leon stond.

NEE! Het kon niet waar zijn. Alsof ik nog niet genoeg ongeluk had gehad de afgelopen tijd. Echt! vanochtend zei ik nog tegen mijn vader dat die kerel nooit langs zou komen. Nou, wel dus! Ik kon mezelf wel voor mijn kop slaan. Waar was ik ook ooit aan begonnen om me voor te doen als man? Geez, ik moet echt beter nadenken voor ik iets zou doen. De vijf seconden die volgden keek ik geschrokken naar Vincent, en hij even verbaasd naar mij. Zo snel ik weer controle had over mijn gezicht, keek ik naar Leonardo. Die had geen idee van wat hij net gedaan had en kwispelde er vrolijk op los. O help. Vincent was Jay's vriend. Als ik een beetje pech had vertelde Vincent nu direct dat ik Danique was en kon ik inpakken. O, waar was ik aan begonnen?

THOMAS
Ik keek van de jongeman die net binnen was gekomen naar zijn hond, die Daan leek te kennen. Ik zag hoe hij en Daan even verbaasde blikken uitwisselden, maar snapte niet echt wat ik miste. Ik trok mijn wenkbrauwen een keer op. 'Leon, kok.' doorbrak Leon mijn gedachtes terwijl hij de hand schudde van de vriend van Jay. 'Eh.. Ja, Vincent.' Ook hij stelde zich voor, nog steeds lichtelijk verbaasd. Jay begon weer wat tegen Vincent te zeggen, maar deze keek steeds afwezig naar Daan. Jay had echter niets door en praatte enthousiast door. Leon leek het ook niet vreemd te vinden, die zat gewoon een beetje grijnzend heen en weer te kijken. Er zat gewoon iets achter, ik wist het zeker?!

Toen ik omkeek naar Daan, stond hij bijna op en neer te springen en om de haverklap "Ssst!" gebaren te maken. Hij wapperde met zijn handen en keek tamelijk gestresst. Vanuit mijn ooghoeken zag ik dat Vincent een kort knikje gaf, lichtelijk verward, en toen zijn aandacht weer op Jay vestigde. Niet veel later zwaaide Jay een keer naar ons en liep toen druk pratend weg.

Daan zakte via het aanrecht op de grond en zuchtte een keer diep. De hond gaf hem nog een keer een lik over zijn wang. Leon schudde zijn hoofd een keer, nog steeds grijnzend, waarop Daan hem een keer geërgerd aan keek. Oke, tot daar en niet verder. 'HALLO! Mag ik ook even weten wat er aan de hand is?!' zei ik, probeerde niet te schreeuwen aangezien er nog gasten waren. Geïrriteerd ging ik op een leeg stukje aanrecht zitten en vouwde mijn armen over elkaar heen. 'ARGH!' voegde ik er nog aan toe. Puur om mijn punt even duidelijk te maken. Leon en Daan keken elkaar kort aan. Leon knikte, Daan schudde zijn hoofd. Ik begon er echt met de minuut minder van te snappen. Leon doorbrak de stilte en zei: 'Volgens mij kun je het wel vertellen. Ik zorg wel dat niemand anders het hoort. Anders blijft hij toch de hele tijd doorzeuren.' Hij knikte een keer en liep naar het raam van de keuken, deed deze dicht. 'Ik?! Zeuren?!' zei ik verontwaardigd en keek naar Leon. Oke, misschien zeurde ik af en toe een beetje als ik mijn zin niet kreeg... Oke een beetje veel, maar toch!

Daan liet nog een zucht over zijn lippen rollen, maar stond toch op. Ik ging ook maar weer staan en kreeg een nieuwsgierige uitdrukking op mijn gezicht. Leon ging voor de deur staan en zorgde ervoor dat deze dicht bleef. Daan beet op schattig op zijn lip en begon daarna te praten. 'Nou kijk, Vincent weet iets van mij dat Jay nooit te weten mag komen, dus daarom zat ik zo hyperactief te proberen hem duidelijk te maken dat hij het niet mocht zeggen.' zei hij in één adem. Om heel eerlijk te zijn, snapte ik het nog steeds niet volledig, maar het werd in één keer veel duidelijker de secondes daarop. Met een simpele beweging trok hij zijn muts van zijn hoofd af. Direct viel er golvend, lang, bruin haar over zijn schouders heen. Ik bedoel, haar schouders. Opeens werden veel meer dingen duidelijk. Waarom Daan nooit met ons omkleedde, waarom hij van die vrouwelijke trekjes had enzovoort. 'W-wat? H-hoe... Jij... En jij! En... En...' Zo ging ik nog even stotterend door. Leon draaide de deur op slot en liep rustig naar Daan toe. Alsof het de normaalste zaak van de wereld was zei hij: 'Mag ik je voorstellen aan Danique Johnsson?'

DANIQUE
Goed, om het nu dus even op een rijtje te zetten:
Dave heeft altijd al afgeweten van mijn dubbele identiteit, Leon wist het onderhand ook al een poosje, Vincent wist het sinds vandaag en Thomas dus ook. Dan bleven dus Ethan, meneer Ramaaker en Jay over. Ethan zou ik waarschijnlijk niet zo'n probeem vinden, als hij het wist, ik zag hem er nog wel voor aan om het binnen twee dagen ook weer te vergeten. Jay zou daarentegen wél een probleem zijn, maar dat leek me wel duidelijk. Meneer Ramaaker... Wist ik niet. Hij was slim, misschien had hij het zelfs al wel door zonder dat ik er vanaf wist? Alles was zo... Vaag, de laatste tijd. Ik wist het allemaal niet meer helemaal zeker.

Misschien moest ik het allemaal ook wel opgeven. Een diepe zucht verliet mijn lippen. 'Ik moet Vincent ook nog het één en ander duidelijk maken.' mompelde ik en haalde een hand door mijn haar. Ik wist waar hij woonde, dus dat zou niet echt een probleem moeten zijn. Met een ruk stond ik op en keek op de klok. Half tien. Het was onderhand donker, maar ik was een grote meid en kon prima voor mezelf zorgen. 'Doen we.' mompelde ik weer en maakte mijn bed op, waar ik net op zat. Met snelle passen rende ik onze slaapkamer uit, de trap af.

In de woonkamer zaten Elli en Lia, bezig met van alles en nog wat. 'Ik ben even een frisse neus halen, ik weet niet precies wanneer ik terug ben.' riep ik de kamer in en griste nog voor ik de voordeur open deed mijn jas en muts van de kapstok. 'Is goed.' hoorde ik nog vaag voordat ik de deur achter me dicht gooide. Mijn zwarte jas gleed makkelijk over mijn lichaam en hield me warm. Ik kon onderhand al heel goed merken dat het langzaamaan winter werd. 'Koud.' mompelde ik en deed snel de rits dicht. Met een simpele beweging trok ik mijn muts over mijn hoofd. Nu was het niet omdat ik persé mijn haar moest verbergen - Vincent wist er toch al vanaf - maar meer omdat het gewoon koud was.

Met flinke stappen liep ik naar het huis van Vincent. 'Waarom ben ik niet op de brommer gegaan...' vroeg ik mezelf toen ik er bijna was. Het duurde me echt veel te lang lopend. Gelukkig kon ik zijn huis onderhand zien. 'Hm... Pff...' Ik mompelde alle dingen die ik altijd zei als ik diep in gedachten was. De wind blies in mijn gezicht terwijl ik over het pad in de voortuin liep. Met een trillende wijsvinger drukte ik op de deurbel. Bijna meteen werd er open gedaan door een oude man in pak. 'Goedenavond, wat brengt u hier?' Zei hij met een naar mijn mening té bekakt accent. 'Uh,.. Ik wilde graag even praten met Vincent.' hakkelde ik als antwoord. 'Meneer Van Daers heeft geen tijd voor mensen als u. Zeker niet op dit uur.' Ik walgde van de minachting die de butler in zijn stem liet doorklinken. Hij voelde zich beter, slimmer en ik was het niet waard om tegen hem te praten, laat staan tegen Vincent, die nóg veel hoger in rang was dan ik... Juist, niet dus! Wat een blaaskaak. Met z'n dikke wrat op z'n neus. 'Ik verzoek u het erf te verlaten.' En daar kon ik het mee doen. De man gooide de deur voor mijn neus dicht. 'Nou zeg.' mompelde ik verontwaardigd en draaide me om, om weg te lopen. 'Dikke kikker.' voegde ik er nog aan toe. Nog geen seconde later ging de deur weer open. De butler stond in de deuropening met Vincent achter zich. 'Meneer verzoekt u binnen te komen.' zei hij met onderdrukte walging in zijn stem. Vincent rolde met zijn ogen en wenkte dat ik met hem mee moest lopen. Ik wierp nog snel een blik op de kikker in pak en liep toen snel achter Vincent aan.

Hij leidde ons naar een grote kamer met lichtblauw behang. Een vrouw met een schortje om paktemijn jas en muts van me aan, zonder het eignelijk te vragen. Ik liet haar maar begaan en ging op een bank zitten. Ik liet mijn ogen door de ruimte heen glijden. Wat me het eerst opviel was een foto die bijna de hele achterwand van de kamer in beslag nam. De drie jongetjes die erop stonden, kwamen me bekend voor. Eén leek wel wat op Vincent, misschien een broertje of zoiets. Snel keek ik weer terug naar Vincent, die onderhand op een stoel was gaan zitten tegenover mij. 'Dus...' begon ik maar om de stilte wat op te vullen. Ik werd direct weer onderbroken door een ander kamermeisje. 'Thee, meneer?' vroeg ze met een suikerzoete glimlach. 'Eén pot graag.' zei Vincent zonder echt naar haar te kijken. 'Zoals u wenst.' was het antwoord en de vrouw liep weg. Nog steeds lichtelijk verbaasd keek ik haar na.

'Volgens mij heb jij wat uit te leggen.' Argh, waarom zegt iedereen het zo. Net of ik een misdadiger ben. Ik knikte een keer kort en begon met praten; 'Daarom ben ik hier.' Ik vouwde mijn armen over elkaar. 'Waar zal ik eens beginnen... Eh, nou kijk: bij dat restaurant van Jay mogen dus alleen mannen werken, maar hij heeft mij bij toeval aangenomen. Hij had niet door dat ik... een meisje was. Sindsdien werk ik daar en ga ik door voor man.' Ja, dat was het wel, kort samengevat. 'O, en als Jay te weten krijgt dat ik geen kerel ben, ben ik zwaar de sjaak.' voegde ik er nog aan toe. 'Aha. Dat verklaart een heleboel.' zei Vincent knikkend. 'Daarom ging je bij de tentoonstelling zo snel weg, als Danique. En je doet nooit je muts af, als Daan.' Hij leunde tevreden achterover in de stoel.
'Onder andere. Ik moet mijn haar verbergen, mijn bovenlichaam intapen, naar de mannenwc gaan en ga zo maar door! En daarbij heb ik ook geen Adams appel, maar dat is nog niemand opgevallen.'
'Ach, wat heb je het toch zwaar.'
'Precies, jij snapt het!'
We lachten wat en hadden een gesprek dat steeds verder afdwaalde van hoe we begonnen.

Om kwart over tien vond ik dat het wel weer lang genoeg geduurd had. Morgenvroeg moest ik er om half vier ook weer uit... Ik stond op en streek mijn shirt recht. ' Nou, bedankt voor de gastvrijheid. Dan ga ik maar weer.' zei ik terwijl ook Vincent op stond. 'Ja, prima. Leuk dat je bent geweest.' zei hij en knikte een keer naar het kamermeisje dat bij de deur stond. Deze liep weg, maar kwam nog geen halve minuut later terug met mijn jas en muts. 'Dankjewel!' zei ik en pakte ze van haar over, trok ze aan. Ze leek lichtelijk verbaasd, maar ging snel weer naar de deur. 'Oh, nog een ding: Jay mag er absoluut niets vanaf weten.' zei ik nog snel tegen Vincent. 'Dat dacht ik al wel.' antwoordde hij grinnikend.

Ik werd door hetzelfde kamermeisje weer naar de voordeur geleid. Ze deed de grote deur open en maakte een korte, sierlijke buiging. 'Dankjewel.' Ze leek weer verbaasd door mijn bedankje. Ach ja, dat was in ieder geval beter dan die a^chterlijke kikkerbutler van daarnet. Ik stapte door de deuropening en volgde het tuinpad weer naar de straat. Ik keek nog een keer achterom en zag dat de deur al dicht was. 'Hmm, ik heb Leonardo helemaal niet gezien. Ach, dat komt morgen wel weer.' mompelde ik. Ik had besloten een beetje tempo te maken, dan kon ik met een beetje geluk voor elf uur mijn bed in. Nou ja, een beetje veel geluk dan... Ik kende mezelf langer dan vandaag. Waarschijnlijk ging ik nog van alles en nog wat doen voordat ik aanstalten ging maken om te gaan slapen. En daarbij kwam ook nog dat zelfs Lia daar de laatste tijd steeds meer aan mee ging helpen. Voor mij was dat natuurlijk gunstig, maar voor haar niet. Ze moest zich concentreren op school, vond ik. Lia was een slim meisje. Ze deed nu een speciale kunst-richting van het atheneum. Als ze goede cijfers haalde op haar examen, kon ze naar een speciale school net buiten Amsterdam. Normaalgesproken kwamen daar alleen de wat rijkere mensen op, die hun pappie en mammie wel wat extras lieten betalen om daar te komen, dus het zou wel erg mooi zijn als Lia daar zou komen. Ze zou er een prachtige toekomst mee kunnen krijgen. Dat was een van de dingen waar zelfs ik naar streefde in mijn leven; Lia die een mooi leven krijgt.

Zoals ik eingenlijk al had verwacht, lag ik dus niet om elf uur in bed. Laat staan dat ik toen ook al sliep. Nee, het was een uur of één voordat ik echt weg was. En natuurlijk moest ik die maandag ook om half vier alweer mijn bed uit. 'O, wat heb ik een hekel aan slecht slapen.' mompelde ik toen ik mijn ogen open deed. Ik haalde de wekker onder mijn kussen vandaan en drukte hem uit. Het was goed dat ik dat ding had gevonden. Waarschijnlijk zou hij met een paar dagen, hoogstens weken, de geest geven. Ach ja, ik zou wel zorgen dat ik een nieuwe vond. Met een grote zwaai zette ik mijn beide benen op de grond. Nog een beetje slaapdronken liep ik door de kamer, op zoek naar de kast. Het was nog pikdonker, dus het duurde wel even. Ik trok er wat willekeurige kleren uit en ging verder met mijn zoektocht, nu naar de deur.

Na het douchen begon ik weer met het intapen van mijn bovenlichaam. Ik merkte dat dit zo langzamerhand steeds sneller ging. 'Nou, fantastisch.' mompelde ik oogrollend en bekeek vluchtig het resultaat. Mijn oog viel op het stukje verband om mijn arm dat er nog zat van het ongeluk. Het was nog een beetje nat van de douche en op sommige plekken gerafeld of gescheurd. Ik had het na het ongeluk ook niet meer verwisseld. 'Waarschijnlijk kan het er nu wel af.' Voorzichtig maakte ik de knoop los, zodat ik het verband er daarna rustig vanaf kon halen. De wond zag er op zich wel goed uit, minder groot ook. 'Mooi, dan gaat dat in ieder geval goed.' mompelde ik weer en trok de rest van mijn kleren aan. Mijn haar knoopte ik in een platte knot op mijn achterhoofd.

Na mijn standaard bezorginkjes liep ik door de voordeur weer naar binnen. 'Morgen!' riep ik door het huis en trok mijn jas uit, gooide hem over een tafeltje heen. Ik liep meteen door naar de woonkamer, ik was namelijk van plan om nog even wat te doen aan de knuffels, als elli gisteravond al nieuwe had gehaald dan.

Eenmaal in de woonkamer kreeg ik een enorme verrassing te zien. Onverwachts, dat is een goede omschrijving. Op de grond zat Lia. In haar linkerhand hield ze een naald, in de rechter een pinguïnknuffel met één oog. 'W-wat...' Nog voordat ik überhaupt mijn zin kon afmaken, werd ik onderbroken. 'Ik was om half vijf wakker en wilde ook wat doen voor mijn collegegeld.' legde Lia kort uit.
'Maar... Lia?! Je moet nu goede cijfers halen, anders kom je sowieso niet op dat college van je?!'
'Maak je niet zo druk Danique, ik leer écht wel genoeg. Voor de laatste proefwerken heb ik alleen maar achten gehaald. Zelfs voor wiskunde had ik een voldoende!'
Lia was net zo koppig als ik, dus wist ik dat ik haar maar beter kon laten doen wat ze wilde. Ik kon haar toch niet op andere gedachten brengen. Ik besloot om haar niet tegen te spreken en pakte in plaats daarvan ook een knuffel, knoop, naald en draad op om haar te helpen tot ik weer naar Princes' Castle zou gaan.

In het restaurant was die dag eigenlijk niet veel te doen. We hadden de normale drukte rond twaalf en zes uur wel, maar verder was het erg rustig hier. 'Ik verveel me.' zei ik zuchtend toen ik voor de zoveelste keer met een dweil over de vloer van De Kroon ging. Het was al schoon, maar anders had ik helemaal niets te doen. 'Ik ook.' zeiden Leon, Dave, Thomas en Ethan in koor. Ze zaten allemaal op een stoel of tafel voor zich uit te staren. 'We zitten hier nog wel even, maar erg veel klanten komen toch niet op maandagavond.' zei Thomas en liet direct daarna een luide zucht horen.

Ik knikte een keer vaagjes en leunde verveeld op de bezem. Opeens sprong Dave op. 'Jongens, ik weet wat we gaan doen. Aangezien er nu toch niemand is kunnen we doen wat we willen.' zei hij en liep naar de bar, dook er achter. 'Dave, wat ben je in vredesnaam van plan?' vroeg Ethan oprecht verbaasd. Hij en de rest kwamen overeind en probeerde te zien wat Dave aan het doen was. Na heel wat gerommel dat uit de kastjes leek te komen, zagen we zijn hoofd weer boven de bar uitkomen. 'Verderop is een grasveld met lantaarnpalen. Op dat veld gaan wíj nu voetballen.' zei hij breed grijnzend en liet ons een zwart-witte voetbal zien. 'En jij denkt dat dat zomaar kan..?' vroeg Thomas verbaasd. 'Ja tuurlijk. Er komt toch niemand meer, en Jay en Ramaaker zijn boven.' zei hij rustig en liep naar ons toe. 'Eh... Ik weet 't niet.' zei ik twijfelend en keek naar mijn voeten. 'Kom nou gewoon! We hebben toch niets beters te doen hier.' was Daves antwoord terwijl hij de bezem van me afpakte en in een hoekje gooide.

En hoe hij het voor mekaar kreeg; ik had geen idee. Maar nog geen tien minuten stonden we met z'n vijven op het trapveldje. Ik was aangesteld als scheidsrechter (voornamelijk omdat ik dat zelf wilde, ik heb nooit goed kunnen voetballen...) en moest maar fluiten op mijn vingers. Dave en Ethan zaten in het ene team en Thomas en Leon in het andere. De lantaarnpalen en de maan gaven genoeg licht om het veld nog te zien. Met een vaag fluitsignaaltje gaf ik aan dat ze mochten beginnen. 'Woehoe!' riep Ethan lachend en pakte de bal van Thomas af.

Dat ging natuurlijk wel even goed. Het team van Leon en Thomas had al snel een voorsprong van 1-0, voornamelijk omdat Leon gewoon groot, sterk en goed in voetbal was. Als je Leon voor je had staan, met de bal aan zijn voeten, bedacht je je wel twee keer als je hem wilde afpakken. Maar het was wel gewoon leuk, ook om naar te kijken. Nou ja, voor mij dan. Ik maakte weer een hoog fluitgeluid, omdat Thomas Dave onderuit haalde. 'Vrije bal voor Dave en Ethan!' riep ik en keek toe hoe Dave de bal al snel naar Ethan had gespeeld. Deze stond voor de rest en scoorde van verre afstand in het goal van Leon en Thomas. 'YEAH! Één één!' was één van de eerste dingen die werd geroepen. Lachend rende ik achter de bal aan, zodat ze hem in het midden konden uit nemen. De bal was best ver doorgerold, waardoor ik hem bijna niet meer zag liggen. De lantaarnpalen verlichtten dat deel namelijk niet meer.

Terwijl ik rende, lette ik eigenlijk alleen maar op de bal, waardoor ik al twee keer bijna gestruikeld was over een takje. Dat was eigenlijk meer een actie voor Lia, maar goed, ik kon er nu ook niets aan doen. Ik stond een halve meter voor de bal stil. De zwarte lak op mijn schoenen glimde wat in het maanlicht. Rustig strekte ik mijn handen uit naar de bal, maar vlak voordat ik de bal kon oppakken, waren twee sterke armen me voor. Twee sterke armen die ik maar al te goed kende...

Mijn ogen schoten omhoog en bevestigden waar ik eigenlijk al lang achter was. Jay stond voor me met de bal onderhand onder zijn arm geklemd. Zijn ogen spuwden vuur, ik wist het zeker. De enige andere keer dat ik hem zo had gezien, was toen hij écht heel kwaad op me was. Lichtelijk geschrokken deinsde ik een stap achteruit. 'Mee. Nu.' was het enige wat hij zei. Eigenlijk was dat ook niet nodig geweest, want terwijl hij liep, pakte hij met zijn vrije hand ruw mijn arm beet. 'Auw.' mompelde ik zachtjes, hij mocht het niet horen, want dan kreeg ik waarschijnlijk nog erger op mijn donder. De rest had hem waarschijnlijk ook gezien. Ze stonden met z'n vieren bij elkaar te smoezen. Allevier dezelfde geschokte uitdrukking op hun gezichten. Na een paar ferme passen stonden we er al naast. Voor mij veel te snel, ik kon zijn tempo écht bijna niet bijhouden. 'Jullie ook. Mee.' zei hij op een toon die bijna kwaadaardig klonk. Gehoorzaam liepen de vier mee. Ik zwabberde nog steeds achter Jay aan, aangezien hij mijn arm nog niet had losgelaten en het leek dat hij dat ook nog niet van plan was.

Eenmaal weer binnen was meneer Ramaaker nergens te bekennen, waarschijnlijk zat hij nog boven. Dat was niet zo mooi voor ons, want Ramaaker was één van de weinige die Jay nog een beetje bij zinnen kon brengen als hij zo kwaad was. Ik vreesde het ergste... Hoewel ik niet eens wist wat dat nou precies was. Waarschijnlijk zou ik dat snel te weten komen, te snel. Jay liet me los en duwde me hardhandig naar de rest toe. Dave keek me even bezorgd aan, maar vestigde toen zijn aandacht weer op Jay, die onderhand door De Kroon ijsbeerde dat het een lieve lust was. Geen van ons durfde wat te zeggen of te bewegen, bang voor de reactie die daarop gegeven zou worden. Snel probeerde ik een plan te bedenken. De gedachten stroomden door mijn hoofd, maar geen enkel idee was eigenlijk goed. Maar goed, Jay's hoofd stond op onweer en dat was ook niet te stoppen.

De poging die ik deed, was misschien wat roekeloos, maar ik moest toch wát proberen om de rest uit de problemen te houden? Jay had toch al wat tegen mij, sinds dat akkefietje met die 22 kilo koffiebonen. Nee, daar was hij niet blij mee...
'Jay, er kwam niemand meer op dit uur en al het schoonmaakwerk was ook al gebeurd. We hadden toch niets beters te doen, dus dachten-'
'STIL!' schreeuwde hij. Als meneer Ramaaker boven was, had hij het sowieso gehoord.
'Maar-'
'STIL!'
'Sorry...'
'Echt, ik kan jou ook geen minuut alleen laten of je veroorzaakt al weer problemen.' Hij draaide zijn hoofd nu naar me toe.
'Dat zo'n klein opdondertje zulke grote fouten kan maken. Maar ik weet het goed gemaakt,' hij deed een stap naar me toe en kreeg een smalende glimlach op zijn gezicht; 'ik zal geen heel verhaal ophangen. Jij blijft tot het eind van het jaar hier tot negen uur en zorgt dat alles spik en span is. Als ik de volgende dag nog ergens een vuiltje terug vind, zwaait er wat. BEGREPEN?'
Bij het laatste woord voelde ik wat spuug op mijn gezicht landen. 'Begrepen.' zei ik gauw. Dave deed zijn mond open om wat te zeggen en ook Ethan stond al klaar om tegen Jay in te gaan, maar deze was hen voor. 'En ik duld geen tegenspraak!' Een wijsvinger priemde gevaarlijk in hun richting, waardoor de monden al snel weer dichtgingen. Er gingen verontschuldigende blikken mijn kant op, maar ik deed of ik ze niet zag. Daar zouden ze alleen nog maar meer schuldgevoel van krijgen. 'O, en dat gaat vanavond in.' voegde Jay er nog aan toe, zijn hoofd weer naar mij gekeerd. Hij liep de keuken in en kwam al snel weer terug met een zak koffiebonen in zijn hand. 'Zo. Alles was al klaar, toch? Dan maak ik wel wat te doen voor je.' Met die woorden maakte hij de zak open en strooide zeker een kilo koffiebonen door De Kroon. Overal lagen ze, ik zweer het je. Onder de tafels, stoelen, de bar, in alle hoeken, overal! 'W-wat?' stotterde ik en keek naar de troep om me heen. 'Morgenochtend vind ik geen boon meer terug, of anders zwaait er wat...' zei hij dreigend en duwde de andere vier naar de deur. 'Meneer Ramaaker is al weg, dus hier heb je mijn sleutels. Sluit af als je alles hebt opgeruimd, en waag het niet om eerder weg te gaan, want anders...' 'Ja, anders zwaait er wat, begrepen.' zuchtte ik en keek weer om me heen. O. Mijn. God. Waar zou ik gaan beginnen? Het leek eindeloos op deze manier.

Op het moment dat ik in een hoekje neerknielde met de zak in mijn hand, hoorde ik de deur dicht slaan. Dat betekende dat Jay weg was, en ik dus helemaal aan mijn lot overgelaten.

JAY
De volgende dag was het dinsdag, een vrije dinsdag. Maar toch stond ik om half zeven al naast mijn bed en nog geen driekwartier later in de auto. Dit keer een donkerblauwe BMW overigens. Waarom, zou je jezelf dan afvragen… En dat deed ík ook. Die nacht had ik opmerkelijk slecht geslapen, vanwege dat incident met Daan. Ik was echt veel te erg op hem uitgevallen gisteren. En de straf was ook bijzonder onredelijk. Ik was gewoon ineens heel kwaad op hem. Zelf wist ik ook niet echt waarom. Het was gewoon zo. De laatste tijd als ik bij hem was, voelde ik me gewoon… anders. Waarschijnlijk wilde ik dat onderdrukken en was ik daarom maar kwaad geworden op hem. Daan deed gewoon iets met me dat ik niet kon bevatten, en misschien ook wel niet wilde bevatten. Argh! Wat was ik nu weer voor nonsens aan het uitkramen?!

Niet veel later parkeerde ik mijn auto op de parkeerplaats van Prince's Castle. Nutteloos natuurlijk, want Daan was er vast en zeker niet meer. Dat was gewoon onmogelijk. Waarom was ik hier nou naartoe gegaan op mijn vrije dag? Waar sloeg dit eigenlijk op? Al die vragen de laatste tijd... Ik wist zelf ook niet waarom ik hier was. Het was gewoon zo. Er was gewoon een stemmetje ergens in mijn hoofd, dat me zei dat ik hierheen moest. En het had ook gewoon geen nut he. Ik bedoel; ik had geen sleutel, dus kon ik toch niet naar binnen. Nou ja, ik was er nu toch, dus kon ik ook wel even kijken.

Met onzekere passen liep ik naar de deur van de ingang. Door de ramen was niets te zien, alles leek volkomen normaal. Waar maakte ik me ook zorgen om? Ik bewoog mijn hand zich naar de deurklink en duwde deze naar beneden. Met een zachte duw ging de deur open. 'Wat?' mompelde ik verbaasd en zette een stap naar binnen. Had Daan niet eens de moeite gedaan om af te sluiten voor hij naar huis ging? Tsk, hoe onverantwoordelijk. Ik liep verder, De Kroon in. 'Zie je nou, Jay, niets aan de hand.' probeerde ik mezelf te overtuigen, toen ik er niets bijzonders kon vinden. Ik deed een paar stappen verder naar binnen en keek langs het muurtje dat halverwege de ruimte stond.

Wat het stemmetje in mijn hoofd blijkbaar altijd al wist, lag daar in het hoekje. Opgerold tot een bolletje, met in zijn rechter hand een zak halfvol koffiebonen en de andere helft ongeveer overal om zich heen, lag Daan te slapen. 'Dit ga je niet menen.' mompelde ik met mijn ogen zo ver open als ze aankonden. Voorzichtig knielde ik bij hem neer. Wat had ik nu weer op mijn geweten... Langzaam tilde ik hem recht, zodat hij wat tegen de muur leunde. Hij sliep vast genoeg om er toch niets van te merken. Verbaasd schudde ik mijn hoofd en bleef op mijn hurken tegenover hem zitten. Wat ging ik nu weer doen? Ik krabde een keer in mijn nek, dit was een van de eerste keren in mijn hele leven dat ik echt geen idee had wat ik moest doen. Het gezicht van Daan zag er zo vredig uit, waardoor ik er naar bleef kijken. Mijn gedachten en alles wat daarbij hoorde, werden wazig terwijl ik afwezig naar zijn gezicht keek. Wat had deze jongen de laatste tijd voor vreemde invloed op mij?

DANIQUE
Langzaam kreeg ik mijn bewustzijn terug en voelde ik weer een beetje aan wat er om me heen gebeurde. Ik kneep mijn ogen een keer samen voor ik ze opendeed. Mijn ogen wenden aan het donker en herkenden een schim. 'Jay?!' vroeg ik verbaasd en keek snel een paar keer om me heen. Dit was níet mijn slaapkamer. Ik schoot overeind en zag dat ik in De Kroon in slaap gevallen was. Het tweede dat ik zag -een belangrijk detail-, was dat er overal nog koffiebonen lagen. 'Kak. Ik ben in slaap gevallen.' zei ik in mezelf en trok mijn muts een keer goed op mijn hoofd. 'Ja, dat klopt.' Ik draaide me om en keek Jay aan, die onderhand ook was gaan staan. O ja, hij was er ook nog... 'En wat doe jíj hier?' vervolgde ik na een korte pauze. 'Als ik dat zelf toch ook eens wist.' mompelde hij en keek naar de grond. Bijna automatisch keek ik ook naar beneden. Ik merkte dat ik op een koffieboon stond en sprong er snel vanaf. 'Eh, sorry. Ik ben in slaap gevallen voor ik klaar was met opruimen.' zei ik en voelde een rode blos op mijn wangen komen. Gelukkig was het donker, dus kon Jay het met een beetje geluk niet zien. Ik bedoel, kom op, echte mannen blozen niet. En was ik nou een echte man of niet? Eh... Laat ook maar.

'Maakt niet uit. Ik was gister wel erg onredelijk.' zei Jay en zuchtte een keer. Ik kon zien dat hij wegliep. Even later ging het licht aan, wat betekende dat hij dus het licht aan had gedaan. Kort beet ik op mijn lip en knielde neer bij de koffiebonen. Met mijn rechterhand hield ik de zak vast en met de andere deed ik de koffiebonen die ik opraapte erin. 'Hou d'r nou maar mee op.' zei Jay die er onderhand ook weer was. Koppig schudde ik mijn hoofd. 'Ik ben er nu aan begonnen, dus zal ik het afmaken ook.' zei ik en gooide nog een paar koffiebonen in de zak. Ik kon Jay weer horen zuchten, maar ging zelf gewoon door. Niet veel later knielde Jay bij me neer en pakte ook koffiebonen op, maakte er een hele verzameling van in zijn hand. 'Dan help ik wel.' mompelde hij en ik kon net zien dat hij een kleine glimlach op zijn gezicht kreeg. Dat stond hem goed. Beter dan die woeste blik van gisteravond. Ik voelde dat ik weer begon te blozen en keek snel omlaag.

De koffiebonen gleden één voor één het zakje in en ik probeerde mijn aandacht er op te vestigen, maar werd telkens voor een paar seconden afgeleid als Jay en mijn hand elkaar bijna raakten. Ik kreeg de blos maar niet van mijn wangen, dus vertikte ik het om omhoog te kijken. Zoals ik al zei; echte mannen blozen niet. En daarmee uit. Net op dat moment raakte mijn hand die van hem. Ik voelde een korte, warme schok door me heen gaan. Heel even keek ik op, naar Jay. Mijn ogen ontmoetten die van hem, wat er voor zorgde dat ik nog erger bloosde. Waar sloeg dat in vredesnaam op?! ECHTE MANNEN BLOZEN NIET! Hoe vaak moest ik het nog zeggen?! Nog heel even keek ik uit mijn ooghoeken naar Jay. Tot mijn verbazing zag ik dat zijn wangen ook lichtrood gekleurd waren.

De minuten die daarop volgden raapten Jay en ik in stilte alle overgebleven koffiebonen op. Het was geen écht ongemakkelijke stilte. Meer zo'n stilte waarin je beide geen idee hebt wat je zou moeten zeggen en het zo ook eigenlijk wel beter vind.

Na een halfuur zaten we naast elkaar aan de bar en dachten aan wat we zouden moeten doen met de koffiebonen. Je kon ze ook niet meer gebruiken voor de koffie, want het had de hele nacht op de grond gelegen. 'Hm.. We vragen meneer Ramaaker wel donderdag. Hij weet wel wat.' zei Jay en legde het zakje voor zich neer op de bar. Ik knikte en keek er naar. Mijn elleboog steunde op de bar en mijn hoofd op mijn hand. Zo zat ik wel een poosje voor me uit te staren, tot me te binnen schoot dat ik de hele nacht niet thuis was geweest en Elli en Lia nu verschrikkelijk ongerust zouden zijn. Ik sprong overeind. 'Elli weet niet dat ik hier ben!' riep ik, helemaal in rep en roer. Jay bleef rustig zitten en keek naar hoe ik me druk zat te maken. 'Jawel. Eén van de butlers heeft haar gister gebeld en gezged dat je later zou zijn en ze niet op je hoefden te wachten.' zei hij net zo rustig als eerst. Ik zuchtte en slikte mijn woede in. 'Zeg dat dan ook meteen.' mompelde ik. 'Maar ik moet nog wel kranten en melk rondbrengen.' vervolgde ik mijn lijstje met problemen. 'Nou ja, dan doe je dat toch een dag niet?' zei Jay weer makkelijk. Gefrustreerd legde ik mijn handen in mijn haar en antwoordde; 'Zo makkelijk gaat dat niet Jay. Voor jou misschien ja, maar voor mij niet! Als ik ontslagen word kunnen we de huur niet betalen en worden we uit 't huis gezet!' Er zat een boze ondertoon in mijn stem en ik wist het zelf ook wel. Dat was ook wel eens goed voor 'm, als hij is wist dat het leven niet voor iedereen zo makkelijk was.

Verbaasd keek Jay me aan. 'Nou goed. Als jij het zo graag wil.' zei hij met tegenzin.
'Goed. Dankje.'
'Maar op één voorwaarde...'
'Waarom zou je me een voorwaarde geven, dit is mijn vrije dag?!'
'Kan me niet schelen.'
Ik zuchtte. 'Oké dan.'
'Ik ga met je mee.'
'WAT? Waarom dat nou weer dan?'
'Gewoon, ik wil ook wel eens weten hoe het is om een "zwaar leven" te hebben.'
Hij zei het "zwaar leven hebben" wel héél sarcastisch. Tsk, dat is niet zomaar iets waar je mee kunt spotten Jay. 'Nou goed dan. Maar schiet wel op. Eigenlijk had ik al klaar moeten zijn.' zei ik. Waar had ik mezelf nu weer mee opgescheept? Wat was die kerel dan ook van plan? Idioot.

Nou ja. Zo gezegd, zo gedaan. Zo snel ik kon was ik op mijn brommer gesprongen en Jay was er met tegenzin bijop gaan zitten. 'We kunnen ook gewoon met de auto gaan.' Had hij gezegd. Maar dit was míjn dag, dus zouden we het op míjn manier doen. We scheurden weg (toen dat brommertje dan eindelijk was opgestart, al dat extra gewicht vond hij niet leuk...) en reden direct door naar de drukkerij.

'Blijf hier zitten.' zei ik tegen Jay en rende naar binnen. 'Sorry dat ik zo ontzettend laat ben, maar...' 'Geen tijd voor excuses.' onderbrak Henk me. 'Breng je kranten nou maar weg. Er zijn extra folders gekomen voor het gemeentehuis, een snoepwinkel en de bibliotheek hier verderop, maar die komen later wel. Ik heb al boze mensen aan de telefoon gehad. Ik hoop voor je dat dit de eerste én de laatste keer is, Danique Johnsson!' ratelde hij aan één stuk door. 'Ja meneer. Het zal niet weer gebeurden.' verontschuldigde ik me en rende met de kranten en folders naar buiten. Jay zat een beetje verveeld voor zich uit te staren. 'Wat zijn dat?' vroeg hij ongeïnteresseerd. 'Pannenkoeken. Nou goed?' Ik gooide de stapels in de "kofferbak" en sprong weer voorop. Ik duwde het gaspendaal eens flink in en reed de straat op.

Al snel kwamen we bij mijn krantenwijken aan en stopte ik de motor. ‘En nu?’ was Jay’s snuggere vraag. ‘Wat denk je? Kranten wegbrengen natuurlijk.’ zei ik en sprong van de brommer af. Jay volgde mijn voorbeeld en klom er met tegenzin vanaf. Snel pakte ik een aantal kranten en rende naar het flatgebouw links. ‘Neem ook even een stapel mee!’ gilde ik nog snel en opende de deur. Voor me stonden alle postvakjes van het flatgebouw, waar ik één voor één een krant in deed. Al snel kwam Jay ook naar binnen lopen met een stapel van wel één krant. Ugh. ‘Jay, één krant?’ vroeg ik lichtelijk geïrriteerd. ‘Ja, hoezo?’ Ik plaatste mijn hand in mijn gezicht en schudde mijn hoofd. ‘Laat maar.’ zuchtte ik en deed een krant in het laatste postvak. Zelf had ik er nu nog drie in mijn hand. Met een haastig tempo liep ik terug naar buiten en legde ze op mijn zadel, zodat ik mijn beide handen vrij had. 'Kom op, Jay! Loop door. Er moet nog veel meer gebeuren vandaag.' jutte ik hem op en pakte een stapel kranten uit de kofferbak. 'Ja ja... Maar wat moet ik hier nou mee dan?' Hij wapperde met de krant die hij in zijn hand had.
'Steek je handen vooruit.'
'Oke, maar-'
'Gewoon vasthouden. En hier heb je d'r nog wat.'
Ik legde de stapel kranten op zijn handen. Hij probeerde stapel in balans te houden, wat hem uiteindelijk ook lukte.

'Kunnen we niet gewoon iemand opbellen en dit rotwerk laten doen?' vroeg hij.
'Inderdaad, we kunnen níét gewoon iemand opbellen en dit rotwerk laten doen.'
'Waarom nie-hiet?'
'Omdat één; dit míjn werk is en twee; ik geen mobiel bij me heb.'
'Geen mobiel bij je?'
'Dat zeg ik ja.'
'Maar... Hoe moet je dan iemand bellen?'
'Simpel: niet.'
'En wat nou as iemand jou wil bellen?'
'Dan belt diegene Lia.'
'Huh?'
'Lia en ik delen een mobiel.'
'Hoe houd je het vol...'
'Ik houd het prima vol. en dat waren genoeg vragen, eerst de kranten.'

De kratenwijken gingen wel oké, hoewel Jay nog af en toe de verveelde rijkaard moest uithangen. Nou ja, verder werkte hij wel mee. We gingen direct door naar meneer Verkerk. Net als bij Henk kreeg ik een preek, alleen hier nog een graadje erger. Als het nog een keer gebeurde dat de melk voor half zeven niet was opgehaald, werd ik ontslagen. Great, nietwaar?
Ik lachte toen Jay schrok van een blaffende hond bij een van de huizen. 'Rustig maar, Leonardo. Je kent Jay toch wel?' zei ik sussend tegen de blonde hond die nog een keer blafte naar Jay, maar daarna toch zijn aandacht op mij richtte. 'Ja, brave hond.' Stiekem vond ik het wel leuk dat Leo naar Jay blafte en had hij nog wel even door mogen gaan. Desalniettemin was dat niet erg vriendelijk tegenover Jay, dus deed ik dat maar niet. Hij was me wel aan het helpen, toch? 'Tsk... Dom beest. Herkent MIJ niet eens.' mompelde Jay. 'Hee, als Leonardo aardig moet doen, moet jij dat ook.' zei ik grijnzend en aaide Leo over zijn hoofd. 'Ja he? Leo?' voegde ik er aan toe. 'Nou, jij verandert ook wel snel van stemming vandaag. Ben je ongesteld of zo?' Jay grijnsde en knielde ook bij de hond neer. Och Jay, je moest eens weten hoe waar dat was... 'Ha-ha. Grappig hoor.' zei ik en grinnikte kort. 'Maar goed, Vincent heeft zijn melk ook nodig. En de laatste twee huizen ook.' Ik kwam overeind en raapte de melkflessen weer op. 'Het huis hiernaast moet twee flessen. Denk je dat je dat aankunt?' plaagde ik hem weer. 'Ach ja, als ik het niet overleef ben ik in ieder geval dapper gestorven.' 'Mocht je willen.' Ik lachte met hem mee en liep naar de voordeur van Vincents huis, dropte de flessen.

Een kleine tien minuten later stonden we weer bij mijn brommer. 'Zo, klusjes gedaan.' zei Jay makkelijk. 'Dat dacht je. Ik moet nog zo veel doen vandaag.' was mijn antwoord.
'Hoezo? Je hebt al meer gedaan dan ik in een hele week doe.'
'Maak daar een maand van.'
'Heel geestig.'
'Ik spreek de waarheid hoor.'
Ik stak grijnzend mijn tong uit en ging op mijn brommer zitten.
'Kom je mee of hoe zit dat?'
'Hoeveel keus heb ik?'
'Kom nou maar...'
Hij grijnsde en klom achterop.
'En waar gaan we heen, meneer Johnsson?'
'Hm... Een sportwinkel.'
Tijd om te vragen waarom kreeg hij niet, aangezien ik de motor van mijn brommer eindelijk een keer snel aan de praat kreeg en al onderweg was.

We reden door de straten en kwamen uiteindelijk aan bij de sportwinkel waar ik wel vaker kwam als ik wat nodig had. Ik kende de eigenaar namelijk. ‘Wat doen we hier eigenlijk?’ vroeg Jay en stapte van de motor af. ‘Nou, een badpak kopen.’ antwoordde ik.’Huh? Waar heb jij nou een badpak voor nodig dan?’ Oeps. Dat kon hij inderdaad verkeerd opvatten. ‘Nee, voor Lia. Wat dacht jij dan?’ Ik grijnsde en liep de winkel in. Zo’n typisch winkelbelletje ging af wanneer we de deur door gingen. Meteen kwam de eigenaar van het kleine winkeltje naar ons toelopen. ‘Ha, daar hebben we de Johnssons. Wat leuk jullie weer te zien.’ Hij rende enthousiast op ons af. ‘Wacht is even, jij bent Dave niet? Stel die knappe gozer eens even voor Daniqueje.’ zei hij nog steeds zo enthousiast. ‘Daniqueje?’ mompelde Jay vaag. ‘Bijnaam. Goeie kennis van ons.’ fluisterde ik snel terug. Ugh, ik had Jay ook nooit mee moeten nemen. ‘Dit is Jay. Een eh… vriend.’ stamelde ik ongemakkelijk. Jay leek het niet erg te vinden en knikte een keer. ‘Ah, interessant.’ zei de winkelier, die overigens Harold heette. Gelukkig veranderde hij van onderwerp ‘Nou ja, laten we niet afdwalen. Waarom ben je hier? Heeft Lia haar duikbril weer kapot gekregen?’ Ik grinnikte kort. ‘Nee, maar na bijna drie jaar is haar badpak wél aan vervanging toe. Hij is helemaal versleten.’ zei ik en dacht aan hoe vaak Lia wel niet zwom. Ik vond dat ’t wel tijd was voor een nieuwe, dus dat was mijn sinterklaascadeau. Harold knikte en liep naar een rek. ‘Die meid houdt er wel van, hoor ik.’ mompelde hij en haalde drie badpakken uit dat rek. Een effen donkerblauwe, een rode met zwarte rug en een zwarte met blauwe strepen aan de zijkanten. ‘Dit moet haar maat wel zijn. En als het niet past kun je wel ruilen.’ Ik knikte.

Harold begon een heel verhaal te vertellen over de badpakken en Jay en ik luisterden er maar half naar. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat de zwart met blauwe Speedo het meest geschikt was voor Lia. ‘Prima, ‘k neem die.’ zei ik en volgde Harolds bewegingen. Hij liep naar de kassa en pakte het in als een echt sinterklaascadeau, met strik en al. ‘En omdat jij het bent, zal ik er een vriendenprijsje van maken. Voor 22 euro is hij van jou.’ voegde hij er tussendoor aan toe. En geloof me, daar was ik maar wat blij mee. Ik was al even aan het sparen voor cadeaus voor Lia en Elli, en dan was de helft van de prijs mooi meegenomen. ‘Heel erg bedankt Harold.’ zei ik en pakte het tasje van hem aan. ‘Graag gedaan hoor. En doe de groetjes aan je moeder hè?’ Hij gaf me een vette knipoog. Ik grinnikte kort en keek om me heen, op zoek naar Jay.

‘Jay?’ riep ik een keer. Hij kwam al gauw achter een aantal rekken sportshirts vandaan. ‘Ja?’ ‘Kom, we gaan.’ zei ik grijnzend en wachtte tot hij naar me toe was gelopen. Hij keek uitgebreid om zich heen. Ja ja, nu hadden we de boodschap wel door. Je zou wel zó rijk zijn, dat je nog nooit zo’n klein sportwinkeltje had gezien. En inderdaad, er hing bijna geen merkkleding. Nu tevreden? Ugh, die kerel moest nog een heleboel leren, meneer Ramaaker. Ik wens u bij deze veel succes. U zou het nog wel nodig hebben…

‘En, waar gaan we nu heen?’ ‘De Bijenkorf. Ik heb een theepot nodig voor Elli.’ antwoordde ik en zette koers naar de Bijenkorf. Hij volgde wel, maar leek zich te vervelen. ‘Waarom koop je een theepot bij de Bijenkorf?’ vroeg hij op een gegeven moment. ‘Ik zie niet in waarom niet?’ Ik trok mijn wenkbrauw een keer op en keek hem aan. ‘Daar kun je toch nooit een goeie porseleinen pot vinden van weet ik veel, Bredemeijer of Eva Solo of zo.’ Hij haalde zijn schouders op, alsof het de normaalste zaak van de wereld was om honderden euro’s uit te geven aan een designertheepot. ‘Dat is ook nergens voor nodig? Je thee smaakt heus niet anders als het uit een theepot van vijftien euro komt hoor.’ antwoordde ik en rolde met mijn ogen. Daar leek hij over na te moeten denken.

Een kwartiertje later waren we in de Bijenkorf. Mijn brommer had tussendoor kuren gekregen, waardoor we de laatste paar honderd meter moesten lopen. Ík overleefde het wel, Jay daarentegen... Jezus hé, die kerel blíjft zeuren. "Waarom houden we geen taxi aan?" en blablabla.

Ik hield voorzichtig een theepot omhoog. 'Hm... Deze is ook wel mooi.' mompelde ik in mezelf. 'Hee Daan. Ik ga even naar de wc.' zei Jay van achter me. 'Ja, is goed.' Ik was een beetje in gedachten, dus merkte ik niet echt dat hij al bijna buiten gehoorafstand was toen ik het zei. Ach, jammer dan. Ik hield nog een andere omhoog, maar vond uiteindelijk -natuurlijk, zucht- de allereerste die ik gepakt had toch het mooist. Het was een vrij grote, witte pot met een rode bloem aan de kant van het oor. En de prijs viel ook nog mee, dus dat was mooi meegenomen. Ik liep richting de eerste de beste kassa die ik zag, rekende af en liet de pot inpakken. Jay was tegen die tijd nog steeds niet terug, dus besloot ik nog maar wat over de verdieping te struinen. Veel nuttigere dingen had ik toch niet te doen. Ik zag hier en daar nog wat leuke spulletjes, maar vond het niet slim om ze te gaan kopen, aangezien ik net zo goed als al mijn gespaarde geld had opgemaakt aan sinterklaascadeaus.

Na ruim twintig minuten was Jay nog niet terug en begon ik toch wel bezorgd te raken. Ik besloot 'm toch maar op te zoeken. 'Die kerel... 't Is dat hij mijn baas is, maar anders...' zei ik tegen mezelf en keek langs een paar rekken, in de richting van de wc. 'Waar is hij gebleven?' Ik keek rond en liep de andere kant eens op. Mijn maag rommelde luid. 'Damn it. Ik heb ook nog geen ontbijt gehad.' Het was onderhand al half één, dus het werd wel eens tijd. Zeker als je bedenkt dat ik normaal rond vier uur 's ochtends ontbijt.

Ik trok mijn pet wat verder over mijn hoofd. 'Misschien heeft hij het wel opgegeven, vond 'ie het toch te ingewikkeld om een dag te doen wat ik doe.' mompelde ik weer in mezelf en gaf zelf ook op, alleen dan het nutteloos zoeken naar Jay. Een deel van mij was teleurgesteld in hem, terwijl mijn andere helft tegen me zei dat ik er in de eerste plaats niets van had moeten verwachten.

In gedachten liep ik richting de roltrap, waarschijnlijk weer een beetje aan het brabbelen, totdat iemand me een tik tegen mijn arm gaf en half-riep: 'Hier ben je. Ik zocht je de hele tijd!' Van de schrik struikelde ik bijna over mijn eigen voeten. Snel draaide ik me om en zag dat Jay me aan keek. Nu voelde ik me net zo'n klein meisje dat haar moeder kwijt was geraakt. 'Dáárom heb je dus een mobiel nodig, snap je?!' vervolgde hij en grijnsde, omdat hij vond dat hij gelijk had. 'Nou, het spijt me.' zei ik nog steeds verrast. 'Nou goed, maakt niet uit. Niet iedereen kan zich zo'n ding veroorloven hè?' Bijna trots liep hij verder naar de roltrap. Geïrriteerd balde ik mijn vuisten, maar wist me in te houden en liep achter hem aan.

Mijn maag rommelde weer, maar dit keer werd het geluid overstemd door alle andere geluiden die we op straat hoorden. Het was altijd erg druk bij de Bijenkorf en op De Dam. Eerlijkgezegd had ik onderhand vrij erge buik- en hoofdpijn... Rustig liepen we naar mijn brommer. 'Ik wil nog een bos bloemen voor mijn vader nodig, moet nog folders wegbrengen en knuffels ophalen.' somde ik alles op wat er sowieso moest gebeuren. Eigenlijk moest ik thuis ook nog schoonmaken, maar dat deed ik morgen of overmorgen wel. Hij keek me even aan met een blik die zei: "Zijn we nog niet klaar dan?", maar hij stapte toch achterop. Ja Jay, je wilde dit zelf kerel.

'Ben je van plan om de hele tijd zo te lopen?' vroeg Jay toen ik weer naar buiten kwam. Ik had net de folders opgehaald bij de drukkerij, de twee tasen van de cadeaus hingen nog om mijn arm. 'Ongeveer.' antwoordde ik en stopte de folders in de kofferbak van mijn brommer. De tassen pawsten er niet meer bij in, dus hield ik deze aan mijn arm. Ik onderdrukte een gaap terwijl ik op het zadel ging zitten. Al gauw voelde ik Jays handen om mijn heupen, wat betekende dat hij ook zat. Ik voelde even wat draaien in mijn maag, maar dat zou wel van de honger zijn. Ik dacht er verder niet al te veel over na en scheurde weg.

Jay en ik hadden omstebeurt folders binnengebracht bij de gebouwen. Ik bij de snoepwinkel en de bieb en Jay bij het gemeentehuis. We waren nu bij een hotel waar de folders later vandaag nog extra van waren bijgekomen. Ik wachtte geduldig bij de brommer, totdat Jay weer naar buiten zou komen. Opnieuw begon mijn maag te rommelen en ging er een pijnlijke steek doorheen. 'Argh, misschien moet ik toch maar even een stop maken voor wat eten of drinken. Ik word niet goed.' Ik legde langzaam een hand op mijn voorhoofd. Niet overdreven warm -buiten het feit dat mijn muts een beetje over mijn voorhoofd getrokken was- dus echt ziek was ik niet. 'Maar toch...' Ik voelde me wat flauwtjes. De laatste keer dat ik wat gegeten had, was gister met lunch en alles wat ik vandaag en vannacht had gedaan, kostte me te veel energie. Misschien putte ik mezelf wel een beetje uit. 'Nee! Niets uitgeput! Niets eten! Dan had je dit maar eerder moeten doen én niet in Prince's Castle in slaap moeten vallen! Dit is allemaal je eigen schuld Danique! Of Daan, of wie je ook bent... Er wordt hier niet gerust, totdat dit alles gedaan is! Je verraadt jezelf nog tegenover Jay!' zei ik streng tegen mezelf, maar zakte al snel weer in Ugh, ik maakte het ook alleen maar erger voor mezelf. Veel tijd om erover na te denken kreeg ik niet, aangezien Jay alweer naar buiten kwam. 'Daan, ik heb sinds zeven uur niets meer gegeten. Kunnen we niet ergens koffie halen of zo?' Tsk, net of hij me gehoord had. 'Nee. Vandaag ben ik de chef en dit moet absoluut gehaald worden. We kunnen altijd nog koffie drinken.' besloot ik, ook voor mezelf. Jay zuchtte alleen maar en ging vast zitten. 'Waar nu heen, meneer Johnsson?' vroeg hij lichtelijk geïrriteerd toen ik ook ging zitten. 'De bloemenzaak hier verderop.' zei ik en probeerde mijn brommer weer te starten. Het duurde weer even voor hij er weer zin in had, maar uiteindelijk kwam er beweging in.

Ik wierp een snelle blik op het geld in mijn hand. Elli had me tien euro gegeven voor een boeketje bloemen. Deze waren bedoeld voor op het graf van mijn vader, waar ik ze vandaag trouwens ook nog op moest leggen. Morgen was het precies drie jaar geleden dat was overleden. 'Is dit goed zo?' De vrouw van de bloemenwinkel hield een mooie bos omhoog met een aantal kleine oranje rozen erin. 'Ja, heel mooi. Dankuwel.' zei ik en gaf haar het tientje. Jay stond er maar bij en keek er naar. Het zou me niets verbazen als hij nog nooit zelf bloemen had gehaald. Daar had hij vast de één of andere butler voor of weet ik het. Misschien wel zo'n pad-in-Pak als die butler van Vincent.

Pad-in-Pak of niet, het werd nu wel moeilijk om al dat spul te vervoeren. 'Ik denk niet dat het slim is om een bos rozen in een kofferbak van een brommer te leggen, of het hele stuk te lopen met zowel een bos rozen als een brommer in mijn hand...' 'Daar heb je absoluut gelijk in.' zei Jay, die naast me was komen staan en me gehoord had. 'Prince's Castle is niet zo ver hier vandaan. Als we dat stuk nou lopen? Dan kunnen we alles in mijn auto leggen, koffie halen en daarna nog dat laatste ding van je doen. Iets met eh... knuffels of zo. We brengen alles later waar dan ook met mijn auto.' vervolgde hij met een beginnende grijns om zijn lippen. Ik keek even naar mijn zwarte sneakers en dacht er over na. Heel even hoorde ik mijn maag weer rommelen en kreeg ik weer de neiging om te gapen, wat me over de streep trok. Ik kon stiekem wel wat koffie gebruiken. 'Oké dan.' zei ik en keek weer omhoog. Zijn grijns verbreedde en hij vistte de twee tassen uit de kofferbak. 'Doe jij dat ding dan maar op slot, dan gaan we.'

Zo gezegd, zo gedaan. Ik trok de sleutel uit het slot en rende snel naar Jay toe, die al was gaan lopen. Het boeket had ik wat omlaag gericht, zodat het niet zo snel kapot zou gaan. 'Ik neem aan dat jij de weg weet? vroeg ik hem. We liepen door een voor mij onbekende straat. 'Ja, wel ongeveer.' antwoordde hij en zwaaide een keer met de tassen. 'Zeg Daan.' begon hij, ineens weer wat serieuzer. 'Ga je me nog vertellen over je ongeluk?' Ik voelde dat hij me aankeek, maar bleef toch voor me uitstaren.

JAY
Daan keek me niet aan en antwoordde niet. Ongeduldig tikte ik een keer tegen zijn schouder. 'Ik eh... weet niet waar je het over hebt.' zei hij uiteindelijk en richtte zijn blik op de grond. Ja ja... 'Nadat je bijna aangereden was door die Land Rover, was je bewusteloos en in shock. Dave vertelde me dat dat kwam doordat je al eerder een ongeluk had gehad. Niet veel later kwam je bij, vroeg ik er naar en zei je dat je het me later zou vertellen.' zei ik zonder mijn ogen van hem af te wenden. Zachtjes zuchtte hij en opende zijn mond om weer te praten. 'Oké, ik vertel het je wel als we wat gegeten hebben.' 'Hm... Goed.' Ik stemde toe en glimlachte omdat hij uiteindelijk toch naar me luisterde.

Ik had het altijd normaal gevonden dat iedereen naar me luisterde en altijd precies deed wat ik wilde. Bij het café was dat niet anders. Alleen Daan was anders... Hij kwam gewoon uit een omgeving waar dat niet gebeurde of zo, ik begreep het in ieder geval niet. Ik was gewoon veel hoger in rang dan hij, dus moest hij naar me luisteren. Simpel. Ik was zó veel rijker dan hij - en dat wist hij heus wel - dus hoorde hij gewoon míjn regels en dat soort dingen na te komen. Maar dat deed hij niet. Hij leek dat wtandensysteem niet te begrijpen. Tijdens de werktijd deed hij wat ik zei, ja, maar dat deed hij alleen omdat ik z'n baas was. Buiten het werk was dat een heel ander verhaal. Als ik nu wilde dat hij iets voor me deed, kon ik 't in het algemeen wel klossen. Toen ik hem na de aanrijding - die waar ik hem nog net op tijd van had gered - een lift aanbood, stribbelde hij al tegen. En hij was één van de enige personen die ooit tegen me in waren gegaan. Hij was zelfs een keer flink pissig op me geweest?! OP MIJ?! Dat had nog niemand buiten mijn ouders en oma aangedurfd...

'Dus Jay,' Daan probeerde een gesprek te starten: 'wat deed jij vanochtend zo vroeg bij Prince's Castle?' Het was niet heel rumoerig in dit zijstraatje, maar toch moest ik mijn best doen hem te horen. Volgens mij deed hij erg zijn best om normaal te klinken, maar het lukte maar half. De zwakke toon in zijn stem was me al opgevallen, maar eerst probeerde ik het te negeren. 'Nou eh... Gewoon, weet je wel' zei ik en probeerde snel iets te verzinnen. 'Oh! Om te checken of je de deuren wel goed op slot had gedaan.' Daan trok even zijn wenkbrauw op, maar vond het waarschijnlijk wel een normaal antwoord. Gelukkig. 'Zo, zo... Dus jij dacht dat ik de deur niet eens op slot kon doen?' vroeg hij en keek me weer even aan. 'En ik had gelijk, toch?' Ik kreeg een stomp tegen mijn arm. 'Au!' riep ik lachend en wreef even over de plek. 'Zoals je voelt, is er niets mis met mijn handen.' besloot hij daarop droog.

'Hé! Als ik je niet wakker had gemaakt, lag je daar nu nog hoor!'
'Het was een wonder dat ik niet al lang wakker was!'
'Ah joh, volgens mij had je daar nog wel even gelegen hoor.'
'Tsk. Normaal ben ik op dinsdagochtend al om half vier mijn bed uit.'
'HALF VIER?!' Daar schrok ik toch wel even van... Ik bleef met open mond stil staan. 'Ja.' zei hij en bleef doorlopen alsof het de normaalste zaak van de wereld was. 'Ben je gek of zo?!' Ik sloot mijn mond en liep weer naar hem toe. 'Dat valt best wel mee. En loop nou maar door! Hoe eerder we er zijn, hoe beter.' zie hij standvastig, voor hoever dat kon met zijn stem op dit moment. Ik kon niet anders dan gewoon met hem meelopen. 'Dan zal dat ook wel de reden zijn waarom ik je meer slapend dan wakker heb gezien.' Ik keek vanuit mijn ooghoeken naar Daan en zag dat hij zijn ogen een keer dichtkneep en een paar seconden weer -ongeveer- open deed. Niet veel later gingen ze alweer dicht, om plaats te maken voor een enorme gaap. Jep, ik had gelijk. 'Dat valt ook wel mee.' Hij doorbrak mijn gedachtes en keek mijn kant weer even uit. 'Dat denk jij.' zei ik grijnzend. Zo ontstond er een willekeurige discussie over Daans slaapgewoontes.

Nog geen vijf minuten later kwamen we aan bij het café. Ik liep de trap op naar de ingang met Daan achter me aan. Hij hield de leuning stevig vast en leek het met iedere stap moeilijker te krijgen. 'Zeg Daan, gaat het wel?' vroeg ik, toen ik zag dat hij naar zijn hoofd greep. 'Ja, beetje hoofdpijn. Meer niet. Doe de deur nou maar open.' zei hij en kwam naast me staan. Hij wankelde even op zijn benen, maar wist zijn lichaam al gauw onder controle te krijgen. Ik draaide me om naar de deur. 'Weet je het zeker?' vroeg ik voorzichtig terwijl ik de sleutel in het slot omdraaide. Het volgende moment hoorde ik het boeket op de grond vallen.

Snel draaide ik me weer om en zag nog net hoe Daan weer naar zijn hoofd greep. 'Jay, ik denk niet... Oh~' Zijn ogen sloten zich en hij zakte met een korte kreun door zijn benen heen. Net op tijd ving ik hem op, voordat hij de grond raakte. Opgelucht haalde ik adem en keek naar Daans gezicht. Zijn ogen bleven gesloten en zijn lichaam hing slap tegen me aan. Oh-oh... Niet goed. Ik schudde hem een beetje door elkaar en zei zijn naam een keer. 'Wat nou als 'ie niet wakker wordt..?' dacht ik hardop en voelde hoe de paniek langzaam bezit van me nam. Ik bleef schudden en zijn naam roepen, niet wetend wat ik anders zou moeten doen. Damn it! wordt dan ook gewoon wakker!'

Als geroepen begon Daan lichtjes te kreunen. Snel hield ik op met schudden en keek naar wat er gebeurde. Hij rolde zijn hoofd tegen mijn borstkas aan en liet nog een zacht kreuntje horen, zijn ogen samenknijpend. Mijn huid onder zijn hoofd werd warm toen hij zijn ogen weer half open deed en me aankeek. Zijn twee blauwe kijkers hadden een schuldige uitdrukking. 'Sorry.' mompelde hij zachtjes en probeerde zich wat te bewegen. Ik hield hem echter tegen door overeind te komen, hem meenemend in mijn bewegingen. 'Maakt niet uit. Ik breng je naar binnen.' 'Ik kan 't zelf wel.' Weer probeerde hij zijn stem sterk te laten klinken, alleen lukte het deze keer écht niet. 'Dacht 't ook.' antwoordde ik. Met een simpele zwaai had ik Daan over mijn schouder gelegd. 'Zet me neer!' probeerde hij nog en sloeg me op mijn rug. 'Nee.' Heel gauw gaf hij het op en liet zich slap hangen. Mooi, zo ging 't makkelijker. Rustig deed ik de deur open en liep naar binnen.

Voorzichtig zette ik Daan op een stoel in De Kroon. 'Sorry.' zei hij nog een keer. Ik reageerde er verder niet op en liep naar de bar. Ik deed wat koffiespul in het koffiezetapparaat en drukte de aan-knop in. Vlug zette ik er twee flinke mokken onder. 'Wat wil je eten?' vroeg ik en keek hem aan. 'Niets. Een kop koffie is genoeg.' Ik rolde met mijn ogen en liep naar 't wafelijzer. Onderhand wist ik hoe hij werkte en had ik er zelfs wat handigheid in gekregen.

Meestal gooide Leon goed deeg niet weg, zo ook gister. Ik vond een restje in een kastje en kwakte het in het onderhand warme ijzer. Het siste even, maar dat hoorde volgens mij zo. Het ijzer ernaast kreeg ook een schepje vloeibaar deeg. Tegelijkertijd deed ik de twee ijzers dicht. Tegen die tijd was de koffie klaar. Met een paar passen had ik de twee mokken onder het apparaat vandaan gehaald en op het tafeltje gezet. 'Ik help wel.' zei Daan en stond al op. Jezus hé, kon hij dan niet eens vijf minuten stil zitten? 'Nee. Drink.' zei ik kort en keek hem koud aan. Meteen ging hij weer zitten. Overigens kon je ook niet echt zeggen dat hij überhaupt gestaan had, aangezien hij zich aan stoel en tafel moest vasthouden om niet om te vallen.

DANIQUE
Voorzichtig nipte ik aan mijn nog hete koffie, terwijl Jay ook twee wafels op tafel zette. Hij mompelde wat, ging zitten en nam ook een slok koffie. We waren beiden stil. Het enige wat je hoorde, waren kruimelende wafels, koffie die naar binnen geslurpt werd en de regen die zachtjes tegen het raam begon te tikken. Ik voelde hoe ik langzaam mijn krachten weer een beetje terugkreeg. Mijn blik gleed naar buiten, waar ondertussen een echte regenbui was ontstaan. Opeens sprong ik op. 'Paps boeket!' riep ik en rende nog voor Jay wat kon zeggen naar de ingang.

Voor me op de stoep lag het boeket. Een beetje teleurgesteld pakte ik het op. Een paar rozen waren afgeknapt en het was nat, maar verder zag het er nog wel oké uit. Ongeveer dan. Ik had geen geld meer voor nieuwe bloemen, dus zou het wel moeten. De tassen waren nog wel redelijk droog gebleven. Ik liep rustig weer naar binnen, de spullen stevig in mijn handen geklemd. 'Je bent echt gek hè?' zei Jay zonder me aan te kijken. Ik wilde net wat zeggen, maar hij was me voor.

'Je bent net flauw gevallen, Daan, en nu denk je toch niet serieus dat het slim is om na twee slokken koffie weer lekker alles te doen wat je normaal ook zou doen?' Hij draaide zich om en ging verder: 'Jezus hé! Als je je vader zo graag een bos onkruid wil geven voor dat kinderachtige Sinterklaasfeest, koop dan een nieuwe of zo, maar put jezelf niet zo uit! Er is geen moment dat jij gewoon stil zit en niets doet! Je slaapt nog geen zes uur per nacht, alleen omdat je graag twee krantenwijken én melk wil bezorgen, nog voordat je naar het café komt! Je bent niet goed bij je hoofd!'

Het was inderdaad niet goed voor me dat ik zo weinig sliep, maar het kon niet anders. En daarbij waren oranje rozen zijn lievelingsbloemen en zéker geen onkruid. 'Jay, ik kan niet anders. Jij denkt wel zo makkelijk, maar wij hebben het niet zo breed thuis. Elke euro is mooi meegenomen, dus heb ik ook geen geld voor een nieuwe bos bloemen.' Zo, nu had ik 'm wel weer genoeg verteld over mijn ó zó zielige -not- leventje. Hij rolde alleen met zijn ogen.

'Jij met die ouders van je. Zeker je vader. Wat is er mis met hem, dat je zo veel zomaar voor die man doet? Toen ik vorige maand kwaad op je werd en over je vader begon, viel je ook ineens tegen me uit.' 'Jij begon.' mompelde ik. Hij zei het ook alsof mijn vader één of andere slavendrijver was, die zijn zoon -oké, dochter dan- al zijn klusjes liet opknappen, maar zelf niets uitvoerde. 'Als je soms denkt dat mijn vader ziek is of zo, dat is hij niet. Wàs hij maar gewoon ziek.' 'Hè, Daan. Praat toc hniet zo in raadsels.' antwoordde hij geïrriteerd.

Ik wist op dit punt wel héél zeker dat hij weer één van die typische buien van 'm had. Als een ongesteld meisje van zestien veranderde hij om de klip-klap van stemming. Maar gélúkkíg bleef één ding wel altijd hetzelfde bij Jay: hij had altijd, altijd, altijd gelijk. Volgens hem dan.'

'Ga je me nou nog vertellen wat er mis is met die vader van je of niet? Je zou me trouwens ook nog vertellen over je ongeluk.' zei hij al wat afgekoeld, maar wel even bazig als altijd. 'Ik zal je iets laten zien. Dan slaan we twee vliegen in een klap.' Ik complimenteerde mezelf met mijn rustige reactie. 'Nu doe je het weer! Houd die raadsels voor je en vertel gewoon waar je heen wil!' Ik zuchtte even, pakte mijn mok op en nam een slok. 'Je ziet 't wel.' zei ik kort tussen twee slokken door. Jay keek mokkend voor zich uit en propte snel de rest van zijn wafel naar binnen. Mijn ene helft hoopte dat deze dag snel voorbij was, terwijl de andere hoopte nog wat tijd met Jay door te kunnen brengen en daarbij wilde eigenlijk alles in mij Jay wat manieren bij leren, als je dat zo kon noemen.

'Zo, we zijn er.' zei ik. Dit was het eerste wat een van ons had gezegd, tijdens de hele wandeling hierheen. We hadden alle spullen -behalve het boeket- in Jays auto achtergelaten en waren toen lopend hierheen gegaan, aangezien mijn brommer nog bij de bloemenwinkel stond en ik vertikte met de auto te gaan. 'Eh,.. Waar zijn we?' vroeg hij een beetje om zich heen kijkend. Ik wees met mijn vrije hand naar een natgeregend bordje met "Begraafplaats" erop.

Ik keek even naar zijn gezicht, maar het veranderede niets. Jay was zeker niet dom, maar nu had hij volgens mij geen idee welke kant het op ging. Dat bevestigde hij nog heel slim doordat hij zei: 'Ugh, mijn vader ligt op een begraafplaats, een andere, grotere. Mijn moeder gaat er wel 's heen geloof ik. Nou ja, ik niet. En ik mis 'm ook niet. Ik denk niet dat jij de jouwe zou missen op die manier, hoor. Als hij-' Ik legde mijn hand snel op zijn mond. 'Zeg dat nog eens over mijn vader en je krijgt een klap.' siste ik. Ik vond het al vrij knap dat ik dat overigens nog niet had gedaan.

'Jezus, he! Leg het me nou ook eens uit!' was zijn gefrustreerde reactie, nadat hij mijn hand van zijn mond had getrokken. 'Oke, oke. Loop maar mee dan.' zei ik alleen. Eigenlijk had ik hier geen zin meer in, maar ik kon ook niet meer terug... Hoe zou hij reageren? Wat nou als hij me gewoon dom vond? Of ik mezelf zou verraden?

We liepen over het met bomen omringde pad. Tijdens het lopen waren we beide stil, alweer. Ik had gewoon geen idee wt ik moest zeggen en waarschijnlijk leek het Jay gewoon een beter idee om niks te zeggen. Wat het overigens ook was. Ik stopte bij het graf van mijn vader. 'Dit is 'r mis met hem. En voor je het vraagt; In tegenstelling tot jou mis ik hem wel, ja.' Jay boog zich wat voorover en probeerde het te lezen. Hij mompelde de tekst wel hardop, maar ik verstond niet alles. 'Benjamin -Ben- Johnsson' gemompel tussendoor: 'geboren in Londen, gestorven in Amsterdam.' Niet dat ik de rest niet wist, sterker nog; ik kende de hele tekst uit mijn hoofd.

'Oh.' was het enige wat Jay zei. 'Ja.' mompelde ik zelf. 'Eh Daan, het spijt me.' zei hij er achteraan en kwam weer overeind, maar keek me niet aan. Zo staarde ik ook naar een denkbeeldig punt in de verte. Hij wachtte totdat ik weer zou gaan praten, dat wist ik. Ik raapte al mijn moed bij elkaar en begon.

'Kijk, Jay, ik heb dit nog tegen niemand behalve Elli, Lia en Dave verteld en eigenlijk praat ik er ook liever niet over.' begon ik. Jay verroerde niets, maar toch wist ik zeker dat ik zijn volledige aandacht had. 'Morgen is het precies drie jaar geleden dat hij was overleden. Dáárvoor zijn deze bloemen, niet voor Sinterklaas.' Voorzichtig legde ik de bloemen op het graf, op een plek waarvan ik zeker wist dat hij ongeveer werd beschut door de bomen. 'Overigens was morgen ook zijn verjaardag.' Jay knikte een keer, om aan te tonen dat hij luisterde. Ik ging verder; 'Hij overleed die dag door een auto-ongeluk. Op slag dood. En het was mijn schuld.'

Bij de herinneringen die terugkwamen, werd ik spontaan emotioneel. Als ik niet zo dom was geweest, leefde pap nu nog... Ik slikte snel mijn tranen in. Echte mannen blozen niet, maar ze huilen ook niet. 'Ben en ik gingen naar de Aldi om ijsjes te halen voor na het eten. We kwamen bij een druk kruispunt, met zebrapad, maar niemand stopte er voor. Dom als ik was, wachtte ik niet. Ik rende de straat op. Halverwege hoorde ik Ben roepen en draaide ik me naar hem om. Ik keek hem vaag aan, maar kreeg al gauw door dat ik midden op de weg stond. Daarna ging alles heel snel. Geschrokken draaide ik me om naar een toeterende Land Rover, die recht op me af kwam, volle snelheid. Het ging bijna net zoals de vorige keer, met jou. Net toen ik wilde gillen en maken dat ik weg kwam, werd ik van achter wgggeduwd. Ik viel hard op de grond, maar herstelde me snel en draaide me om. Ik zag nog net hoe de auto keihard over mijn vader heen reed. Een paar meter verderop stopte de auto en stapte de bestuurder uit, terwijl ik naar Ben rende. Ook de andere mensen die het ongeluk hadden gezien, snelden naar ons toe. Eén van henbelde de Ambulance, maar de hulp had al geen nut meer. Ben was... Dood. Meerdere botten -waaronder zijn nek- waren gebroken of verbrijzeld. Er lag meer bloed op straat dan er nog in zijn aderen zat. Geen prettig gezicht, alles behalve dat, maar wel een beeld dat voor altijd in mijn geheugen vast zit. Het was míjn schuld dat mijn vader dood was, en wat had ik zelf? Een wond op mijn been. Dat was alles. Zo ontzettend oneerlijk...'

Mijn blik was omlaag gericht, naar de regendruppels die op de grond vielen dat het een lieve lust was. Jay had de hele tijd geluisterd en ik zag vanuit mijn ooghoeken dat hij mijn kant op keek. 'Heftig...' mompelde hij, terwijl hij zich naar me toe draaide. De woede van een kwartier geleden was helemaal weggevaagd en had plaats gemaakt voor iets dat leek op medeleven of begrip. Ik knikte alleen maar een keer, bang dat ik mijn stem niet onder controle kon houden. Ik zag het beeld van mijn vader weer glashelder voor me. Een traan gleed over mijn wang. Ik beet op mijn lip en veegde hem snel weg, hopend dat Jay hem niet zag door de regen. Ik kneep mijn ogen dicht en vocht tegen de rest van de tranen. De tellen daarop hoorde ik voetstappen dichterbij komen. Wat was hij van plan? Ging hij me nou ook nog uitlachen ook?

Mijn ogen schoten open, toen ik zijn armen om heen voelde. In een paar tellen had hij zijn armen om mijn lichaam geslagen en mij tegen zich aangetrokken. Ik keek verward naar de schouder waar ik tegenaan was gedrukt. 'Het spijt me dat ik er naar gevraagd heb... En het spijt me ook dat ik zo lüllig heb gedaan tegenover jou en je vader, dit wist ik niet.' zei hij, zoekend naar de juiste woorden. Zijn stem bevatte tekens van oprechte spijt en weer medeleven. Iets wat ik voor vandaag niet eerder van hem gehoord had, en ook niet echt van hem verwacht had. 'M-maakt niet uit.' stamelde ik. Ik kon mijn stem inderdaad niet onder controle houden en een nieuwe traan ontsnapte vanuit mijn ooghoek.

Voorzichtig legde Jay één van zijn handen op mijn schouderbladen en verstrakte de grip op mijn lijf een beetje. Uiteindelijk ging ik er in mee en sloeg mijn armen ook een beetje om hem heen. Iets binnenin me draaide zich om, op een prettige manier. Rustig gaf ik me over aan het gevoel en begroef ik mijn gezicht in zijn borstkas. Zijn jas was doorweekt, maar mijn hoofd was ook al een tijde kletsnat, dus kon het me niet zoveel schelen. De warmte die vanuit zijn borstkas mijn hele lichaam overspoelde voelde zo aangenaam dat ik het ook maar amper merkte. De tranen waar ik eerst nog zo tegen vocht, stroomden nu in grote getalen via mijn wangen naar mijn kin. Geluidloos huilde ik tegen de borstkas van Jay. Hij scheen het te merken en wreef geruststellend over mijn rug. 'Het is niet jouw schuld.' mompelde hij en ik voelde dat hij zijn kind op mijn hoofd liet rusten.

Langzaam maar zeker voelde ik de tranen stoppen. Met tegenzin liet ik Jay los. Ook zijn armen hingen nu slap langs zijn lijf. Zijn ogen ontmoetten de mijne en ik voelde dezelfde rode blos als vanmorgen weer op mijn wangen komen. Na een paar tellen keken we tegelijkertijd weg. 'Laten we hier weg gaan.' stelde ik voor en draaide me al om. Ik probeerde het pijnlijke onderwerp van net links te laten liggen en nog maar gewoon wat van de dag te maken. Jay ging ook niet meer zomaar weg en het was toch al middag. Een uur of half drie? Ik wist het niet precies. 'Doen we, maar we gaan als eerst op zoek naar een paraplu of zo. Ik verdrink nog op deze manier...' zei Jay, terwijl we het pad weer af liepen. 'Je mag Lia's badpak vast wel lenen hoor.' antwoordde ik luchtig.
Een half uurtje later zaten we in Jays BMW. Een veel te grote auto overigens, voor iemadn die altijd in z'n eentje reed, maar dat leek hem niet zo veel te kunnen schelen. 'Hier links en dan direct aan de rechterkant. Daar ja!' Ik wees op het kleine winkeltje waar ik al eerder over verteld had. 'Zal i-' Ik onderbrak hem door te zeggen dat ik het zelf wel zou redden. Ik stapte uit en liep snel de stoep over, de winkel in. De deur viel tegelijk met het rinkelende belletje dicht. Snel droogde ik mezelf een beetje af met mijn mouwen en handen en trok mijn muts van mijn hoofd. Zo. Nu zou ze me wel herkennen.

Mijn lange, bruine haar viel net over mijn schouders, toen de oude dame de winkel binnenkwam. 'Danique, kindje toch. Wat zie jij er doorweekt uit! Het regent wel harder dan ik verwacht had. Kom, dan krijg je een kop warme thee voordat je weg gaat.' De vrouw was meestal erg hartelijk. Ik kende haar ook vrij goed. 'Een andere keer misschien, mevrouw. Er wacht buiten iemand op me, dus moet ik eigenlijk opschieten.' Meteen liep ze naar het hoekje van de winkel en drukte zichzelf tegen de ruit aan, zodat ze nèt de uit het zicht geparkeerde BMW kon zien. 'Oh! Wat een knappe jongeman! Heb ik hem niet een keer in de krant gezien..? Is dat je vriendje?' vroeg ze terwijl ze zich weer naar mij omdraaide. Ik bleef op de plek staan waarvan ik zeker wist dat Jay me niet kon zien, vanuit de auto. 'Nee, mevrouw. Hij is gewoon een vriend.' grinnikte ik. En dat was niet écht gelogen of zo. Volgens mij waren Jay en ik vandaag wel meer vrienden geworden, maar meer ook niet. Hij dacht bovendien dat ik een man was, dus dat kon ook bijna niet anders.

'Hè, jammer. Nou ja, ik zal je verder niet ophouden hoor. Hier is de nieuwe zak.' Ze haalde een grote vuilniszak achter de toonbank vandaan en gaf hem aan mij. 'En nog bedankt voor jullie hulp iedere keer. Ik zou eigenlijk niet zonder kunnen.' zei ze en wees op een groot rek met knuffels. 'Graag gedaan hoor.' Ik pakte de zak van haar aan en glimlachte. 'Nou, ik ga het magazijn weer checken. Veel plezier met je vriend hè?' zei ze en verdween door de deur achterin de winkel.

Zo gauw de deur dicht was, haalde ik mijn muts weer tevoorschijn en legde de zak op de grond. Ik boog me snel voorover. Met de ene hand hield ik mijn muts vast en met de andere bracht ik mijn haar naar de goede plek. Ik trok de zwarte muts snel over mijn hoofd en bekeek het resultaat in de spiegel. 'Bjoetiful.' mompelde ik. 'Ik werd hier steeds beter in!'

Ik liep naar buiten met de grote vuilniszak, gevuld met knuffels, stevig in mijn vuist geklemd. Met mijn vrije hand opende ik de kofferbak van de auto en legde de zak erin. Een paar van de bovenste knuffels en het pakje knopen rolden uit zak, maar dat maakte niet uit. Ik zou ze straks wel bij elkaar rapen. Snel duwde ik een loshangend plukje onder mijn muts en stapte in. 'Oké, gelukt.' zei ik grijnzend en deed mijn gordel vast. 'Mooi.' antwoordde Jay, startte de auto en reed weg.

'Eh... Waar gaan we heen?' Ik kon me niet herinneren dat we hierna nog ergens heen moesten.
'Geen idee.'
'Huh?'
'Jij was toch de chef vandaag? Heb je nog meer klusjes.'
'Eh... Ik ben d'r wel doorheen hoor.'
'Oh.'
'Ja...'
De auto reed maar door. Geen van ons beide wist waarheen, dus deed Jay maar wat.
'Ik weet wel wat. Sla hier linksaf, de gracht over.'
'Oke dan.' Hij sloeg af en volgde mijn verdere rijinstructies.

'Daan, ik vind je een aardige vent, maar wat ís dat?' vroeg Jay en keek met een vaag gezicht naar de appelflappen in mijn handen. Hij zat in een overdekt bushokje, zodat we niet nat werden. Zijn auto had hij er voor geparkeerd. 'Het is heus niet giftig, alleen omdat het van een kraampje langs de straat komt.' Ik gaf hem één van de appelflappen aan en ging naast hem zitten. 'Ja ja. Dat zal wel. Maar wat is het?' vroeg hij en onderzocht het eten aandachtig. 'Heb je nog nooi een appelflap gehad of zo?' 'Oh, dus dít is zo'n appelflap.' Ik knikte lachend en nam een hap van de mijne. 'Probeer maar, ik trakteer. 't Is best lekker hoor.' zei ik nadat ik het stukje had doorgeslikt. 'Ik hoop 't voor je.' antwoordde hij. Waar die kerel al niet moeilijk over kon doen. Het is een appelflap. Dat hoort bij de Nederlandse cultuur en ja, het wordt gegeten door "arme" mensen. Dat betekent nog niet direct dat je het niet overleefd?

Met lichte tegenzin nam Jay een minihapje van de warme appelflap. Ik keek grijnzend toe hoe hij kauwde, doorslikte en zijn gezicht ineens veel vrolijker stond. 'Dit is echt vet lekker!' riep hij uit en nam nog een hap. 'Ik zei het toch.' lachtte ik en ging ook verder aan de mijne. Het was echt grappig om Jay zo te zien. Onderhand was ik er wel aan gewend dat zijn gedrag nogal snel omsloeg, hij zat vol verassingen, dat zeker. Hij had gewoon nog nooit een appelflap gehad? En nu at hij 'm met veel plezier op. Een verassend gezicht. Als je een klein jongetje een nieuw autootje zou geven, kreeg je hetzelfde effect.

JAY
Voldaan nam ik nog een hap van al mijn derde appelflap. 'Hoe krijg je het naar binnen...' mompelde Daan grijnzend. Hij had na één genoeg gehad, maar had in ieder geval wát gegeten. De laatste twee flappen had ik trouwens ook zelf betaald. 2 euro per stuk is toch zeker geen geld? Fantastisch, dit spul. 'Dat ik 21 jaar heb kunnen leven zonder een appelflap te hebben gehad!' zei ik lachend en nam wer een hap.
'Ook niet met Oudjaar?'
'Dan al zeker niet.'
'Huh? Dat slaat nergens op.'
Ik glimlachte. 'Tuurlijk wel. Ik vierde het nooit.'
'Waarom niet dan? Het is toch gezellig om samen met je familie vuurwerk te kijken?'
'Simpel,' begon ik en leunde wat achterover. 'mijn vader en moeder gingen altijd naar de één of andere zakenrelatie voor een borrel. Mijn zus en ik bleven altijd achter en moesten gewoon vroeg naar bed. Het enige wat wij eigenlijk van Oud en Nieuw meekregen was het vuurwerk dat we hoorden, de dronkenlappen tot diep in de nacht en het feit dat er de volgende dag telkens "Gelukkig nieuw jaar!" werd gezegd door elk kamermeisje dat we tegenkwamen. Verder was het voor ons in principe niet zo'n bijzonder iets. Toen ik een jaar of vijftien was, moest ik voor het eerst mee naar één van die feestjes. Ik vond er toen niets aan, en nu nog steeds niet. De hele tijd alleen maar van die oude mensen die met elkaar lopen te praten over aandelen en zo. Heel saai. Iedereen die op dezelfde manier zijn of haar glas champagne vast houdt en er telkens een mini-slokje van neemt. Hele tafels met buffet, maar niemand die er echt iets van eet. Het enige vuurwerk dat er wordt afgestoken is een sterretje of wat op een taart. Ik moest eerder voornamelijk stil zitten en luisteren naar de mensen die me vertelden hoe groot ik wel niet was geworden. Nu doe ik in principe hetzelfde, maar is me ook nog geoorloofd om mee te praten over onderwerpen die over iets anders gaan dan mijn lengte. Eigenlijk loop ik voornamelijk rond als reclame voor de familie De Waart en praat met iedere willekeurige vreemde die mij aanspreekt. Ironisch, hoe je ouders je leren om niet met vreemden te praten en je er later middenin stoppen. Maar ik zal het er mee moeten doen. Zeker nu mijn vader er niet meer is. Ik moet waarschijnlijk een beetje die rol overnemen. Hoewel mijn moeder-' Ik stopte middenin mijn zin, doordat er iets tegen mijn schouder aan viel. Mijn blik gleed opzij en ik zag Daan met zijn ogen dicht tegen mijn schouder aan liggen.

'Tuurlijk. Val maar weer in slaap. Dit is al de zoveelste keer, dus wat maakt 't ook nog uit hè? Ben ik echt zo saai?' mompelde ik geërgerd en liet mijn blik over zijn lichaam glijden. Hoeveel zou hij nog gehoord hebben van wat ik zei? 'Lig je lekker?' bromde ik er nog achteraan. Hij bevestigde dit een soort van, door zijn hand naar zijn schoot te laten vallen. Ik volgde zijn beweging en zuchtte een keer. Die kerel en zijn slaapproblemen... Ik werd er gek van.

Het volgende moment schoten mijn ogen weer naar zijn hand. Het was al vrij donker, vanwege de hevige regen, maar toch zag ik de ring om zijn vinger duidelijk schitteren. Ik wist zeker dat ik 'm ergens anders had gezien. Maar waar? Het beeld van de blauwe jurk die ik eerder ook al zag, schoot weer voorbij. Daan en een blauwe jurk pasten op geen enkele manier bij elkaar. -Behalve dat zijn ogen felblauw waren, maar dat terzijde.- Ik ploos mijn geheugen na, terwijl ik zijn hand van zijn schoot afhaalde. Voorzichtig hield ik zijn hand in de mijne en bekeek zijn ring.

Opeens schoot het me te binnen. 'Ik gaf iemand een hand.' mompelde ik en groef nog dieper in mijn hoofd. De afgelopen periode had ik veel mensen een hand gegeve, maar er waren er maar twee met zo'n ring. Daan en de blauwe jurk. En de blauwe jurk herinnerde ik me ook weer. "En dit is een vriendin van mij. Danique is een beetje verlegen." Dat was precies wat Lia over haar vriendin zei. Zíj was de blauwe jurk, die Danique. Lia gaf haar eerste tentoonstelling met haar klas, maar broer Daan was er niet bij. Hij was ziek, had Lia later verteld. Zomaar ineens. Terwijl Dave een paar dagen daarvoor nog had gezegd dat er wel iets héél ernstigs voor nodig was om hem ziek thuis te houden. Nog geen vijf minuten nadat ik die Danique had ontmoet, ging zij ook al ziek naar huis. Vreemd, nu ik er zo over nadacht. Als ik nu gewoon haar gezicht had gezien dan...

Dan wat? Wat had ik daaraan willen zien dan? Dat Daan dezelfde persoon zou zijn als Danique? Eigenlijk... Zou dat een heleboel verklaren. Die man in de winkel die hem Danique noemde, die eeuwige muts, die vrouwelijke trekjes, die stem die altijd nét iets te hoger was dan voor een man normaal zou zijn en ga zo maar door. Maar waarom? En waarom moest ík hierin verwikkeld raken?! Wat zou ik moeten doen als Daan een vrouw was? Dan hield hij of zij me al anderhalve maand voor de gek, zonder dat ik het ook maar een beetje door had! Ik moest het weten. En ik wist een simpele manier om erachter te komen.

Rustig schoof ik mijn vingers onder de rand van zijn muts, ik moest erg mijn best doen hem niet voortijdig wakker te maken. Tot nu toe voelde ik alleen wat naar achteren gekamd haar, niets bijzonders dus. Zo voorzichtig mogelijk trok ik zijn muts stukje bij beetje naar achteren...

Net toen ik een paar centimeter op weg was, zag ik dat Daan zijn (of haar) ogen open deed. Als een haas trok ik mijn hand terug. 'Damn it.' mompelde ik zachtjes en probeerde te doen alsof er niets was gebeurd. Ik wist dat hij iets te verbergen had, ik wist het gewoon! En zoveel wees erop dat hij wel eens een meisje zou kunnen zijn -misschien zelfs die Danique-, maar ik kon het niet bevestigen. Als Daan nou serieus tien seconden langer had geslapen...

'Oh! Ik ben alweer in slaap gevallen. Sorrysorrysorry!' verontschuldigde Daan zich nadat hij goed en wel door had waar hij was. Geïrriteerd mompelde ik iets wat leek op: "Geeft niet." maar echt gemeend ws het niet. Ik gooide mijn appelflap onopvallend achter het bankje en stond op. 'Ik ben klaar of zo. Zullen we gaan?' Ik deed mijn best om wat vriendelijker te klinken, maar mijn stem werkte niet echt mee. Argh. Ik was ook gewoon kwaad. Idioot dat 'ie er was. 'Sorry.' hoorde ik hem nog een keer zeggen, terwijl ik de autosleutel uit mijn zak viste. Ik reageerde er niet op en opende de auto, stapte in. Mopperend startte ik, wachtend tot Daan ook kwam zitten. Ik kon er gewoon niet tegen dat ik niet wist wat er met hem aan de hand was. Ik moest en zou het weten, maar hoe? Goeie vraag. Ik kon niet zomaar zijn muts van zijn hoofd trekken of zo. Dat zou wel een heel vreemde indruk achterlaten. Nou ja, niet dat dat nu nog zo veel zou uitmaken.

Ik werd uit mijn gedachtes gewekt door Daan. Hij stapte in en maakte met een zucht zijn gordel vast. Meteen startte ik de auto en reed weg. Geïrriteerd tikte ik met mijn vingers op het stuur. Ongeveer wist ik nog wel waar Daan woonde, dus echt op de weg letten deed ik ook niet meer. Links, rechts, links, rechtdoor. De hele weg zeiden we niets tegen elkaar. Ik was nog steeds chagrijnig en Daan vond het waarschijnlijk gewoon een vreemde situatie. Tsja. Dat heb je soms. Ik remde af voor zijn huis.

'Waar haal je het spul vandaan...' mompelde ik en keek naar de vis-knuffel die ik uit de achterbak had gevist. Haha, een vis opgevist. Och wat had ik toch weer een humor, kuch. Waarschijnlijk was de knuffel uit de zak gerold. Daan kwam er nu ook aanlopen. Hij begon de knuffels bij de rest in de zak te drukken. Nu ik er zo overna dacht, had ik deze dingen ook wel eerder gezien. Toen ik een tijdje geleden Daan thuis bracht, lagen die dingen ook overal door de woonkamer verspreid. Ja, daar had ik ze eerder gezien. Maar wat hij er nou mee moest, geen idee.

'Zeg Jay, het spijt me erg dat ik in slaap ben gesukkeld, maar daar hoef je nu toch niet meer boos om te zijn?' Ik keek even opzij. Vermoedelijk had ik de hele tijd chagrijnig gekeken zonder het zelf echt door te hebben. Toch, wanneer ik Daans grote, blauwe ogen me zo onschuldig naar me zag kijken, kón ik gewoonweg niet anders dan glimlachen. 'Nee, nee. Ik werd net gebeld en moet wat regelen voor mijn moeder.' loog ik en keek een halve seconde naar zijn muts, maar hij had 'm al weer goed gedaan. Zou hij het gemerkt hebben? Nah, vast niet. Ik raapte de twee overige tassen op en liep achter Daan aan naar de voordeur. Deze deed hij open. Hij stapte naar binnen en legde de grote vuilniszak aan de kant om mijn twee tassen over te pakken.

'Nou eh, bedankt. Denk ik.' zei hij onhandig. Ik grijnsde en zei: 'Jij ook.'
'Ik heb niets voor jou gedaan hoor.'
'En toch vond ik het erg gezellig. Je mag me vaker trakteren op appelflappen.'
'Als jou dat gelukkig maakt, mij best.'
'Nou en of, maar dan ga ik weer. Bedankt voor het dagje uit. Gezellig, zo even als mannen onder elkaar.'
Gelijk peilde ik zijn reactie. Hij glimlachte gemaakt en knikte. 'Ja, jij ook. Tot donderdag.' zei hij zenuwachtig en sloot de deur. Bewees dat niet wat? Volgens mij wel, maar ook weer niet. Damn it. Mijn hele hoofd zat vol met gedachtes waar ik echt niets mee kon. Gefrustreerd trapte ik tegen een steentje aan. Hij verborg iets en ik had zeker een idee wat, maar alleen al de gedachte klonk vreemd. Het kon toch niet waar zijn? Ik moest en zou het te weten komen.

DANIQUE
Die woensdag was ik weer vroeg uit mijn bed. Ik kon het niet maken om twee keer achter elkaar te laat te komen, dan hing ik. En het ging net zo lekker. Dus ja, ik liep om vijf uur 's ochtends al weer braaf in een pikdonker, slapend Amsterdam rond, met de flessen melk onder mijn arm geklemd. Gelukkig had ik gisteravond mijn brommer opgehaald, anders was het nooit te doen. Al die melk past sowieso niet op mijn fiets, laat staan dat ik het ook nog normaal kon wegbrengen. En dan was de Rozenveldlaan ook nog geen kort straatje met rijtjeshuizen. Nee, alles behalve dat. Maar gelukkig was het tot nu toe redelijk goed gegaan.

Met een zucht liep ik naar het volgende huis. Ik was al over de helft, dus liep ik nog op schema. 'Kom op Danique, je doet dit al een hele poos.' mompelde ik tegen mezelf in een wanhopige poging om mezelf een beetje aan te moedigen. Het was gewoon een verschrikkelijke dag, elk jaar weer. En het was gewoon mijn schuld. Als ik niet zo dom was geweest en gewoon had uitgekeken, was alles zo anders gelopen... Niet aan denken, niet aan denken, niet aan denken. Zo gaat het niet werken.

Opnieuw zuchtte ik en legde de twee flessen melk op de daarvoor aangewezen plek. Ik glimlachte even bij de gedachte dat Jay op dezelfde plek bijna een rondje om het huis was gelopen om de bak te vinden. 'Hij is ook wel een idioot af en toe.' zei ik grijnzend en liep terug naar mijn brommer, voor het volgende huis. Nu ik er zo aan terug dacht, vond ik het gisteren toch wel stiekem een beetje leuk met Jay. Op het werk was hij altijd zo... serieus, maar gister was hij echt gewoon van alles. Ik had zo veel verschillende kanten van hem gezien in een paar uur tijd. Op dag een was hij kwaad op me en gaf hij me een opdracht, maar op dag twee ruimde hij zelf de helft op. Om nog maar niet te spreken van het kerkhof. Terwijl we ernaar toe liepen had ik er al spijt van dat ik er uberhaupt aan begonnen was, maar uiteindelijk begreep hij me en toonde er begrip voor. En dan die knuffel... Jay was zo warm en zacht en lief en... En eigenlijk hoorde ik dat helemaal niet te denken. Heel snel legde ik een hand op mijn wang. Ja. Ze waren warm genoeg om maar weer te bewijzen dat ik mijn o, zo mannelijke blosjes weer had.

Tegen kwart voor acht liep ik weer rustig het huis binnen. Ik hing mijn jas op aan de kapstok en legde mijn handschoenen op het tafeltje. Ja, handschoenen ja. Weet je wel hoe koud het is in december? Nou goed, ik liep door de hal, naar de keuken waarin ik Lia en Elli vond, zittend aan tafel. 'Hallo.' zei ik, niet al te enthousiast. We wisten alledrie maar al te goed wat voor dag het was vandaag en geen van ons kon het echt opbrengen om nu vrolijk te zijn. Ik zuchtte een keer en schoof aan, pakte een cracker van de stapel en staarde wat naar de tafel. 'Lia is waarschijnlijk om half vier thuis, dus dan gaan we rond kwart voor vier door naar Dave en Sharon. Die gaan dan ook mee naar het kerkhof.' doorbrak Elli de stilte. Het gin altijd ongeveer zo, dat wisten we wel, maar zo was er toch iets te zeggen. Ik knikte een keer. 'Is goed, dan zorg ik wel dat ik dan klaar ben met alles.'

Niet veel later ging Lia naar school en Elli naar een sollicitatiegesprek. Niet echt een dag waarop ze zich daarop kon concentreren, maar ze moest het proberen. Dat liet mij dan alleen achter met de stofzuiger en het vooruitzicht dat eigenlijk het hele huis schoongemaakt moest worden. 'Ugh..' kreunde ik. Niet dat ik het niet wilde of zo, maar gewoon... Nee, bij nader inzien wilde ik gewoon niet schoonmaken. Met een zucht sleepte ik me naar de kast en trok de stofzuiger eruit. Het grote gevaarte rolde niet al te soepel achter me aan terwijl ik een geschikt stopcontact zocht. 'Diepe, diepe zucht.' mompelde ik in mezelf en dacht aan pap. Wat zou hij gezegd hebben over mijn baan? En over het feit dat ik me voor doe als een man? Zou hij het goed hebben gevonden? Vast wel.

Na minder dan een uur had ik het af, het stofzuigen dan, zowel boven als beneden. Ik schoot dus wel redelijk op ja. Daarna ging ik ramen lappen en afstoffen. Allemaal fantastische klusjes -kuch kuch- maar het zorgde er wel voor dat ik aan wat anders dacht als aan pap. Daar was ik de uitvinder van de stofdoek redelijk dankbaar voor. Maar op een gegeven moment was het half vier en kwam Lia weer binnenzetten. Ik moest eraan geloven. Lia en ik kleedden ons beide om en vlechtten elkaars haar in. Dat deden we wel vaker, en meestal konden we er hard bij lachen en praatten we aan één stuk door, maar vandaag niet.

Een half uur daarna liepen we met z'n vijven over het bekende, met bomen omringde pad naar het kerkhof. Ik, Lia, Elli, Dave en Sharon. We waren niet helemaal stil of zo, maar zelfs de altijd vrolijke Lia en de o-zo spontane Sharon hielden vrij veel hun mond. Ik wist niet precies waarom, maar het voelde waarschijnlijk voor ons allemaal gewoon beter om gewoon niets te zeggen. Lia en Dave waren volgens mij al wel redelijk over de dood van pap heen (Sharon kenden we toen nog niet echt), maar Elli en ik hadden het er nog wel moeite mee. Elli omdat het haar man was, ik omdat ik vond dat het mijn schuld was.

Een half uur daarna liepen we met z'n vijven over het bekende, met bomen omringde pad naar het kerkhof. Ik, Lia, Elli, Dave en Sharon. We waren niet helemaal stil of zo, maar zelfs de altijd vrolijke Lia en de o-zo spontane Sharon hielden vrij veel hun mond. Ik wist niet precies waarom, maar het voelde waarschijnlijk voor ons allemaal gewoon beter om gewoon niets te zeggen. Lia en Dave waren volgens mij al wel redelijk over de dood van pap heen (Sharon kenden we toen nog niet echt), maar Elli en ik hadden het er nog wel moeite mee. Elli omdat het haar man was, ik omdat ik vond dat het mijn schuld was.

Ik zuchtte een keer en liep de laatste meters af. Dave kwam naast me lopen en ga me een klopje op mijn schouder. 'Het is niet jouw schuld Danique.' zei hij en glimlachte licht. Ik knikte alleen maar. Het was me onderhand zo vaak verteld, dat ik er misschien nog een keer in ging geloven, maar vandaag niet. 'Danique! Heb jij dat gehaald? Hoeveel heeft je dat in vredesnaam gekost?! Zóveel had ik je toch niet meegegeven?' Elli doorbrak mijn gedachten en ik keek op. Waar had ze het over?

Toen zag ik het graf van mijn vader. Niet echt wat ik verwacht had te zien, om heel eerlijk te zijn. In plaats van de geknakte, zielige, oranje bos die ik er gister had neergelegd, lag er nu een enorme, witte bos rozen. Echt prachtig! Ergens wist ik al dondersgoed wie dat daar neer had gelegd, maar toen ik dichterbij kwam, kon ik het echt bewijzen. Er hing een klein briefje aan met de korte tekst: "Het spijt me, tot morgen."

Ik glimlachte klein en haalde het briefje er vanaf. Met een vlugge beweging stopte ik het in de zak van mijn broek, die er vandaag overigens wat vrouwelijker uitzag voor de verandering. Ik draaide me om en keek naar de rest, die ook bij het graf waren komen staan. 'Da's zeker een mooi bosje onkruid.' mompelde Dave. 'Ik zou zweren dat ik je maar tien euro mee had gegeven. Wat daar ligt kostte toch zeker veel meer?' zei Elli weer en haalde een keer een hand door haar haar. Ik glimlachte weer en antwoordde zachtjes: 'Één appelflap.'

De rest van de dag verliep net zoals het begin: redelijk stil en een treurige sfeer. Tegen de avond aan werd het gelukkig beter. We hadden Sinterklaas gevierd -nou ja, een beetje voor de gezelligheid dan- en het was erg gezellig. Rond tien uur zeiden we Sharon en Dave gedag en zaten Elli, Lia en ik nog even beneden met een bak pepernoten en de radio. Voornamelijk probeerden we de goede sfeer te houden die we die dag met veel moeite hadden opgebouwd. We hadden het over willekeurige dingen en lachten wat om elkaar, zelfs Elli, die zichzelf eigenlijk te oud vond voor dit soort dingen. Ik lag languit op de grond, op mijn rug met een onafgemaakte knuffel onder mijn hoofd. Lia lag languit op de bank en Elli zat op de grote stoel ernaast.

'En Lia, heb je nog een vriendje waar je ons over moet vertellen?' vroeg ik grinnikend en keek in de richting van de bank. Lia stak haar tong naar me uit en gooide een handje pepernoten tegen me aan. 'Auw! Jij durft!' zei ik en gooide er wat terug. 'Jij begon.' was haar antwoord, met nog een stel pepernoten erachteraan. 'En ik ben er trots op.' zei ik en gooide mijn laatste pepernoot tegen haar arm aan. 'Maar nee, er is geen vriendje waar ik jullie over moet vertellen, het spijt me. Bovendien; volgens mij ben ik ook niet degene waaraan dat gevraagd moet worden...' zei Lia grijzend. 'Ja ja, wie is nou degene die de hele dag met een stel knappe mannen van haar leeftijd door een restaurant heen banjert? Nou?' viel Elli haar bij. Lachend hield ze haar hand omhoog om de pepernotenregen van mijn kant af te weren. 'Ach, iemand moet het werk toch doen he?' grapte ik en nam draaide me om, zodat ik op mijn buik lag.

Eigenlijk vond ik het best vervelend worden de laatste tijd, dat man zijn. Ik loog gewoon tegen zes mensen tegelijk en dat voelde slecht. Hoewel, daar waren ook nog maar drie van over, maar het principe bleef hetzelfde. Ik hield gewoon niet van liegen. O, en dan doet Jay er nog rustig een schepje bovenop; "Zo even als mannen onder elkaar." Wríjf het er nog even in ja. Heel goed. IK BEN GEEN MAN EN ZAL ER OOK NOOIT EEN WORDEN! Oke? Ugh, als ik er zo aan dacht werd het ook alleen maar erger...

'Waar denk je aan?' Ik keek op en zag dat Lia me een beetje vaag aankeek. Ze was al omgekleed en zat op haar bed met haar teddybeer onder haar arm geklemd. 'Oh, eh..' Ik friemelde even aan de pyjama die ik nog steeds in mijn handen had. 'Je kunt het gewoon zeggen, toch? In plaats van zo débiel voor je uit te zitten staren.' Ik grinnikte kort en keek Lia aan.
'Weet je Lia, het is gewoon moeilijk. Snap je?'
'Nou, niet echt als dat de enige uitleg is die ik krijg.'
'Ha-ha. Het is gewoon... Ik lieg die mensen voor. Al de hele tijd!'
'Tsja...'
'Ik vind het zo lastig om door te blijven gaan op deze manier. Ze zijn allemaal zo aardig en gezellig en ze zijn er van overtuigd dat ik een man ben!'
'Danique, doe niet zo moeilijk en doe wat je denkt dat je moet doen.'

Daar dacht ik eens over na. Lia had gelijk, zoals ze wel vaker had. Als ik niet verder wilde gaan, hoefde dat niet toch? Als ik het echt niet meer kon... Maar wat nou als ik ontslagen zou worden? Dan kwamen we geheid in geldproblemen. Dat kon ik Lia en Elli ook niet aandoen. Nee, ik moest het werk zien te houden. Dat was nu het belangrijkste. Niet koppig doen, Danique! Ik zou toch zeker niet willen zien dat Lia niet naar die vervolgopleiding kon?! Dat kon ik al helemaal niet aan, dat zou ik mezelf nooit vergeven. Maar aan de andere kant waren deze mensen allemaal zo vriendelijk tegen me, terwijl ik ze gewoon continu voor de gek loop te houden? Daar kon ik eigenlijk ook niet tegen... Ugh, waarom moest mijn leven ineens zo ingewikkeld worden? Wat een onzin.

De kranten die onder mijn arm geklemd zaten leken met de seconde zwaarder te worden, terwijl ik er toch bij elk huis één minder had. 'Ugh...' zuchtte ik nog maar eens. Mijn humeur was er niet beter op geworden sinds gisteren. Ik was ontzettend down en zat vol met gedachtes die elkaar verschrikkelijk tegenspraken. Altijd gezellig natuurlijk, een hoofd waarin duizend verschillende stemmetjes door elkaar schreeuwen. NOT.

En vandaag moest ik ze allemaal nog onder ogen komen. Vooral Jay zou ongemakkelijk worden. Ik bedoel; het was dinsdag leuk en het was heel lief dat hij dat boeket had gekocht, maar ik was een man. Ongeveer dan... Ik kon niet zomaar sentimenteel bij hem aankomen:
"O mijn God, Jay dat was zó fantastisch hè? Dinsdag? En ik vond het zo lief dat je die bloemen had gekocht."
Dat zou ik als vrouw-zijnde niet eens doen, laat staan in de positie waar ik nu in ben. Ik kende mezelf goed genoeg om te weten dat ik hem waarschijnlijk gewoon ging ontwijken, ik kon het er gewoon niet bij hebben. Als ik mijn baan kwijt raakte, dan hadden we te weinig geld. Stopte ik er niet mee, dan liep ik de hele tijd met een rotgevoel door het café. Ik kon het sowieso niet zo heel lang verzwijgen, zó goed kon ik echt niet liegen en anders kregen de laatste drie die mijn geheim nog niet wistenvanzelf een moment waarop ze zouden denken: "Hé, dat zou een man nooit doen." Als ze die niet al lang geleden gehad hadden zonder er iets van te zeggen. En dan kwam er nog bij dat gister de sterfdag van mijn vader was. Het beeld van het ongeluk flitste nog regelmatig voor mijn ogen langs.

Tegen twee uur legde ik een grote mok koffie met slagroom op de tafel van een man met een blauwe sweater, de enige klant op dat moment. 'Dankjewel.' zei hij met een niet fantastisch enthousiaste stem en keek even op van zijn krant. Ik glimlachte nep en liep weer weg. Ik deed echt mijn best om een beetje vrolijk te zijn, maar het lukte me gewoon niet. Dave was ook niet honderd procent gezellig, dus ik kon in ieder geval zeggen dat het door mijn vader kwam. Op het moment dat ik dat dacht kwam hij net samen met Leon en meneer Ramaaker naar beneden. 'Daan en Ethan, jullie kunnen pauze houden.' zei meneer Ramaaker en liep naar de bar, ging naast Jay staan. Ik knikte een keer en liep naar mijn omkleedhokje -of hoe je dat ook moge noemen- en pakte mijn lunch uit mijn tas.

Eenmaal boven en goed en wel zittende, praatte ik samen met Ethan wat over koetjes en kalfjes. Over het weer en zo. We zaten boven op de bank, in plaats van buiten op het balkon, vanwege de kou. 'Zeg, vind jij ook niet dat we
Sinterklaas moeten vieren met z'n allen? Ik bedoel; morgen is het vijf december, toch?' vroeg Ethan enthousiast. Waarschijnlijk kreeg iedereen daar last van als diegene te lang met Leon in één keuken stond. 'Hm... Ik geloof niet dat Thomas een echte Sinterklaas-fan is.' antwoordde ik. 'En wat zou je eigenlijk willen doen dan?' voegde ik er nog aan toe. 'Ah joh, Thomas heb ik zo overgehaald.' hij grijnsde breed terwijl hij het zei en ging verder: "Weet ik het! Gewoon, iets gezelligs. Met z'n allen een pizza halen en in een kringetje praten en lachen en kaarsjes aansteken en pepernoten eten en en en en en...' Ethans grijns verbreedde per woord tot hij op een gegeven moment gewoon lachend op de bank zat. Ethan was echt een gezelligheids-mens, als ik dat zo even mag omschrijven. Zo'n typische persoon die de hele nacht opblijft om met Thomas videospelletjes te spelen of zo. Weet je wel? Als hij een vriendin had, zou hij absoluut de hele tijd met 'r in het centrum lopen om allerlei caféetjes af te gaan en aan één stuk door te praten. Dat was typisch iets voor hem.

Ik knikte alleen maar een keer. 'Overleg het anders met meneer Ramaaker en Jay, misschien vinden zij het ook wel een leuk idee.' zei ik, proberend enthousiast te zijn. Ethan leek dat gelukkig niet te merken. 'Alleen als ze een beetje in een goeie bui zijn. Met Jay weet je 't maar nooit...' zei hij en keek naar een punt in de verte. 'Tsja...' Ik kon hem geen ongelijk geven, ik wist onderhand dondersgoed hoe Jay van stemming kon wisselen en wat voor gevolgend dat had voor de personen om hem heen. Tsk. De ene dag gaf hij je corvee voor de rest van het jaar, en de volgende had hij ineens spijt en hielp je mee. Niet dat ik geen dubbele persoonlijkheid op dit moment, maar dat was anders. Bovendien: die vent had gewoon een drie/vier/vijf-dubbele persoonlijkheid!

JAY
Geluidloos liep ik de trap op, naar boven. Ik had mijn plan al helemaal uitgedokterd, echt tot in de púntjes. Daan -of misschien Danique, ik wist niets meer zeker- zat nu boven met Ethan te praten en Ethan kennende, hield die 'm wel even bezig. Zo had ik ruim de tijd om onopvallend achter hem te gaan staan en z'n muts af te trekken. Ik wist eigenlijk niet wat er dan aan de hand moest zijn, maar daar zou ik wel achter komen als ik het zag. Mocht er dan niets bijzonders gebeuren, dan stond ik voor gek, maar daar ging ik maar even niet van uit.

Na een paar voorzichtige, muisstille stappen te hebben gezet stond ik achter de half-openstaande deur. Subtiel keek ik om het hoekje. Daan en Ethan zaten met elkaar te praten -Ethan praatte, Daan luisterde- en zaten met hun gezicht de andere kant op. Daans hoofd kwam net een beetje boven de bank uit, dus daar kon ik wel ongeveer bijkomen. In ieder geval goed genoeg om aan het puntje van zijn muts te trekken en zo PLOEP, weetikveelwat laten gebeuren.

Als hij echt Danique was, zou er in ieder geval haar onder vandaan komen. Of er kwam natuurlijk niets onderuit, wanneer ik ongelijk had. Als ik echt waanvoorstellingen had gekregen over Daan als meisje, dan was ik OF homo, OF gewoon gek geworden. Als ik heel eerlijk was, ging ik liever uit van het tweede. Ik had niets tegen homo's hoor, integendeel. Maar het was gewoon een vreemd iets; ik kon niet verliefd zijn op een man, laat staan op Daan! Nee, dat kon gewoon niet. Daan was mijn werknemer. Meer niet. En dat zou ook zo blijven als het aan mij lag. Dat ik hier uberhaupt over nadacht?! Wat een flauwekul. Daan hield gewoon iets achter, en ik ging er achterkomen wat dat was.

Op mijn tenen, nee, niet op mijn tenen, ik liep een beetje voorover gebogen. Als ik op mijn tenen zou lopen viel ik om en dat was nou niet echt onopvallend of iets dat daar ook maar in de buurt zou komen. Maar goed; ik liep dus licht voorover gebogen in de richting van de bank. Met een paar stappen zat ik er op mijn hurken achter. Ik keek even omhoog en zag een paar plukjes haar van Ethan links van me en een klein stukje zwarte stof rechts van me. Jep, dat was Daan. Ik schatte de afstand tussen mij en zijn hoofd op een halve meter, maar mijn arm was lang genoeg om daar bij te kunnen komen. Ik ademde nog een keer zachtjes en en deed geluidloos mijn arm omhoog. Zonder dat ik er zelf bij nadacht, hield ik gespannen mijn adem in.

Heel voorzichtig liet ik mijn hand boven de bankleuning komen. Zachtjes beet ik op mijn onderlip terwijl ik mijn vingers centimeter voor centimeter dichterbij de muts liet komen. Waarom trok ik hem niet gewoon direct af? Goeie vraag, achteraf. Maar, hoe kon het ook anders, draaide net voordat ik de muts vast wilde pakken Daan zijn hoofd om. 'Ah!' Hij liet een kort gilletje horen. Ethan draaide zich met een ruk om en gilde ook een keer. Ik voelde de bank tegen mijn lichaam trillen van de plotselinge reactie. 'Wat is..?' mompelde Daan en hing zijn hoofd over de rugleuning heen. 'Jay?' vroeg hij en trok zijn wenkbrauwen op. Ook Ethans hoofd kwam nu over de leuning heen. 'Kút.' mompelde ik zachtjes en keek naar boven.

'Eh...' mompelde ik toen ik de vragende blikken zag. 'Ik eh...' Ik realiseerde me nu pas hoe vreemd dit eruit zou hebben gezien. Ik zat tegen de achterkant van de bank, met mijn arm naar boven gestrekt en mijn hand uitgestoken naar Daans hoofd. 'Uhum. Ik kwam jullie ophalen om weer aan het werk te gaan.' zei ik en stond snel op, streek mijn schort recht en keek ze bloedserieus aan. 'Ik wilde jullie laten schrikken, en dat is wel redelijk gelukt. Maar goed, kom nu maar weer naar beneden.' zei ik en draaide me snel om, rende bijna naar de trap en stoof naar beneden.

DANIQUE
Ik keek Jay een beetje vaag na toen hij de kamer uit rende. Wat had die vent toch de laatste tijd? Misschien zat er een of ander stofje in appelflappen waar hij gek van werd. Je wist maar nooit, toch? Zeker met Jay... "Ik wilde jullie laten schrikken." Ja tuurlijk, dacht 't ook. Ik keek even opzij naar Ethan. Hij haalde zijn schouders op en ging staan. 'Misschien is hij te laat gaan slapen.' zei hij en pakte zijn bakje van de grond, deed de deksel erop. Ik knikte alleen maar en volgde zijn voorbeeld. Ik stond op, pakte mijn bakje, deed de deksel erop en liep achter Ethan aan de trap af.

We liepen zwijgend de kleedkamers in en legden de spullen weg. Eenmaal weer in de gang zagen we Jay al staan. Hij stond met een knalrood hoofd achter de bar en deed alsof hij ons niet zag. Ik rolde een keer met mijn ogen en liep De Kroon in. De rest van de dag besteedde ik niet zo veel aandacht meer aan Jay en hij ook niet aan mij. Hij ontweek me een beetje, voor zover dat mogelijk was terwijl je in dezelfde ruimte rondloopt. Ach ja, het was ons toch wel goed gelukt.

Ik kwam die avond niet echt vroeg thuis. De laatste gasten waren om kwart over negen klaar met eten en ik was samen met Leon en meneer Ramaaker achtergebleven om ze te helpen. Ik hing de ober uit, Leon de kok en meneer Ramaaker was gewoon de baas. Hij moest afsluiten, waarschijnlijk was dat de voornaamste reden dat hij bleef. Ik was allang blij dat Jay niet hoefde af te sluiten vandaag. Zat ik ook nog met hem opgescheept de rest van de dag. Nee dankje, ik pas. Hij deed zo vreemd de laatste tijd. Zou hij me doorhebben? Het zou maar zo kunnen. Eigenlijk was ik ook gewoon alles behalve mannelijk. Damn it. Misschien moest ik het ook maar opgeven...

Ik reed op mijn brommer de tuin in en zette hem in het schuurtje, draaide die deur daarna op slot. Eenmaal binnen werd ik begroet door de geur van aardappels die mijn neus binnen drong. Heel snel keek ik met mijn hoofd om het hoekje van de deur. 'Ruikt goed.' zei ik grijnzend en keek naar Lia, die geconcentreerd naar haar bonen stond te kijken. 'Ik weet het. Ik heb het gemaakt, wat dacht je dan?' antwoorde ze gemaakt arrogant. 'Weet niet. Iets zo zwart als het gezicht van Zwarte Piet?' 'Hm... Had gekund.' We lachtten beide en ik liep verder de keuken in.

Met een nonchalante zwaai gooide ik mijn jas over de stoel heen. Ik legde mijn handschoenen en muts erbij op en liet mijn haar een keer goed over mijn schouders vallen. Het zat waarschijnlijk onder de knopen van die muts, maar los zat het nou eenmaal veel prettiger onder dat ding. 'En, hoe was school?' vroeg ik nadat ik goed op tafel was gaan zitten. 'Kon erger. Ik heb het proefwerk van Engels volgens mij wel goed gedaan, maar ik heb Nederlands echt verpest. Wat een bullshït is het ook. Ik kan prima Nederlands spreken, dus waarom zou ik me zo ontzettend druk maken om al die grammaticale dingen.' klaagde ze terwijl ze weer met de bonen prutste. 'Je weet maar nooit wanneer je het nodig hebt. Als je ooit is een keer ergens voor wil solliciteren, moet je die brief ook in goed Nederlands zetten.'

Op dat moment kwam Elli binnen. 'Dag lieverds!' riep ze vrolijk en gaf ons allebei een dikke knuffel. 'Zo, waarom ben jij zo vrolijk?' 'Ik heb toch sollicitatie gedaan naar dat baantje in de bieb? IK BEN AANGENOMEN! YAAA~' ze gilde enthousiast en danste een rondje door de keuken. Het klonk misschien niet echt geweldig, maar het "baantje bij de bieb" was toch wel redelijk wat voor ons. Elli had al maanden geen vaste baan meer en bij de bibliotheek verdiende ze toch bijna twee keer zoveel als wat ze nu bij elkaar sprokkelde met al die klusjes en dingetjes. 'Dat is fantastisch.' zei ik oprecht, maar ging niet mee in haar vreugdedansje. Ik was nu te moe om me ergens nog honderd procent voor in te zetten. Lia daarentegen had nog energie zat en maakte samen met Elli allerlei soorten jaren '80 dansbewegingen. Een heel bijzonder gezicht. 'Tss, meneer Ramaaker zou zeggen: "Stelletje achterlïjke konijnen."' zei ik lachend.

Zoals ik al zei, was ik best wel moe, dus ik ging bijna direct na het eten naar bed. Ik had het gewoon echt even gehad. De laatste tijd had ik steeds meer aan mijn hoofd en dat vroeg allemaal veel van me. O, en dan sliep ik gemiddeld vier uur per nacht, dat hielp ook. Uhum. Gelukkig was het nu pas tien uur en kon ik bijna twee uur langer slapen. YEAH! SLAAP!

'Bed, ik heb je gemist.' mompelde ik slaperig, nadat ik had omgekleed, mijn tanden had gepoetst enzovoort. Met een gedempte plof liet ik me bovenop mijn geliefde bedje vallen en trok ik de dekens tot aan mijn neus over me heen. Het kon 's avonds en 's nachts redelijk koud worden in ons slecht geïsoleerde huis, vandaar. Met een korte zucht van opluchting sloot ik mijn ogen en luisterde ik naar het tikken van de regen op het dak. Zolang het niet te hard regende of onweerde, vond ik het wel rustgevend. Bliksem vond ik ook wel mooi om naar te kijken, om er middenin te staan was minder, maar kijken was goed. Lia daarentegen was als de dood voor onweer. Ze werd er niet wakker van of zo, maar áls ze dan wakker was, lag ze ook direct meer onder dan in haar bed.

De regen tikte rustig door terwijl ik nadacht over de afgelopen tijd. Volgens mij had Jay me door. Of, had hij in ieder geval íets in de gaten. Wat dat precies was, wist ik nog niet en misschien wilde ik dat ook maar niet weten. Als hij me doorhad, werd ik sowieso ontslagen. 'Umpf...' mompelde ik terwijl ik me op mijn andere zij draaide. Misschien moest ik het ook wel opgeven. Misschien was dit allemaal wel te veel voor één persoon. Misschien was het beter als ik een andere baan ging zoeken. Damn it. Hoe had ik mijn leven in twee maanden zo gecompliceerd gekregen? Om gek van te worden. Ik kon het niet meer aan, ik wist 't zeker. Als ik te lang doorging met alles verbergen, liegen en al het gedoe er omheen, zou ik zeker instorten op een gegeven moment. Hoe leuk het ook was.

Ik hield niet van opgeven, zeker niet. Maar dit zag ik nou niet echt als opgeven. Soms is het gewoon beter ergens mee te stoppen, zeker als je in zo'n lastig parket terecht kwam als waar ik nu in zat. Het was gewoon... Ik kon het niet langer aan. Van alle slapeloze nachten die ik de afgelopen periode had gehad, kwam ruim de helft door het restaurant of iets wat er omheen gebeurt was. Nam nou het auto-ongeluk met Jay. Als ik niet bij het restaurant was gaan werken, was het niet gebeurt. En ik had Jay ook veel te veel verteld over het ongeluk van mijn vader. Dat had ook niet gehoeven als ik nooit gek genoeg was geweest om mezelf voor te doen als man.

Nee. Mijn besluit stond vast. Morgen zou ik het allemaal beëindigen. Het was nu definitief. Langer kon ik er niet mee rondlopen. Ik zou ze alles vertellen en dan zag ik wel wat er verder gebeurde. Als ik ontslagen werd; het zij zo. Dat zou dan eindelijk mijn verdiende loon zijn voor dit alles. Als ik helemaal verrot gescholden werd; het zij zo. Ik kon het wel hebben. Als ik voor de rest van mijn leven gehaat werd; het zij zo. Ik had altijd Lia, Dave en Elli nog. Morgen zou ik dit alles stoppen, en alle gevolgen waren mijn eigen schuld en eigen probleem.

Ik sliep vredig en rustig, voor het eerst sinds tijden weer. De volgende ochtend voelde ik me dus al veel beter toen de wekker ging. Een uitgeslapen gevoel kon ik het nou ook niet noemen, maar toch. Ik gaapte een keer uitgebreid terwijl ik mijn benen over de rand van mijn bed zette. Met ogen die nog half-dicht zaten, liep ik naar de kast. 'Is even kijken...' mompelde ik en klapte mijn wekker en tevens mobieltje open, zodat ik een beetje licht had. Mijn bleek gleed langzaam over alle kleding in de kast heen. Zowel bij mij als bij Lia lag niet echt veel typisch vrouwelijke kleding. Skinny jeans hadden we wel, topjes wel en Lia had een jurk. De topjes waren nu sowieso te koud en Lia's jurk was me te groot. De skinny jeans waren in principe nog wel een optie, maar dat was ook niet echt wat ik wilde.

Uiteindelijk vond ik helemaal achterin de kast nog een zwierige, zwarte rok tot net boven de knie. Waarschijnlijk was hij ooit van Lia geweest, maar had ze hem niet meer aan of zo. Ik pakte er mijn eigen licht-blauwe pullover/sweater er bij en een zwartige panty die er ook een beetje vergeten uit zag. Maar goed, het ging om het idee. En warm blijven, dat was ook wel leuk. Zachtjes sloot ik de kastdeuren en liep ik naar de badkamer. Na mijn standaard ochtendritueel en de standaard klusjes, kwam ik weer thuis binnen. Ik legde mijn jas en handschoenen op het tafeltje in de gang, klaar om na een minuut of tien weer opgepakt te worden.

'Hoi.' zei ik ietwat voorzichtig nadat ik de keuken was binnen gelopen. Lia en Elli keken me verbaasd aan. 'Ga je...' vroeg Lia en bekeek me even van top tot teen. Ik knikte een keer en zei: 'Lia, ik heb het twee maanden volgehouden en dat vind ik al heel wat. Het is nu wel weer genoeg geweest.' Ik kon er niet meer tegen om die eerlijke, vriendelijk mensen nog langer voor te liegen. Ze waren allemaal zo aardig tegen mij geweest, en ik loog ze de hele tijd voor. Thomas, Leon en natuurlijk Dave wisten er al van. Nu de andere drie nog. 'Meissie toch.' riep Elli verrast en rende naar me toe om me een knuffel te geven. 'Je vindt wel een ander baantje. Ik weet het zeker.' zei ze toen ik haar blonde haren in mijn nek voelde kriebelen. Ook Lia kwam erbij staan en knuffelde rustig mee. 'Komt wel goed.' zei ze rustig. Ik glimlachte en sloot mijn ogen even. Tuurlijk kwam alles goed. Zolang ik Lia en Elli nog had, zou alles altijd goed komen.

De minuten gingen snel voorbij en het moment van de waarheid -hoe toepasselijk- kwam steeds dichterbij. Met een zucht liep ik naar de gang en deed ik mijn muts op. Voor het eerst kwam mijn losse haar er onderuit. Het voelde goed, maar aan de andere kant ook heel vreemd. Ik was er nu zo aan gewend om alles zorgvuldig te verbergen, dat ik het al vreemd vond dat mijn bovenlichaam niet ingepakt was. Maar ja, nu moest ik hier maar weer aan wennen.

Net toen ik mijn jas over mijn schouders trok, kwam Lia de gang ingelopen. 'Nu je daarheen gaat als vrouw, zul je d'r leuk uit zien ook.' zei ze grijnzend. Ze had zo'n zelfde blik als Sharon had toen ze me opmaakte en aankleedde voor Lia's tentoonstelling. Gelukkig was Lia's make-over minder drastisch dan die van Sharon. Ze deed alleen een lange, zilveren ketting met een maantje om mijn nek en een zilveren armbandje om. Ze wilde ook nog oorbellen door mijn oren steken, maar daar had ik geen tijd meer voor. 'Dat is heel lief Lia, maar zo is 't wel goed.' zei ik lachend en trok mijn jas verder dicht. 'Hm, misschien zijn die kerels zo al erg genoeg in shock ja.' antwoordde ze daarop. Snel trok ik mijn handschoenen aan en deed ik mijn muts nog een keer wat beter over mijn oren heen. 'Goed. Ik kan dit.' zei ik tegen mezelf en ademde een keer diep in en uit. 'Tuurlijk kun je het. Wat dacht jij dan?' lachte Lia weer. Ik stak mijn tong een keer naar haar uit en liep naar buiten.

Nog nooit heb ik zo zenuwachtig op mijn brommer gezeten. Ik zou er toch spontaan doodziek van worden. Maar ik moest er nu aan geloven. Een weg terug was er niet meer en uitstellen was ook geen optie. 'Nee Danique, wie A zegt, moet ook B zeggen.' mompelde ik weer in mezelf. Na een poosje rijden kwam ik aan bij Prince's Castle. Ik stapte rustig van mijn brommer af en streek mijn rok een keer recht. Ja ja, daar stond ik dan. Ik bekeek het cafe nog een keer van boven tot onder. Dit kon wel eens de laatste keer zijn dat ik het zo zag... Met een zucht liep ik de trap op, naar de ingang. Mijn benen waren zo zwaar als lood en leken met iedere stap zwaarder te worden. Eenmaal boven legde ik mijn hand op de klink en ademde nog een keer diep in en uit. 'Hoe eerder ik binnen ben, hoe eerder het voorbij is.'

ETHAN
Ik zat op een barkruk en wiebelde met mijn benen. Onderhand had ik door, dat als ik in evenwicht wilde blijven ik het beste eerst mijn linkerbeen en dan mijn rechterbeen vooruit kon doen. Of andersom, dat maakte niet zo veel uit volgens mij. Als ik met twee benen tegelijk naar voren ging, viel ik van de kruk. Dat had ik proefondervindelijk vastgesteld. Op dat moment hoorde ik de deur open gaan. Dat zou vast Jay of Daan of Dave zijn. Ik keek even op en liet mijn benen stil tegen de kruk aanhangen. 'Goeiemorreguh!' riep ik vrolijk en keek richting de deur. Ik kreeg alleen een vaag gemompel als antwoord. Soepeltjes sprong ik van de kruk af en liep ik naar de deur. Er kwam een meisje binnen, of nou ja, echt een meisje kon je niet zeggen. Ze had lang, bruin haar en een zwarte rok. 'Eh, mejuffrouw,' zei je dat wel zo? Ik wist het eigenlijk niet... 'We zijn nog niet open. Kunt u met twintig minuutjes terugkomen?' vroeg ik zo beleefde mogelijk en liep naar haar toe.

'WAT?!' riep ik toen ze haar hoofd optilde. Dit was Daan, of een zeer goed aangepakte verborgen-camera grap. 'Wacht even... Wat is dit? Is dit een grap of zo?' riep ik verbaasd uit en bekeek de persoon die nu voor me stond van top tot teen. Dit kon bijna niet anders; even lang, zelfde haarkleur, zelfde schoenen, zelfde ogen... 'Wie ben jij? Droom ik?' dacht ik hardop na en kneep mezelf in mijn arm. 'AU! Nee, geen droom dus.'

Op dat moment kwam Thomas uit de kleedkamer gelopen. 'Danique? Waar ben je mee bezig! Als Jay en Ramaaker je zo zien, ben je erbij!' riep hij en liep naar het meisje toe. 'Danique? Erbij?' mompelde ik niet-begrijpend en kneep mezelf nog een keer, voor de zekerheid. 'Dat is ook de bedoeling.' zuchtte het meisje -dat schijnbaar Danique heette- en keek van mij naar Thomas. 'Jij, Leon en Dave wisten het al, bij Ethan' Hoe wist zij mijn naam? 'zal er ook zo wel een lampje gaan branden en Jay en meneer Ramaaker zullen het ook wel redelijk snel snappen. Dan ben ik er vanaf en heb ik niet langer meer het gevoel dat ik jullie allemaal voorlieg.' legde ze uit.

'WAT. IS. HIER. AAN. DE. HAAAAAAAAAAAND!' schreeuwde ik, vragend om aandacht. 'Thomas legt je het wel even uit.' zei ze alleen. 'Argh...' mompelde ik en deed boos mijn armen over elkaar. Niemand vertelde mij ooit wat. 'Is meneer Ramaaker boven?' 'Ja, maar...' 'Niets te maren. Dit is mijn eigen beslissing. Ik ben er nu aan begonnen, en zal 't afmaken ook.' zei ze en liep de trap op. 'Maar...' zei Thomas nog en keek haar verslagen na. 'Wat is dit allemaal? Waarom weet jij wel waar dit over gaat?' vroeg ik en pruilde een beetje.

Thomas draaide zich om naar mij en glimlachte een beetje. 'Kom is zitten.' zei hij en zorgde ervoor dat ik weer op de barkruk ging zitten. Onderhand wist ik hoe het moest, dus begon ik een beetje met mijn benen te wiebelen. Thomas kwam naast me zitten en begon te vertellen over Daan, die eigenlijk Danique heette en ook geen man was. Hij vertelde alles rustig en duidelijk, zodat ik het ook begreep. Thomas wist onderhand hoe hij dat moest doen. 'Het meisje dat jij net zag, was Daan.' met open ogen als schotels staarde ik naar de trap waar ze net op was verdwenen. 'DUS TOCH! En ik had tot nu toe helemaal niets door! Dat is echt zo slecht.' zei ik mokkend en vouwde mijn armen weer over elkaar. Thomas lachtte en stond ietwat nerveus op.

'Waarom zo zenuwachtig?' vroeg ik en legde mijn armen achter me op de bar. 'Nah, Daan wordt zometeen ontslagen en daar heb ik gewoon geen zin in. Ik vond 't wel gezellig.' 'Hm.. Ik ook wel ja.' antwoordde ik en luisterde naar de opengaande deur. Ook de deur van de gang ging nu open en Dave kwam doodnormaal binnenlopen. 'Morgen.' zei hij en keek even rond. 'Ik dacht dat ik te laat was?' zei hij, ik wist niet zeker of hij het tegen ons had of tegen zichzelf, maar dat maakte me ook niet uit. 'DAVE! Daan is een meisje!' riep ik misschien iets te enthousiast en sprong op. 'Hoe weet hij dat?' vroeg hij verbaasd aan Thomas en wees naar mij. 'Ze kwam net binnen met een rok aan en loshangend haar.' Thomas zuchtte een keer en keek Dave een beetje vaag aan. 'Jij wist 't ook al? Iedereen weet 't al!' riep ik weer gefrustreerd. 'Ethan, gast, ik ben d'r broer.' lachtte hij. 'Damn it. Dat wist ik ook wel.'

'Maar waar is ze nu dan?' dit keer had Dave het tegen ons allebei.
'Ze ging naar boven, naar Ramaaker.' zei ik.
'Is Jay er al?' Dave weer.
'Nee, gelukkig niet.' Dit keer antwoordde Thomas.
wel schudden. We kunnen meneer Ramaaker misschien nog wel zo ver krijgen haar te laten blijven, maar Jay is daar veel te koppig voor.' Dave.
'En te schizofreen.' plakte Thomas er nog aan vast.
Na die woorden stoof Dave de trap op en bleven Thomas en ik achter in De Kroon.

Nog geen twee seconden later kwam Leon de trap af. 'Wat is er met hem?' vroeg hij en knikte een keertje naar boven. 'LEOOOOOOOON! Daan is een meisje!' riep ik weer. Was ik te direct? Nah, vast niet. 'Weet ik.' 'DAMN IT! WAAROM WEET IEDEREEN HET AL!' Leon woelde een keer door mijn haar en draaide zich toen om naar Thomas, die weer vertelde wat er net was gebeurd. Hij viel wel steeds in herhaling de afgelopen tien minuten... Ik luisterde er maar naar en nam weer plaats op de kruk. Het verhaal aanhoren begon me nu wel te vervelen, maar het was wel iets vreemds. Ineens kwam ik erachter dat iemand die ik al weken ken een ander geslacht heeft dan verwacht... Op de een of andere manier maakte het gefrustreerd en hyper. Ik kon dingen niet echt lang voor me houden als dat niet ontzettend nodig was en dat had ik nu nog maar eens bewezen, hoewel ik wel doorhad dat Jay het dus niet mocht weten.

DANIQUE
Met lood in mijn schoenen liep ik de zolder op. Ik vond meneer Ramaaker toen ik de recher deur open deed. Dit was het deel met alle dozen en spullen die we niet gebruikten. De terrastafels waren hier bijvoorbeeld heengebracht. In de winter gingen niet zo gek veel mensen even een terrasje pakken. 'Ehm... Meneer Ramaaker?' Vroeg ik terwijl ik de punten van mijn schoenen tegen elkaar aan zette. 'Ja, Daan?' antwoordde hij, zich naar mij omdraaiend. 'Zo, dat ziet er wel wat anders uit dan ik verwacht had.' zei hij er al snel achteraan.

'Het spijt me echt en ik weet dat ik-' Meneer Ramaaker kapte me af voordat ik mijn zin af kon maken.
'Ik had niet verwacht dat je het nog zo lang vol zou houden, petje af hoor.'
'Wacht, wat?' vroeg ik verbaasd. Het zou toch niet zijn dat hij...
'Lieve Danique, ik had je van begins af aan al door.'
'Meent u dat nou?'
'Ik ben bloedserieus.'
'Maar... Maar hoe?'
'Ik snap niet hoe de anderen het niet doorhadden. Op de dag dat je hier voor het eerst was, was het me al duidelijk. Je hebt van die vrouwelijke trekjes, vrouwenlippen, een hogere stem en ga zo maar even door. Oh, en je hebt ook geen Adamsappel.'
Hmm, ik dacht dat niemand dat was opgevallen.

'Zo lang al? Waarom zei u niets?' vroeg ik daarna, niet ingaand op alle voorbeelden die hij noemde.
'Kijk, ik ben ook een man van achter in de veertig, gun mij ook gewoon mijn lolletje! Nee, geintje.'
'Tss.' grijnsde ik, meneer Ramaaker stelde me toch wel op mijn gemak zo. Maar was hij echt al zo oud? Hmm, onverwacht.
'De sfeer voelde beter nadat jij hier was komen werken. Zeker bij Jay. Ik had net een ruzie met 'm achter de rug toen jij hier kwam. Toen ik hem vertelde dat jij er was, werd hij vrolijker en kon ik een normaal gesprek met hem voeren. Nog geen uur later stonden jullie elkaar onder te smeren met verf, alsof jullie elkaar al jaren kenden.'
'Dat was misschien wel een beetje een impulsieve actie ja...'
'Maar Jay leek zich wel direct op zijn gemak te voelen bij jou... En dat lukt niet veel mensen.'
Zo had ik er nog niet over nagedacht...
'En daarbij' ging meneer Ramaaker verder; 'wilde ik ook wel zien hoe dit af ging lopen.'

Nog voordat ik wat kon zeggen, hoorde ik allerlei gestommel achter de deur vandaan komen. Niet echt onopvallend kwam Dave de kamer binnengestormd. 'Danique! Waar ben je in vredesnaam mee bezig? Je verpest alles voor jezelf!' De stemming was direct twee keer zo serieus als daarnet. 'Dave, ik weet best waar ik mee bezig ben, en het bevalt me prima.' zei ik kalm en draaide me meer naar hem toe. 'Ja ja, dat zal wel weer, maar wat-' 'DAVE! Ik ben een verstandige, volwassen vrouw die weet wat wel en niet goed voor haar is. Ik kan best beslissingen nemen over mij eigen leven. Er glijdt nu een enorme zorg en schuldgevoel van mijn schouders af, weet je? Ik vind wel een andere manier om aangeld te komen.' zei ik en vouwde geïrriteerd mij armen over elkaar. Daar werd hij wel even stil van. Meneer Ramaaker gaf me een schouderklopje. 'Goed gesproken.' zei hij en glimlachte warm.

Net toen Dave eigenlijk nog tegen me in wilde gaan, stoof Thomas ineens naar binnen. 'Jay is er!' riep hij uit en zwaaide een keer met zijn armen om zijn woorden kracht bij te zetten. 'Mooi. Als ik het hem verteld heb, ben ik er ook vanaf.' zei ik en deed al een stap naar de nog openstaande deur. Daar werd ik tegengehouden door Thomas. 'Heb je er iets tegen het morgen te doen? Of overmorgen?' 'Hoezo dat?' 'Hij is dodelijk chagrijnig. Echt.' zei Thomas bloedserieus. 'Hij vermöördt je echt als je 't nu vertelt.' 'Dat kan wel kloppen.hij heeft net weer een gesprek gehad met zijn moeder, daar wordt hij nooit echt vrolijk van...' viel meneer Ramaaker hem bij. 'Ah! Danique, maak het nou niet erger dan het al is!' riep Dave gefrustreerd uit. Nou Jay, je hebt 't wel weer voor elkaar gekregen om mij o zo goed uitgedachte plan weer enorm te verklöten. Dankje.
'En toch wil ik het vertellen.' zei ik standvastig, hoewel dat laatste me toch ietwat minder zeker had gemaakt... 'Tsk. Dan maar zo.' zei Dave en liep op me af. Nog voordat ik wist dat ik doorhad waar hij mee bezig was, had hij zijn hand over mijn mond gelegd en met zijn andere hand mijn armen op mijn rug gehouden. 'Ik laat je niet nog eens afslachten door Jay.' zei hij en duwde me naar de trap. Ik spartelde wat tegen, maar hij hield me stevig vast. Totdat ik hem plotseling keihard in zijn hand beet. 'AUW!' riep hij uit en liet me los. 'Klein geniepig kind...' mompelde hij, terwijl hij met zijn hand schudde. Ik stak mijn tong brutaal naar hem uit, net alsof we beide weer negen waren.

Ik streek mijn rok glad en deed mijn sweater goed. 'Ik snap je wel Dave. Ik vertel het 'm morgen wel.' zuchtte ik met tegenzin. 'Maar niet zoveel lichamelijk contact, ik kan zelf wel naar beneden lopen.' voegde ik er nog aan toe. 'Ja ja, 't is wel goed.' mompelde Dave. Thomas was net op en neer gelopen, zonder dat ik het echt doorhad. 'Ethan en Leon houden Jay bezig, als je nu komt, kunnen we je wel naar de kleedkamer loodsen.' zei hij nadat hij de deur achter zich dicht had gedaan. Ik knikte alleen maar en zuchtte nog een keer. Dit was echt een domper... Had ik mezelf zo ver gekregen het te vertellen, kon ik het alsnog niet helemaal doen. 'Vooruit dan maar.' zei ik en liep richting de deur.

Eenmaal beneden keek Dave een keertje om het hoekje. 'Jay zit negentig graden van ons afgedraaid, dus we moeten wel oppassen.' fluisterde hij tegen mij, Thomas en meneer Ramaaker, die het overigens allemaal alleen maar ontzettend geestig vond. Thomas fluisterde iets in Dave's oor wat ik niet kon verstaan. Ze knikten tegelijk en keken toen naar mij. 'Zorg dat hij je niet ziet.' fluisterde Dave. Ik rolde een keer met mijn ogen en zakte wat door mijn knieën heen. Dave ging een stukje voor me staan en Thomas recht voor mij. Ik wist niet precies wat ze van plan waren, maar kreeg het al snel door. 'Dit is echt het meest debíéle wat ik ooit heb gedaan.' mompelde ik toen ik zag dat Dave wenkte dat ik met ze mee moest lopen.

Met een idiote glimlach liepen Dave en Thomas zijwaarts het restaurant in. Ik liep met ze mee en probeerde mijn voeten ongeveer achter die van een van de twee te zetten, zodat die bijna niet te zien waren. Hoewel dat toch niet echt nuttig zou zijn, aangezien mijn rok redelijk zichtbaar was. Vanaf het moment dat we in het zicht waren, begon Ethan ineens wel heel enthousiast te praten, zelfs voor zijn doen. Hij probeerde duidelijk Jays aandacht af te leiden en het lukte nog ook. Leon stak onopvallend zijn duim naar ons op, iets wat hij blijkbaar met Thomas had afgesproken. Meteen duwde hij me de kleedkamer in, die nu ongeveer achter ons was. 'Wooo...' mompelde ik wankelend op mijn benen, nadat ik de kamer binnenviel. 'Wat was dat nu weer dan?' hoorde ik Jay nog geïrriteerd zeggen. Weer rolde ik met mijn ogen en liep ik mijn hokje in.

Met een zucht plofte ik op het houten bankje, dat daardoor redelijk ernstig begon te kraken. Het kon me nu even niets schelen. Ik keek even naar mijn tas en haalde hem van mijn schouder af. 'Tjsa...' mompelde ik nadat ik mijn muts eruit had gehaald. 'Ik heb je nog even nodig.' Met die woorden boog ik me voorover en stopte ik mijn lange, bruine haar onder de muts.

Een beetje teleurgesteld stapte ik uit het hokje. Had ik hiervoor mijn best gedaan. Ik had nog geen twee stappen gezet, of ik kreeg al direct de volle laag van Jay. 'Waarom ben je zo laat?! Wat denk je; Sinterklaas viert vandaag zijn verjaardag, dus ik kan wel wat later komen?! VERGEET HET! Aan het werk, dit houd ik in op je loon!' riep hij en liep naar de deur om het bordje op "Open" te draaien. Ik rende de keuken in en verborg mezelf achter het aanrecht dat in het midden van de keuken stond. 'Jezus, is 'ie ongesteld of zo?!' zei ik geërgerd en deed de strik van mijn schort nog een keer goed. 'Moet je horen wie het zegt.' zei Ethan grijnzend en keek even naar mij om. 'Hij draait vanzelf wel bij.' zei hij en deed wat nieuw deeg in een wafelijzer. 'Ik hoop het.' mompelde ik en stond weer op toen ik hoorde dat er mensen binnen kwamen.

De dag verliep wel redelijk, hoewel sommige momenten voor mij een beetje ongemakkelijk waren. Ethan was echt té enthousiast over het feit dat ik een meisje was en dat liet hij soms iets te duidelijk zien... Maar verder was 't wel oke. Het was ook niet echt druk, mensen gingen natuurlijk Sinterklaas vieren, zeker 's avonds. En 's middags misschien ook wel, weet ik veel. Over 's middags gesproken; rond het middaguur werd Jay nog gebeld door zijn moeder, waardoor zijn stemming alleen maar erger werd, wat alles op de werkvloer ont-zet-tend gezellig maakte... Niet dus. Stiekem was ik blij dat Thomas en Dave me hadden tegengehouden, als ik het nu had verteld was alles er nou niet echt beter op geworden of zo.

JAY
Chagrijnig zat ik aan het bureau boven. Ik keek een keer op mijn horloge, nog geen minuut was verstreken, maar het leken wel uren. Blegh, ik had gewoon nergens meer zin in. Op dat moment hoorde ik iemand met snelle pas boven komen. 'Hè hè, moest je de koffie zelf uit Indonesië halen of zo?!' snauwde ik tegen Thomas, die zich direct weer uit de voeten maakte nadat hij mijn espresso op tafel had gezet. In de kamer naast me hoorde ik de stofzuiger aangaan. Hm, dat klonk al beter ja. Ik had Daan goed aan het werk gezet. Dacht 'ie zomaar ongemerkt een kwartier te laat binnen te komen waggelen, nou, ik dacht 't niet hoor! Die bleef vanavond maar wat langer, al was er al drie uur geen klant meer binnen gekomen. Het zou mij een rotzorg zijn. Ongeduldig tikte ik een keer op mijn toetsenbord en nam ik een slok van mijn espresso. Ik verveelde me dood hier. Al dat gedoe met dat cafe was nergens voor nodig. Ik wist zelf ook wel hoe ik een bedrijf moest besturen.

Mopperend liep ik de trap af. Ik kon Ethan vanaf hier al horen praten, de enthousiasteling. Tss, ik zou hem zometeen wel weer aan het werk zetten. Nietsnut dat 'ie er was. Waarom had ik hem ooit aangenomen? Waarom had ik sowieso een van die vijf malloten aangenomen? Was er dan nergens goed personeel te vinden?! 'Had jij het wel verwacht dan? Ik had echt niets door! Eigenlijk voel ik me best dom...' hoorde ik Ethan zeggen. 'Ethan, je bent ook dom.' mompelde ik zachtjes en bleef achter het muurtje luisteren. 'Haha, tuurlijk was ik verrast. Ik denk wij allemaal wel.' Dat was volgens mij Leon. 'Ja, tuurlijk, ik al helemaal joh.' En dat was Dave. Waar hadden ze het over? Ik spitste mijn oren en leunde wat meer tegen de muur aan. Je kon wel zeggen dat afluisteren niet goed was en zo, maar dit was anders. 'Toen ze het gezegd had, kon ik het ook wel zien.' Thomas. 'Ja, als je er op gaat letten vallen die vrouwelijke trekjes veel meer op.' En dat was Leon weer. Waar ging dit gesprek heen? Letten op vrouwelijke trekjes? Had ik iets gemist of zo? 'Nu je het zegt... Ik zal er eens op letten.' Thomas, daarna begon Ethan te praten met opnieuw dat overdreven veel enthousiasme: 'Nee maar, serieus, ben ik de enige die er echt verbaasd over is dat Daan een meisje is? Hij is een zij! Een vrouw! Dat is toch niet niks?'

'WAT!' riep ik en liep driftig verder de kamer in. Opnieuw zag ik ogen twee keer zo groot worden en mensen die bange blikken uitwisselden. 'O-oh.' hoorde ik Thomas mompelen. 'WAT ZEI JE DAAR?!' Ik pakte Ethan vast bij zijn kraag en keek hem aan met ogen die vuurspuwden. 'N-niks...' mompelde hij en beet op zijn lip. Tss. 'Ja ja, tuurlijk!' riep ik weer. 'Daan is serieus een meisje? Ik wist het! Hoe lang wisten jullie dat al! Vertel op, stelletje-' Ik werd onderbroken toen ik achter me een dienblad hoorde vallen. Met een ruk draaide ik me om. 'JIJ!' riep ik met een stem waar de woede vanaf spatte. 'VERTEL OP!' Het was goed dat er op het moment geen klanten waren... 'I-ik weet van niks.' mompelde Daan en draaide zich om, naar de trap. 'Oh nee, dat zal me niet nog eens gebeuren!' Ik liep kwaad naar hem toe terwijl hij de trap op liep. Met één krachtige ruk trok ik de muts van Daans hoofd af.

Ik wist het. Ik wist het de hele tijd al zeker. Het enige wat ik nog nodig had was een bevestiging. En dit was me d'r eentje. Voor een moment keek ik verbijsterd naar het lange, bruine haar dat onder de muts vandaan kwam. Langzaam viel het over Daans -of nou ja, waarschijnlijk Danique's- gilet heen, de lamp van de hal zorgde ervoor dat het glansde. Daan bleef middenop de trap verstijfd staan. 'IK WIST HET!' riep ik kwaad uit. 'I-i-ik...' stotterde Daan terwijl hij zich geschrokken omdraaide. 'HOE KOMT HET DAT IK ER ZO LANG INGESTONKEN BEN!' riep ik, mijn gedachten hardop uitsprekend nadat ik haar gezicht had gezien. Háár gezicht ja. Nu ik het wist, was het zo duidelijk. 'Ik wilde het wel vertellen, maar-' 'HOU JE MOND!' (Ja, ik vind dat er in het verhaal zo min mogelijk moet worden gescholden, dan kan niemand mij ervan beschuldigen dat ik jullie jeugd verpest ;p.)

Ik rende de kleedkamers in, direct door naar die van Daan. Meteen viel mijn oog op een zwarte rok die slecht verstopt was op het hoekje van de bank, achter d'r tas. Ik pakte hem op en stootte daarbij de tas om. 'Tss, en dat is nog maar het begin.' Ik griste de tas die was gevallen van de grond en deed de rits open. Ongeduldig haalde ik er willekeurige spullen uit; een paar zakdoekjes, een notitieblokje, een pen, etc. Tot zover niet echt bijzonder of zo, maar dan... Een doosje tampons, lipgloss, elastiekjes, een potje mascara, maandverband en een verkreukelde foto van haarzelf met haar haren in een vlecht. Ja ja, als dit geen bewijs was, wist ik het ook niet meer. Hier kon ik zó kwaad om worden...

Ik stormde de kleedkamer uit en gooide de tas voor Daans voeten neer. Ik had zo snel mogelijk alle spullen er weer ingestopt, inclusief kleding. De mouw van dat blauwe sweaterding hing er nog uit, maar dat liet me koud.
'Maak dat je wegkomt en neem je maandverband met je mee.'
'Jay, laat me 't uitleggen...'
'Nee! Vergeet 't! Scheer je weg, schooier!'
'Ik ben net zo min een schooier als jij!'
'Ach joh, je bent gewoon een zielig, miezerig, vies onderkruipsel.'
'Dat is niet-'
'Had jíj maar op de plaats van je vader gelegen, dan was iedereen beter afgeweest!'

Daan beet op zijn lip en keek me geschrokken aan. 'Ik ga al.' zei ze zachtjes en pakte haar tas van de grond. Voor een halve seconde keek ze me aan, een halve seconde te veel naar mijn smaak. Die grote, blauwe ogen zorgen ervoor dat ik me direct nog slechter voelde dan de minuten daarvoor, maar ik bleef in mijn rol. 'Doe dat, ja.' siste ik, maar ze had het niet meer gehoord. De deur van de ingang sloeg dicht op het moment dat ik kwaad richting de trap liep. Ik stopte abrupt wanneer ik merkte dat de anderen nog stonden te kijken. 'GA AAN HET WERK!' schreeuwde ik, terwijl ik ook wel wist dat er geen gasten waren. Met snelle pas liep ik naar boven. 'En stoor me niet!'

DANIQUE
Binnen liep ik nog redelijk normaal, maar eenmaal buiten rende ik zo snel ik kon naar mijn brommer. Ik kreeg het tussendoor nog voor elkaar mijn jas half aan te trekken en mijn tas over mijn schouder te gooien. 'Laat me nu niet in de steek.' zei ik nadat ik op het zadel was gesprongen. Gelukkig deed 'ie dat niet en startte hij na twee keer proberen al. Opgelucht ademde ik uit en reed ik de straat op. Met vol gas reed ik weg, zonder ook maar één keer de neiging had om achterom te kijken.

Eenmaal thuis zette ik de brommer in het schuurtje en rende naar de voordeur. Met trillende hand deed ik de voordeur open en dicht. Ik draaide mijn sleutel om en haalde hem uit het slot. 'Oh...' zuchtte ik en leunde met mijn rug tegen de deur. Ik liet mijn tas op de grond vallen, mijn jas volgde al snel daarna. Langzaam gleed ik naar beneden, tot ik op de grond van de hal zat. Nog steeds sloom trok ik mijn knieën op en legde ik mijn hoofd daarop neer, mijn armen er omheenslaand. 'Oh...' mompelde ik weer schor. Nu merkte ik pas dat mijn schouders schokten en mijn zucht werd onderbroken door een korte snik. What the... Snel veegde ik langs mijn wang. Nat. Snikkend legde ik mijn hoofd weer op mijn knieën neer, terwijl ik alles wat er die dag was gebeurd in mijn hoofd nog een keer herhaalde.

Ik had al wel verwacht dat ik eruit geschopt werd, ik had ook wel verwacht dat dat direct vandaag in zou gaan en ook wel dat Jay me uit zou schelden of iets in die richting, maar dít was niet wat ik in gedachten had. Hoe kon 'ie... 'Danique? Wat is er aan de hand?' Ik keek omhoog en zag dat Lia naast me was gehurkt. Dat ik haar niet had gehoord... 'Sorry, ik wist niet dat je al thuis was.' mompelde ik met schorre stem en wreef een paar tranen van mijn wangen af. 'Meissie toch...' zei ze en kwam naast me zitten. 'Vertel op.' zei ze kort en legde haar arm om me heen. 'Oh Lia...' mompelde ik en vertelde haar alles. '... Hij zei: "Had jíj maar op de plaats van je vader gelegen, dan was iedereen beter afge-' Ik kon mijn zin niet meer afmaken, daar had ik geen stem meer voor over, het geluid werd gesmöörd door een luide snik.

'Wat een klootzak!' zei Lia en sloeg ook haar andere arm om me heen. 'Ik doe hem iets aan!' voegde ze er nog aan toe en wreef over mijn rug. Dat leek mijn gevoelens hèt moment om er in één keer allemaal uit te gaan. Ik legde mijn hoofd op haar schouder en begon nu echt te huilen. Voor de tweede keer deze week al... Normaal gesproken huilde ik bijna nooit. Hoewel de eerste keer deze week -toen met Jay- iets subtieler was. De gedachte daaraan zorgde ervoor dat ik mijn hoofd nog dieper in Lia's trui verborg. 'Het is goed, gooi het eruit.' fluisterde ze en wreef weer over mijn rug. 'Hij was gewoon chagrijnig, hij meende er niets van. Jij en pap zijn fantastische personen, echt waar. Trek het je niet zo aan.' Ik glimlachte een beetje door mijn tranen heen. Ik wist wel dat Lia gelijk had en dat Jay gewoon een arrogante kwal was, maar toch... Hij wenste me dood, dat was ook niet niks. Dat raakte me wel.

JAY
Ik plofte neer op de stoel waar ik al de bijna de hele dag in had gezeten en staarde naar het computerscherm voor me. Wat een moment om er achter te komen dat Daan Daan niet is. Ja ja, mijn dag kon niet meer stuk. Eerst mijn moeder en nu dít. Op dat moment ging mijn mobiel af. 'Jay de Waart.' zei ik nors nadat ik had opgenomen. 'Jay, lieverd, wat klink je chagrijnig?' Toen pas merkte ik dat het mijn oma was, die me belde.

'Sorry, ik heb gewoon mijn dag niet. Wat is er aan de hand?'
'Heeft je moeder niet gezegd dat ik zou bellen?'
'O ja, dat zei ze wel ja.' mompelde ik afwezig en tikte ongeduldig op de armleuning van de stoel.
'Nou? Heb je al gekeken? Al een oplossing in gedachten?'
'Waarvoor?'
'Jay, heb jij wel opgelet toen je moeder tegen je praatte?'
Ik zuchtte een keer. 'Jawel, maar ik heb nog niet gekeken.'
'Aha,.. Dan moet je even de verkoopcijfers bekijken en dan bel ik je morgen terug, oké?'
'Ja oma.'
'Mooi. Tot morgen lieverd.' En toen hing ze op.

Ik gooide mijn mobiel naast mijn laptop op tafel en staarde naar het beeldscherm. De termijn van twee maanden was al half verstreken, daar had mijn moeder het over gehad vanochtend. "Je doet je best niet goed genoeg! Hoe moet ik je de hotelketen laten besturen als je een simpel restaurantje niet eens overeind kunt houden!" en blablabla... Alsof ìk er voor had gekozen om die hotelketen te gaan besturen, alsof ìk daar zin in had! Maar nee, mijn mening deed er natuurlijk niet toe. Nee joh, stel je voor. Met tegenzin opende ik het bestand met alle verkoopcijfers en dergelijke. Meteen scrollde ik naar het deel met inkomsten en uitgaven van november. Zonder alle bouwkosten leden we nog verlies. 'Buh...' mompelde ik en keek verder.

Mijn oog viel op een link naar "Personalia werknemers Prince's Castle". Ik klikte erop en wachtte tot de pagina geladen was. Ongeduldig scrollde ik naar beneden. Aangezien Daan als laatste was aangenomen, leek het me logisch dat hij ook als laatste was ingevoerd. Meneer Ramaaker had dit gedaan volgens mij. 'HIJ WIST 'T!' riep ik uit terwijl ik de gegevens doorlas. Naam: DANIQUE Johnsson, geslacht: VROUW, etc. En bij Dave stond dat hij twee ZUSSEN had. Meneer Ramaaker wist het echt al de hele tijd. En als ik de moeite had gedaan om even in dat bestand te kijken, had ik het óók geweten.

Ik opende het mapje "Afbeeldingen" en keek wat rond. Ook hier zag ik Daan -nee, dat is dus Danique- overal. 'Waarom valt het me nu pas op...' mompelde ik en staarde naar één van de foto's van het team building-uitje bij de appelboomgaard. Ik had mijn arm om Danique heen geslagen en zij stond op één been. Die was genomen vlak nadat ze uit de boom was gevallen volgens mij. Ik zuchtte en keek er even naar. Ze lachtte er zo leuk... 'Damn it.' mompelde ik tegen mezelf. Die gedachte was echt heel fout. Heel, heel fout. Maar ik moest toegeven, Danique was in vrouwenvorm zeker niet onaantrekkelijk. Op die tentoonstelling zag ze er ook leuk uit. Dat ik de dag erna niets door had... De volgende dag was ik rustig met "Daan" over die tentoonstelling aan het praten zonder door te hebben dat hij Danique was. 'Oh nee.' mompelde ik toen ik 't me weer herinnerde. "Aha, jammer dat ze niet hier woont. Ik vond 'r wel knap." Ik liet mijn hoofd op de tafel vallen en sloot mijn ogen. Ik ben echt een idioot.

DANIQUE
Twee lange, moeilijke maanden later was het februari. Ik had mijn leven weer aardig opgepakt nadat ik was weggegaan bij Prince's Castle, vond ik tenminste. Ik had een week na mijn ontslag een baantje bij een buurtsupermarkt kunnen krijgen. Het was beter dan niets, maar niet echt fantastisch. En het was maar tijdelijk, de tijd die ik er nog zou doorbrengen was over twee dagen afgelopen... Aangezien ik ook na die tijd nog wel een baan nodig zou hebben, was ik nu al weer op zoek naar wat nieuws. Ik moest toch íets doen. Echt geldproblemen hadden we op het moment niet. Elli had een redelijk loon en Lia had ook een baantje gekregen bij een bejaardentehuis achter de balie. Eigenlijk was ik daar niet echt voorstander van, maar ze had me over gehaald. Zolang ze maar genoeg zou leren voor de speciale examens in maart. Ik wist niet of ik het wel echt examens moest noemen, het had vast een speciale naam, maar het kwam er zeker dicht bij in de buurt.

Ik liep net de straat uit na mijn werkdag in de supermarkt, toen ik een jongetje hoorde huilen. Ik keek verbaasd om me heen en zag het kleine kereltje op de hoek van een kleine speeltuin staan. Er was verder niemand bij hem, dus liep ik zelf maar op hem af. 'Hé kleine man, wat is er aan de hand?' vroeg ik en ging op mijn hurken voor hem zitten. 'Ze zijn allemaal weg! Zonder mij! Mij vergeten!' huilde hij en keek me hulpeloos aan. 'En je mama dan? Is die niet in de speeltuin?' vroeg ik en veegde wat traantjes van zijn wangen. 'Mama is weg, ik ben bij tante Esmée.' snikte hij. 'Die is thuis.' werd er nog snel aan toegevoegd. 'Ach jochie toch, weet je waar je naar toe moet?' 'Ja, maar ik ben bang.' Hij was onderhand al wat rustiger geworden en staarde me aan met zijn enorme blauw-groene ogen. 'Zal ik met je meegaan?' vroeg ik en stak mijn hand naar hem uit. Hij knikte voorzichtig en pakte drie van mijn vingers vast. 'Ik heet Gijs. Hoe heet jij?' vroeg hij schattig en wreef met zijn vrije hand in zijn ogen. 'Ik ben Danique.'

Gijs was een leuk, klein jongetje van een jaar of drie. Hij had blond haar en een kuifje. Vanaf de speeltuin naar het huis van zijn tante lopen duurde een minuut of tien, mede dankzij allerlei tussendoorweggetjes. Halverwege moest ik hem optillen, aangezien zijn kleine beentjes het niet meer hielden. Ik vond 't al heel wat dat hij dat zomaar toeliet; ik was nog steeds een "vreemde", als je begrijpt wat ik bedoel. Maar hij leek er geen problemen mee te hebben en vertelde aan één stuk door over van alles en nog wat. Zo wist ik bijvoorbeeld al dat hij vandaag naar Amsterdam gebracht was door zijn ouders, zodat hij hier twee weken bij zijn tante kon logeren. Eigenlijk woonde zijn tante ook niet meer in dat huis, maar het was handiger om die weken hier te zijn of zo. Hij had ook geen idee waarom, maar het maakte hem ook niet uit.

Ik drukte kort op de deurbel en zette Gijs op de grond. Hij liet me los, maar pakte na een seconde twijfelen toch mijn hand nog vast. Het volgende moment ging de deur open en verscheen er een butler in de deuropening. Net zo'n pad-in-pak als bij Vincent toen -ew, deja-vu- hoewel deze me vriendelijker en wat jonger leek. 'Wat wenst u, mevrouw?' vroeg hij en glimlachte vriendelijk. Nog voordat ik wat kon zeggen sprong Gijs naar voren en schreeuwde: 'Hooooi Jacob!' De man keek even verbaasd naar beneden, maar herkende Gijs toen. 'Ach, jongeheer Gijs, u bent er weer. We waren erg ongerust en-' Voordat de man zijn zin af kon maken stormde er iemand anders de deur uit. 'Oooh Gijsje! Ik was zó ongerust! Iedereen is je aan het zoeken jochie! Oooh, kom eens hier!' De vrouw tilde het jongetje op en draaide enthousiast een paar rondjes. Gijs had nu mijn hand trouwens wel los gelaten.

Nu pas merkte de vrouw mij op. Ze zette Gijs op de grond en pakte mijn hand met haar beide handen vast. 'Ontzettend bedankt voor het brengen van Gijs. Het zou toch wat zijn als ik hem op dag één al kwijt zou raken! Kom toch binnen en drink een kopje thee, gezellig! Of moet je nog ergens naartoe of zo?' zei ze spontaan en schudde mijn hand. 'Eh... Is goed, ik kwam net terug van mijn werk, dus...' 'Oh mooi, leuk. Kom verder, het is koud buiten!' Ze duwde met haar voet de deur wat verder open en nam mij en Gijs mee naar binnen.

De butler deed de deur achter ons dicht en nam mijn jas van me over. 'Dankuwel.' zei ik en keek even rond in de hal. Het was hier groot, erg groot, en ingericht met allerlei duur spul. Zo stonden er aantal planten met prachtige bloemen -in februari- en borstbeelden op sokkels die in de lengte even groot waren als ik. De vloer was van lichtgekleurd marmer en in het midden lag een rood, rond vloerkleed met gouden stiksels. 'Zeg Gijsje, als je nú je pyjama aan doet, mag je zometeen nog even beneden appelsap drinken, oké?' zei de vrouw tegen Gijs. Hij knikte en ging samen met een dienstmeisje de trap op. Ik glimlachte en liep toen achter de vrouw aan, een volgende kamer in.

Deze kamer had een lichte, houten vloer en had pasteloranje muren met wat feller oranje gordijnen waar je doorheen kon zien dat het buiten al donker was. Ze gebaarde dat ik moest gaan zitten en vroeg de butler van net, Jacob volgens Gijs, om thee. Ik nam plaats op een grote, leren fauteuil en volgde haar bewegingen, bekeek haar eens. Ze was lang en slank. Haar haar kwam tot haar schouders en krulde aan de onderkant. Pikzwart, maar wel natuurlijk. Haar ogen waren donkerbruin en waren een beetje bewerkt met mascara. Ze deden me aan iemand denken, maar ik kon niet plaatsen wie. 'Ik heb me nog niet eens voorgesteld, sorry! Ik ben Esmée de Waart.' zei ze en schudde mijn hand nadat ze voor me was komen staan. Opeens wist ik weer aan wie ze me deed denken... 'Danique Johnsson, maakt niet uit.' zei ik en probeerde niet te laten zien dat ik lichtelijk geshockeerd was door het feit dat ik op dat moment in Jays huis rondhing. Ongeveer de laatste persoon die ik wilde tegenkomen op dit moment, of welk moment dan ook.

Ik kreeg een kopje thee en had een leuk gesprek met Esmée. Ze was anders, als je haar met Jay vergeleek. Heel spontaan en gezellig. In plaats van de hele tijd rond te bazuinen dat ze superrijk was en een restaurantketen leidde -een deel van die Brawa hotels- en weet ik veel wat nog meer, zei ze er eigenlijk niets over. Ze zag er ook niet zo uit; geen Armani broek, Cartier horloge en Gucci overhemd, maar een spijkerbroek van de H&M, een vest van Only en een paar All-Stars. Geen eens torenhoge hakken of parelkettingen die zo zwaar waren dat je d'r krom van ging lopen. Ze huppelde en rende te veel om comfortabel te lopen op hakken.

'Maar hoe heb je Gijs zo ver gekregen om mee te gaan? Normaalgesproken is hij heel verlegen tegenover mensen die hij niet kent.' vroeg Esmée terwijl ze een slok van haar thee nam. 'Nou eh... Ik hoorde hem huilen, ging naar hem toe, hij vertelde waar we heen moesten en ik liep met hem mee.' 'Serieus? Zo makkelijk kreeg Naya hem niet eens de keuken uit.' vertelde ze en leek snel ergens over na te denken. 'Zeg Danique, heb jij overdag iets te doen?' vroeg ze voorzichtig en keek me aan. 'Op het moment werk ik bij de supermarkt, maar dat is helaas maar tijdelijk.' 'Hoe tijdelijk precies?' 'Ts, over twee dagen ben ik mijn baan kwijt.' antwoordde ik spottend en leunde tegen de rugleuning van de stoel. 'Dat is fantastisch! Eh,.. Ik bedoel...' zei ze snel en zocht naar de juiste woorden. Ik lachte kort en nam nog een slok thee.

'Ik bedoel eh... Wat rot. Maar, ik bedoelde dat het fantastisch was omdat je dan vrij was.' probeerde ze zichzelf uit te leggen. 'Aha.' antwoordde ik geamuseerd en keek naar haar. Ik vroeg me echt af welke kant ze nou op wilde. Het was wel grappig om te zien dat zowel Esmée als ik gewoon comfortabel waren rond elkaar. Dat had ik niet zo vaak met mensen die ik pas een kwartier kende. 'Kijk: Ik heb Gijs hier nu rondhangen, maar ik moet zelf telkens weg overdag. Ik vind 't zo rot om hem twee weken met 't personeel achter te laten, maar volgens zijn moeder kan hij het nooit met zijn oppas vinden. En nu kom jij ineens binnenstappen, en met jou heeft hij geen problemen.' Aha, op die fiets dus. 'Ik kan morgen en overmorgen nog wel wat afzeggen, maar wat ik eigenlijk wil vragen... Kan jij niet oppassen? Hij is echt een lief kind en zeker niet veeleisend. Eten en speelgoed is wel in huis en hij kan zichzelf ook wel vermaken. Geld is geen probleem!' zei ze en keek me aan met een paar wanhopige ogen.

Ik dacht er even over na. Het zou vast wel kunnen, als ik na overmorgen toch geen baan meer heb... 'Maar, hoe laat zou ik dan hier moeten zijn?' vroeg ik, denkend aan mijn krantenwijken. 'Nou eh... Negen uur of zo? 's Ochtends kan ik hem zelf nog wel helpen.' Dat klonk prima. 'En... Hoeveel verdien ik eraan?' Het kwam er wat voorzichtig uit. Ik vond 't altijd een beetje vervelend om dat soort dingen te vragen in situaties als deze. 'Wat dacht je van eh... 500 euro per dag? Dat lijkt me wel redelijk.' Ik verslikte me in mijn slok twee en kuchte een paar keer om het in het goede keelgat te krijgen. 'Je weet dat ik alleen op Gijs pas, toch?' Ze knikte heftig en bleef super serieus. 'Meen je dat nou?' vroeg ik, nog steeds wat verbaasd. Weer knikte ze. 'Lijkt 't je wat?' Of 't me wat leek! Dat was nog eens makkelijk geld verdienen. Wees eerlijk; als je zoveel aangeboden kreeg voor een beetje oppassen, zou iedereen dat doen. 'Als Gijs het er mee eens is, prima!' zei ik en knikte een keer. 'Dat is fantastisch! Dan is dat ook weer opgelost.' zei Esmée opgelucht en glimlachte breed. Jezus, de familie De Waart had echt geld te veel of zo.

Twee dagen later stond ik een paar minuten voor negen weer voor diezelfde voordeur. Het voordeel was nu dat ik om deze tijd wel zeker wist dat Jay er niet was, dus hoefde ik niet uitgebreid op mijn tellen te passen. Ik drukte een keer op de deurbel en deed nog snel even mijn jas goed. Het mocht dan wel geen echte eerste indruk meer zijn, ik wilde toch een beetje goed voor de dag komen. Ik had een donkere spijkerbroek aan met een zwart colbertje en een gestreept shirt. Het maan-kettinkje van Lia had ik ook weer om gedaan. Al met al zag ik er prima uit, vond ik zelf dan.

De deur werd opengedaan door een vrouw met een schort om, weer iemand van 't personeel. Iedereen die ook maar een beetje geld had nam volgens mij allemaal butlers en dienstmeisjes aan of zo... 'Goedemorgen, ik ben Danique Johnsson. Ik zou oppassen op Gijs.' zei ik, lichtelijk nerveus geworden bij het zien van haar norse blik. Ik had toch liever die Jacob... 'Kom verder.' mompelde ze en hield de deur voor me open. Ik stapte naar binnen en deed mijn jas uit. Meteen nam de vrouw die van me over, hing hem op en wenkte dat ik mee moest lopen.

Eenmaal boven leidde ze me naar een kamer bijna direct naast de trap. Gelukkig maar, want anders zou ik 'm waarschijnlijk niet meer terugvinden in deze wirwar van gangen en kamers. 'Dit is de logeerkamer van Gijs. Mevrouw De Waart is daar ook nog.' zei ze, dit keer al wat vriendelijker. Ik knikte kort en bedankte haar. Daarop liep ze weg, waardoor ik mezelf maar binnenliet. Eerst klopte ik een keer op de deur en wachtte op reactie. 'Kom maar binnen!' Dat was overduidelijk Gijs. Ik draaide de deurklink om en stapte naar binnen. 'Goedemorgen mevrouw, goedemorgen Gijs.' zei ik glimlachend en deed de deur achter me dicht. 'Noem me toch geen mevrouw, ik ben ook pas 25 hoor.' zei Esmée lachend en keek op van wat ze aan het doen was: Gijs' veters strikken. 'Hoi Nanique!' was Gijs zijn reactie. Het verbaasde me dat hij mijn naam onthouden had, ongeveer dan. Hij kon het nog niet helemaal uitspreken. Ach ja, hij was pas twee jaar en acht maanden oud, dus het was 'm vergeven.

Esmée stond op, klopte haar broek af en liep mijn kant op. Ze schudde mijn hand een keer en glimlachte breed. 'Heel erg bedankt voor het komen. Je hebt me echt uit de brand geholpen.' zei ze en liep toen weer gehaast naar Gijs. 'Gijsje, ik ben vanavond pas laat thuis, dus Danique brengt je naar bed. Lief zijn, goed luisteren en niet zomaar de trap af of de keuken in. Oké?' Gijs knikte heftig en kreeg een dikke zoen op zijn wang. 'Ik heb je mijn nummer al gegeven, toch?' 'Ja.' 'Mooi. Nou, je kunt me daarop bereiken en er hangt ook nog wel ergens personeel rond, als het goed is.' Ze was onderhand al opgestaan en stond al klaar in de deuropening. 'Nou eh, dan ga ik maar. DOEG!' riep ze vrolijk en verdween door de deur.

Ik strikte Gijs' tweede veter en deed zijn blouseje goed. 'Kijk eens aan, weer helemaal 't heertje.' zei ik en bekeek hem van top tot teen. 'Nee!' riep Gijs en rende naar zijn auto-vormig bed. Tss, en dat was alleen een logeerbed. 'Nu ben ik klaar.' zei hij met een enorme glimlach en hield een bruine teddybeer met een rode strik en een groene blouse voor mijn hoofd. 'Ach, wat een lieffie.' zei ik lachend en pakte hem van Gijs over. 'Hij heet Purk.' zei hij trots en volgde mijn bewegingen. Ik mocht zijn beertje natuurlijk niets aandoen, je kon natuurlijk niet voorzichtig genoeg zijn. 'Hij is prachtig.' zei ik en gaf hem weer terug. 'Weet ik.' Hij klemde het beertje zorgvuldig onder zijn arm en keek me aan met zijn grote ogen. 'En wat wil je gaan doen? Heb je al gegeten?' vroeg ik en knielde neer, zodat ik op zijn hoogte was. 'Ja. Zullen we met de Duplo? Mijn Duplo ligt beneden.' zei hij en pakte zijn beer over in zijn andere hand. 'Is goed.' zei ik en tilde hem op, liep de deur uit en de trap af.

Een half uur later hadden we al een heel huis opgebouwd -zonder dak dan- van Gijs' Duplo. Op zich was hij best een slim joch, wist precies wat hij moest doen met die blokjes. Oh, en hij was al zindelijk. Best knap voor een jobgetje van 32 maanden, hoor. Alleen 's nachts nog niet, maar dat was normaal. 'En dit wordt dan de kamer van Purk.' zei Gijs en legde zijn beer in een van de hokjes die hij met de steentjes had gemaakt. Het paste net wel, net niet, maar dat maakte niet uit natuurlijk. Ik glimlachte en keek naar hoe hij de muur nog wat hoger maakte. 'Nani-hique, jij moet ook helpen hoor!' zei hij en sloeg zijn armpjes over elkaar. 'Oh, ja hoor.' zei ik en hield mijn lach in. Gijs was echt een lief kind. Ik pakte een paar gele blokjes en drukte ze op de muur. Gijs ging ook weer door, gelukkig. Ik had van Esmée de instructies gekregen om hem rond een uur of tien wat te drinken te geven uit de speciale beker, dus dat moest ik niet vergeten. Het zou niet op de minuut aankomen of wat dan ook, maar het was wel verstandig om samen wat te drinken en hem dan op 't potje te zetten, mocht dat nodig zijn.

Op een gegeven moment liep er een dienstmeisje naar binnen, helemaal gestrest. 'Oh, verkeerde deur! Het spijt me!' zei ze verontschuldigend en draaide zich om. 'Naya! Hierheen!' riep iemand vanaf de gang. 'Ik kom!' riep ze en rende de kamer uit. 'Gijs, blijf je even hier? Gewoon rustig spelen, ik ben zo terug. Oké?' vroeg ik en legde mijn blokjes op de grond. Gijs knikte zonder op te kijken en ging ongestoord verder. Snel stond ik op en rende achter het dienstmeisje aan dat ik net zag. 'Hé! Hé! Wat is d'r aan de hand daarboven?' riep ik terwijl ik de deur naar de gang door was gegaan en de trap op rende. Misschien was ik iets te nieuwsgierig, het was per slot van rekening niet mijn huis, maar toch... Ik moest toch op Gijs passen, dus als er iets aan de hand zou zijn wilde ik er wel wat van weten. Als het personeel -hoewel ik daar nu eigenlijk ook bij hoorde- er al zo gestrest van werd.

Eenmaal boven keek ik rond in de gang. 'Damn. Ik ben ze kwijt.' mompelde ik en draaide een rondje. Uit een bepaalde richting kwam een vreemd geluid, het klonk als een soort gesnik, maar ik wist het niet zeker. Ik volgde het geluid en sloeg een gang in. Ik zag een groep meisjes van mijn leeftijd bij elkaar staan en liep erheen. 'Wat is er aan de hand hier?' vroeg ik verbaasd toen ik zag dat er eentje huilend bij een ander stond. 'Meneer De Waart wil z'n bed niet uitkomen, alweer, en hij moest al lang op zijn werk zijn. Het is echt onbegonnen werk, we hebben alles al geprobeerd, maar niets helpt meer. De klootzak.' zei één van hen die er nog het best uitzag, wel kwaad, maar niet huilend of zo. De andere vier knikten instemmend. 'Hoe lang doet 'ie dat al?' vroeg ik en keek naar de dubbele deuren rechts van me. 'Ongeveer anderhalve maand, denk ik. Niet elke dag, maar wel zeker eens in de week.' zei een ander.

Op dat moment kwam er nog een meisje uit de deuren naar buiten gerend. Ook de ze was half aan het huilen. 'Linda, kom d'r bij.' zei hetzelfde meisje als de eerste keer chagrijnig. Linda ging erbij staan en legde haar hoofd op een schouder. 'Hij zei dat als er nog één keer iemand binnen komt, hij ons allemaal ontslaat...' mompelde ze verslagen en beet op haar lip. 'Dat doet 'ie niet... Toch?' zei iemand. 'Jawel, dat heeft hij al eens eerder gedaan.' zei een ander, die hier blijkbaar al wat langer werkte. 'Klootzak.' mompelde ik zachtjes en keek naar het groepje. 'Wat gaan we nu doen dan?' 'Geen idee... We kunnen hem niet laten liggen, want dan ontslaat zij moeder ons, maar als we überhaupt weer naar binnen gaan, ontslaat hij ons zelf.' Jay was er echt niets op vooruitgegaan, zo te horen.

Ik stapte naar voren en voelde dat ze alle zes naar me keken. 'Laat mij maar even.' zei ik nonchalant en liep naar de deur. 'Wat ga je doen?' vroeg één van hen angstig. 'Hé, mij kan hij toch niet opnieuw ontslaan.niets om je druk over te maken.' zei ik rustiger dan ik in werkelijkheid was. 'Oké dan.' zei ze. In principe had ze toch geen keus. Of het nou door Jay of z'n moeder zou zijn, ontslagen werd ze zeer waarschijnlijk toch. Ik deed de twee deuren open en stapte naar binnen. Er was gewoon licht in de kamer, aangezien de gordijnen een doorschijnende, witte kleur hadden. De kamer zelf was verder groot -net als de rest van het huis- en had witte muren en een lichtbruine, houten vloer. Jay lag in zijn bed, links in de kamer. Overigens ook een enorm ding... Zijn gezicht lag naar de andere kant gericht, dus had hij me nog niet gezien, misschien wel gehoord.

Ik liep voorzichtig verder en zag dat er wat beweging was in het bed. Het probleem was, dat ik niet zeker was of dat een goed of een slecht teken was. Waarom deed ik dit ook al weer? Nou ja, ik kon nu ook niet meer terug. Met voorzichtige stappen liep ik om het bed heen, naar de kant waar zijn gezicht naartoe gericht was. De laatste stappen gingen wat harder, aangezien ik zeker van mijn zaak over wilde komen. 'Yah, Jay-' begon ik, maar die kerel onderbrak me. 'IK DACHT DAT IK GEZEGD HAD DAT IK JULLIE ALLEMAAL ZOU ONTSLAAN?! SCHEER JE WEG!' riep hij met zijn ogen nog gesloten. Ja hoor, niets verbeterd. Tss. 'Pff... Dacht 't ook hoor. Scheer je zelf weg! Ík ben al op mijn werk.' zei ik streng en sloeg mijn armen over elkaar. 'HOE DURF JE!' schreeuwde hij en schoot overeind.

Op het moment dat hij zijn ogen open deed en mij aankeek, schoot zijn gezichtsuitdrukking van woedend naar verward. De dekens gleden van zijn bovenlichaam aan, waardoor ik zijn fantastische pyjamashirt kon zien. Een blauwe met korte mouwen en beertjes. In mijn gedachten lachte ik hem uit, maar ik liet het niet zien. Ik moest serieus blijven. 'Wat doe jíj hier...' mompelde hij en bekeek me van top tot teen. 'Jou naar je werk sturen. Schiet op.' zei ik en pakte de dekens op en trok ze van het bed af. Dat ging minder soepel dan ik gehoopt had, maar ik kreeg ze er gelukkig wel vanaf. 'Wat is dit?! Laat me gewoon met rust!' riep hij kwaad en trok zijn benen op door de plotselinge kou. 'Tss... Meneer vindt 't zeker ontzettend grappig om kamermeisjes huilend de gang op te sturen. En maar dreigen, en maar commanderen, maar zelf voert 'ie geen rúk uit.' zei ik streng en gooide de dekens op de bank die ik had zien staan.

'Vergeet 't! Ik ga nergens heen vandaag. Ik zit 'r helemaal doorheen.' zei hij koppig en bleef op 't bed zitten. 'Wat dóé jij hier sowieso? Is dit een nachtmerrie of zo?!' mompelde hij er achteraan en volgde mijn bewegingen. 'Precies. Dit is je ergste nachtmerrie, dus ik zou maar opschieten en je klaar maken, voor ik je elke nacht achtervolg.' zei ik en trok één of ander débiel gezicht om te laten zien hoe eng ik wel niet was. 'OKE! OKE! IK BEN AL WEG!' riep hij en sprong van het bed af. 'NU JE ZIN? SMEER 'M!' riep hij er achteraan en keek me aan met ogen die verraadden dat hij nog steeds niet helemaal door had wat er aan de hand was. Meteen daarna werd er een kussen in mijn richting gegooid. En nog één, en nog één, en nog één. Ik dook opzij en pakte er één van de grond. 'Helemaal mijn zin ja. En als je met een kwartier nog niet beneden bent, kom ik weer boven!' zei ik dreigend en gooide het kussen terug.

'WIE DENK JE WEL NIET DAT JE BENT!' tierde hij en keek naar hoe ik wegliep. 'DANIQUE JOHNSSON! EN DAT BEVALT ME PRIMA!' schreeuwde ik terug en liep zo normaal mogelijk naar de deuren. Ik opende ze en keek nog even achterom. Jay stond nog steeds op dezelfde plek, mij nakijkend. 'Schiet op!' riep ik nog een keer en stapte toen de kamer uit, sloot de deur achter me. Achter me hoorde ik nog wat geschreeuw, maar ik kon niet precies verstaan wat hij nou zei. Net nu ik er vanuit was gegaan dat ik die gast alleen nog maar in de krant zou zien, gebeurde dit natuurlijk. Ik leunde tegen de deur aan en ademde een keer uitgebreid uit.

Ik mompelde nog vaag wat in mezelf, toen één van de kamermeisjes vroeg: 'Heb jíj zo tegen hem geschreeuwd?' Ze keek me verbaasd aan en friemelde wat aan haar jurk. Ik knikte naar haar en ging weer rechtop staan. 'Dat je überhaupt nog leeft...' zei een ander, waardoor ik even moest lachen. 'Ik heb 't eerder meegemaakt.' antwoordde ik alleen. 'En... Wat doet 'ie nu?' 'Hij komt zo beneden en zal geen van jullie ontslaan.' zei ik glimlachend. Op het moment had ik het gevoel dat ik een goede daad had gedaan of zo. De zes keken me nog net niet met open mond aan. 'Ging het zo goed? Terwijl je zó tegen hem tekeer ging?' 'Wat had ik dan moeten doen? Erbij staan en wachten tot hij uit zichzelf uit bed stapt? Dan heb je wel héél veel geduld nodig, en die heb ik niet. Ik ga nu weer naar beneden, want Gijs zit alleen. Als Jay of "meneer De Waart"' Ik trok een vies gezicht terwijl ik het uitsprak, 'over een kwartier nog niet beneden is, moet je me maar weer roepen.' Ik zei ze gedag en liep naar de trap.

Ik dronk wat met Gijs, zette hem op 't potje, speelde met de Duplo enzovoort. De dag was snel voorbij en om acht uur bracht ik Gijs naar bed. Een uur later was Esmée thuis en kreeg ik contant 250 euro -de andere helft kreeg ik wanneer de elf dagen voorbij waren-. Het was toch een beetje vreemd om met zoveel geld rond te rijden, maar oké.

De dagen daarop verliepen ongeveer net zo, totdat dag vier aanbrak; zondag. Esmée hoefde nu alleen 's ochtends weg, maar 's ochtends was Jay juist vrij. Eerlijk gezegd had ik geen zin om hem tegen 't lijf te lopen... Ik was nog steeds boos vanwege het feit dat hij me op een nogal lompe manier had ontslagen, en hij was nog steeds boos op mij omdat ik twee maanden tegen hem gelogen had en weet ik veel wat voor reden hij nog meer had. Ik gaf 'm ook geen ongelijk, ik zou óók boos zijn, maar zelf had ik ook wel een punt. Ik was er wel "overheen", maar kon nog steeds niet echt waarderen wat hij had gezegd.

Met natte haren door de regen stapte ik naar binnen. Na het uitgebreide gebruik van mijn muts was hij niet echt waterdicht meer. Het kamermeisje dat Linda heette hing mijn jas over een verwarming, zodat hij zou opdrogen. Ik was haar de laatste tijd wel vaker tegen gekomen, waardoor ik ook haar naam wist. Net als van een paar anderen trouwens, maar goed, ik dwaal af. Esmée en Gijs zaten in de woonkamer een spelletje te doen van Winnie de Pooh toen ik naar binnen liep. 'Hoi Nanique!' riep Gijs vrolijk, maar wel een beetje slaperig. Esmée keek nu ook op en glimlachte naar me. 'Goedemorgen!' zei ze en zette een pionnetje vooruit. 'Hallo.' antwoordde ik en liep de kamer verder in. 'Hij heeft vannacht lopen spoken, dus waarschijnlijk valt 'ie tijdens het eten in slaap.' vertelde Esmée, zich naar mij omdraaiend. 'Niet waar.' antwoordde Gijs koppig en sloeg zijn armpjes over elkaar. 'Echt wel!' zei Esmée terug en sloeg ook haar armen over elkaar. 'Nietus!' riep Gijs weer en stak zijn tong uit. Plagend deed Esmée hem na. Op sommige momenten zou je niet zeggen dat Esmée 25 was.

Maar Esmée kreeg wel gelijk. Net na de lunch viel Gijs voor de tv in slaap. Echt heel schattig. 'Kom maar jochie.' fluisterde ik en tilde hem op. Ik ondersteunde hem met mijn linkerhand terwijl ik met mijn rechter de deur open deed. Via een andere kamer kwamen we in een gang terecht, die leidde naar één van de trappen naar boven. Ja, ze hadden zelfs twee trappen... Voorzichtig liep ik de trap op, af en toe even kijkend of Gijs er doorheen sliep. Vanaf hier wist ik zijn kamer wel te vinden, na vier dagen was het zelfs bij mij wel een beetje doorgedrongen. Het grootste verschil was dat je bij mij thuis vijf seconden liep om van de woonkamer naar de slaapkamer te komen, en je hier al vijf minuten nodig had om van de ene naar de andere kant van de gang te komen.

Toen ik halverwege de gang was, sloeg er ineens een deur -bijna- open in mijn gezicht. In een reflex zette ik een stap achteruit, waardoor ik en Gijs niet geraakt werden. Ik hoorde voetstappen en een piep, wat waarschijnlijk betekende dat de deur dicht ging. Volgens mij was het een sporthal of zo. Nou ja, zo erg was 't nou ook weer niet; 't was gewoon een kamer met een paar van die sporttoestellen. 'Dat ging ook maar net goed.' mompelde ik en checkte of Gijs nog sliep.

'Oh, jij weer.' hoorde ik, waardoor ik nu keek naar de persoon voor me. Jay. Lichtelijk chagrijnig, bezweet en zonder shirt. Ik kon mezelf niet tegenhouden en keek eventjes, heel eventjes maar, naar zijn borstkas. Ik voelde dat ik rood werd en keek snel weer omhoog. Ik keek hem niet recht aan, ik keek ergens vaag langs zijn gezicht heen. 'Ja, ik weer ja.' zei ik terug en beet zachtjes op mijn tong om te voorkomen dat ik naar 'm ging schreeuwen. 'Wat is er met Gijs?' vroeg hij, toen hij zag dat Gijs tegen mijn schouder aanlag. 'Hij slaapt.' antwoordde ik kort en deed een stap opzij, wilde verder lopen. Schouders recht, mooi lopen, even een goede indruk achter laten. Ja ja, alsof ik me niets van 'm aantrok. Zo'n "Kijk, ik ben die twee maanden prima doorgekomen zonder jou"-look. Hij hoefde niet te weten dat ik eigenlijk al zenuwachtig werd als ik hem recht in zijn ogen aankeek. Na twee stappen voelde ik een hand op mijn schouder.

DANIQUE
Ik werd omgedraaid en staarde nu naar de kant waar ik net vandaan kwam. 'Je hebt je afslag gemist, je moet hier de hoek om.' zei Jay. Fijn ja, daar ging mijn zelfverzekerde houding. Ik kon mezelf wel voor m'n kop slaan. Ik liep de andere kant weer op, maar hoorde na drie stappen weer geschreeuw achter me. 'Je kunt me op z'n minst aankijken als ik tegen je praat!' Ik reageerde er niet op en liep snel verder. 'HÉ! VIES ONDERKRUIPSEL!' Ja hoor, daar gaan we weer. Kon 'ie het weer niet laten? Maar ik had hèt plan om hem terug te pakken.

'Gelukkig zijn we daar ook weer vanaf.' mompelde ik en keek nog snel even achterom. Niets te zien. Waarschijnlijk was Jay naar zijn eigen kamer gegaan. 'Waarom schreeuwt ome Jee zo tegen jou?' vroeg een slaperig stemmetje vanaf mijn schouder. 'Ach, jochie toch. Ben je wakker geworden? Sorry Gijs, ik breng je nu direct naar bed en dan kan-' 'Nani-hique! Praat niet zo veel.' mompelde Gijs, terwijl hij met zij oogjes dicht tegen me aan leunde. 'Sorry...' zei ik glimlachend. 'Maar waarom schreeuwde ome Jee nou zo?' vroeg hij nog een keer. Snel zocht ik een goed antwoord, iets dat je tegen een tweejarig jongetje kon zeggen.

'Ome Jay is een beetje boos op mij.' zei ik uiteindelijk.
'En jij?'
'Ik ben ook een beetje boos op hem.'
'Maar dan moet 'ie toch niet schreeuwen? Mijn mama schreeuwt niet als ze boos is. Dat is niet lief!' Lieve Gijs, ome Jay ìs niet lief.
'Maar ik was ook niet lief hoor.'
'Wat heb je gedaan dan?'
'Ik had tegen hem gelogen.'
'Heb je wel sorry gezegd?'
'Eh... Nee.'
'Dan moet je sorry zeggen, en dan is het weer goed!'
'Tsja, ik wil wel, maar ik denk niet dat dat zo makkelijk gaat. Ome Jay wil vast niet met me praten.'
'Tuurlijk wel!'
'Ik zal erover nadenken. Maar jij gaat nu een dutje doen, toch?' We waren onderhand in zijn kamer en ik had hem in zijn bed gelegd. Gijs knikte en deed zijn ogen dicht. Zelf ging ik in een stoel zitten en pakte er een boek bij.

JAY
Ik lag op mijn rug op mijn bed, met mijn voeten naar het raam en mijn hoofd over de rand hangend. Het was echt verwarrend dat Danique hier was. Net nu ik mezelf zover gekregen had om niet meer aan d'r te denken, trùt. Op dat moment ging de deur langzaam open. 'Ga weg.' snauwde ik chagrijnig en keek naar de deur. 'Sorry ome Jee.' zei Gijs geschrokken en draaide zich om. 'Nee, nee, jij niet Gijs, sorry. Ik dacht dat je Naya of Annelies was.' Of een ander kamermeisje dat ik nu niet wilde zien. 'Maakt niet uit ome Jee.' zei hij en liep naar het me toe, zijn knuffel stevig in zijn hand. 'Sliep jij niet?' vroeg ik en ging zitten. 'Nee, ik ben wakker.' zei hij. Slim kind. Hij stak zijn armpjes naar me uit. Ik begreep de hint en tilde hem op mijn bed. Meteen kroop hij naar het midden toe en legde Purk daar neer, ging er zelf naast zitten.

Ik draaide me om en ging liggen. 'En waar heb je Danique gelaten?' vroeg ik, aangezien die meestal de hele dag bij hem was. 'Die slaapt op mijn stoel. Heel saai. Toen ben ik naar jou gegaan.' zei hij en verplaatste Purk nog wat. 'Aha.' zei ik en keek naar hem. Danique was dus nog steeds niet van die slaapproblemen af... 'Ome Jee?' 'Huh? Ja?' Ik keek op en zag dat hij voor me was komen liggen. 'Waarom ben je zo boos?' vroeg hij en keek me aan met een paar vragende peuter-oogjes. Die blik gebruikte hij altijd als hij iets wilde weten of hebben. 'Ik ben niet boos op je?' 'Niet op mij-hij. Tss, grote mensen zijn echt dom.' Ik lachte zachtjes, maar probeerde het niet te laten zien aan Gijs. 'Op wie dan?' vroeg ik en ondersteunde mijn hoofd met mijn handen. 'Op Nanique.'

Verbaasd keek ik op. 'Hoe bedoel je dat?' Hoe wist hij dat nou... 'Nanique zei dat toen ik vroeg waarom jij schreeuwde.' 'Oh... En wat zei ze nog meer dan?' vroeg ik, plotseling 100% geïnteresseerd. 'Dat ze wel sorry wilde zeggen, maar dat jij niet met haar wou praten.' zei hij en ging weer zitten. Zelf ging ik ook zitten. 'Zei ze dat?' vroeg ik en volgde zijn bewegingen. 'Ja. En ze was ook een beetje boos op jou. Dus jij moet ook sorry zeggen!' 'Vind je dat?' vroeg ik en zag dat hij op mijn schoot kroop. 'Ja. En dan moeten jullie trouwen. Dan is Nanique mijn tante!' zei hij lachend en gooide zijn armen blij in de lucht. Ik lachte en zette Gijs wat anders neer -mijn spiertje werd afgekneld-. 'Dát denk ik niet, maar ik zal proberen het weer goed te maken.' 'Wel doen hoor!' zei Gijs en sloeg zijn armpjes om me heen. 'Niet meer boos zijn! Nanique is heeeeeel lief.' Ik glimlachte en knuffelde hem terug. Gijs was het liefste tweejarige jongetje dat ik kende, zonder twijfel.

Een kwartiertje later zat ik in mijn auto, op weg naar Prince's Castle. De woorden van Gijs spookten door mijn hoofd. Dat joch had in vijf minuten mijn hele humeur veranderd. Tuurlijk wilde ik het wel goed maken, maar dat kon niet zomaar. Ik was nog steeds boos, hoewel het ergste wel vervaagd was. Mijn leven was zo veel makkelijker toen ik Danique nog niet kende... Na twee maanden kon ik haar eindelijk uit mijn hoofd zetten en dan komt ze nota bene in mijn eigen huis aanzetten. Het maakte me gek. Zíj maakte me gek. Het klonk zo cliché, maar het was wel zo. Zelf wist ik ook wel wat dat allemaal bij elkaar betekende, ik gaf het alleen nog niet toe. Nadat ik geparkeerd had liet ik mijn hoofd op mijn stuur vallen. Wat moest ik hier nou mee...

Die nacht lag ik woelend in bed, niet in staat om in slaap te vallen. 'Waarom, waarom, WAAROM?!' kreunde ik rond drie uur 's nachts. 'Waar heb ik dit aan verdiend? Wat heb ik gedaan?' Ik drukte mijn gezicht in mijn kussen en kneep er in met mijn handen. Opnieuw en opnieuw speelden de afgelopen vier maanden zich in mijn hoofd af. De nadruk lag -hoe kon het ook anders- overduidelijk op de momenten die ik met Danique had meegemaakt. En dan het liefst naar momenten dat ik naar haar schreeuwde, haar uitschold, haar knuffelde of mezelf compleet voor schut zette.

Mopperend draaide ik me op mijn rug. Was 't nou warm hier of lag dat aan mij? Langzaam legde ik mijn hand op mijn voorhoofd. Damn it, ik kreeg nog koorts ook. Gedoe allemaal... Waar had ik die afstandsbediening gelaten? Slaperig kwam ik overeind en kroop naar de rand van het bed. Ik deed het nachtlampje aan en opende de la van het nachtkastje daaronder. Na een beetje gerommel vond ik hem onder een stapel papier. Ik gaapte uitgebreid en drukte een paar knoppen in. Meteen begon de airco te blazen. Ach, zo zal 't wel goed zijn. Ik rommelde nog wat in het kastje zonder er echt mijn hoofd bij te gebruiken. Wat was er precies mis met me de laatste tijd? Ik kon niets meer normaal doen, nergens meer normaal heen, nooit meer normaal nadenken...

Ik beet zachtjes op mijn lip en viste een foto uit de la. Ik keek er kort naar en ging toen rechtop zitten. Mijn rug leunde tegen de achterkant van het bed en mijn knieën had ik een beetje opgetrokken. 'Jíj,' mompelde ik en zuchtte een keer, mijn blik niet van de foto afhalend, 'bent echt een trút.' Ik volgde haar vlecht en staarde in haar felblauwe ogen. Ze leek jonger in deze foto, maar ik wist niet precies hoe jong. 'Wat moet ik tegen je zeggen om er voor te zorgen dat je mij en mijn hoofd met rust laat?' Ik haalde de kreukels een beetje uit het papier, voorzichtig met mijn vingers over haar gezicht strijkend. 'Wat moet ik doen zodat je me niet meer aankijkt alsof ik je ieder moment neer ga steken?' Ik veegde een beetje stof van haar wangen en zuchtte opnieuw. 'Ik moet echt gaan slapen.' mompelde ik en legde de foto terug in de la. 'Het is officieel, ik ben getikt.' zei ik tegen mezelf en rolde mezelf op in mijn dekens. Nog steeds te warm. Ik gooide ze van me af en trok mijn shirt uit. Beter, beter. Ik ging weer goed liggen en sloot mijn ogen. Morgen -nee, nee, vandaag was dat- zou ik mijn excuses aanbieden. Of in ieder geval een poging doen tot een gesprek.

De volgende avond stond ik voor de deur van Gijs' logeerkamer. Waarom deed ik dit eigenlijk? Zij kon toch ook wel haar excuses aan míj aanbieden? Ik bedoel; uiteindelijk was het haar eigen schuld. Zíj was bij míj komen werken, niet andersom... Hoewel ik wel moest toegeven dat het niet erg vriendelijk was om haar te zeggen dat "zij beter op de plaats van haar vader had kunnen liggen" of wat ik ook precies had gezegd. Nou goed, doet er ook niet toe. Ik hoorde aan de andere kant van de deur een boek dicht gaan en wat vaag gemompel. Vermoedelijk moest Danique Gijs voorlezen uit een van z'n sprookjesboeken of zo. Hmm, ik moest snel iets nuttigs verzinnen om te zeggen...

DANIQUE
Ik legde het boek in de grote kast die er stond. "De gelaarsde kat", wist ik ook weer hoe dat verhaal ging. Ach ja, gezellig. 'Ga je nu slapen?' vroeg ik en knielde naast Gijs' bed neer. 'Ja hoor. Slaap lekker Nanique-paniek.' zei hij braaf en kroop wat verder weg onder de dekens. De enorme glimlach zat ongeveer op zijn gezicht vastgeplakt. 'Goed zo. Welterusten Gijsje-waterijsje.' antwoordde ik grijnzend en drukte een kusje op zijn voorhoofd. Ja, Gijs en ik hadden bijnamen voor elkaar gevonden. Het leek Gijs een fantastisch idee om mij Nanique-paniek te noemen nadat ik helemaal flipte toen ik in zijn stoel wakker werd en hij er niet was, daarna was Gijsje-waterijsje al gauw bedacht. Wat een humor... 'Tot morgen.' zei hij nog lachend toen ik het licht uitknipte en mijn hand op de klink legde.

'Jay?!' riep ik geschrokken toen ik de deur open deed en zag wie er achter stond te wachten. 'W-Wat-' 'Kom even mee.' zei hij en pakte mijn arm vast. 'Wat is er, ome Jay?' 'Niets Gijs, ga maar slapen.' En met die woorden trok hij me de kamer uit. 'Waar ben je mee bezig?!' riep ik verbaasd toen ik meegetrokken werd. 'Rustig, rustig...' Hij liep de gang naar zijn kamer in, trok mij met zich mee. Daar was ik vandaag trouwens ook nog geweest, hèhè, maar daar zou hij vanzelf achter komen.

Ik voelde dat hij me los liet op het moment dat we voor de deur van zijn kamer stonden. Zou het hem opvallen dat de deur nog wat open stond? Nah, vast niet. 'Waar slaat dit op?!' riep ik verontwaardigt en wreef over mijn pols, het deed best zeer... Jay reageerde er niet op en stuurde een kamermeisje weg. Ik mopperde wat en ging op de stoel zitten, waarvan ik overigens niet zeker wist of hij wel echt bedoelt was voor zitten, of dat hij er gewoon voor de sier stond.

'Danique.' zei hij en leunde tegen de muur aan de andere kant van de gang. 'Vertel.' antwoordde ik kort en sloeg mijn linkerbeen over mijn rechter heen. Hij leek even na te denken over wat hij ging zeggen en sloeg zijn ogen neer. Ik beet zenuwachtig op mijn lip. Wat wilde hij van me, zo ineens? Was dit geen goed moment om mijn excuses aan te bieden? 'Eh... Jay, ik eh...' haperde ik en keek ook naar beneden. Wat een emotie-switch zo ineens.

'Het spijt me.' zeiden we in koor. Verrast keek ik omhoog, Jay deed hetzelfde. Voor het eerst sinds tijden zag ik weer een glimlach op zijn gezicht komen. Een kleintje, maar het was toch wat. 'Ik eerst.' zei ik, weer naar beneden kijkend. Ik legde mijn handen op mijn knieën en speelde met mijn vingers. 'Het was stom van me om bij Prince's Castle te komen werken. Als ik dat niet gedaan had, was dit nooit gebeurd. Sorry.' Het was eruit, en dat voelde goed. Heel goed. Jay mompelde wat, pauzeerde even en zei: 'Het spijt me dat ik dat ene zei, over je vader en dat jij... Nou ja, je snapt wel wat ik bedoel.' Hij zuchtte zachtjes, wel hoorbaar. Op dat moment kwamen er voetstappen onze kant op.

Ik keek opzij en zag Esmée onze kant op komen. 'Wat is er hier aan de hand? Kennen jullie elkaar?'
'Esmée, laat ons even.' zei Jay, ietwat geïrriteerd door deze onderbreking.
'Met 't verkeerde been uit bed gestapt?'
'Heel grappig.'
'Zeker, zeker. Maarre, ik heb nog wat gevonden voor je.'
Esmée gooide een papieren zakje naar Jay toe.
'Dankje, nog meer te zeggen?'
'Nee hoor, ik laat jullie wel weer alleen. O ja, Danique, ik ben er weer, dus kom je zo nog even naar beneden? Dan kun je daarna gaan.'
Ik knikte en volgde Esmées bewegingen toen ze wegliep.

Nou, dat was een moment-ruiner... Wat moest ik nu zeggen dan? 'Ik eh... Ga maar naar beneden.' zei ik na een poosje en stond op. 'Nee, dat is ongemakkelijk.' antwoordde Jay en keek me nu aan. Ik keek even vaag terug, maar herstelde me snel. Na een korte pauzering ging hij verder. 'Zullen we 't gewoon vergeten?' Ik knikte. 'Vergeven en vergeten dan maar?' voegde ik er aan toe en stak mijn hand naar hem uit. 'Ja, dat ja.' Hij pakte mij hand vast en schudde hem. Ik glimlachte, voelend dat er een hele last van mijn schouders afgleed. 'Dan ga ik me nu omkleden.' zei hij en liet mijn hand los. Ik knikte, draaide me om, maar nog voor ik twee stappen had gezet herinnerde ik me iets. 'JAY! Je moet niet-' Maar hij had de deur al open gedaan.

Die middag had ik een flinke emmer water op de deur gezet, als wraakactie na gisteren. Wat ze in tekenfilms ook wel eens deden; een ladder tegen de deur, deur op een kier, emmer op de kier. Ik had niet echt verwacht dat we het nu al goed hadden gemaakt... 'Dit heb jij gedaan hè?' vroeg Jay zonder enige emotie in zijn stem. Hij had de deurklink nog in zijn hand, zijn gezicht was de andere kant op gericht. Het water drupte langs alle kanten van zijn lichaam af, hij was kletsnat. 'Eh...' Moest ik gaan rennen? Of moest ik nu juist helpen of wat dan ook? Jay liep snel zijn kamer in. Op de één of andere manier kreeg ik het gevoel dat dit wel eens slecht kon aflopen, op wat voor manier dan ook. Ik kende Jay langer dan vandaag.

Misschien was het beter als ik me nu uit de voeten maakte... Zachtjes draaide ik me om en liep ik richting de trap. Op dat moment hoorde ik een "splash" en voelde ik ineens een hele plens water tegen me aankomen. 'AAAA~' gilde ik. Koud, koud, koud, koud! Ik voelde het water langs mijn rug naar beneden glijden. Met een ruk draaide ik me om. Achter me stond Jay -verassend, nou, niet echt nee-. Hij had de slappe lach en gooide het laatste beetje water uit de emmer nu tegen mijn voorkant aan. 'Oh, fantastisch dit.' schaterde hij en zette de emmer op de grond. 'Poeh, nou en of ja.' antwoordde ik en liep op 'm af. Op een halve meter afstand begon ik mijn hoofd driftig heen en weer te schudden, waardoor de druppels er vanaf schoten, ook in de richting waar Jay stond.

'Hou op! Hou op!' zei hij lachend en hield zijn handen voor zijn gezicht, zette een stap achteruit. 'Je bent nog veel te droog daar.' zei ik en schudde nog even door. Ik voelde me net een hond, en zo zag ik er waarschijnlijk ook uit. 'Oh, oh! Op die fiets! Dan ben jij ook nog te droog. Kom, ik help wel even.' Hij grijnsde en stapte op me af, ik stond onderhand alweer overeind. 'Dat is echt lief aangeboden, maar dat hoeft echt niet hoor.' zei ik voorzichtig en trok mijn wenkbrauw op. 'Maar nee, ik sta erop.' Ik zette een stap achteruit, maar hij ging er een vooruit. Dat ging zo een paar stappen door.

Totdat hij me plots stevig vastpakte. 'Verfrissend, nietwaar?' vroeg hij spottend, terwijl hij mij tegen zich aan drukte, mijn voeten kwamen zelfs al bijna van de grond. 'AAAA~' gilde ik opnieuw. 'JE BENT KOUD EN NAT! LAAT ME LOS! AAAA~' gilde ik lachend en duwde hem een beetje op plekken waar ik bij kon, aangezien mijn armen onder de zijne geklemd waren. Ik gilde opnieuw wat over iets kouds, maar Jay reageerde er niet op en draaide lachend een beetje heen en weer.

'JAY! LAAT. ME. LOS!' schreeuwde ik wiebelend. Ik draaide mijn gezicht wat bij, zodat ik nu naar boven keek. Zo kon ik hem ook nog een beetje aankijken. Nu merkte ik pas hoe dicht onze gezichten bij elkaar waren, er zat nog maar een paar centimeter tussen. Meteen voelde ik mijn wangen weer opwarmen. Fúck. Jay had zijn ogen gesloten en zijn mond vormde een grote lach. Snel keek ik weer omlaag. Wees dan ook niet zo aantrekkelijk, zak. 'ARGHUFSTULFTSJ~' schreeuwde ik, een oerbrul, of iets in die richting. Super charmant. 'Oke, oke, we staan nu wel weer quitte.' lachte Jay en zette me weer op de grond. 'Dat is je geraaien ja.' mompelde ik en wrong mijn shirt een beetje uit. 'Ik ben kletsnat.' klaagde ik en bekeek mezelf. 'Klopt. Ik ook.' antwoordde Jay droog. Nou ja, streep dat droog maar door.
Dat was allemaal leuk en zo, maar ik moest ook nog naar huis. En het was februari: er lag sneeuw, het was laat, donker en koud. 'Zeg Jay. Ik ben hier naartoe gekomen op mijn brommer, hoe denk je dat ik weer thuis kom zonder echt extreem ziek te worden?' vroeg ik en keek opnieuw omhoog, focussend op zijn neus, aangezien ik onderhand doorhad wat er zou gebeuren als ik hem recht aan keek. 'O ja. Eh... Niet over nagedacht eigenlijk.' zei hij en wreef een keer in zijn nek. 'Goed voorbereid kerel, ik ben trots op je.' antwoordde ik, toch wel blij dat de spanning tussen ons weg was. 'Kom maar even mee, dan krijg je een handdoek.' Ik knikte en keek naar hoe hij zijn kamer weer in liep. 'Ya! Kom dan ook.' riep hij toen hij merkte dat ik een beetje dom in de gang bleef staan. 'Oke dan.' antwoordde ik vaag en liep toch maar achter hem aan.

Eenmaal in zijn kamer kreeg ik een handdoek tegen mijn gezicht aan gegooid. 'Vangen.' kwam er nog achteraan. 'Bedankt voor de waarschuwing ja.' murmelde ik en droogde mijn gezicht en mijn haar wat. 'En dit?' vroeg ik tussendoor, wijzend naar mijn kleding. 'Ehm... Je mag wel wat van mij aan?' vroeg hij en ging op zijn bed zitten. Daar moest ik even overna denken, maar ik kwam al snel tot de conclusie dat ik niet veel keus had. 'Doe maar, alsjeblieft. Ik kan mijn eigen broek wel aanhouden hoor.' zei ik, nu toch een beetje ongemakkelijk. Ik pakte met mijn rechterhand mijn linkerelleboog vast en hield hem daar. 'Is goed. Eh, het is wel te groot waarschijnlijk.' 'Dat kan ik wel aan.' Jay stond op en rommelde wat in zijn kast.

'Is dit goed?' vroeg hij en gooide een wit shirt en een paarse pull-over in mijn richting. Ik knikte en ving de sweater, maar liet het shirt per ongeluk op de grond vallen. Tsja, mijn vang-skills waren nog niet verbeterd. Ik raapte hem op en legde ze beide over mijn arm. 'Maarre... Als je het niet erg vindt, kleed ik me liever ergens anders om.' zei ik en keek naar mijn voeten. 'Eh... Ja... Hiernaast is een badkamer. Die deur door en je bent er.' zei hij en wees naar een deur aan mijn linkerkant. 'Dankje.' zei ik en opende die deur.

Met veel moeite kreeg ik mijn shirt over mijn hoofd heen. Het plakte aan alle kant aan mijn lichaam vast. Mijn broek daarentegen was wel redelijk droog gebleven. Aan de achterkant een beetje, maar dat zou ik wel overleven. Ik pakte de handdoek die ik net ook gebruikt had en depte mezelf droog. 'Mooie badkamer hoor.' fluisterde ik tegen mezelf. Het was wit, heel wit, en opnieuw groot. Er stond een bad en een douche, wastafels, wc etc. Allemaal wit. De vier lampen naast de spiegels aan de wand verlichtten de boel.

Ik pakte het shirt op en gooide de handdoek over de rand van het bad. Met een simpele beweging trok ik hem over mijn hoofd en deed ik hem goed. Daarna deed ik hetzelfde met de trui. Ze waren beide -zoals verwacht- veel te groot. De mouwen van de sweater hingen over mijn handen heen, waardoor alleen mijn vingers er half doorheen kwamen. De onderkant kwam tot halverwege mijn kont. Doordat hij aan de onderkant wat strakker was, zat hij wat tegen mijn heupen aan. Het shirt was er alleen voor de warmte, hoewel hij er bij mijn nek wel wat onder de v-hals van de sweater vandaan kwam. Ach, ik ging ook geen modeshow lopen, waar maakte ik me druk om? Ik vlocht mijn haar rommelig over mijn schouder, zodat het mijn rug niet nat zou maken.

JAY
Zelf trok ik ook even een droog shirt aan. De rest kwam zometeen wel, na het douchen of zo. Ik zag wel. Met een plof liet ik me op het bed vallen terwijl ik wachtte op Danique. 'Aah...' zuchtte ik opgelucht. Ik voelde me best wel slecht, koortsig, maar dat zou wel beter worden na een nachtje goede slaap. Op dat moment hoorde ik de deur opengaan. 'Heb je misschien een plastic tas of zo? Voor mijn natte kleren.' Danique was dus klaar. 'Vast wel.' mompelde ik en kwam overeind.

Ik had al gezegd dat ik Danique zeker niet onaantrekkelijk vond in vrouwenvorm, toch? Vreemd om dit te zeggen, maar ik moest toegeven dat ze echt prachtig was als ze zo voor me stond, zoals ze er nu uitzag. In mijn eigen, veel te grote trui zag ze er echt lief uit. Ik weet niet. Ze had nu gewoon zo'n uitstraling, terwijl ik zelf ook dondersgoed wist dat Danique echt niet altijd lief en aardig was. En dan zo'n natte vlecht over haar schouder, met wat losse plukjes in haar gezicht. Haar houding liet zien dat ze het een beetje ongemakkelijk vond om mijn kleren aan te hebben, maar dat maakte haar ook wel weer schattig. Eigenlijk had ik nu een foto willen maken, maar dat stond wel heel vreemd. Ik raapte mezelf gauw bij elkaar en stond op. 'Hier onder de bank lag volgens mij wel wat.' zei ik snel en liep met mijn rug naar haar toe naar de bank. Het eerste het beste tasje viste ik er moeilijk onderuit, ik werd spontaan onhandig. Typisch.

'Eh... Doe hier maar in.' zei ik en liep naar haar toe, het tasje voor me uitgestoken. 'Dankje.' antwoordde ze en stopte haar spullen erin. 'Dan breng ik je morgen je spullen wel terug. Of ik geef ze aan Esmée.' voegde ze eraan toe. Ik knikte een keer. 'Zie maar. Ik kan ze wel even missen.' zei ik en wreef een keer in mijn nek. Zo stond ik een poosje, ongemakkelijk en niet wetend wat precies te doen of zeggen. Gelukkig was ik niet de enige van ons twee.

Danique verbrak de stilte. 'Dus...' zei ze, gevolgd door een korte pauze. 'Dan ga ik maar naar huis. Nogmaals bedankt voor de kleren.' zei ze, zoekend naar de juiste woorden. 'Ja, eh... Doe dat ja. Kijk goed uit, 't is glad. Anders moet ik mijn trui straks op komen halen in het ziekenhuis.' zei ik en lachte dom om mijn grap. Ach Jay, wat ben je toch hilarisch. Echt, ontzettend. Ik kon mezelf wel voor m'n kop slaan. 'Dat zal wel lukken hoor.' zei ze en keek nu opnieuw omhoog, waardoor onze blikken kruisten. Voor een paar seconden keken we elkaar aan. Er borrelde iets in mijn buik, heel vreemd, niet te omschrijven, maar Danique keek al weg. 'Dan ga ik maar. Tot ziens!' zei ze, met een vreemde toon in haar stem. Ik schudde mezelf wakker en volgde haar bewegingen toen ze naar de deur liep. 'Ja, ja.' antwoordde ik afwezig en zwaaide een keer. Met een klap sloeg de deur dicht.

Wanneer ik zeker wist dat ze weg was, liet ik me achterover vallen. Op mijn bed, dat dan wel. Een diepe zucht ontsnapte tussen mijn lippen door. 'Waarom? Waarom waarom waarom waarom?' murmelde ik en draaide me op mijn zij. 'Waarom ik?' kwam er nog achteraan. Als vanouds had ik weer beelden van Danique door mijn hoofd spoken. Er was nu trouwens een nieuwe opname aan mijn -onderhand al redelijk grote- collectie toegevoegd. 'Waaromwaaromwaarom?' ijlde ik weer en draaide me op mijn andere zij. Ik maakte mijn hele bed nat zo, maar dat maakte me niet uit. Ik liet wel iemand komen om het op te ruimen. Net als al dat water dat onderhand overal lag. 'Als ze dat niet had gedaan, was dit allemaal ook niet nodig geweest...' O god, nu werd het helemaal mooi. Nu praatte ik ook al tegen mezelf. Fijn, geweldig zelfs.

DANIQUE
De volgende dag liep ik weer het huis door met Gijs. Het was onderhand drie uur en ik hoefde ook maar tot half zes op te passen. Esmée had 's ochtends geen afspraken en 's middags zou ze ook weer vroeg terug zijn. Morgen moest ik dan wel weer een hele dag, maar overmorgen de hele dag niet. Dan ging ze samen met Gijs naar een pretpark of zo, ik wist 't niet meer precies. 'Gijs, ik moet dit even aan je oom geven. Vind je dat goed?' Hij knikte wild en pakte mijn hand vast. 'Ik breng je wel even.' zei hij heldhaftig en liep voor me uit. Echt een lieffie. 'Is hij wel thuis dan?' Jay zou toch afspraken hebben nu? Een of andere rijke stinkerd die wat van 'm nodig had? Weet ik het. 'Ja hoor.' 'O.' Ik liep braaf achter hem aan, het plastic tasje met de kleren in mijn vrije hand houdend.

'Hebben jullie al sorry gezegd?' vroeg Gijs toen we bijna bij Jays kamer waren. Alleen had ik 'm ook wel gevonden, maar toch. 'Ja, ongeveer ja.' antwoordde ik glimlachend. 'JEEJ! En gaan jullie nu trouwen?' vroeg hij daarna terwijl hij zich omdraaide. Ik lachte hardop en tilde Gijs op mijn arm. 'Dat denk ik niet Gijs.' zei ik daarop en deed een van de twee deuren open. Waarom zou Jay eigenlijk in zijn kamer zijn? Nou ja. 't Zal ook allemaal wel.
'Echt niet?'
'Sorry Gijs.'
'Maar... Maar... Je vindt hem toch lief? Dat is toch goed?'
Dat begrijp je wel als je groter bent, Gijsje-waterijsje. 'Tuurlijk is Jay lief.'
'Dan kun je toch trouwen?'
'Trouw jij met elk meisje dat je lief vind?'
'Dat is wat ande-hers!' Ik lachtte en deed de deur open.

'Jay?' vroeg ik voorzichtig toen ik zag dat hij nog in bed lag. Langzaam opende hij een oog. 'Hai.' zei hij sloom en zwaaide vaagjes met de hand die hij bij zijn hoofd had liggen. 'Waar ben jij nou mee bezig dan?' Ik liep wat verder de kamer in en zette Gijs op de grond. 'Ik wacht op de bus. Dat zie je toch?' antwoordde hij alleen en sloot zijn oog weer. 'Je doet ergens iets niet goed.' zei ik al even droog als hij. 'Vertel mij wat.' Hij wilde nog wat zeggen, maar Gijs was hem voor. 'Ome Jee! Ome Jee!' Gijs rende op 't bed af en sprong erop. Dat wil zeggen; hij sprong er tegenaan, maar kreeg zichzelf er uiteindelijk toch nog bovenop. Ik liep er maar achteraan. Het ongemakkelijke gevoel van gisteren kwam weer een beetje terug, ookal probeerde ik het te onderdrukken. 'Nanique zei dat jullie niet gingen trouwen!' 'GIJS!' riep ik geschrokken en rende naar 'm toe. Ik wilde hem oppakken, maar hij was al bij Jay gaan zitten.

'Zo zo... Dat is gemeen.' zei Jay met een grijns van oor tot oor. Gijs knikte. 'Maar dat moet je wel doen hoor! Dan is ze mijn tante! Ja toch?' 'Zeker Gijs.' antwoordde hij weer. 'Maar jullie hadden wel sorry gezegd! Dan vinden jullie elkaar toch weer lief? Grote mensen zijn echt dom!' Hij hief zijn armpjes gefrustreerd in de lucht. 'Nanique zei zelfs dat ze je lief vond! Wat wil je dan nog?' 'GIJS!' riep ik weer en sloeg mijn handen voor mijn ogen. Tjsa, daar stond ik dan. Ik kon wel door de grond zakken. Gijs zat nog wat te murmelen, maar ik kon het niet meer verstaan, doordat Jay er doorheen kwam met de slappe lach of iets in die richting.

Na een paar minuten kwam ik er weer tussen. 'Eigenlijk kwam ik alleen deze brengen.' zei ik, proberend mezelf bijeen te houden. 'O ja. Leg maar op de bank, dan zoekt iemand anders 't straks wel verder uit.' zei hij terwijl hij bijkwam van het lachen. 'En als je dan toch loopt' voegde hij er aantoe: 'kun je dan ook dat zakje uit de badkamer pakken? Een bruine of zo. Kan niet missen.' vroeg hij en zakte weer wat onderuit. 'Ik pak 'm wel!' riep Gijs en sprong van het bed af, rende naar de deur en de badkamer in. Gelukkig stond de deur op een kier, anders was hij er sowieso niet ingekomen. 'Wat zit erin dan?' vroeg ik uit nieuwsgierigheid en liep weer een beetje in de richting van het bed. Dat praatte wat makkelijker. 'Medicijnen. Aspirines en zo. Ik was nogal koortsig de laatste tijd, dus blijf ik een dagje hier.' antwoordde hij en klopte naast zich op bed. 'Ga maar zitten hoor. Ruimte zat.' Hij was nog redelijk relaxt voor een zieke. 'Oke dan.' Het zou nog wel even kunnen duren voor Gijs terug kwam, als hij uberhaupt dat zakje al kon vinden.

'Dus...' O jee... Nu zou je 't krijgen. 'Jij wil niet zomaar met mij trouwen he? Wat onredelijk van je.' begon hij grijnzend, hoewel zijn ogen nog steeds gesloten waren. 'Tss...' zei ik en gooide een kussen naar zijn hoofd. 'He! Pas op voor de zieke ja.' grinnikte hij en gooide het kussen terug. Het kussen miste ontzettend, maar dat zag hij ook niet. 'Gijs begon daar zo over en weet ik veel wat je dan zegt tegen een tweejarig jongetje...' Hopeloos probeerde ik mezelf een beetje te verdedigen. Ik voelde dat ik weer rood werd, dat kon er ook nog wel bij. 'Ik wist het ook niet hoor.' 'Hoe bedoel je?' 'Gijs had hetzelfde tegen mij gezegd.' Ik sloeg mijn armen over elkaar en maakte een paar geluiden van ongeloof. 'Dat joch zit ons gewoon te koppelen!' riep ik verontwaardigd.


'Slim kind he? Maar dat moet jou niet uitmaken. Jij vond mij toch al lief.' lachte hij daarop en opende een oog, keek me daarmee aan. Als antwoord gooide ik weer een kussen naar zijn hoofd. 'Jij trekt veel te snel conclusies!' Ik gooide nog een kussen en sloeg mijn armen over elkaar. 'En hoe verklaar je dan dat je nu knalrood bent?' 'Ben ik niet!' 'Dat zie ik toch?' 'Helemaal niet!' Ik draaide me om naar het raam en staarde naar buiten. Ik hoorde wat achter me verschuiven en trok argwanend een wenkbrauw op. Op dat moment voelde ik een hand op mijn schouders die me omlaag trok. Nog voor ik het doorhad, lag ik met mijn hoofd op Jays schoot. 'Echt wel.' zei hij droog, nadat hij overeind was komen zitten en mijn gezicht uitgebreid had bestudeerd. Ik schrok even van de korte afstand die er nog tussen onze gezichten zat en voelde dat ik alleen maar roder werd. Opnieuw dat vreemde gevoel in mijn buik. Het draaide rond, het kwam omhoog en ging weer omlaag. Het voelde op zich wel fijn, maar ik wist niet wat ik er mee moest. Heel vreemd. Ik zocht naar woorden om te antwoorden, maar er kwam niets uit mijn mond. Ik wilde wel wat doen, maar mijn lichaam werkte niet mee. Jay en ik waren beide stil. Beide verwikkeld in onze eigen gedachtengang, totdat ik merkte dat Jays gezicht steeds dichter bij dat van mij kwam...

Mijn hart bonsde in mijn keel en mijn ogen konden niet meer wegkijken van zijn gezicht. Waar was hij mee bezig? Waar was IK mee bezig? 'GEVONDEN!' riep Gijs plotseling en rende op ons af. Geschrokken schoot ik overeind. Ook Jay zat ineens weer rechtop, maar liet zich al gauw achterover vallen. 'Eh.. Goed zo, kom maar.' zei ik, een beetje verward. Wat was er aan de hand? Wat gebeurde er? Ik stond op en pakte Gijs op, zette hem met het zakje in zijn hand op bed. 'Wat heb je nodig?' vroeg ik. Ik probeerde te doen alsof er niets gebeurt was, maar ik hoorde zelf ook wel dat mijn stem zenuwachtig trilde. 'Geef me het witte flesje maar.' zei hij. Er klonk een beetje teleurstelling door in zijn stem, maar dat kon ook mijn verbeelding zijn. 'Ik geef het wel!' riep Gijs enthousiast en begon in het paieren zakje te graaien, totaal geen idee van de sfeer die in de kamer hing.

'Beterschap!' zei ik nog en deed de deur achter mij en Gijs dicht. 'Pfff...' zuchtte ik opgelucht en ademde een keer diep in en uit. 'Kom Nanique! We gaan met de Duplo!' zei Gijs vrolijk en rende voor me uit. 'Hoo~ Rustig. Je mag niet alleen de trap af hè?' riep ik hem na en zette de achtervolging in. 'Jaaa-haa! Schiet nou maar op, Nanique-paniek!' Hij lachte en versnelde zijn pas nog wat. Niet dat dat veel uitmaakte, aangezien mijn benen ongeveer vier keer zo lang waren als die van hem, maar toch.

Die avond liet ik mezelf moe achterover vallen op mijn bed. Ik was blij dat ik vandaag weer een keer op tijd naar bed kon. Dat had ik al te lang niet gedaan. Echt te lang. Nadat ik thuis was gekomen had ik ook alleen maar klusjes gedaan, beginnend met het uitzoeken van noten en het naaien van knuffels natuurlijk. Daarna ramen lappen, stofzuigen, afstoffen en ga zo nog maar even door. Met een laatste krachtinspanning trok ik de dekens over me heen en zocht ik een comfortabele ligpositie. 'Ah~' mompelde ik zachtjes, doch tevreden. Ik sloot mijn ogen half en keek naar Lia die een laatste hand legde aan haar wiskundehuiswerk, zittend op de grond met een bureaulampje naast zich en haar boeken over de grond verspreid. Waarschijnlijk ging ze ook zo slapen. Ze rekte zich een keer uit en sloeg haar boek dicht. 'Klaar!' zie ze enthousiast en schoof het spul richting haar tas, te lui om er verder wat mee te doen.

'Lia?' vroeg ik nadat ik zag dat ze op haar bed was gaan zitten en haar haar begon te vlechten. 'Ja?' 'Denk je dat Jay...' Ik maakte mijn zin niet af, ik wist ook niet precies hoe ik hem moest eindigen. Wat wilde ik nou precies vragen? Misschien moest ik eerst gaan denken voordat ik wat zei. 'Dat Jay wat? Wat heeft 'ie nu weer uitgehaald?! Moet je hem niet gewoon eens een klap verkopen?!' antwoordde ze, direct in de aanval gesprongen. 'Nee! Nee. Eh... Denk je dat hij...' Weer pauzeerde ik. Wat bedoelde ik nou? 'Maak je zin af.' O ja. 'Denk je dat hij mij leuk kan vinden?' Zo. Dat was eruit. 'Waar komt die vraag ineens vandaan?' 'Dat doet er niet toe.' probeerde ik nog, maar ze kwam al mijn kant op. Met een zucht kwam ik overeind. Ik kon wel raden waar dit heen zou gaan.

'Heeft Danique een oogje op haar ex-baas?' Lia kwam naast me zitten en keek me aan met een enorme grijns en pretoogjes. 'Echt niet!' zei ik en sloeg mijn armen over elkaar heen. 'O echt wel.' zei ze plagend en prikte een keer met haar vinger in mijn arm. 'Oke, oke, misschien een beetje.' gaf ik toe. 'Een beetje?' 'Goed, ik vind hem leuk. Heel leuk ja. Nu tevreden?' Had ik dat nou hardop gezegd? Serieus? Dat was ook voor 't eerst dat ik het echt toegaf aan mezelf. Tot zover had ik er altijd omheen gedraait... 'Goed zo, brave meid. Je kunt 't wel!' zei ze, aaide een keer over mijn hoofd en ging in kleermakerszit zitten.

'Maar goed, over je vraag he... Hij heeft echt niets uitgehaald?' vroeg ze, toch een beetje argwanend.
'Nee, we hebben 't uitgepraat. Een soort van.'
'Klinkt goed genoeg.'
'Maar toch is 't ongemakkelijk...'
'Hoezo?'
'Gewoon, weetjewel...'
'Gefeliciteerd, je bent echt nog waziger dan ooit tevoren.'
'Ja, sorry hoor, ik doe mijn best!'
'Wat is er gebeurt dat het ongemakkelijk maakt. Begin daarmee.'
Ik dacht even na en vertelde toen wat er die middag was gebeurd.

'Heeft hij je serieus bijna gezoend?!' riep ze en sloeg haar handen voor haar mond. Ik wist niet zeker of dat was omdat ze verbaasd was, of omdat ze haar enorme glimlach wilde verbergen. 'Shh!' antwoordde ik en legde mijn vinger op mijn lippen. 'Ik weet 't niet.' vervolgde ik eerlijk. Ik had echt geen idee wat hij van plan was. 'Je denkt toch niet dat hij dat met elk meisje doet? Het lijkt me wel een redelijk groot teken dat hij je leuk vindt hoor.' stelde Lia en keek me aan alsof ze een of andere expert was, terwijl ze zelf ook nog nooit een vriendje had gehad. Of nee, ze had er eentje in groep twee geloof ik, maar goed.

'Dat zou je misschien denken, maar bij Jay kun je dat nooit weten. Misschien was hij wel weer gewoon in een van z'n schizofrene buien. Weet ik veel.' zei ik en liet mijn hoofd steunen op mijn handen.
'ZO erg kunnen die dingen toch niet zijn?'
'Weet ik het?! Die gast heeft de laatste tijd van die momenten... Echt niet goed. En hij was ziek vandaag, misschien was 'ie gewoon aan het ijlen of zo.'
'Een beetje meer vertrouwen in jezelf mag ook wel.'
'Waar moet ik vertrouwen in hebben dan? Ik ben niet slim, mooi, rijk of wat dan ook. Wat zou iemand als hij nou met mij moeten.'
'Jezus, wat ben jij ineens gedeprimeerd dan? Dat is allemaal niet waar Danique. Er zijn genoeg dingen aan jou die je leuk maken.'
Ik glimlachte en sloeg mijn armen om haar heen. 'Dankjewel Lia.'

Toch was ik niet overtuigd. Dat was ook niet heel onlogisch, toch? Als Jay zou willen zou hij zo aan kunnen pappen met 't eerste 't beste supermodel dat hij tegen kwam. Wat moest hij met zo'n lelijk, dom kind als ik? Ik zou nooit kunnen tippen aan zijn niveau. Bovendien; het geld dat ik in een jaar verdiende -als ik goed mijn best deed-, had hij in een week of drie bij elkaar. Zeker als hij ooit al die hotels van z'n moeder zou overnemen. Ik had geen kans. Waar was dit ook uberhaupt voor nodig? Waarom moest ik over dit soort dingen nadenken? Ik kon me beter zorgen maken over of ik morgen wel genoeg geld had om benzine voor mijn brommertje te kopen, anders kwam ik helemaal nergens. Ik moest me niet te veel druk maken om mensen als Jay. Over een week zou ik hem niet meer zien. Alleen nog op de voorpagina van de krant, waar dan in zou staan dat hij een of ander fantastisch contract heeft gesloten, terwijl ik die krant rond moet brengen om brood op de plank te houden.

Die zondag zat ik met Gijs buiten in de sneeuw. De achtertuin van het huis was een fantastische plek om sneeuwpoppen en dergelijke te maken, dus maakten we daar ook maar zo veel mogelijk gebruik van. Nú lag er nog sneeuw. 'Wauw, dat is een grote bal Gijs!' zei ik enthousiast toen Gijs naar me toe kwam lopen met een sneeuwbal die ongeveer even groot was als hijzelf. 'Ja he? Dit wordt een heeeeeeele grote sneeuwpop!' zei hij en deed zijn handen ver uit elkaar. 'Zo groot wordt 'ie!' voegde hij eraan toe. Ik knikte een keer lachend en rolde de bal naast de andere twee sneeuwpoppen die we al gemaakt hadden.

Na nog een kleine twintig minuten kreeg Gijs het koud en besloten we binnen chocolademelk te gaan drinken. Gijs en ik zaten in de woonkamer, tegen de verwarming aan. Een van de kamermeisjes, Naya, had chocolademelk gebracht en die waren we nu aan het drinken. Op een gegeven moment kwam er een vrouw de kamer binnen gelopen die overduidelijk niet bij het personeel hoorde. Ze droeg een rood jurkje, een panty en zwarte stilleto's. Echt van die schoenen waarop een normaal mens nog geen uur kon rondlopen. Zekere niet rond deze tijd van het jaar. 'Pardon, weet je misschien waar ik Jay kan vinden?' vroeg ze nadat ze een beetje rond had gekeken en haar bontjas aan Jacob de butler had gegeven. Had ze het nou tegen mij? Nou ja, er was verder niemand in de kamer... Buiten Gijs dan. 'Eh.. Misschien in zijn kamer?' antwoordde ik maar, aangezien ik niets beters wist. De vrouw schudde haar hoofd. 'Daar heb ik al gekeken.' zei ze met een ietwat arrogante toon in haar stem. Ze draaide zich weer om en liep de kamer uit. Haar blonde *** dansten op en neer bij iedere stap.

'Wat een nare vrouw.' mompelde ik in mezelf en nam nog een slok chocolademelk. 'Wie was dat?' vroeg Gijs en keek van de deur naar mij. 'Geen idee, ik ken 'r ook niet.' antwoordde ik eerlijk en veegde Gijs' chocolademelksnor van zijn bovenlip af. 'Ik vond haar niet aardig.' zei hij en nam ook een slok, waardoor zijn snor net zo hard terug kwam.

Ik zette een knorretje-vormig pionnetje vooruit en gaf de dobbelsteen door aan Gijs. Er stonden geen ogen op, maar plaatjes. 'Ik ga winnen hoor!' riep hij enthousiast en gooide de grote dobbelsteen zo hoog mogelijk. Alles was trouwens groot, het was een spel dat bedoeld was voor kinderen onder de 3, die nog dingen in konden slikken. Hoewel ik Gijs daar niet echt voor aanzag. Uiteindelijk kreeg hij gelijk en had hij ook gewonnen. Daar hoefde ik 'm trouwens ook niet voor te helpen of zo, Gijs was echt een slim jongetje. 'Goed gedaan Gijs! Ga je dan nu even tv kijken? Dan ga ik even naar de wc.' zei ik terwijl ik de spullen terug in de doos stopte. 'Oke Nanique.' zei hij braaf en zette de tv aan. Kort knikte ik en liep naar de wc. Ook die wist ik onderhand te vinden.

Nadat ik mijn behoefte had gedaan liep ik opnieuw de gang door. 'Laat ik een plak cake meenemen voor Gijs.' stelde ik mezelf voor en veranderde van richting. Als ik door de deur links ging kwam ik in de eetkamer uit, toch? Daarachter zat dan weer de keuken. Volgens mij wel. Zonder enige vorm van tact zwaaide ik de deur open en stapte ik naar binnen. Wat ik daar zag, bleef ik nog wel een tijdje zien. Niet letterlijk, maar in mijn gedachten zou dat beeld nog wel even rondspoken...

Ik stotterde en sloeg mijn ogen neer. 'S-sorry, ik eh... Verkeerde deur. L-let niet op m-mij. Sorry!' zei ik en draaide me om, de deur bijna uit rennend. Eigenlijk had ik wel de goede deur, meer het verkeerde moment om door die deur heen te gaan. 'Danique! Wa-' De rest hoorde ik niet meer, omdat ik de deur al keihard achter me dicht had geslagen. Ik ademde een paar keer diep in en uit en rende toen snel de gang uit, terug naar de woonkamer.

Eenmaal daar ging ik bij Gijs zitten en trok hem op mijn schoot. Waarom had ik ook ooit gedacht dat hij me leuk kon vinden? Waarom? Als ik hem was, had ik ook voor die vrouw gekozen. Groot gelijk. Die vrouw was rijk, knap en vast heel slim. Waarschijnlijk had ze ouders die één of andere bank hadden of zo. Tsja, dan kom ik eraan met als beste eigenschap "eigenwijs zijn". Ja, erg positief. Dat was dé manier om aan te pappen met Jay. Ik zuchtte zachtjes en legde mijn hoofd tegen Gijs aan. Wat was de wereld toch oneerlijk verdeeld.

'Nanique? Waarom huil je?' vroeg Gijs, mij uit mijn gedachtes halend. Huilde ik? Snel veegde ik over mijn wang, waardoor ik voelde dat mijn hand nat werd. Kút. 'Nergens om Gijs.' zei ik en sloot hem stevig in mijn armen. Ik had gewoon even dat gevoel nodig. Eventjes maar. Misschien was het wel goed dat ik dit gezien had. Het maakte wel wat dingen duidelijk en het voorkwam een aantal ongemakkelijke sitaties. Ach, bekijk het positief: nog een paar dagen, en ik zag hem nooit weer. Dan kon ik gewoon verder met mijn leven. Na een paar dagen, weken misschien, vervaagde dat beeld ook wel. Bij de gedachte eraan stroomden er nog meer tranen geluidloos over mijn wangen. 'Nanique! Niet huilen! Ik ga nog niet weg hoor!' probeerde Gijs terwijl hij met zijn kleine, warme handjes de tranen van mijn wangen af veegde. 'Nee, precies. Je bent er nog, toch?' zei ik, meegaand in zijn beredenering. 'Ik ga jou ook missen, hoor!' voegde hij er aan toe en sloeg zijn armpjes om me heen. Ik knuffelde hem rustig terug en veegde mijn wangen nog een paar keer droog.

'Zullen we een stukje gaan lopen? Eventjes weer naar buiten?' vroeg ik na een minuutje of wat. 'Ja! Dan gaan we langs de speeltuin! Kom, Nanique-paniek!' zei hij enthousiast en rende de gang al in. Ik glimlachte een beetje en deed de tv uit. Eigenlijk stelde ik het niet eens echt voor omdat Gijs het graag wilde, maar omdat ik zelf geen zin had om Jay tegen het lijf te lopen. Het zou niet zo heel lang duren voordat hij naar Prince's Castle moest, dus dan kon ik tegen die tijd weer veilig terug komen. Waarom was ik nou op het idee gekomen om wat te pakken voor Gijs? Waar haalde ik de gedachte vandaan? Aish. Op sommige momenten kon ik mezelf echt wel voor m'n kop slaan. Aangezien die gedachte me wel aan stond, sloeg ik mezelf een keer en liep daarna achter Gijs aan.

'Hij wàt? Danique, ik versta er niets van.' zei Lia en legde een arm om me heen. Ik zuchtte een keer en probeerde een beetje tot rust te komen. Ik knuffelde Lia's kussen en leunde wat tegen Lia aan, die naast me zat op haar bed. 'Ik liep dus die eetkamer binnen -vraag me niet waarom- en hij zat daar zo, met die vrouw op schoot. Je weet wel, dat blonde wíjf met dat korte jurkje. En ze zaten echt uitgebreid te zoenen op die stoel, echt niet normaal. Ze had Jays blouse al bijna helemaal opengemaakt en haar lippenstift zat bijna overal. Toen ik binnenkwam kéék ze me ook vuil aan. Ik wist niet hoe snel ik weg moest zijn.' gooide ik d'r in één keer uit. 'NIET!' riep Lia verbaasd uit en draaide zich naar mij toe. Ik knikte driftig.

'Echt waar. Ik zweer 't je.'
'Wat een klootzak.'
'Ja hé, als hij met 'r wil zoenen, heeft hij daar alle recht op.'
'O nee, dit is toch niet weer dat zelfvertrouwen van je?'
'Nee! Niet eens. Hij heeft toch niets met mij? Verre van.'
'Ja, maar dan nog.'
'Eigenlijk heb ik 't recht niet om zo te lopen zeuren.'
'Oké, oké, maar toch. Hoe verklaar je dat van laatst dan? Toen die gast ziek was?'
'Weet ik veel! Dat vraag ik jou toch?'
'Aish. Bullshït. Hij maakt 't wel een ingewikkeld gedoe.'
'Vertel mij wat.'

De volgende ochtend kon ik niet normaal mijn kranten- en melkrondjes doen. Echt niet. Zelfs het geblaf van Leonardo kon me niet opvrolijken. En het ergste was nog wel dat ik vanaf het begin af aan wist dat ik kansloos was, maar toch dat kleine beetje hoop bleef houden. Ik was echt dom. Maar goed, laat ik daar niet te veel op doorhameren. Ik geloof dat iedereen onderhand wel weet hoe ik over mezelf denk... 'Jij vindt me wel leuk, toch Leo?' vroeg ik de hond, terwijl ik hem uitgebreid door zijn blonde haren aaide. Het enige antwoord dat ik kreeg, was een kwispelstaart. 'Doe ik 't voor.' glimlachte ik en kwam weer overeind. Ik moest maar weer eens verder gaan.

Net toen ik me omdraaide, hoorde ik voetstappen achter me en uitgebreid geblaf van Leonardo. Ik draaide me opnieuw om en zag dat Vincent naar buiten was gekomen. Hij zag er nog erg slaperig uit, maar glimlachte wel naar me. Vincent had zo'n typische glimlach, een beetje playerig. Volgens mij dacht 'ie dat elk meisje daar wel voor zou vallen. Hm, hij had misschien nog wel gelijk ook. Nou ja, bijna allemaal. Bij mij hielp het namelijk ook niets. 'Goeiemorgen. Wat doe jij buiten op dit vroege tijdstip?' vroeg hij en rekte zich een keer uit. 'Dat kan ik beter aan jou vragen, volgens mij.' antwoordde ik, mijn wenkbrauw optrekkend.

'Geloof me, ik had ook liever nog in bed gelegen, maar Jay heeft me wakker gebeld. Hij had mij en Steyn ineens heel dringend nodig.' vertelde hij. Wie was Steyn ook al weer? O ja, die andere kerel. Ook zo'n vriend van Jay. 'Ik dacht dat jij en Jay het hadden bijgelegd?' voegde hij er nog aan toe en deed zijn jas dicht. 'Hadden we ook, dacht ik? Hoezo?' O jee... Wat had ik nu weer gedaan? 'Hm... Ik weet niet meer precies wat 'ie zei. Het was iets met jou en Lisette. Nah, doet 'r ook niet toe. Ga maar verder met dat melk gedoe van je, dan ga ik naar huize De Waart.' Daarna nam hij Leonardo mee naar de auto en reed weg. Jezus, was het zo erg dat ik naar binnen liep? Vond 'ie het nodig om z'n vrienden daarvoor midden in de nacht naar 'm toe te laten komen? En wie was Lisette dan? Die vrouw? Iets zei me dat ik hier nog van zou horen...

JAY
Onrustig zat ik in de leunstoel in de zitkamer. Ik had zowel gister als vandaag geen oog dicht gedaan, ik werd echt ziek van dit gedoe. 'Dus... Gooi het eruit knul.' zei Vincent grinnikend nadat Steyn binnen was gekomen en naast hem op de bank was komen zitten. 'Ja, wat is dat de laatste tijd met die Danique? Je kan nergens anders meer over praten.' vulde Steyn hem aan en leunde met zijn hoofd op de leuning, kijkend naar mij. Ik zuchtte en draaide me om, waardoor mijn hoofd nu van het zitvlak van de stoel afhing en mijn voeten boven de rugleuning uitkwamen. 'Weet ik veel.' mopperde ik en zuchtte nog een keer. 'Oh, volgens mij weet ik 't wel hoor. Je vindt 'r gewoon leuk, kerel. Geef maar toe.' zei Steyn makkelijk en nam een slok koffie. Ik mompelde wat onverstaanbaars en staarde naar het plafond. 'Ja dus.' zeiden ze nu in koor. Ik mompelde weer wat, maar gaf uiteindelijk toe.

'Gefeliciteerd, je hebt zojuist voor het eerst toegegeven dat vrouwen toch niet zó oninteressant zijn.' Vincent klapte grijnzend in zijn handen.
'We zijn trots op je.' Steyn gaf Vincent een high-five en ging weer wat rechterop zitten.
'Jaja, dat zal allemaal wel. Maar wat moet ik nu dan? Ik kan niet zomaar op d'r afstappen of zo. Ik heb Lisette hier ook nog rondlopen.'
'Dus?'
'Danique zag me toen Lisette me weer aan het aanranden was.'
'O. Da's minder.' zei Vincent en trok zijn voeten op de bank.
'Nogal ja. Heb jij nooit in zo'n situatie gezeten? Jij hebt al zo veel meisjes gehad.'
'Buh... Ik heb nooit echt gevoelens voor één van die meisjes gehad, en er kwam ook nooit een trút tussen waar ik van mijn ouders mee moest trouwen omdat dat goed is voor hun bedrijf. Die komt waarschijnlijk nog.' zei Vincent weer, Steyn knikte instemmend.
'Ik heb echt niets aan jullie.' stelde ik vast en liet mijn hoofd van de stoel af vallen.

'Wil je mijn advies? Wacht even.' grijnsde Steyn en pakte zijn mobiel uit zijn broekzak. Na een halve minuut begon het refrein van "Kiss the girl" van De Kleine Zeemeermin te spelen. Vincent lachte hard en high-fifede Steyn alweer. Wat hadden die twee vandaag... 'Ja hé, dat kan ik niet zomaar doen.' protesteerde ik en kwam overeind. Hoewel, ik had 't al bijna gedaan. Het was een perfect moment, totdat Gijs naar binnen kwam en het totaal verpestte. Op dat moment werd Vincent ineens wat serieuzer. 'Weet je Jay, ik denk dat je beter kunt wachten tot het over is. We weten alledrie dat je moeder een draak van een vrouw is, dus de kans dat ze het zomaar goed vindt dat je uitgaat met Danique is vrijwel nihil. Zorg gewoon dat je niet meer aan Danique denkt of wat dan ook, dan gaat het vanzelf over.' sprak hij, redelijk zeker van zichzelf.

Ook Steyn werd redelijk en leek het met Vincent eens te zijn. 'Als je moeder wilt dat je trouwt met Lisette, is dat zo. Kijk naar Esmée, die had ook maar weinig te kiezen. En uiteindelijk heeft ze het prima naar haar zin gekregen.' Hij nam een slok koffie en keek afwachtend in mijn richting. Ik zuchtte een keer en zette mijn ellebogen op mijn knieën, steunde met mijn hoofd op mijn handen. 'Je hebt niet zo veel keus.' voegde Vincent er aantoe. 'Steyn, Vince, ik denk niet dat ik dat kan.' mompelde ik zacht, maar wel verstaanbaar. Langzaam sloot ik mijn ogen, terwijl ik met mijn hand door mijn haar gleed. Telkens als ik mijn ogen dicht deed, zag ik Danique weer voor me. Ik kon haar niet zomaar vergeten? Ik kon niet eens slapen zonder over haar te dromen.

Ik zuchtte nog een keer en kwam weer overeind. Meteen daarna sprong Leonardo kwispelend met zijn staart tegen mijn been aan. 'Jij weet 't ook niet hè?' vroeg ik en aaide over zijn kop. Vincent stond op en pakte Leonardo's halsband van de tafel. Steyn stond ook op en zei: 'Ik denk dat eerst dat gedoe met Lisette moet gaan uitleggen, anders wordt 't allemaal sowieso niks.' Ik knikte en aaide Leonardo nog een laatste keer door zijn haar.

Ik liep het huis weer in en sloeg de deur achter me dicht. Steyn en Vincent waren weggegaan. Vincent omdat hij vandaag iets belangrijks op school had en Steyn moest naar een vergadering in Utrecht. Dat liet me dan weer alleen met mijn problemen. Gezellig. En ik zou vandaag ook nog naar Prince's Castle moeten, waardoor ik Danique misschien wel niet eens meer zou zien. Ja, da's kút ja. Misschien moest ik eerder weggaan of zo. Ja, dat zou ik doen. Ik verzon wel het één of andere smoesje. Ach, meneer Ramaaker liet me toch wel gaan. Als ik geluk had dan. Gijs ging vanavond weer naar huis, dus vandaag was misschien wel de laatste dag dat Danique hierheen zou komen. Dit was misschien wel mijn laatste kans! Ik moest er toch íéts mee doen?

DANIQUE
Ik glimlachte toen ik Gijs naar me toe zag lopen. Vandaag was z'n laatste dag hier, dus zou ik vanaf morgen weer werkloos zijn. Hiep, hiep, höera! Not. Morgen zou ik direct naar nieuw werk moeten zoeken. Zoals 't er zo uitzag, zouden we nooit op tijd genoeg geld hebben om Lia naar die school te laten gaan, ook niet met alle beurzen en subsidies die ze kon krijgen. Ik moest en zou haar op die school krijgen, al moest ik dag en nacht werken! Misschien kon ik wel 't één of andere baantje krijgen voor 's avonds? Het was te proberen...

'Dus Gijs, wat wil je op je laatste dag hier gaan doen?' vroeg ik en zette hem op mijn schoot. 'Ik wil... Eh...' Hij stopte zijn vinger in zijn mond en dacht diep na. 'Weer met de Duplo!' riep hij enthousiast en sprong alweer van mijn schoot af, rende naar de kamer waar de Duplo stond. 'O god, niet alweer.' mompelde ik en zuchtte. Ach, het was de laatste keer, dus laten we d'r wat leuks van maken. 'Het is beter dan de hele dag Dora dvd's kijken.' moedigde ik mezelf weer aan, denkend aan wat ik laatst had gedaan. Ik liep Gijs achterna en ging op mijn standaard plek op de grond zitten. Gijs was al begonnen en drukte de eerste paar blokjes op elkaar. 'Vandaag ga ik een huis voor jou maken, Nanique!' riep hij weer vrolijk en bouwde ongestoord verder. Ik glimlachte en knikte. 'Met een zwembad, en een dierentuin, en een strand en en en...' Hij lachtte speels en zette weer wat blokjes op het bord. Ik knikte alleen maar en zette lachend een paar Duplo-dieren op de plek waar de dierentuin moest komen.

Tegen een uur of zeven zouden Gijs' ouders hem komen ophalen, dus begonnen we om drie uur met opruimen. Dan kon hij tegen half zes eten en zouden we op tijd klaar zijn, met een beetje geluk zelfs tijd over hebben. Ik wilde eigenlijk Gijs' ouders wel ontmoeten, maar ik wist niet of Esmée dan al terug was of niet. Nou goed, het was nu vier uur, dus we waren al een heel eind met opruimen. Gijs stopte zijn boeken en andere dingetjes die op zijn slaapkamer lagen in een tas, terwijl ik zijn kleren opvouwde en in een andere tas stopte. Een paar kamermeisjes waren beneden de Duplo aan het opruimen, waardoor we waarschijnlijk al veel eerder klaar waren.

'Goed gedaan Gijs!' zei ik en gaf hem een high-five toen hij het laatste kleurpotlood in het doosje had gedaan. We waren nu helemaal klaar en hadden -zoals ik al zei- wat tijd over. 'Hebben we alles nu?' vroeg ik aan het kamermeisje dat achter me stond. 'Eh... Volgens mij ligt er nog wat in het schuurtje. Een paar schaatsen volgens mij. Ik zal ze wel even pakken.' zei Naya en draaide zich al om. 'Nee, nee. Ik doe 't wel. Ga jij maar terug naar Linda en zo, dit kan ik zelf ook wel. Waar is dat schuurtje?' Ze legde uitgebreid uit hoe ik moest lopen en liep toen terug naar boven. 'Nou Gijs, ga jij weer even tv kijken? Dan gaan we daarna eten.' 'Ja! Dora is erop!' zei hij en zat al gauw aan het beeldscherm vastgeplakt. Ik grinnikte kort en liep toen naar de achterdeur. 'Hoef ik dát in ieder geval niet te zien.' mompelde ik en liep naar buiten.

Hm... Misschien had ik toch een jas aan moeten doen. Het was echt koud hier! 't Schuurtje was volgens mij al redelijk oud en gemaakt van hout, waardoor het gewoon heel koud was. Het enige verschil met buiten was dat het hier niet sneeuwde. Ik rolde mijn mouwen wat verder omlaag en zocht verder naar de Intertoystas met Gijs' schaatsen erin. 'Het zou hier toch ergens moeten liggen...' mompelde ik en opende één van de kasten. 'Jezus! Het is echt koud hier.' klaagde ik hardop en veegde nog wat sneeuw van mijn rok af. Waarom had ik ook alweer een panty aangedaan? Aish, ik had zelfs al kippenvel.


Nog geen seconde later voelde ik iets warms op mijn schouders terechtkomen. Meteen draaide ik me om, kijkend wie of wat er achter me was. 'Jay? Wat doe jij hier?' vroeg ik verbaasd nadat ik zag dat hij het was. 'Ook hallo. Ik hoorde wat, dus liep ik hier even naar binnen. Je kon ook gewoon een jas aandoen, hè? Dan was 't al veel minder koud.' zei hij droog en glimlachte. Zijn ogen verraadden dat hij toch een beetje zenuwachtig was. Ik knikte alleen maar en draaide me weer om. Ik mocht hier niets van denken. Hij had dat Lisettewíjf, Danique, denk d'r aan!

Ik had de tas al zien liggen en wilde hem pakken, toen ik merkte dat de warmte nog steeds op mijn schouders lag en zich over mijn lichaam verspreidde. Ik begreep het pas toen ik naar mijn schouders keek en zag dat ik Jays jas aan had gekregen. Of nou ja, hij lag over me heen. Om heel eerlijk te zijn, hij was lekker warm en zacht aan de binnenkant. Ik pakte de tas uit de kast en trok de jas weer wat verder op mijn schouders. 'Krijg jij het nu niet koud?' vroeg ik terwijl ik me omdraaide. Hij schudde zijn hoofd en ging op het houten bankje zitten dat aan de andere kant stond. Waarschijnlijk moest dat ding opgeknapt worden of zo. Hij klopte naast zich en keek me aan met een blik die ik niet echt kon plaatsen. 'Wat is er?' vroeg ik voorzichtig en kwam naast 'm zitten. Wat had ik gedaan? O god, ik zei toch dat ik d'r nog wat van zou horen?!

Ik streek mijn rok goed en legde mijn handen vervolgens op mijn schoot. Ik probeerde mijn zenuwen en rode hoofd te verbergen, wat me op zich nog wel redelijk lukte. Spelend met mijn vingers keek ik uit het raam. Wat wilde hij precies zeggen? Gooi 't eruit, kerel, dan ben ik 'r vanaf. Nou, dan zijn wé er vanaf. Jay zag er ook niet uit alsof hij hier volledig in vertrouwde. 'Ik eh... Wilde sorry zeggen voor dat van laatst.' begon hij en keek ook naar zijn schoot. Van de zelfverzekerde, arrogante Jay leek nog maar weinig over te zijn. 'Hoe bedoel je?' vroeg ik oprecht verbaasd. Moest híj sorry zeggen? Waarvoor? 'Dat was niet erg charmant, dat met Lisette bedoel ik. Toen je binnenkwam in de eetkamer.' 'O. Dat ja...' mompelde ik zachtjes. Achteraf had ik moeten kloppen of zo, dat was misschien wel handig geweest. 'Lisette is al best wel lang zo. Soms bespringt ze me gewoon, zeg maar... Onze ouders hebben ons niet zo lang geleden aan elkaar uitgehuwelijkt. Omdat Lisette mij toch al leuk vond, gingen ze er vanuit dat ík Lisette ook wel leuk zou gaan vinden. En het was natuurlijk goed voor de hotelketen, aangezien Lisette's ouders een paar bedrijven hebben die beddengoed en zo kunnen leveren. Zoiets.'

Ik dacht een poosje na en vroeg uiteindelijk voorzichtig: 'Vind jij haar niet leuk dan?' Jay lachte spottend en schudde zijn hoofd. 'Hoe zeg ik dat vriendelijk..? Ze is niet echt mijn type.' antwoordde hij en draaide zijn hoofd in mijn richting. Meteen keek ik omlaag, zijn blik ontwijkend. 'Kun je dat niet gewoon zeggen tegen je moeder?' 'Buiten het feit dat ik Lisette een rotwíjf vindt, heb ik niet echt een goede reden. En mijn moeder is níet het type dat tegengesproken wil worden.' Ergens maakte dat me blij; weten dat hij Lisette niet leuk vond. Maar ik liet het niet zien, dat kon echt niet. Waar ging dit gesprek überhaupt heen? 'Kun je je moeder niet vertellen dat je nog te jong bent of zo, of dat je eh...' Ik dacht na over wat ík zou doen als ik in zijn positie zou staan. Hij schudde zijn hoofd. 'Zoals ik al zei, mijn moeder duldt geen tegenspraak. Ze is echt een heks.' verduidelijkte hij zichzelf en leunde zuchtend tegen de leuning van het bankje. Ik knikte alleen een keer en keek naar mijn handen. In feite had ik de hele tijd nog naar bijna niks anders gekeken. Ik wist van mezelf dat ik mijn hoofd niet onder controle kon houden als ik in zijn richting zou kijken. En nu ik er zo overna dacht, bloosde ik sowieso al.


'Bleef Lisette hier altijd al slapen?' vroeg ik spontaan. Ik vroeg het me ineens af, aangezien ik haar laatst voor het eerst had gezien, terwijl ik toch al bijna twee weken elke dag in zijn huis was. 'Nee. Ze kwam laatst onverwacht langs en vond dat het eens tijd werd dat ze hier een poosje zou blijven om mij "in de gaten te houden".' zei hij en lachte cynisch. 'Voor het eerst dat ik blij ben dat ik overdag zo veel weg ben.' voegde hij er nog aan toe, proberend de stemming in het schuurtje wat te verbeteren. Ik glimlachte en keek omhoog, naar zijn gezicht. Tot mijn verbazing kon ik gewoon blijven kijken, zonder dat ik het gevoel kreeg dat ik ging stotteren. Ja, alles ging beter dan verwacht. Het draaiende gevoel in mijn maag was er nog steeds, maar dat kon ik tot zover wel negeren. 'Maak je d'r niet te veel druk om. Het is niet jouw probleem.' zei Jay weer glimlachend en keek ook mijn kant op. 'Als jij het zegt.' antwoordde ik zo normaal mogelijk en hield het oogcontact nog even vast.

Na een poosje stond ik op en pakte ik de tas met schaatsjes van de grond af. 'Maar ik ga nu weer naar binnen. Gijs moet nog eten en dan komt Esmée al thuis. Aangezien ik beloofd had op tijd klaar te zijn, ga ik daar ook maar voor zorgen. Wil je je jas nog terug?' ratelde ik opnieuw nerveus aan één stuk door. 'Nee, houd maar aan.' antwoordde hij. Hoewel hij nog best rustig klonk, zat er ook bij hem een gespannen ondertoon in zijn stem. 'Ik eh... Ik weet niet of ik je nog zie na vandaag, dus bedankt voor alles.' zei ik en stak mijn hand naar hem uit. Hij schudde hem en glimlachte een beetje. 'Jij ook.' zei hij en keek me weer aan. 'Dan ga ik maar nu. Tot ziens, Jay!' zei ik, proberend ook te glimlachen en draaide me om naar de deur. Ik klemde de tas wat steviger in mijn hand en deed met mijn vrije hand de jas wat beter over mijn schouders. Van binnen was ik trots op mezelf, dat ik nog zo rustig afsheid had kunnen nemen. Maar aan de andere kant was ik ook een beetje teleurgesteld in mezelf. Nee Danique, zo mocht je niet denken. Jay was verloofd! Onthoud dat.

Net nadat ik mijn eerste stap richting de deur had gezet, voelde ik dat Jays hand mijn arm vastpakte. Op het moment dat ik om wilde kijken trok hij me terug in zijn richting. Verward kwam ik op zijn schoot terecht, maar nog voordat ik kon vragen wat er aan de hand was, drukte hij zijn lippen al vastberaden op die van mij. Verrast door zijn plotselinge actie schoten mijn ogen wijd open en liet ik de tas uit mijn hand glijden. Wat was dit? Wat gebeurde er? Gebeurde dit echt? Gedachtes schoten door mijn hoofd heen, totdat mijn hoofd leeg liep en de gedachtes plaats maakten voor het gelukzalige gevoel dat door mijn hele lijf gierde. Mijn hart bonsde hard in mijn keel toen ik zijn vrije, warme hand op mijn wang voelde. Langzaam sloot ik mijn ogen en ging ik er in mee. Hoe erg ik er ook eigenlijk op tegen was, ik kon me niet verzetten. Zijn lippen waren zacht en uitnodigend en zijn hand streelde lief over mijn wang. Verlegen zette ik mijn hand op zijn borstkas en gaf me over aan het verliefde gevoel dat ik al die tijd had weten te onderdrukken, kuste hem voorzichtig terug.

Ik had geen gevoel voor tijd meer, maar na volgens mij een minuut liet hij mijn lippen los. Te snel, naar mijn mening, maar dat hield ik voor me. Meteen daarna sloot hij zijn armen om me heen en drukte hij me stevig tegen zich aan. Op momenten als deze kwam ik er achter dat "vlinders in je buik hebben" een goed gekozen uitdrukking was. 'Kom terug bij het café. Het is saai zonder jou.' zei hij terwijl hij aan een paar plukjes haar draaide. Ik wist nog steeds niet helemaal wat er aan de hand was en echt nadenken kon ik ook niet, dus knikte ik maar gewoon. 'Echt? Dat is fantastisch!' zei hij weer en ik voelde zijn grip op mijn lichaam versterken. Een paar seconden daarna liet hij me los en stond op. Vlak voor hij de deur van het schuurtje achter zich dicht deed zwaaide hij nog een keer.

Beduusd bleef ik achter, alleen. 'Wat gebeurt er precies?' vroeg ik mezelf hardop af en ging een keer met mijn hand door mijn haar. Ik voelde me een beetje licht in mijn hoofd. Na een minuut of twee bedacht ik me weer dat ik er wel lang over deed om een paar schaatsen op te halen... Met moeite stond ik op en pakte ik de tas van de grond. Ik liep sloom naar de deur en opende hem, sloot hem ook weer achter me. 'Wat bedoelde hij daarmee.' vroeg ik me weer af. Tegelijkertijd legde ik twee vingers van mijn vrije hand voorzichtig op mijn lip. Meende hij dat nou? Ik begreep helemaal niets meer van die kerel. Ik legde zíjn jas weer wat beter op mijn schouders en voelde de warmte om me heen. Hij rook naar Jay.

Ik liep de kamer in en zette de tas met schaatsen bij de rest van Gijs' spullen. 'Ik ben d'r weer.' zei ik en ging naast Gijs voor de tv zitten. Gelukkig was Dora net afgelopen, dus hoefde ik alleen één of andere reclame te bekijken. 'Gaan we dan nu eten?' vroeg Gijs en keek me met zijn typische vragende oogjes aan. Ik knikte en deed de televisie uit. 'Jeej!' riep hij en sprong van de bank af. Samen liepen we naar de eetkamer, waar Gijs' eten al klaar stond.

Terwijl Gijs at, hielp ik hem een beetje en probeerde ik de tafel een beetje schoon te houden. Wanneer hij niet aan het eten was, was hij wel aan het praten. Of hij deed het tegelijk, maar dat probeerde ik zo veel mogelijk tegen te houden. 'En thuis heb ik nog meer Duplo! Daar kan ik een hele stad mee maken! Samen met Olivier ging ik...' Ik dwaalde een beetje af, maar volgens mij merkte Gijs het niet echt. Ik kon er ook niets aan doen; ik bleef de hele tijd maar denken aan Jay en... Nou ja, je weet wel, alles gewoon. Het was gewoon zo verwarrend! Het ene moment vertelt hij me dat 'ie verloofd is, en het volgende moment kust 'ie me?! Dat ís toch ook vaag? Of ben ik nou de enige die daardoor in de war raakt? 'Nani-hique! Je moet wel luisteren!' zei Gijs opeens, mij uit m'n gedachtes halend. 'Ja ja, doe ik ook.' zei ik en ging wat rechterop zitten.

Een half uur na het avondeten kwam Esmée thuis, dus was het voor mij tijd om afscheid te nemen van Gijs. 'Fotooooo!' riep Gijs toen ik op het punt stond om weg te gaan. Hij trok zeurend aan Esmées broek en keek haar smekend aan. 'Alsjeblieft?' vroeg hij op z'n liefst, waardoor Esmée direct toegaf en het fototoestel pakte. Het was zo'n ding waarbij de foto's direct aan de onderkant uit het toestel kwamen. Het heette volgens mij eh... Polaroid of zo. Ik tilde Gijs op en op die manier gingen we samen drie keer op de foto. 'Waarom drie keer?' vroeg ik verbaasd terwijl ik Gijs weer op de grond zette. 'Één voor jou, één voor Gijs, en één voor mij.' zei ze lachend en gaf één van de foto's aan mij. 'Dankjewel.' zei ik en stopte hem in mijn tas.

Daaropvolgend nam ik uitgebreid afscheid van Gijs. Ik moest beloven dat ik nog een keer met de Duplo ging spelen, dat we samen nog een keer een sneeuwpop gingen maken, dat ik hem nog een keer voorlas en ga zo nog maar even door. Het was een lief jongetje, zeker weten. 'Nou, dag Gijs! Goed luisteren naar tante Esmée nu hè?' zei ik en ging door mijn knieën, zodat ik op ooghoogte was. Hij knikte heftig en knuffelde me een keer. 'Daaaag, lieve Nanique-paniek!' riep hij lachend en zwaaide me enthousiast uit. Esmée tilde hem weer op, zwaaide ook nog even en deed toen de deur dicht. Ik liep verder naar mijn brommer en ging er op zitten. Na een paar keer proberen startte hij en kon ik naar huis. Dit keer met nog meer geld dan normaal in mijn tas, maar dat kon ik wel aan.

Eenmaal thuis vond ik Elli in de woonkamer. 'Heb je geen dienst?' vroeg ik en ging op de bank zitten. 'Nee, vandaag niet. Hoe ging 't bij de familie De Waart?' vroeg ze en ging verder met het doen van iets administratiefs, ik wist niet precies wat. 'Prima, prima.' zei ik, zwijgend over het voorval in de schuur. 'Hm... Ga je morgen al werk zoeken? Kun je die zak knuffels dan wegbrengen?' vroeg ze, niet opkijkend van haar werk. 'Ik denk het wel ja.' Op dat moment schoot me iets te binnen. Wat had Jay vanmiddag nou gezegd? "Kom terug bij het café." Had ik dat nou goed verstaan? Moest bijna wel. Jay kennende zou hij dat soort dingen niet vragen, maar meer gewoon vaststellen. Maar meende hij het ook? Die kerel was de laatste tijd zó dubbelop, ik wist niet wat ik nou moest denken van ongeveer alles wat hij de afgelopen weken had gezegd. Ach, ik kon donderdag in ieder geval lángs gaan bij Prince's Castle, toch? Wat had ik te verliezen? Ik had de rest bovendien al heel lang niet gezien, dus even hallo zeggen kon geen kwaad. Maar hoe zou ik daar moeten komen dan? Ik bedoel: moest ik als Daan of Danique komen? Om acht uur of gewoon een keer middenop de dag? Kwam ik heel even langs, of was het de bedoeling dat ik de hele dag bleef? Zou ik vrijdag daar weer terug komen?

~

Die donderdag stond ik bloednerveus voor Prince's Castle. Nee echt, bloednerveus. Ik had er nooit echt moeite mee gehad om hier naartoe te gaan, maar vandaag wel. Ik wist gewoon niet wat me nu te wachten stond... Uiteindelijk was ik hier toch nog om acht uur gekomen, muts op en tape om. Na een paar weken zonder was dat toch wel weer even wennen, maar ik mocht niet klagen. 'We zien wel waar dit op uitdraait.' mompelde ik tegen mezelf en liep de traptredes op naar de ingang.

'DANIQUE!' 'DAAN!' 'O MIJN GOD! WAT DOE JIJ HIER?' waren onder andere dingen die er naar mijn hoofd geslingerd werden toen ik binnenkwam. Thomas, Ethan en Dave kwamen op me af gerend. Ze waren alledrie al omgekleed en klaar om aan 't werk te gaan. 'Hoezo ben jij hier?' vroeg Dave verbaasd. 'Als ik heel eerlijk ben; ik weet 't ook niet zeker...' zei ik en glimlachte zwak. 'Je moet je verstoppen! Jay is 'r al!' zei Ethan, die spontaan wat hyperactief werd. 'Nee, nee, Jay en ik hebben het goedgemaakt. Sterker nog: Hij vroeg me te komen. Denk ik.' Dat laatste mompelde ik er een beetje achteraan. 'Kom je hier ook weer werken dan?' vroeg Dave, nadat hij op een kruk was gaan zitten. 'Weet ik niet. Ik weet niet eens waarom ik nú hier ben.' 'Ah, vast wel. Ga je maar gewoon omkleden. Je kleding ligt nog steeds op dezelfde plek.' zei Thomas en duwde me in de richting van de kleedhokjes. Ik ging er maar gewoon in mee en kleedde me om.

In de tijd dat ik er niet was, was er niets veranderd. Zelfs de kleedhokjes waren nog hetzelfde. Hoewel, bij het naamplaatje op mijn kleedhokje kon je zien dat hij er een paar keer was afgehaald en opgedaan. Geen idee waarom. Ach ja, doet er ook niet toe. Ik keek in de spiegel en deed mijn muts goed, speldde mijn naamplaatje op mijn gilet en knoopte mijn schort vast. Zonder enige vorm van zelfvertrouwen liep ik de kleedkamer uit, naar De Kroon.

Leon kwam net binnen gelopen en meneer Ramaaker was ook beneden gekomen, dus ook aan die twee vertelde ik hetzelfde als net aan de anderen. 'Vraag het gewoon.' zei meneer Ramaaker aan het einde van mijn verhaal. 'Wat?' 'Waarom je hier moest komen.' Ik knikte een keer twijfelend, maar bleef nog gewoon zitten. Meneer Ramaaker keek me overtuigend aan en zei: 'Weet je, maandagavond kreeg ik een telefoontje van Jay. Hij vroeg of we de regeling aan konden passen.' Pauze. Dat deed 'ie wel vaker. 'Dus, vanaf gister kunnen we ook zonder probleem vrouwen aannemen.' Verrast keek ik op. 'Meent u dat?' vroeg ik en sprong van de stoel af. Was het niet te toevallig dat Jay hem nét op dat moment belde, nadat hij mij had gevraagd terug te komen? Meneer Ramaaker knikte, wat er voor zorgde dat Ethan juichend opsprong en een dansje door De Kroon heen maakte. Ik grinnikte kort en keek toen weer naar meneer Ramaaker. 'Oké, dan vraag ik 't wel gewoon.' zei ik, even kijkend naar de trap. Hoe eerder ik het vroeg, hoe eerder ik er vanaf was.

Oké. Niets om je druk over te maken. Adem in, adem uit. Adem in, adem uit. Met tegenzin liep ik de zolderkamer in. Jay stond bij het raam. Hij keek naar buiten en had zijn mobiel in zijn hand. Ik wist niet met wie hij aan het bellen was, maar erg gezellig klonk 't niet... 'Nee! Je weet dat ik een hekel heb aan dat mens!' riep hij in de telefoon en luisterde naar wat de persoon aan de andere kant zei. 'Nee! Dat echt niet! Laat er niet hierheen komen! Je laat 'r niet-' Hij brak zijn zin af en keek een paar seconden naar het beeldscherm. 'Opgehangen.' mompelde hij en fronste zijn wenkbrauwen. Kwaad smeet hij zijn mobiel op de grond. 'Kútzooi!' schreeuwde hij gefrustreerd en ging met zijn hand door zijn haar, proberend kalm te blijven. Dit was het perfécte moment om me om te draaien en weg te lopen, besloot ik geschrokken.

Dat deed ik dus ook, maar helaas stootte ik met mijn voet tegen de deurpost aan. 'Oh nee.' mompelde ik zachtjes, terwijl ik snel van de trap af wilde lopen, maar Jay had me wel gehoord. 'Hé, wie is daar?!' riep hij niet al te vrolijk. O jee. Al zou hij gewild hebben dat ik hier weer ging werken, dan had ik het nú misschien al verpest. Dit kon ook echt alleen mij overkomen... Ik draaide me weer om en liep weer naar boven. Met lood in mijn schoenen kwam ik de kamer binnen. 'Ik.' zei ik zachtjes en keek hem aan. De uitdrukking op Jays gezicht veranderde meteen. Positief, gelukkig.

'Hoeveel heb je daar van meegekregen?' vroeg hij en draaide zich half naar het raam, keek naar buiten. 'Bijna niets, ik kwam er net aan!' zei ik, een beetje bang voor zijn reactie. 'Nee, oké. Ik ben blij dat je toch gekomen bent; Ik dacht eigenlijk dat je uiteindelijk niet meer zou willen.' zei hij en forceerde een glimlach. 'Nou eh... Wat doe ik hier eigenlijk?' vroeg ik voorzichtig, ik wilde hem niet nog een keer boos maken. 'Werken.' zei hij en keek weer naar mij. 'Als je wilt natuurlijk.' voegde hij er nog snel aan toe. 'Serieus?' 'Zie ik eruit alsof ik een grapje maak?' Oeps, verkeerde opmerking. 'Nee! Nee. Ik dacht gewoon eh...' Ik zocht naar woorden, maar vond ze niet. Ik keek naar de grond en krabde een keer in mijn nek. Dit begon echt goed.

Ik hoorde dat Jay naar me toe kwam gelopen, dus keek ik omhoog. Zijn gezicht stond al wat zachter, wat er voor zorgde dat ik me wat meer op mijn gemak voelde. 'Kom, we gaan zo open.' zei hij en bekeek me even van top tot teen, schudde toen zijn hoofd. 'Deze heb je niet meer nodig.' besloot hij en stak zijn hand naar mijn hoofd uit. Heel even dacht ik dat hij me ging slaan, maar in plaats daarvan trok hij mijn muts van mijn hoofd af en stopte hem in mijn hand. 'Hè? Waarom?' vroeg ik vaag en keek even naar mijn hand. 'Omdat het anders voelt alsof ik homo ben.' mompelde hij zonder enige emotie in zijn stem en liep de trap af. Opnieuw liet hij me alleen achter. 'Wat bedoelt 'ie dáár nou weer mee?' vroeg ik mezelf en keek van de muts naar de trap. Ik voelde dat mijn wangen weer rood werden. Nee Danique! Zo zat 't niet! Haal 't je niet in je hoofd!

Ik liep weer net als "vroeger" door het restaurant. Hoewel, mijn haar lag nu over mijn schouders in plaats van opgepropt onder een muts, maar dat terzijde. 'Alstublieft!' zei ik vrolijk en zette een grote kop koffie neer voor een man met een laptop. Hij knikte vriendelijk voordat hij verder ging met zijn werk. Ja, het voelde goed dat ik weer terug was. Ik draaide me om en liep terug naar de keuken, waar ik een paar wafels ophaalde. Daarna ging ik door naar de bar waar ik koppen verse capuccino naast de wafels op mijn dienblad legde. Zo ging dat de hele dag door. Gewoon, z'n gangetje, je weet wel. Ik had eindelijk iets dat me écht afleidde en dat voelde echt goed.

Dat wil zeggen: iets dat me afleidde, totdat Lisette de boel kwam verstieren. 'Wáár is mijn Jaytje?' vroeg ze aan Dave, nadat ze haar sigarettenrook uitgebreid in de lucht van het café uitblies. Ugh, wat een arrogante trút. "Mijn Jaytje", ik kon wel kotsen. Ik luisterde onopvallend het gesprek af terwijl ik de bar aan het schoonmaken was. 'Well, mevrouw, ik kan u niet vertellen waar "uw Jaytje" is' Hij sprak het uit met zo'n typisch gezicht dat alleen Dave kon trekken, een soort vage combinatie tussen sarcasme en afkeer. 'maar ik kan u wel vertellen dat het al een paar jaar verboden is om te roken in horecagelegenheden als deze.' BAM! IN YOUR FACE! Om te voorkomen dat ik dat hardop ging zeggen beet ik op mijn lip. 'En dat zeg je tegen mij? Wie denk je wel niet dat je bent.' antwoordde ze en maakte een arrogant "Tss" geluid. 'Oh, ik kan het ook wel laten zien, als dat beter bevalt.' Hij pakte rustig de sigaret uit haar hand en gooide hem uit een openstaand raam naar buiten. 'O mijn god, Dave, je bent de beste broer die ik me kan wensen.' murmelde ik tevreden tegen mezelf.

'O! O! O! Als ik dat tegen mijn Jaytje zeg ben jij je baan kwijt hoor!' riep Lisette verontwaardigd uit en liep de gang weer in. 'JAY!' hoorden we haar nog schreeuwen, gevolgd door het geklik van haar hakken op de trap. O, die arme Jay. Ik liep op Dave af en gaf hem een bemoedigend schouderklopje. 'Mooi gedaan hoor.' prees ik hem en grijnsde breed. 'Wie wás dat? Weet jij daar meer van?' vroeg hij met een afkeurende blik richting de trap. 'Lisette, Jays verloofde of zo.' 'Is Jay verloofd? Niet!' 'Echt wel.' 'Wat een kútverloofde. Ik wens 'm bij deze veel sterkte.' zei hij en draaide zich weer naar de keuken. Ik knikte een keer en pakte mijn schoonmaakmiddel ook weer op. Ik begreep maar al te goed dat Dave d'r niet mocht, volgens mij zat 't in de familie. Kan dat? Ach, doet 'r ook niet toe. Zowel mijn ouders als ik, Lia en Dave hadden een hekel aan arrogante mensen. En Lisette was toch wel een fantastisch voorbeeld, nietwaar? (O IK OOK! Als ik ergens niet tegen kan, zijn het over-arrogante mensen >_<. Oké sorry, einde onderbreking, lees verder.)

'Tot ziens.' zei ik beleefd toen de laatste klanten de deur uit liepen. Het was nu half twee, dus het was weer heel rustig. Vandaag was dat niet zo'n probleem, aangezien nog geen twee minuten later Jay en Lisette met veel kabaal naar beneden kwamen. 'Laat me met rust!' riep Jay gefrustreerd terwijl hij De Kroon in kwam rennen. Meteen zocht hij dekking achter een tafeltje. Niet veel later kwam Lisette ook naar binnen, het ging alleen niet zo snel met enorme hakken en een mini jurkje. Verbaasd keken ik, Dave, Ethan en Thomas naar het schouwspel voor ons.

'Maar Jay! Ik ben hier toch speciaal voor jou heengekomen? Waarom wil je dan niet naar de schaatsbaan morgen? Ik kan hem makkelijk afhuren, zodat we niet tussen al die sloebers hoeven te zitten, hoor!' gilde ze, zich niet zo veel aantrekkend van onze starende blikken in haar richting. 'Omdat ik dan werk! En flïkker nu een eind op, wil je!' kaatste hij vijandig terug en liep naar de andere kant, zo ver mogelijk bij haar vandaan. 'Maar je hield toch zo van schaatsen?' vroeg ze weer, Jays opmerking negerend. 'Maar níét met jou.' antwoorde hij hard en verschool zich nu achter de bar. Lisette liep er ook heen en probeerde erachter te komen. Uiteindelijk lukte dat en ging ze ongeveer tegen hem aan staan. Nee, niet ongeveer, ze stond letterlijk tegen hem aan.
'Please? Één keertje maar.' pruilde ze terwijl ze hem een paar keer een flinke lebber in zijn gezi- pardon, een paar keer uitbundig kuste. 'Nee! Je ziet toch dat ik 't druk heb!' zei hij, tussen twee lebbers door. 'Druk met míj ja.' lachte ze schaapachtig terwijl ze nog meer tegen hem aan leunde. Jay draaide zijn hoofd weg en kneep zijn ogen dicht. Een apart gezicht, dit. Als het irritante rotwíjf dat ze was, draaide Lisette zijn kaak weer net zo hard naar zich toe en ging ze rustig door. Op dit punt kon ik het echt niet meer aanzien, dus liep ik naar de kleedkamers om mijn middageten te pakken en boven pauze te houden. 'Blugh, arrogant kútkind.' mompelde ik vol walging terwijl ik de gang door liep, proberend de geluiden die uit De Kroon kwamen te negeren.

Chagrijnig liep ik de zolderkamer in, of wat het ook was. Ik tikte een paar keer met het bakje brood tegen mijn been aan en liep naar de andere twee toe. 'Zo, wat doe jij hier?' vroeg Leon en leunde wat tegen de rugleuning van de bank aan. Ook meneer Ramaaker keek me een beetje vaag aan. 'Sorry, ik kwam wat eerder. Ik hield 't beneden niet meer uit.' murmelde ik en plofte naast Leon neer. 'Wat is er aan de hand dan? Er waren net toch nog maar drie mensen?' 'Ja, die zijn alledrie al weg. Alleen dat Lisettewíjf is er nog...' antwoordde ik geïrriteerd. 'En dus..?' vroeg Leon weer door. 'Dat kind zit de hele tijd bovenop Jay! Echt niet normaal! Ze lebbert zijn hele gezich af waar iedereen bij staat!' Ik nam mokkend een hap van mijn boterham en kauwde erop dat het een lieve lust was. 'Je zou haast zeggen dat je jaloers bent, Daniqueje.' zei Leon plagend. 'Ha-ha.' mopperde ik en keek hem dodelijk aan. Ja, ik vond het niet erg dat Jay me toen zoende, maar ik hoefde hem echt niet zo af te lebberen als Lisette dat deed. Echt niet.

'Ja ja... Maar goed, onze tijd zit erop, dus we gaan maar weer eens naar beneden, Leon. We sturen nog wel iemand anders omhoog om pauze te houden.' zei meneer Ramaaker en stond op. Leon volgde zijn voorbeeld en veegde wat kruimels van zijn schort af. Niet dat die nog heel erg opvielen tussen de andere vlekken die hij vandaag al gecreërd had. 'Eet smakelijk!' riep hij nog voordat hij de deur uitliep en mij alleen liet met mijn boterhammen. Dat leken mensen de laatste tijd leuk te vinden; mij achterlaten.

Niet veel later zwaaide de deur alweer open. Ik keek op en zag Jay in de deuropening staan. Deden ze dit nou expres? Hoofdschuddend keek ik weer naar mijn boterham. 'Hoi.' zei hij gehaast en sloot de deur weer achter zich. Meteen daarna deed hij hem op slot. 'Oh... Kútwíjf.' zuchtte hij en leunde even tegen de deur aan. Daarna herstelde hij zich en kwam met een gladgestreken gezicht naast me op de bank zitten.

'Zo... Heftige vrijpartij daar beneden.' zei ik kattig en nam nog een hap van mijn tweede boterham. Het was niet mijn bedoeling om zo over te komen, maar ik deed het wel. 'Ja hé, dat stond ook niet echt in mijn planning. Ik ben al lang blij dat meneer Ramaaker haar nu bezig houdt.' verdedigde Jay zichzelf, terwijl hij zijn voeten op de bank trok. 'Nee, dus je kunt beter morgen met haar gaan schaatsen. Dan is het in ieder geval van te voren gepland hè?' beet ik hem weer toe. Ik staarde een beetje naar de muur voor me, het laatste stukje brood in mijn mond proppend. 'Ik zou nog liever opgesloten worden.' 'Met Lisette dan wel natuurlijk. Dat kan nog gezellig worden.' Jezus, ik was echt gemeen. 'Hallo? Kan 't wat minder?' zei hij, zoekend naar oogcontact. Ik murmelde alleen wat en trok mijn benen ook op de bank. Jay had zijn benen mijn kant op, maar ik had ze gewoon voor me staan. Langzaam legde ik mijn hoofd op mijn knieën. 'Ga gewoon weer lekker met Lisette zoenen, wil je.'

'Serieus, hoe oud ben je? Doe niet zo lüllig. Je weet best dat ik Lisette niet leuk vind.' zei hij weer verdedigend. 'O ja, ik zoen ook altijd met mensen die ik niet leuk vind.' snauwde ik terug. Even was het stil. 'Moet ik dat persoonlijk opvatten?' vroeg hij uiteindelijk rustig en stond op. Hij ging voor me op tafel zitten en probeerde mijn blik te vangen. Ik bleef volhardend naar beneden kijken, mijn voeten waren zó interessant. 'Nou?' vroeg hij weer. Beste Jay, wie anders dan jij zou het persoonlijk op kúnnen vatten? 'Dat was sarcastisch bedoeld.' zei ik na een tijdje, nog steeds niet naar zijn gezicht kijkend. 'Ik ben verloofd, niet dom.' 'Wat wil je dan voor antwoord?!' Ik beet zachtjes op mijn lip en kneep in de stof van mijn schort.

'Mag je me echt niet?' vroeg hij na een poosje.
Ik wist al wel redelijk zeker dat 'ie die kant op wilde, daarvoor hoefde hij het eigenlijk niet meer te vragen.
'Tuurlijk wel. Ik ben blij dat we vrienden zijn.' probeerde ik. De zekerheid was onderhand uit mijn stem weggeëbt, jammergenoeg.
'Je weet dat ik dat niet bedoel.'
'Je bent verlóófd, Jay!'
'Weet ik. Dat vroeg ik ook niet.'
'Doe niet zo rustig! Het irriteert me echt heel erg!' riep ik uit, de vraag ontwijkend.
'Kun je niet gewoon antwoord geven?'
Ik sprong overeind, rende naar de deur en draaide haastig de sleutel om. Ik wilde echt weg nu; ik hield 't niet meer. Zodra de deur open ging sprintte ik er doorheen, direct door naar beneden. Je kunt me nu een lafaard vinden of weet ik veel wat, maar ik kon echt niet langer alleen zijn met die kerel.

Ik kreeg beneden allemaal vragende blikken mijn richting op na mijn plotselinge binnenstormen. Heel begrijpelijk. 'Nou eh... De volgende mensen kunnen pauze houden, als 't aan mij ligt.' murmelde ik en stoof door naar de keuken. Oh god, waar was ik mee bezig. Eerst kat ik Jay helemaal af en dan ren ik zomaar weg. Ik was echt een watje. Maar toch, ik kon Jay toch ook niet zeggen dat ik 'm wel degelijk leuk vond? Hij was verlóófd! Hallo, daar zou ik toch niet tussen moeten komen? Daar had ik het recht niet toe, dat kon ik niet maken. Ik had 'm maandag gewoon weg moeten duwen, dat had een heleboel misverstanden kunnen verkomen.

LEON
Verbaasd keek ik Danique na, terwijl ze de keuken in dook. Wat hadden die twee boven uitgespookt? Nee, serieus, wat was er aan de hand? Niet veel later kwam ook Jay weer vrijwillig naar beneden. Vrijwillig ja. En dat terwijl ik verwacht had dat we 'm met een kanon nog niet eens de trap af zouden krijgen... Ik glimlachte naar 'm en wachtte tot hij iets zou zeggen. Daar kwam het uiteindelijk niet van, aangezien Lisette Jay ook al gezien had. 'O Jay, waar was dat nou voor nodig? Wie ís dat lelijke meisje waarmee je boven was?' vroeg ze, nadat ze hem bij zijn arm gepakt had. Jammer dat ze dat deed, aangezien Jays humeur er spontaan slechter van werd. Alsof ze op een mijn was gaan staan. Zijn ogen schoten vuur en met één krachtige ruk trok hij zijn arm bij haar weg. 'Ze is tenminste niet zo nep als jij.' siste hij kwaad en zette een stap achteruit. Beledigd draaide Lisette zich om. 'Dat ga ik tegen je moeder zeggen!' riep ze nog voordat ze de deur uit rende.

Een beetje neerslachtig draaide Jay zich om, maar hij was echt niet zo depressief doordat Lisette weg was gegaan, dat wist zelfs ík zeker. Ik zette mijn ellebogen op de bar en leunde erop met mijn hoofd. 'Wauw, je hebt 'r uiteindelijk toch nog weggekregen.' zei ik, proberend hem op te vrolijken. Hij zuchtte een keer en keek mijn kant op. 'Voor nu misschien, maar morgen komt ze met een beetje pech net zo hard terug.' zei hij terwijl hij op een barkruk was komen zitten. Hij legde zijn hoofd ontmoedigd voor zich op de bar en zuchtte opnieuw.

'Hè Jay, waarom zo depri?' vroeg ik glimlachend. Ik wist het antwoord al wel, maar ik wilde kijken of hij dat ook wist.
'Het gaat gewoon allemaal verkeerd.' Ach, jochie toch.
'Valt Danique ook onder dat "allemaal"?'
Hij wachtte even met antwoorden, maar ik had 't geduld wel.
'Misschien.'
'Ja dus.'
'Eh... Ja.'
'Waar maak je je druk om?'
'Nee, nee. 't Is niets.' Hij stond op en liep richting de voordeur.
'Thomas en Ethan zijn op het terras, toch? Ik zeg wel even dat ze kunnen lunchen.' Nog voordat ik antwoord kon geven, was hij al weg.

Een seconde of tien nadat de voordeur dicht ging, ging de keukendeur open. Dave kwam eruit en liep naar mij toe. 'Wat is er met háár?' vroeg hij, leunend op de bar en wees in de richting van de keuken. 'Ik weet 't ook niet precies, maar volgens mij is er iets gebeurt tussen haar en Jay.' Dave knikte begrijpend en keek even door de opening de keuken in. Waarschijnlijk hoorde Danique ons toch niet, die was veel te diep in gedachten. 'Ze zijn verliefd.' zuchtte ik glimlachend en leunde weer op mijn hand. 'Zou je denken?' 'Misschien, maar die Lisette gooit een beetje roet in 't eten.' antwoordde ik en dacht even na.

'Kunnen wíj ze niet een handje helpen?' zei ik na een tijdje. Niet in het bijzonder tegen Dave, maar meer omdat ik het aan mezelf vroeg. Wat waren de mogelijkheden? Zou dat het beter maken, of alleen erger? Zouden we ze daar gelukkig mee maken? 'Je hebt 't wel over mijn zusje hè. Ik wil haar leven niet nog moeilijker maken dan 't al is.' antwoordde Dave twijfelend. 'Nee, nee, dat begrijp ik. Maar toch. Dit wordt ook alleen maar ongemakkelijk, denk je niet?' Dave knikte een keer en staarde leeg voor zich uit. 'Ik denk niet dat ik echt goed ben in dit koppel-gedoe, Leon.' zei hij er argwanend achteraan. 'Ik ook niet hoor.' 'Wat nou als we gewoon verkeerd denken en ze eigenlijk een hekel aan elkaar hebben? Dan kun je de goeie stemming in het café wel op je buik schrijven.' 'Pessimist.' 'Het is wél zo...' En hij had gelijk, maar hij bracht me wel op een goed idee. 'Luister,' zei ik en begon het uit te leggen.

DANIQUE
De volgende dag was Lisette er weer. Ik had ook eigenlijk niet anders verwacht... 'Jaaaaaaaaaaay!' riep ze overdreven en rende de trap op. Ze wist onderhand zelfs al waar ze hem kon vinden dus. Ik probeerde er zo min mogelijk aandacht aan te besteden en gewoon door te werken, maar het vergde echt veel van mijn zelfdiscipline. Gelukkig ging ze om zeven uur weg -Ja, dat is alsnog laat, vertel mij wat!- vanwege een afspraak bij de schoonheidsspecialiste. Die had ze trouwens diezelfde dag nog gemaakt, toen Jay haar er toch van had overtuigd dat hij geen zin had om met háár te gaan schaatsen, hoe leuk hij de sport ook vond. 'Tot morgen lieffie, ik ga je missen hoor!' riep ze door het hele café. Ik zuchtte een keer diep en zette mijn dienblad op de bar. 'Houd je in Danique, ze gaat nu weg.' murmelde ik tegen mezelf en zwaaide mijn vlecht op mijn rug. 'Kusje~' schreeuwde ze nog en gooide toen de deur dicht.

'O mijn god, wát een aanstelster.' mompelde ik geïrriteerd en keek door de opening in de muur de keuken in. Daar stond Leon een beetje te smiezen met Dave, alweer. Dat deden ze gister en vanochtend ook al. Ik vroeg me af waar ze mee bezig waren. 'Het zal wel.' Ik draaide me om en liep naar de koffiemolen om twee mooie kopjes cappuccino te fabriceren. Ook dat kon ik onderhand al redelijk goed.

Tegen acht uur gingen de laatste gasten weg. Dat was zeker vroeg voor een vrijdagavond, maar iedereen had wel eens een mindere dag, toch? Ik pakte een doek achter de bar vandaan en liep naar de kraan. 'Nanana, ik maak de tafels schoon, nanana...' neuriede ik droog en maakte de doek een beetje nat. 'Ik en Ethan moeten eerder weg. Doeg!' O ja, Ethan en Thomas hadden de één of andere reünie of zo, dus hadden ze gevraagd of ze eerder weg konden. Ik keek even op en zwaaide naar de twee, daarna ging ik weer ongestoord verder met schoonmaken. De rest zou me zo meteen vast wel komen helpen.

Om kwart over acht waren we klaar met opruimen. Meneer Ramaaker was ook al naar huis, maar met z'n vieren lukte 't ook wel. 'Danique? Ik weet misschien iets waardoor je brommer beter start.' zei Dave toen we met z'n vieren buiten de deur stonden. 'Echt? Dat is geweldig!' antwoordde ik enthousiast. Jay wilde de sleutel al in het slot doen, toen Leon opeens riep: 'Ho! Wacht! Ik heb mijn eh... Mobiel binnen laten liggen!' 'Serieus?' 'Ja, maar waar?' 'Ik help je wel even zoeken.' zei Dave en ik meende dat ik hem even zag knipogen, maar dat lag waarschijnlijk aan mij. Nog voordat Jay of ik er iets tegenin kon brengen, renden ze al met z'n tweeën naar binnen. Dit keer lieten ze me alleen achter met Jay. Fijn. We hadden het zó gezellig de laatste tijd.

Daar stond ik dan, samen met Jay. Helemaal alleen. Terwijl we de laatste twee dagen geen woord tegen elkaar hadden gezegd. Dat was zó duidelijk mijn schuld, maar ik wist ook niet hoe ik mijn excuses moest aanbieden. Laat staan wanneer. Een normaal mens zou dit een uitstekend moment vinden, maar ik niet. Ik deed 't al figuurlijk in mijn broek nu ik hier alleen stond met die gast. Als ik zou gaan praten, verpestte ik het waarschijnlijk alleen nog maar meer... Ik wilde niet dat Jay en ik zo ongemakkelijk rond elkaar waren, maar ik deed er ook niets aan. Jay was verloofd met Lisette, en dat moest ik accepteren. Ik kon daar niet zomaar tussen komen, ík niet. Waarom kwamen Dave en Leon ook niet terug? Ze bleven wel erg lang weg... Deden ze dit expres of zo? Was dit een grap? Als dat zo was, was 't geen leuke.

Jay verbrak na een hele tijd de ongemakkelijke stilte. 'Waar denk je zo diep over na? Je brabbelt aan één stuk door.' O ja, kút. Dat moest ik echt afleren. 'Eh... Van alles.' antwoordde ik uiteindelijk, kijkend naar de tegels onder mijn voeten en leunend tegen het muurtje achter me. 'Zoals?' ging hij door, proberend de conversatie een beetje te behouden. Zo te horen hadden we geen van beide zin in al dit irritante, ongemakkelijke gedoe. 'Dat ik wil zeggen dat 't me spijt, maar dat ik niet weet hoe.' flapte ik eruit. Ik voelde dat mijn wangen weer een beetje rood werden, dus verschool ik mijn gezicht in de kraag van mijn jas. 'Dit is wel een orginele manier...' antwoordde hij.

Ik dacht dat hij wachtte tot ik mijn excuses écht aan zou bieden, dus deed ik dat toen maar: 'Jay, sorry van gister. Ik was heel onredelijk en gemeen en kattig en weet ik veel... Ik had niet zo over jou en dat wij- Lisette mogen praten. Ik wist ook wel dat je niet voor je plezier met 'r loopt te zoenen of weet ik 't.' Ik ademde een keer in en beëindigde mijn excuses. 'Het spijt me.' Ik keek weer omhoog, waardoor mijn ogen de zijne ontmoetten. Zijn gezicht had een heel vriendelijke uitdrukking, doordat zijn ogen met zijn lippen meelachten. Precies dat soort lach waarmee hij ervoor kon zorgen dat dat rare, verliefde gevoel door mijn hele lijf begon te gieren. Ik haatte dat gevoel; ik wílde 't helemaal niet voelen. Jammergenoeg dacht mijn lichaam daar anders over. Alweer. 'Maakt niet uit.' zei hij met die brede glimlach van 'm. Dit begon echt een routine te worden: één van ons twee deed iets fout, beledigde de ander of wat dan ook, dan zei diegene sorry, zei de ander dat 't oké was en we gingen weer verder met ons leven.

Ik zuchtte een keer en keek weer naar mijn voeten. 'Waarom doe je dat de hele tijd?' vroeg Jay met een beetje teleurstelling in zijn stem. 'Wat?' 'Dat naar beneden kijken. Kijk me gewoon aan.' stelde hij en zette een paar stappen in mijn richting, proberend oogcontact te krijgen. 'Sorry...' mompelde ik, maar keek niet omhoog. Ik voelde dat ik na elke stap die hij zette wat roder werd en dat wilde ik graag verborgen houden. Hoewel het waarschijnlijk niet eens zo goed te zien was. Het enige licht in onze buurt was de lantaarnpaal langs de weg en een zwak licht vanaf de trap.

'Haat me niet zo.' zei hij nadat hij al een poosje voor me stond en ik nog steeds niet naar hem had gekeken. 'Ik haat je niet?!' zei ik geschrokken. Ik keek bijna meteen omhoog, waardoor onze blikken opnieuw kruisten. 'Niet?' 'N-nee.' antwoordde ik stotterend. Zie? Daar heb je 't al. Ik kon niet eens normaal uit mijn woorden komen als ik die kerel recht aankeek. En om het allemaal nog erger te maken glimlachte hij nadat ik geantwoord had. Alsof 'ie wíst dat ik daar niet tegen kon. Al helemaal niet als hij zo dichtbij was, dat deed echt vreemde dingen met me. Ik zweer 't je.

We hadden een paar seconden alleen oogcontact, totdat Jay de stilte doorbrak. 'Da's mooi. Ik jou ook niet.' was 't enige wat hij zei, maar 't zorgde er wel voor dat ik nu ook glimlachte. Hij zette nog een stap naar me toe en sloeg zijn armen om me heen. Het klinkt misschien stom of cliché of wat dan ook, maar ik werd zó zenuwachtig als hij dat deed. Hoewel dit pas de derde keer was, voelde ik me toch altijd een beetje opgelaten als hij zo dichtbij me kwam. Áls ik voor die tijd al in staat was om normaal te denken, was dat nu ook wel weg. Langzaam sloot ik mijn ogen en liet ik mijn hoofd op zijn borstkas zakken. Zonder er verder bij stil te staan legde ik mijn armen ook om zíjn middel heen, mezelf opnieuw overgevend aan dat verliefde gevoel.

LEON
Ik glimlachte van oor tot oor en stootte Dave een keer aan. 'Ik zei toch dat 't zou werken?' fluisterde ik en keek even in zijn richting. Hij knikte een keer zonder op te kijken. Ik grinnikte zachtjes en keek weer naar Jay en Danique. 'Denk je niet dat 't tijd is voor deel twee van 't plan?' vroeg hij na een poosje. Zelfs Dave kreeg er dus lol in. 'Ja, maar het moet wel lijken alsof we van ver kwamen, anders is 't vreemd.' fluisterde ik en draaide me om, sloop zachtjes de trap op. Dave begreep me en volgde al gauw. Ik telde zachtjes af en rende toen met veel kabaal naar beneden, zodat de twee buiten dachten dat we niets hadden gezien of gehoord.

'GEVONDEN!' riep ik, de hoek omgaand. 'Ik zei nog dat 'ie 'm daar had laten liggen, maar natuurlijk moesten we eerst op alle andere mogelijke plekken kijken.' voegde Dave eraan toe, nadat hij ook richting de uitgang/ingang was gerend. Hij speelde 't goed mee. 'Doe de deur maar dicht hoor, ik heb nu alles.' zei ik en lachte vriendelijk. Waarschijnlijk hadden ze ons aan horen komen -wat ook de bedoeling was- en elkaar toen losgelaten, aangezien Danique en Jay nu weer een meter of twee van elkaar af stonden. 'Mooi! Wat wilde je nou doen met mijn brommer dan?' vroeg Danique aan Dave, alsof er niets gebeurd was. 'O ja, komt goed.' zei hij rustig en liep in de richting van haar brommer, terwijl Jay de deur dicht deed en ik naar mijn fiets ging.

Een minuut of twee later stond ik met mijn fiets aan de hand bij broer en zus Johnsson. Dave gaf me snel een knipoog en boog zich toen over de motor. Heel subtiel maakt hij een klein draadje los bij het stuur. Danique had het niet gezien. 'Volgens mij weet ik wel wat ik moet doen, maar dan moet je 'm wel even starten.' zei hij terwijl hij overeind kwam en keek naar zijn zusje. 'Oké... Wat jij wilt.'

Danique probeerde te starten, maar het lukte niet. Goh, hoe zou dat toch komen? 'Ik begrijp er niets van, vanochtend deed 'ie het nog?!' zei ze verbaasd en probeerde het nog een paar keer. Geen reactie. 'Ja, weet je, ik kan hem wel mee naar huis nemen en er daar aan sleutelen, maar hoe kom je dan thuis?' Onderhand was Jay ook hier, volledig volgens plan dus. 'Ik wil je wel achterop nemen, maar dat is wel héél erg om voor mij...' zei ik en keek van Dave naar Danique. 'Ik kan wel lopen hoor.' zei ze makkelijk en haalde haar schouders op. 'Nee, nee, dat wil ik niet hebben. 't Is pikdonker, vrijdagavond, glad op de weg... Nee, jij gaat dat hele stuk niet alleen.' beval hij en sloeg zijn armen over elkaar. Ze wilde er tegenin gaan, maar Dave wilde geen tegenspraak.

Ik draaide me om naar Jay en vroeg: 'Kun jij d'r niet even meenemen in je auto?' Je kon aan zijn gezicht zien dat hij niet echt gerekend had op die vraag. 'Nou eh... Jawel, denk ik.' zei hij na een paar seconden denken. 'Oké, dat is dan opgelost!' riep ik vrolijk uit en ging op mijn fiets zitten. Dave knikte en haalde de brommer van de standaard af. 'Ik beloof dat ik 'm vóór elf uur vanavond terug breng.' 'Nou, oké dan.' Ik zag dat ze het allemaal een beetje vaag vond, maar Danique zou er waarschijnlijk toch niets achter zoeken. Zo iemand was ze niet.

Jay en Danique keken even naar elkaar, haalden hun schouders op en keken ons toen weer aan. 'Nou, dan zie ik jullie morgen wel weer!' 'Doeg!' Dave en ik gingen snel weg, voor Jay zich kon bedenken of Danique een andere uitweg had gevonden. We waren nú zo ver gekomen, 't zou stom zijn als we nu zouden moeten stoppen... Ik voelde me echt zo'n tienermeisje dat haar "bff" aan het koppelen was met haar "crush" of hoe men dat tegenwoordig ook zegt. Waarom deed ik dit ook alweer? Ach, whatever. Stiekem zou ik 't wel leuk vinden als Jay en Danique bij elkaar zouden komen.

DANIQUE
Ik zwaaide even naar Leon en volgde Dave met mijn ogen, terwijl hij wegliep met mijn brommer. 'Kom je nog?' riep Jay nadat hij z'n Mini Cooper open had gedaan. 'Ja, ja.' zei ik afwezig en ik liep er naartoe, ging erin zitten. 'Ik zou haast zweren dat ik Dave wat met mijn stuur zag doen.' mompelde ik, de gordel vast makend. Nah, 't zal wel mijn verbeelding zijn geweest. Alweer. 'Wat zeg je?' 'O nee niets hoor.' Ik glimlachte en keek even zijn kant uit. Jay startte de auto en reed de weg op.

Bij het eerste stoplicht dat we tegen kwamen, moesten we wachten voor rood. Rond deze tijd vond ik dat de stilte een beetje ongemakkelijk werd, dus probeerde ik een gesprek te starten. 'Goh, de ijsbaan is nog open. Anders had je daar nu misschien wel gestaan met Lisette, hè?' plaagde ik, kijkend naar de onoverdekte ijsbaan aan mijn rechterkant. 'Toch jammer dat je niet bent gegaan.' voegde ik er nog aan toe. Het volgende moment kreeg ik een klap tegen mijn schouder. 'Zo lúllig.' mompelde Jay en concentreerde zich toen weer op het stoplicht. 'Hoezo? Mis je 't schaatsen met Lisette niet?' Ik grijnsde en keek even in zijn richting. 'Ik had best wel willen schaatsen, 't is echt heel mooi schaatsweer en zo, maar niet met Lisette.' klaagde hij daarop en hij drukte het gaspedaal weer in.

'Je kunt toch nog steeds gaan schaatsen?'
'Maar 't is al bijna negen uur of zo.'
'Dat is toch niet zó laat.'
'En alleen is zo alleen...'
'Kun je Vincent niet bellen?'
'Die heeft een schoolfeest.'
'En Steyn dan?'
'Belangrijke vergadering.'
'Esmée?'
'Die is met mijn moeder weg.'
'Ja hé, werk eens een beetje mee.'
'Het ís gewoon zo.'
'Positieve instelling Jay, goed zo!'

Jay mopperde nog wat en sloeg toen af, waardoor de ijsbaan uit 't zicht verdween. 'Toch jammer.' mompelde ik, nadat ik me weer naar voren had gedraaid. 'Kun jij niet schaatsen?' vroeg hij plotseling. 'Wie? Ik?' 'Nee. Dat meisje naast je.' Ik draaide me om naar rechts, maar realiseerde me gelukkig al snel dat dat wel héél dom was. 'O, ik dus.' Dit was echt zo'n moment waarop ik mezelf wel kon slaan. 'Maar eh... Ik kon ooit schaatsen, ik heb het alleen al een paar jaar niet meer gedaan.' zei ik nadat ik me hersteld had. 'Klinkt goed genoeg. Heb je zin om te schaatsen?' 'Wat? Nu? Met jou?' Hij keek me aan met zo'n "Wat dacht jij dan?"-blik, waardoor ik me opnieuw realiseerde dat ik niet echt helder was vandaag. Snel keek ik weer voor me uit. 'J-ja, is goed.' stotterde ik. Elli zou 't wel niet erg vinden als ik eens wat later thuis was, toch? Ach wat. 'Wacht, dan draai ik de auto.' Jay stopte de auto, proberend om terug te gaan naar de ijsbaan. Ik keek even opzij en zag dat hij glimlachte, wat er uit automatisme voor zorgde dat ik óók ging glimlachen. Had ik toch nog iets goed gedaan.

Na een minuut of wat parkeerde Jay zijn Mini op een paar meter afstand van de ijsbaan. Nou ja, de ingang daarvan dan. Je snapt me wel. Ik stapte uit, haalde mijn muts uit mijn tas en deed die op. Vervolgens legde ik mijn tas over mijn schouder heen, zodat ik er makkelijk bij kon. Het was best koud geworden. Moest ook wel, want het sneeuwde. Om heel eerlijk te zijn was ik vergeten hoe het nou allemaal zat met wanneer het regende, sneeuwde of hagelde, maar warm moest het in ieder geval niet zijn. Waarschijnlijk was dit de laatste sneeuw van deze winter, want het begon al warm te worden. Nou ja, warmer dan de afgelopen maanden. Echt kortebroekenweer zou ik 't nog niet willen noemen. Maar ik dwaal weer heel erg af nu.

We liepen samen naar de ingang, waar we bijna direct aan de beurt waren. Ik wilde mijn portemonnee pakken, maar Jay hield me tegen. 'Ik betaal wel.' zei hij en draaide zich naar de persoon achter de kassa. 'Zo cliché.' mompelde ik. Desondanks ging ik er niet tegenin en deed mijn tas weer dicht. Ik zou later wel wat te drinken betalen of zo, dan stonden we weer gelijk. 'Ga je mee?' vroeg hij na een poosje en keek van het loket naar mij. 'Tuurlijk. Kun je hier schaatsen huren?' Hij knikte en hield twee paar schaatsen omhoog. 'Waar haal je die vandaan dan?' Serieus? Bovendien: Hoe wist hij mijn schoenmaat? 'Die kun je hier halen.' Hij wees naar het loket waar hij ook had betaald.

'Oké dan.' zei ik en ik pakte het kleine paar Noren van hem over. Het was inderdaad mijn maat. 'Hoe weet jij in vredesnaam hoe groot mijn voeten zijn?!' vroeg ik verbaasd terwijl we naar een bankje liepen. 'Ik had 't onthouden. Die schoenen die je op 't werk draagt moesten besteld worden omdat ze zo klein waren.' antwoordde hij. Ik ging zitten en keek van mijn voeten naar de zijne en weer terug. Voor een vrouw had ik best normale voeten, maar voor een man waren ze wel wat klein ja. 'Ach ja, ik onthoud ook altijd de schoenmaat van mensen die ik net een dag ken.' Jay stak zijn tong naar me uit en kwam naast me zitten.

'Danique?' vroeg Jay na een poosje. Hij had onderhand al één schaats aan en hoefde de tweede alleen nog maar dicht te doen, terwijl ik nog prutste met mijn eerste.
'Hm?' antwoordde ik, geconcentreerd op de schaats.
'Lisette vermöördt me -of nog erger: jou- als ze er achter komt dat ik hier ben, dus hoe afgezaagd het ook klinkt, vertel 't haar maar niet...'
'Komt goed hoor. Ik heb niet echt de neiging om Lisette uitgebreid te vertellen wat ik elke dag doe.'
'Mooi.'

Jay glimlachte en stond op, klaar om te gaan schaatsen. Dat werkte niet echt motiverend, aangezien ik nu wel beide schaatsen aan had, maar nog geen van beide dicht kon krijgen. 'Wiens idee was het om veters in schaatsen te doen?' klaagde ik zachtjes, terwijl ik probeerde de veters door de goede haakjes te doen. Jay had me blijkbaar wel gehoord -of hij vond het gewoon te lang duren- en ging voor me zitten. 'Sukkel. Laat mij 't maar doen.' zei hij lachend en keek me weer even aan. 'Tss... Meneer De Waart weet 't weer beter hoor.' 'Veel beter.' Ik grinnikte kort en liet de veters los.

Ik volgde Jays handen toen ze mijn schaatsen vastmaakten. Hij had van die grote handen, in vergelijking met mij dan. Er viel een beetje sneeuw op, die hij er telkens vanaf veegde. Zelfs met die grote handen van 'm kreeg hij de eerste schaats binnen een halve minuut dicht. Wat ik dus in tien keer zo veel tijd nog niet voor elkaar kreeg... Ik vond 't niet zo erg dat hij het nu deed. Het lukte mij toch niet en nu kon ik hem een beetje bekijken zonder dat hij 't echt door had. Hehehe...

Even later stond ik voor het ijs, lichtelijk bang dat ik keihard op m'n bék zou gaan. 'Kom je nog?' vroeg Jay lachend. Hij stond in alle rust op het ijs op me te wachten. 'Ja, ja...' mompelde ik, terwijl ik voorzichtig mijn eerste voet op het ijs zette. Tot zover ging het goed. 'Schiet is op! Tegen de tijd dat je hier bent, heb ik een baard van een halve meter.' lachte hij weer. Ik murmelde wat en zette mijn tweede voet ook op het ijs. 'Wo~' Ik zwaaide uitgebreid met mijn armen om mezelf in evenwicht te houden en concentreerde me op het ijs. Toen ik voelde dat ik wat vooruit ging zonder dat ik iets deed, raakte ik in paniek en probeerde mijn schaatsen weer recht te zetten. Dat ging maar net goed... 'Oké, ik sta. Niks aan de hand.' zei ik tegen Jay, hoewel dat ook bedoeld was om mezelf een beetje gerust te stellen. Rotschaatsen.

'Durf je 't aan?' vroeg Jay met een enorme grijns op zijn gezicht.
'Kerel, ik ben nu zó ver gekomen, ik ga 't niet meer opgeven.' antwoordde ik, proberend naar hem toe te schaatsen.
'Oh ja, zó ver. Al een halve meter! Ik ben trots op je hoor.'
'Geen commentaar.'
'Ik zou niet dúrven.'

Ik deed erg mijn best om zonder vallen bij hem te komen, maar het lukte me uiteindelijk niet. Ik tilde mijn voet op 't verkeerde moment op, waardoor ik uit evenwicht raakte en een seconde later met mijn achterwerk op het ijs terecht kwam. 'Waarom doe ik dit ook alweer?' vroeg ik aan mezelf, terwijl ik overeind ging zitten. Jay kwam nu naar me toe geschaatst. Eerst lachte hij me uit, maar daarna stak hij zijn hand in mijn richting. 'Hoe lang had je nou niet geschaatst?' 'Ik denk een jaar of vier of vijf of zo... Ik ben er nooit echt goed in geweest.' zei ik en ik pakte zijn hand vast. Heel even ging er een stroom warmte door me heen, maar ik negeerde het weer.

Jay trok me overeind zonder zelf om te vallen. 'Gaat 'ie?' Ik knikte. 'Mooi.' Rustig liet hij me weer los. Ik probeerde mezelf in evenwicht te houden, waarin ik opnieuw verschrikkelijk faalde. Ik hield mezelf nog maar net overeind door me aan Jays arm vast te grijpen. Na een paar seconden op adem te zijn gekomen, durfde ik 't weer aan. Langzaam liet ik 'm los, me opnieuw concentrerend op de ijzers onder mijn voeten. 'Zeg Jay, vind je het heel erg als ik je hand vasthoud tijdens het schaatsen? Anders kom ik nog geen meter vooruit zonder te vallen.' vroeg ik met een rood hoofd nadat ik doorkreeg dat dit écht niet zou gaan werken. 'Als jij 't nodig vindt, mij best.' antwoordde hij. Volgens mij probeerde hij normaal over te komen, maar het lukte niet helemaal. 'Dankjewel.' vervolgde ik oprecht dankbaar.

Jay glimlachte en stak zijn hand opnieuw naar me uit. Hij keek me aan en vroeg: 'Klaar voor?' Ik pakte zijn hand vast en kneep er een beetje in. Alweer schoot dat warme gevoel door me heen. Ik probeerde het te negeren, maar kon niet meer verhelpen dat ik begon te blozen. Snel verstopte ik mijn gezicht een beetje in mijn kraag. 'Veel beter dan dit zal 't niet worden.' Hij grijnsde en sloot zijn hand om de mijne heen, begon rustig te schaatsen. Bij de eerste paar keer afzetten liep ik een beetje achter en wankelde ik, maar al gauw kon ik redelijk blijven staan. Zolang we niet té snel -of eigenlijk überhaupt snel- gingen. Daarbij kreeg ik er na een rondje over de ijsbaan nog plezier in ook! Het ging niet snel, vlekkeloos, mooi of wat dan ook, maar we hadden 't beiden prima naar onze zin. Ik kneep vooral tijdens de bochten wat harder in zijn hand, maar volgens mij had Jay er niet echt problemen mee.

JAY
Ik betrapte mezelf er op dat ik steeds opzij keek. Of dat nou was om te kijken of ze niet viel, of gewoon omdat ik graag naar Danique keek, wist ik niet. De laatste tijd wist ik wel vaker dingen niet zeker, dus ik was 't ook wel gewend. 'Het valt best mee toch?' vroeg ik lachend en trok haar de bocht door. 'Voor jou ja!' Ik voelde dat ze mijn hand weer steviger vasthield en probeerde haar overeind te houden.

'Ah joh, je gaat al veel beter dan aan het begin!'
'Veel erger kon ook niet!'
'Aanstelster.'
'Klojo.'
'Zorg nou maar dat je overeind blijft staan.'
'Of juist niet, dan ga jij ook onderuit.'
'Puh, mocht je willen.'

Als je nu denkt dat we echt heel erg lúllig tegen elkaar deden: dat viel wel mee hoor. We plaagden elkaar een beetje als een stel pubers, maar verder ging 't goed. Voor 't eerst sinds tijden had ik weer 't gevoel dat ik weer écht ergens plezier in had. Mijn dag was weer helemaal goed, daar konden nog geen tien Lisettes verandering in brengen. Hoewel, laat ik dat niet te hard zeggen... Kútwíjf dat ze d'r is. Nee, nee. Niet aan denken nu. Ik schudde mijn hoofd een paar keer heen en weer, proberend haar uit mijn gedachtes te zetten. Tuurlijk werkte het niet, maar toen ik opnieuw een bocht doorging en Daniques hand in de mijne voelde knijpen, had ik mijn afleiding weer teruggevonden.

'Wil je niet proberen om een stukje alleen te schaatsen?' vroeg ik wanneer we de bocht uitkwamen. 'Ik denk niet dat dat een goed idee is...' 'Je kunt 't toch proberen?' Ik draaide me zo om dat ik nu voor haar schaatste, mijn rug gekeerd naar waar we heen schaatsten. Ik keek haar aan en pakte haar andere hand ook vast. Ik schaatste zonder problemen achteruit, wat dus gelukkig betekende dat ik 't nog kon. 'Gek! Draai je om!' riep ze een beetje paniekerig, terwijl ze mij nu ook aankeek. Vallende sneeuw smolt op haar wangen en plukjes haar die onder haar muts uitkwamen waaiden langs haar gezicht. Ik glimlachte zonder dat ik het echt doorhad en keek in haar ogen. De blauwe kleur stond heel leuk bij haar rode wangen. Na een minuut of wat keek Danique jammergenoeg weer verlegen naar beneden. Ik wist niet of ik het moest zien als teken dat ze me leuk vond, of gewoon dat ze verlegen was. Ach, wat kon het me op het moment ook schelen.

'Je kunt 't op z'n minst proberen, toch? Ik ben er ook nog.' probeerde ik haar over te halen. Ze leek even te twijfelen, maar uiteindelijk kreeg ik haar toch zover. 'Oké, maar niet te snel. Dat kan ik niet aan.' zei ze klagend en kneep nog even in mijn handen. 'Komt wel goed.' Ik glimlachte en remde een beetje af. Op het moment dat we met een slakkengangetje schaatsten, liet ik haar handen steeds een beetje verder los. Eerst pakte ze ze juist strakker vast, maar na een poosje gaf ze toch toe. Rustig liet ik haar los en zij mij. 'Oké, oké, so far so good.' zei ze, geconcentreerd op haar voeten en de beweging daarvan. Ik bleef wel in de buurt, met het idee dat ik haar indien nodig kon ondersteunen of wat dan ook.

Langzaam schaatste ze in mijn richting. Hakkelig en steeds met haar blik naar haar schaatsen gericht, maar ze schaatste wel. 'Zie je wel dat je het kunt?' lachte ik, terwijl ik ook een beetje achteruit ging. 'Heuj! Ik schaats!' riep ze vrolijk en keek me een paar seconden aan. Vervolgens concentreerde ze zich weer op het ijs, aangezien ze nu uit balans raakte. 'Wo~' mompelde ze weer, wat niet veel goeds betekende. Ze zwaaide met haar armen en wankelde op haar benen. Ik snelde naar haar toe, net op tijd om haar op te vangen. Het was een iets minder heldhaftige redding als ik gehoopt had, aangezien ik door haar gewicht zelf óók omviel en samen met haar op het gras naast de ijsbaan terecht kwam. Daar hadden we dan ook nog geluk mee, omdat de ijsbaan niet écht zacht was en gras op zich wel oké.

Danique hield geschrokken mijn bovenarmen vast en zuchtte een keer. 'Ja. Dat ging heel soepel.' mompelde ze kijkend naar mijn borstkas, waar ze nu tegenaan lag. Ik glimlachte en kwam een beetje overeind, waardoor ze nu ongeveer op mijn schoot zat/lag. 'Sorry.' verontschuldigde ze zich, nu kijkend naar beneden. 'Maakt niet uit. Daar kon jij ook niets aan doen.' Ik zocht haar blik en veegde wat haar uit haar gezicht. Mijn wangen werden volgens mij nog roder door dit soort dingen, maar gelukkig was ik niet de enige van ons twee. Het enige verschil was dat ik het bij Danique eigenlijk nog aantrekkelijk vond ook. Ze keek even omhoog waardoor onze blikken kruisten. Een paar seconden hield ik het oogcontact vast, maar langer kon ze niet. Ze keek weer naar beneden en probeerde "onopvallend" haar rode hoofd te verbergen in haar kraag, alweer. 'Schattig.' mompelde ik zachtjes met een brede glimlach.

Ik tilde met mijn vrije hand haar kin op en keek weer naar haar gezicht. Met mijn duim veegde ik een sneeuwvlokje van haar wang. Toen mijn blik afdwaalde naar haar lippen, voelde ik dat ik me niet langer in kon houden. Ik boog me voorover, sloot mijn ogen en kuste haar zachte lippen. Mijn hart bonkte in mijn keel en mijn lippen gloeiden. Hetzelfde gevoel als de vorige keer ging door me heen en ik merkte dat ik het gemist had. Nu ik het één keer geprobeerd had, kon ik niet meer zonder, zou je kunnen zeggen. Ik glimlachte tegen haar lippen aan toen ik voelde dat ze er een beetje in meeging. Voorzichtig verlegde ik mijn hand van haar kin naar haar wang. Nee, niets kon mijn avond meer verpesten.

Na een poosje realiseerde ik me weer dat we niet de enigen waren hier, jammergenoeg. Tegen mijn zin in beëindigde ik de kus en deed ik mijn ogen weer open. Danique keek me met twee vragende, grote ogen aan, waardoor ik spontaan zenuwachtig werd. 'Danique... Ik eh...' zei ik, mijn hoofd nog steeds maar een paar centimeter van dat van haar af. Het oogcontact werd niet verbroken, hoewel ik voelde dat me dat dit keer niet echt hielp. 'Ik eh...' stotterde ik opnieuw. Danique, ik vind je leuk. Danique, ik ben verliefd op je. Danique, ik houd van je. Danique, je bent mijn droomvrouw. Ik kon zo veel zeggen, weet je? Van subtiel tot extreem cliché. Maar nee. In plaats daarvan zei ik: 'Kom, we gaan nog even schaatsen!' en kwam ik zo snel ik kon overeind. Alsof er niets was gebeurd, alsof ik niets had gedaan. Ik ben een lafaard. Ik weet 't.

Danique keek me even vreemd aan, maar kwam uiteindelijk achter me aan de ijsbaan op. Ze kwam er zonder te vallen op, maar toen we begonnen te schaatsen pakte ze mijn hand weer vast. Ik probeerde mijn hard kloppende hart te negeren, maar Danique maakte 't me verre van makkelijk.

DANIQUE
Ik glimlachte, proberend de ongemakkelijke sfeer te vermijden. Uiteindelijk lukte dat ook wel - buiten het feit dat Jay wel een beetje vreemd deed. Rond kwart over tien of zo hadden we er beide wel genoeg van en gingen er vanaf. 'Nou ja. Ik ben maar vier keer gevallen, dus dat valt eigenlijk best mee.' zei ik tegen mezelf, terwijl ik op een bankje ging zitten en mijn schaatsen uit begon te trekken. 'Wat is dit voor rotknoop?' mompelde ik weer tegen mezelf. Ik hoorde een korte zucht naast me en keek even opzij. Jay kwam overeind en ging voor me zitten. 'Ik doe het wel weer.' grijnsde hij, nadat hij de veters van me had overgepakt. Dit keer was ik degene die zuchtte, maar ik liet 'm maar begaan.

Ik volgde zijn bewegingen en steunde met mijn ellebogen op mijn bovenbenen. Ik wist niet zeker of hij zag dat ik hem zo bekeek en zo, maar goed, hij was zelf net zo goed heel vaag bezig. Eerst kust hij me, en dan loopt 'ie snel weg alsof er niets aan de hand is. Net als de vorige keer trouwens. Ik wilde er niet op doorgaan omdat ik dat niet durfde. Ík had het ook niet gedaan; ík was niet degene die iets uit te leggen had; ík was niet degene die verloofd was.

'Waar kijk je naar?' vroeg Jay plotseling. 'O eh... Niets hoor.' mompelde ik en ging snel anders zitten. Hij grinnikte even en stond weer op. Rustig kwam hij naast me zitten om zijn eigen schaatsen uit te doen. Ik schopte snel mijn schaatsen uit en strikte mijn eigen schoenen vast. 'Heb je zin in een appelflap? Ik trakteer.' zei ik terwijl ik al opstond. Hij dacht even na, keek even omhoog en knikte. 'Is goed.' 'Wacht hier, ik ben zo terug.' Ik glimlachte en draaide me om. In alle rust liep ik naar een kraampje verderop, waar ze van alles verkochten. Je weet wel, zo'n "Koek en Zopie" -of hoe dat ook moge heten- alleen dan iets uitgebreider. De vorige keer dat ik met Jay een appelflap had gegeten, was het best een succes. Die kerel had nog nooit eerder een appelflap gehad en dacht dat ik hem ging vergiftigen of zo. De idioot. Uiteindelijk had hij er wel drie of vier gehad. Ik wist 't niet precies, omdat ik op een gegeven moment in slaap viel. Ja, daar koos ik altijd de béste momenten vooruit. Vertel mij wat.

'Twee appelflappen alstublieft.' vroeg ik toen ik aan de beurt was. Ik gaf de vrouw achter het kraampje een paar euro en kreeg er na een minuutje twee appelflappen voor terug. Ik glimlachte en bedankte haar, voordat ik terug liep naar Jay. Hij had net zijn schaatsen onder het bankje gezet en zijn veters vast gedaan. 'Alsjeblieft!' zei ik vrolijk en ik gaf één van de appelflappen aan hem. Met een plof kwam ik naast hem neer op het bankje. 'Eet smakelijk.' Ik nam een hap en kauwde er uitgebreid op. Van al dat schaatsen kreeg je trek... Jay glimlachte breed en bestudeerde de appelflap. Zonder er verder al te veel over na te denken nam hij ook een hap, met een gezicht als een jongetje van vijf dat zijn verjaardagskaarsjes uit had geblazen.

Ik keek omhoog, naar de steren. Doordat er niet zo heel veel lantaarnpalen waren kon je ze goed zien. 'Zeg Jay, is dat niet de Kleine Beer?' vroeg ik, wijzend naar een paar sterretjes boven mijn hoofd. 'Hm? Beer?' was zijn reactie. 'Je weet wel. Die sterretjes.' antwoordde ik en wees opnieuw naar de sterren boven mijn hoofd. Jay draaide zijn hoofd naar boven en probeerde mijn vinger te volgen. 'Die?' vroeg hij en wees nu ook naar boven. 'Eh... Ja, die ja.' antwoordde ik na een poosje kijken. 'Nee, dat is de Grote Beer, de Kleine Beer is daar verderop.'

'De Kleine Beer was toch zo'n steelpannetje?' vroeg ik verward.
'Ja, maar de Grote ook.'
'Hoe houd je ze dan uit elkaar?'
'Nou... De Kleine Beer is klein en de Grote groot.'
'Is dat alles?'
'Weet je wat de Poolster is?'
'Dat ene felle bolletje daar.'
'Ja. Daar zit de Kleine Beer aan vast.'
'O... Dan is dat de Kleine Beer!' Ik wees opnieuw naar boven.
Hij lachtte kort. 'Ja.'
'Hoe weet je dat allemaal?'
'Wil je dat serieus weten?'
Ik knikte. 'Anders vroeg ik het niet.'
'Heb je even?'
'Ik heb de tijd.'

'Als kind had ik er altijd een hekel aan om 's avonds met mijn ouders en hun zakenpartners te praten, dus als ik de kans kreeg vluchtte ik altijd naar boven. Meneer Lee hielp me altijd. Ik verstopte me in een kamer met allemaal spullen over sterren en sterrenkijken, met zo'n grote telescoop en zo. Meneer Lee maakte iedereen wijs dat ik daar toch niet zat omdat het me niet interesseerde, waardoor niemand me daar kwam zoeken. Uiteindelijk werd het bijna een geheim hol. Ik heb bijna alle boeken daar gelezen en bijna al die sterrenbeelden uit mijn hoofd geleerd. Alles beter dan de hele avond horen hoe fan-tas-tisch de beurskoersen waren, waarna mijn vader me ook nog uitgebreid zou vertellen over dat ik al die hotels ooit moest overnemen en goed moest weten hoe het allemaal zat. Ja, mijn leven als zes-jarige was echt geweldig.'

We waren ondertussen al bij het loket waar we de schaatsen hadden gehuurd, Jay had verteld tijdens het lopen. 'Welke zes-jarige gaat er nou sterrenbeelden uit zijn hoofd leren?' zei ik nadat ik de mijne had ingeleverd. Hij haalde zijn schouders op en deed hetzelfde. 'Ik moest íéts doen.' antwoordde hij. 'Dat zal, ja.' Ik dacht altijd dat Jay een heel makkelijk leven had gehad. Ik bedoel: geld had 'ie zat. Maar uiteindelijk viel dat best wel tegen. Uit alles wat ik gehoord had, leek het eerder dat hij de hele tijd gepushed werd en alles. Als het al 'bijzonder' is dat hij vrienden heeft, is er ook wel ergens iets fout gegaan, niet?

'Maar dat is wel weer genoeg over mijn leven als zes-jarige. Zullen we gaan?' 'Ja. Ik ben best wel moe, en ik wil voorkomen dat ik in de auto weer in slaap val. Straks ga ik nog praten.' Ik zag het zo voor me dat ik uitgebreid ging vertellen over wat ik de laatste tijd dacht. Nee, dat voorkwam ik liever. 'Is dat zo erg? Lijkt mij erg gezellig hoor.' antwoordde hij, terwijl hij de uitgang door liep. 'Jou wel ja. Maar jíj weet dan nog wat ik gezegd heb. Ik daarentegen...' 'Ah joh, jij weet in ieder geval dat ik gewoon Jay ben. Ík dacht een paar maanden lang dat jij een man met de naam Daan was. Ik wist niet eens dat je lang haar had?' kaatste hij terug, terwijl hij instapte. 'Dat is niet waar! Je had me toen gezien met Lia's tentoonstelling!'

Ik stapte zelf ook in en deed mijn gordel vast. Ik keek even naar hoe hij autoreed, maar vond 't al gauw niet meer interessant. 'O nee, begin daar nou niet over. Dat had ik net verdrongen.' zei Jay daarop en sloeg af. 'Nou zeg. Zó erg zie ik er nou ook niet uit in een jurk. Blauw staat me best goed!' lachte ik en gaf hem weer een tik. Hij mompelde wat terug, wat ik niet kon verstaan.
'Wat zeg je?'
'Nee, laat maar.'
'Zeg maar gewoon.'
'Ik zei dat dát niet zo erg was. Nee, het erge was het gesprek met "Daan" de volgende dag.'
Ik dacht even diep na en herinnerde het me toen weer.

'O ja! Jij dacht dat ik een vriendin uit Haarlem was, hè? "Goh, ik vond 'r wel knap." Zoiets had je gezegd toch?' vervolgde ik lachend en keek weer in zijn richting. 'Dat heb ik niet gezegd.' antwoordde hij met zijn blik strak vooruit, maar zijn gezicht zei wat anders. 'Ahw, wat schattig! Je bloost, Jay.' Ik glimlachte breed en pakte zijn rechterwang tussen mijn duim en wijsvinger. Ik wiebelde er een beetje mee, zoals van die oude tantes altijd met baby's deden. 'Ander onderwerp!' riep hij na mijn hand weggeslagen te hebben. Ik grinnikte en ging weer goed op de stoel zitten. 'We zijn er toch al bijna. Je kunt me er hier wel uit laten, dan hoef je niet te keren straks.' Hij knikte een keer en stopte de auto voor mijn straat. 'Toch bedankt voor het compliment.' voegde ik er nog grijnzend aan toe. 'Ah joh, ga fietsen!' antwoordde hij en drukte op een knopje. Ik dacht dat het was om de deur van 't slot of zo. 'Nah, ik loop wel.' 'Bijdehandje.'

Kalmpjes deed ik mijn gordel los en maakte ik de deur open. 'Bedankt voor deze avond Jay. Ik vond 't erg gezellig om weer een keer te schaatsen.' zei ik. Ik probeerde de grijns van mijn gezicht te halen, maar het lukte niet. 'Ja ja, 't is wel goed. Ik vond 't tot nu ook erg gezellig.' antwoordde hij en keek mij nu ook even aan. 'Hè, doe niet zo chagrijnig kerel.' Ik stak mijn tong naar hem uit en draaide me om, zette mijn benen al uit de auto. 'Je hoeft je niet te schamen hoor.' voegde ik er nog aan toe voordat ik de auto helemaal uitstapte. Met een klap kwam de deur achter me dicht.

Snel liep ik naar de bestuurderskant en klopte ik op het raampje. Met opgetrokken wenkbrauw deed Jay hem open. 'Nog meer dingen waar je me aan moet herinneren?' vroeg hij en draaide zijn hoofd opzij. 'Nee nee. Nogmaals bedankt voor het schaatsen.' zei ik, in de tijd dat ik wat voorover boog om normaal door het raampje te kunnen kijken. 'Morgen weer?' vroeg hij met dat typische scheve glimlachje van 'm, waarvan mijn hart een slag oversloeg. 'Nah, ik denk niet dat Lisette daar blij van wordt.' 'Begin nou niet over háár.' 'Ik zal mijn mond houden.' Ik glimlachte breed en bestudeerde zijn ogen. Hij deed hetzelfde, waardoor er een paar seconden stilte viel.

'Nou ja, eh... Leuk dat je mee bent gegaan.' zei Jay na een poosje en keek snel weer vooruit. 'Graag gedaan, jij ook.' antwoordde ik alleen. Misschien moest ik in het vervolg eerst gaan nadenken voordat ik wat deed, maar nu maakte het me niet uit. Híj had ook al meerdere keren dingen uitgehaald, dus vond ik dat ik ook wel eens iets mocht ondernemen. Toen ik zag dat zijn hand naar het knopje voor het raam ging, boog ik snel door het raam heen. Zonder er bij na te denken -ik zei 't toch- drukte ik een vluchtige kus op zijn wang. Heel zachtjes en kort, maar mijn lippen begonnen wel te tintelen van de aanraking. Meteen daarna zag ik zijn ogen vergroten en zijn wangen verkleuren toen ik weer goed en wel buiten de auto stond. Ik glimlachte, draaide me om en beet op mijn lip.

Snel liep ik mijn straat in. 'Heb ik dat nou echt gedaan?' fluisterde ik tegen mezelf en ik verstrakte de grip op mijn tas. Ik voelde mijn hart in mijn keel kloppen en mijn wangen rood worden. Ookal wist ik wel dat niemand me zag, uit gewoonte stopte ik mijn gezicht in mijn kraag. 'Ik vind 'm echt leuk.' murmelde ik. 'Waarom is hij verloofd? Het is niet eerlijk.' voegde ik er zuchtend aan toe.

'Ik ben thuis!' schreeuwde ik door het huis, iets minder enthousiast dan ik had verwacht. Met een doffe plof kwamen mijn jas en muts op het tafeltje terecht. Ik zou ze later wel ophangen. In alle rust liep ik de keuken binnen, waar ik verwachtte wat meer leven tegen te komen. 'Waar zat je?! Het is al bijna' ze wierp een blik op de klok, 'kwart voor elf! Danique Johnsson, jij hebt wat te vertellen.' riep Elli streng vanachter haar kookboek. 'Is Dave nog geweest?' vroeg ik, haar vraag negerend. 'Volgens mij wel ja, dat moet je even aan Lia vragen. Maar dat geeft nog geen antwoord op mijn vraag?!' Ze keek even omhoog, maar ik rende al naar de trap. Lia zou wel weer ergens huiswerk aan het doen zijn of zo.

Vanaf de trap riep ik Lia een paar keer. Het antwoord kwam uit onze gedeelde kamer. 'Is Dave langsgeweest vanavond?' vroeg ik nogmaals. Lia keek op van wat ze ook aan het doen was op het bureau, haar aandacht nu op mij vestigend. 'Ja, hij heeft je brommer een uur geleden teruggebracht. Maarre... Hoe was 't?' vroeg ze met pretlichtjes in haar ogen. 'Waar heb jíj het nou over?' 'Houd je maar niet van de domme. Dave heeft verteld dat Jay je weg zou brengen. Je had al een uur of twee geleden thuis kunnen zijn, hoor. Je denkt toch niet dat ik geloof dat er file stond tussen 't restaurant en hier?' Ze grijnsde breed en steunde met haar elleboog op het bureau. 'Sinds wanneer ben jij zo nieuwsgierig?' vroeg ik met dezelfde grijns, nadat ik op mijn bed was gaan zitten. 'Sinds ik weet dat jij en Jay samen zijn, nou goed.' Ze draaide haar stoel zo dat ze mij aan kon kijken en wachtte nog steeds op uitleg.

'Dat is bullshït Lia! Jay is verloofd met Lisette, niet met mij.'
'Maar hij heeft je toch gezoend?'
'Dat zegt helemaal niks. Hij heeft ook gezegd dat ik beter dood had kunnen zijn.'
'En hij vond Lisette maar een rotwíjf, toch?'
'Dat zegt ook niets. Iedereen heeft een hekel aan Lisette.'
'En je hebt net een paar uur met 'm rondgereden in de stad.'
'Echt niet!'
'O nee?'
'We gingen schaatsen.' Dat laatste kwam er meer uit als vaag gemompel, omdat ik er niet van hield haar gelijk te geven.
'Zie je nou wel.'
'Dat slaat helemaal nergens op!'

Ik gooide mijn kussen naar haar hoofd en blies geïrriteerd een pluk haar uit mijn gezicht. 'Nee, nee. Tuurlijk niet, Danique. Ik ga ook altijd met willekeurige mensen sporten beoefenen waar ik verschrikkelijk slecht in ben.' zei ze sarcastisch voordat ze het kussen teruggooide. 'Jij mag niet klagen. Jij bent goed in alles wat met water te maken heeft.' Ik ving het kussen op, trok mijn schoenen uit en schoof achteruit. In kleermakerszit leunde ik tegen de muur aan, terwijl ik het kussen vasthield alsof ik het knuffelde. 'Zie je wel dat ik gelijk heb?' 'Wat? Hoe kom je daarbij?' 'Je doet altijd zo als je weet dat ik gelijk hebt. Je begint te mompelen, pakt wat vast en verandert van onderwerp.' antwoordde ze triomfantelijk. Dit was één van die momenten waarop het me opnieuw duidelijk werd dat Lia atheneum deed en ik met moeite een VMBO-diploma had gehaald. Lia had dingen over míj nog eerder door dan ikzelf.

Ik zuchtte en keek naar het kussen. 'Oké, ik heb me prima vermaakt tijdens het schaatsen en ik geef toe dat ik 'm leuk vind, maar het wordt toch niks. Het is sowieso niet wederzijds én hij is verloofd. Ik ga 't niet eens proberen...' mompelde ik, terwijl ik het kussen nog wat harder knuffelde. 'Je bent een ongelooflijke schíjtert.' antwoordde ze direct en ze sloeg haar armen over elkaar. 'Welja, wrïjf het er nog even in.' Lia begon een heel verhaal over dat ik mijn best ervoor moest doen en dat ik best wel een keer wat mocht doen voor mezelf, maar ik luisterde maar half. Lia wist ook wel dat dat niet echt mijn ding was. Ik vond 't gewoon zo egoïstisch om Jay te zeggen dat ik 'm leuk vond, of wat dan ook. Jay was sowieso verloofd en daarbij wilde ik het ook niet extreem ongemakkelijk maken voor alle andere mensen in Prince's Castle. Nee, ik wachtte wel tot 't vanzelf over ging. Dat had 't tot nu toe altijd nog gedaan. Dan wás ik maar een schïjtert.

Ik hoorde Lia zuchten. 'Mompel niet zo, je weet dat ik daar niet tegen kan.' mopperde ze en stond op. Ze legde een pot lijm in een kastje en draaide zich toen weer naar mij. 'Het maakt ook echt helemaal niets uit wat ik tegen jou zeg. Je doet er uiteindelijk toch niets mee.' 'Dat is niet waar Lia. Het kan nu gewoon niet, snap je? Jay is mijn baas. Mijn verlóófde baas.' Lia zuchtte weer en ging in het raam zitten. 'Oké oké, wat jij wilt. Je zult wel gelijk hebben.' zei ze met tegenzin, terwijl ze keek naar de sneeuw op straat. Ik knikte alleen een keer en stond ook op. 'Ik ga eten.' zei ik kortaf en ik liep de kamer uit, de trap af.

'Elli? Heb je nog wat te eten voor me bewaard?' vroeg ik voorzichtig toen ik de keukendeur weer door kwam. Misschien had ik net wat beter na moeten denken over wat ik ging zeggen. 'Ja, maar niet voor je me verteld hebt waar je net uithing.' zei ze, maar ze was al lang bezig om wat macaroni voor me op te warmen. 'Niets bijzonders.' mompelde ik, zoekend naar de juiste woorden. 'Dat is geen antwoord, Danique. Ik ben nog steeds je moeder.' Om een verdere "ik ben je moeder"-preek te voorkomen, vertelde ik haar nu maar dat ik met Jay was wezen schaatsen.

'Jay? Is dat die man van De Waart?' vroeg ze, roerend in de pan.
'Eh... Ja.'
'Dat is je baas, toch?'
'Eh... Ja.'
'En je werkt daar pas weer sinds gisteren, toch?'
'Eh... Ja.'
'En nu ben je direct met 'm gaan schaatsen?'
'Eh... Ja.'
'Dat leek je toch niet serieus een slim idee?'
'Dat is wat anders. We zijn gewoon vrienden, mam.' Ik zuchtte en ging aan de keukentafel zitten.
'Een week of wat geleden hadden jullie nog dikke ruzie?'
'Ja ja, ik weet 't, ik weet 't. Dat zijn wel weer genoeg vragen voor vandaag.' Ik werd langzaam chagrijnig, terwijl ik een half uur geleden echt nog een fantastisch humeur had.

Elli zei niets meer, zette een bord eten voor mijn neus neer en liep naar de woonkamer. Niet veel later hoorde ik muziek uit de radio komen, wat betekende dat ze bezig was met knuffels naaien of zo. Ik zuchtte kort en begon te eten. Ik wilde geen ruzie met Elli of wat dan ook, maar ik werd gewoon gék van mezelf! Dat reageerde ik volgens mij een beetje af op de anderen... Ookal wist ik wel dat Lia en Elli beide gelijk hadden, ik wist niet wat ik daar daarna dan mee moest.

~

De volgende morgen was ik weer gewoon in Prince's Castle. In eerst instantie wilde ik gewoon doen alsof er niets bijzonders gebeurd was -net als Jay altijd deed-, maar toen ik hem de keuken uit zag lopen werd ik zenuwachtig. 'Goeiemorgen.' zei ik kort en vluchtte de kleedhokjes in. Wat moest ik zeggen? Wat moest ik doen? Jezus, wist ik veel. Jay gedroeg zich zo... Anders de laatste tijd. Ik had werkelijk geen idee hoe ik daarop moest reageren. 'Gewoon net doen als je altijd deed.' murmelde ik tegen mezelf in de tijd dat ik mijn shirt verwisselde.

De rest van de dag ging gelukkig volgens plan. Nou ja, ongeveer. Dave en Leon deden trouwens wel vreemd. Ze liepen telkens met z'n tweeën in de keuken te smoezen, maar telkens als ik binnen gehoorafstand was, stopten ze abrupt met praten. Heel apart. Ik nam me voor om er niet te veel aandacht aan te besteden. Dat kon ook bijna niet, aangezien Lisette opnieuw Prince's Castle terroriseerde. Vandaag leek 't wel of ze míj de hele tijd aan zat te staren, als Jay even was gevlucht. Maar dat zal mijn verbeelding wel zijn geweest. Het leek me sterk dat ze -nu al- wist dat Jay en ik gisteravond samen weg waren geweest. Nee, ik zag 'r tot veel in staat, maar dít dan nog weer net niet.

LISETTE
Die avond zat ik in het kantoortje naast mijn logeerkamer. Ongeduldig tikte ik met mijn pen op tafel. 'Heb je ze nou al uitgeprint?' snauwde ik en ik draaide een keer een rondje met de bureaustoel. 'Nee mevrouw, de printer moet even opstarten.' antwoordde Jean, de man die in dit verschrikkelijke huis de enige butler was die ik had. Ja, dat hoor je goed. Ééntje maar. Maar goed, met een beetje geluk kon ik hier binnenkort weer weg. 'Zorg dan dat hij opschiet! Ik heb niet de hele avond de tijd!' riep ik opnieuw, terwijl ik met mijn hand door mijn haar heen ging. Er zaten allemaal knopen in en mijn prachtige krullen waren uitgezakt, doordat ik er vanavond nog geen haarlak in had gedaan. De gedachte alleen al maakte me misselijk. Gehaast graaide ik in mijn tas en pakte mijn borstel eruit. Om mezelf te kalmeren begon ik mijn haar te borstelen. 'Schiet is op!' snauwde ik nog een keer, om ervoor te zorgen dat Jean niet in zou kakken.

Na een eeuwigheid draaide Jean zich van de printer af. 'Dit zijn de foto's van gisteravond.' zei hij en hij gaf de blaadjes aan mij. 'Dat werd tijd.' Ik smeet de borstel op tafel en bladerde een beetje door de foto's heen. Gisteravond kon ik ze niet zo goed zien, maar op papier was alles duidelijker. 'Wat een kútwíjf! Ik zei toch dat zij het was?!' riep ik na een poosje en liet de foto's die ik gezien had op de grond vallen. 'Zie je nou wel dat je hem moest volgen? Ik had alweer gelijk natuurlijk.' Opnieuw liet ik wat foto's op de grond vallen, totdat ik er eentje had waarop het gezicht van het meisje goed te zien was. Deze pakte ik er tussenuit en hield ik in het licht van de schemerlamp op het bureau. 'Ik wil dat je alles uitzoekt over haar en daarna uitgebreid verslag uitbrengt bij mij. Begrepen?' Ik zette mijn vinger op het hoofd van het bruinharige meisje en fronste mijn wenkbrauwen. 'Maar mevrouw, dat kost tijd en-' 'Niets te maren! Maandag wil ik het weten. Allemaal!' schreeuwde ik, voordat ik me omdraaide en alles wat op het bureau stond eraf gooide. Tevreden trippelde ik op mijn high-heels de kamer uit. Ze moest niet spotten met mij, daar kreeg ze spijt van. Reken daar maar op.

DANIQUE
De weken daarop verliepen ook normaal, of nou, voor míj normaal. Telkens als Jays moeder langs kwam, moest ik mijn muts weer op. Ik wist niet precies waarom, maar waarschijnlijk had Jay de aanpassing van de vrouwen-regel nog niet aan zijn moeder verteld. Ik wist ook niet waarom zijn moeder ineens vaker langs kwam. In de afgelopen drie weken was ze zeker vier keer langs geweest, terwijl ze in de eerste twee maanden één, misschien twee keer geweest is. Heel vaag allemaal, maar ik was onderhand gelukkig wat gewend.
O, en er was goed nieuws! Lisette was het na twee weken zat en is naar huis gegaan! Vanbinnen vierde ik een feestje, maar van buiten probeerde ik het minder te laten merken. Dat betekende jammergenoeg niet dat we nooit meer last van haar hadden. Nee, het mocht niet zo zijn. Ze blééf Jay stalken door te bellen, sms'en, mailen en weet ik veel wat nog meer. Ze zocht zelfs contact via z'n moeder, te triest voor woorden. Ik weet niet wat Lisette die moeder over mij verteld had -als ze dat gedaan had-, maar die vrouw keek me telkens een beetje vreemd aan. Misschien moest ik daarom mijn muts wel op. Ach ja, wat het ook was, ik kreeg er niet echt uitleg over.

Zoals ik al zei, verder verliepen die weken normaal. Niets bijzonders te melden. Deze maandag waren Lia's schoolexamens begonnen. Ja, ik had er eindelijk een goede naam voor gevonden - hoewel ik het eigenlijk van tevoren ook wel had kunnen bedenken. Haar examencijfer werd opgebouwd uit twee delen: het centraal examen en het schoolexamen. In deze en volgende week moest ze van een heleboel vakken dingen voor dit schoolexamen doen. Voor haar kunstdeel moest ze deze week een project inleveren dat haar schoolexamencijfer voor tachtig procent bepaalde. Tachtig procent?! Da's veertig procent van haar hele examencijfer voor dat vak! Met al die andere toetsen erbijop is dat echt onmogelijk hoor. Zij liever dan ik.

Om weer terug te komen bij mezelf, zal ik beginnen bij de derde woensdagavond van maart. Lia had net haar eerste drie dagen afgesloten en we zaten er met z'n drieën een beetje over te praten tijdens het eten. Totdat de telefoon afging. 'Ik ga wel.' zei Elli met een zucht, haar bord rode kool achterlatend. Ondertussen gingen Lia en ik rustig door met ons gesprek. '... maar verder ging Engels goed.' zei Lia tussen twee happen door. Ik knikte een keer. 'Ook de leestekst?' 'Daar ben ik juist 't best in!' Net toen ik wat terug wilde zeggen, kwam Elli binnen met de telefoon. 'Voor jou.' zei ze, terwijl ze mij de telefoon gaf. 'O? Wie is 't?' Ze haalde haar schouders op. 'Het is een vrouw.' voegde ze er nog aan toe en ze ging weer zitten. Rustig stond ik op en liep ik de gang op.

'Met Danique Johnsson.'
'Jij werkt in Prince's Castle, toch?' snauwde de vrouw direct.
'Wie is dit?'
'Toch?!'
'Ja, maar-'
'Dus toch! Jij moet uit de buurt blijven van Jay.'
'Pardon?'
'Je hoort me toch? Blijf uit z'n buurt.' besliste ze.
Ik laste een korte denkpauze in. 'Is dit Lisette?'
'Hoe raad je 't. Maar daar gaat 't niet over. Ík doe wel wat ik moet doen. Jij daarentegen, moet weg blijven bij Jay. Begrepen?!'
'Ik werk daar gewoon?' Wat was er mis met dat mens?
'Dus? Dan stop je maar.'
'Wat een bullshït?! Ik kan zelf wel bepalen bij wie ik wel of niet in de buurt kom!'
'Ts... Zoals je wilt. Ik breng je wel op andere gedachten.'
Klik, ze hing op. Verward keek ik naar de telefoon, voordat ik zelf ook maar op het rode hoorntje drukte. 'Wat bedoelde ze dáár nou mee...' mompelde ik tegen mezelf. Maar daar zou ik al snel -té snel- achterkomen.

De rest van de week verliep weer normaal, hoewel ik dat telefoongesprek met Lisette niet uit mijn hoofd kon krijgen. Ik had er niemand over verteld en was het ook niet van plan. Op maandagochtend was er wel wat vreemds aan de hand. Eerst zocht ik er niets achter, maar later begon ik het toch wel een beetje verdacht te vinden.

Aan één van de achterste tafels van het restaurant zat de hele ochtend een man. Voor hem lagen een krant, laptop en fotocamera. Hij zat de hele ochtend een beetje met z'n laptop te pielen, maar wanneer ik niet keek, zou ik zweren een "klik" uit zijn richting te horen komen. Alsof hij telkens foto's maakte. Heel vreemd. Als ik me dan omdraaide, zat hij dan weer poeslief achter zijn laptop te nippen aan zijn koffie. Ergens klopte iets niet met die vent, maar ik wist niet wat. Misschien was het wel iemand van Lisette of zo? Wist ik veel. Ik zag haar tot een heleboel in staat. Wie weet wat ze van plan was? En dat terwijl ik eigenlijk niets verkeerd deed. Ik werkte gewoon? Wat is d'r probleem precies?

Ik zuchtte een keer en legde de zak koffiebonen terug in de kast. Op dat moment kwamen Jay en Ethan naar beneden. Ethan kwam naar me toe gelopen, sabbelend op een pepermuntje. 'Jij en Dave kunnen pauze houden, ik kom je aflossen.' Hij hield het deurtje van de bar voor me open en wachtte tot ik erachter weg was. 'Zo zo... Sinds wanneer ben jij zo'n gentleman?' vroeg ik grijnzend, het lukte me redelijk om mijn zorgen over de man met de camera en Lisette te verbergen. 'Geleerd van Thomas.' antwoordde hij trots en hij ging achter de bar staan. 'Ik ben trots op je.' lachte ik nog, voordat ik mijn brood ophaalde en naar boven liep. Een halve minuut later kwam Dave achter me aan.

We hadden op zich een redelijk normaal gesprek, totdat Dave over de man met de camera begon.
'Vind jij hem niet ook een béétje raar?'
Ik knikte een keer. 'Een beetje erg raar.'
'Volgens mij moet 'ie wat van je. Hij zit de hele tijd naar je te kijken.'
Dus hij dacht dat ook... 'Hm...'
'En dat fototoestel heeft 'ie ook wel verdacht vaak in jouw richting liggen.'
'Hm...'
'Als 'ie je nog één keer fotografeert, ga ik naar 'm toe hoor!'
'Hij is wel klant hè.'
'Nou. En.'

Daar kwam echter niet zo veel meer van terecht, aangezien de man vertrokken was toen Dave en ik weer beneden kwamen. 'Heeft hij nog iets gezegd?' vroeg ik aan Ethan, die de kassa net dicht deed. 'Niets bijzonders, hoezo?' 'Nee, zomaar.' Ik draaide me om en liep weer weg. Wel vreemd dit. Wat moest die kerel nou met foto's van míj? Waarom zou hij überhaupt foto's maken in het restaurant? Zo bijzonder was het hier nou ook weer niet, toch? 'En ik maar denken dat ik van 't gedoe af zou zijn zodra Jay zou weten dat ik een meisje ben.' mompelde ik tijdens het schoonmaken van een tafel.

De dinsdag die daarop volgde was ook ietwat... Ongewoon. Om vijf uur was ik alleen thuis, omdat Lia was gaan zwemmen en Elli nog niet terug was van de bibliotheek. Net toen ik de stofzuiger wilde pakken, ging de deurbel. 'Huh? Ik verwacht niemand...' mompelde ik en liet de stofzuiger voor wat hij was. Eenmaal bij de deur, opende ik hem rustig. 'Goedemiddag!' zei ik opgewekt en ik glimlachte naar de man die nu voor me stond. Hij was meer dan een kop groter dan ik, droeg een pak en had gladgestreken, donkerbruin haar. Zijn gezicht vertoonde geen emotie. 'Goedemiddag. Ik kom hier namens Lisette Brink (Had ik haar al een achternaam gegeven? Ik weet 't niet meer.) met een dringende boodschap.' O nee, niet zij weer. 'Bent u-' 'Ja ja, mij moet je hebben. Gooi 't eruit.' zei ik snel, terwijl ik wat tegen de deur aan leunde. Overdreef ze nu niet een beetje?

Hij raakte even van stuk door mijn reactie, maar herstelde zich al snel. 'Ik moest u vragen of u per direct ontslag wilde nemen bij Prince's Castle.' Ik ging rechtop staan en probeerde overtuigend over te komen. 'Nee. Nee, dat wil ik niet.' antwoordde ik kort, waarna ik probeerde de deur dicht te doen. De man stopte me echter door zijn voet ervoor te zetten. 'Dat antwoord verwachtte ze al. Laat ik het zo zeggen: U gaat nu ontslag nemen.' stelde hij vast en deed de deur weer verder open. Verbluft stond ik te kijken hoe hij mijn ontlsagbrief in mijn handen duwde.

Dit kon je toch niet menen? Lisette had serieus de brief al gemaakt? Rustig pakte ik de brief van hem aan en keek hem snel door. 'Fijn dat u zo begripvol bent, mevrouw.' 'Het spijt me dat ik ü teleur moet stellen, meneer, maar ik ga geen ontslag nemen.' zei ik ingehouden. Het volgende moment hield ik de brief in mijn beide handen en scheurde ik hem doormidden. En nog een keer. En nog een keer. En nog een keer. Met een brede glimlach liet ik de overgebleven stukjes voor zijn voeten naar beneden dwarrelen. Met open mond keek hij ernaar. Ik maakte slim gebruik van die verwarring -al zeg ik het zelf- door met een flinke kracht op zijn voet te gaan staan, waardoor hij hem terug trok. Snel gooide ik de deur dicht.

Ik leunde tegen de deur aan en luisterde naar wat er aan de andere kant gebeurde. Eerst werd er nog wat geklopt en aangebeld, daarna vloekte de man nog een beetje en toen gaf hij op. 'Dit was geen goede keuze! U zult hier spijt van krijgen!' schreeuwde hij nog en gaf een laatste klap op de deur. 'Alweer? Niet erg origineel.' schreeuwde ik brutaal terug. Vloekend sloeg hij nog een keer tegen de deur, daarna liep hij weg. Ik wachtte bij de deur tot ik zijn voetstappen niet meer kon horen. Opgelucht ging ik terug naar de stofzuiger. 'Achteraf was dat misschien niet helemaal een slimme zet.' mompelde ik tegen mezelf. Damn it. Ik moest echt leren om eerst te denken en dan pas te doen. Ach ja, ik zou later wel zien wat er nou ging gebeuren. Zó erg kon het niet zijn, toch?

Opnieuw vertelde ik niemand over mijn gesprek met Lisette, of in dit geval: iemand die Lisette had ingehuurd. Ik had niet zo'n zin om iemand op te zadelen met mijn problemen. En Lisette dreigde wel, maar deed niets. Er waren al weer een paar dagen voorbij gegaan, zonder dat ze ook maar iets van zich had laten horen.

Zaterdagmiddag was ik het bezoek van de man eigenlijk alweer vergeten. In mijn ene hand hield ik een leeg dienblad en in de andere had ik mijn naamplaatje. Hij was net afgevallen, dus moest ik 'm zo even repareren. In alle rust liep ik de keuken binnen en legde ik het dienblad bij de rest. Ik ging op een stoel in de hoek zitten en bekeek het speldje. 'Wat heb ik hiermee geflikt dan?' vroeg ik mezelf en ik probeerde te vinden wat er mis mee was. Op dat moment kwam Dave binnen gelopen met zijn mobiel in zijn hand. 'Danique, 't is voor jou.' zei hij droog en hij gaf mij de telefoon. Volgens het scherm kwam het van thuis, dus dat was waarschijnlijk Elli. 'Dan moet 't wel heel dringend zijn.' mompelde ik en ik liep de gang op.

'Elli? Met Danique. Je weet dat ik aan het werk ben, toch?'
'Danique! Gelukkig, dit is Elli. Het is heel dringend!' Haar stem trilde een beetje, alsof ze net gehuild had.
'Wat is er aan de hand?'
'Meneer Groeneveld stond net aan de deur en... en...'
O jee. Dat klinkt niet goed. Meneer Groeneveld was trouwens onze huisbaas, zeg maar. Aan hem moesten we de huur betalen.
'En wat?'
'De huur wordt verdubbeld.' Op dit punt begon ze opnieuw te snikken.

'Wat?! Dat kunnen we never nooit betalen?!' riep ik terug, naar boven lopend. De gasten hoefden niet te horen waar het over ging.
'Weet ik.'
'Maar... Waarom?'
'Hij moest wel -snik- of zo. Er was -snik- iemand die hem -snik- dat opdroeg.'
Ah. Op die fiets. 'En wat moeten we nu?'
'Het was óf betalen, óf verhuizen. -snik- Vóór het eind -snik- van de maand!' Ik hoorde haar nu écht huilen. We wisten allebei wat dat dus betekende...
'Blijf gewoon waar je bent. Met een paar uur ben ik vrij en dan kom ik direct naar huis om je te helpen. Misschien kunnen we wel iets regelen.'
Aan de andere kant van de lijn was een bevestigend geluidje.
'Oké, doen we dat. Tot straks.' zei ik, daarna hing ik op.

Ik was onderhand op de zolder gekomen en direct doorgelopen naar het balkonnetje. Zuchtend liet ik me onderuit zakken, waardoor ik nu als een hoopje tegen de muur aan zat. 'En wat nu?' mompelde ik tegen mezelf en ik legde mijn hoofd in mijn handen. Ik sloot mijn ogen en vlocht mijn vingers in mijn haar. 'We kunnen niet binnen een week verhuizen. Dat lukt nooit. Maar zoveel geld voor de huur ophoesten gaat ons ook niet lukken.' vervolgde ik. 'Dit is overduidelijk háár werk. Lisette heeft me nu toch wel te pakken.' Zuchtend ging ik rechtop zitten en staarde ik voor me uit. 'Misschien moet ik maar gewoon ontslag nemen.' Ik had er echt een hekel aan om Lisette zo te laten winnen, maar ik wilde zeker niet dat Elli en Lia last hadden van mijn problemen. Wie weet wat Lisette van plan was als ik hier goed vanaf kwam?

Ik zuchtte nog een keer diep en haalde mijn hand door mijn haar. Wat moest ik nou doen? Ik wilde niet weg uit mijn huis? Daar stonden mijn laatste herinneringen aan mijn vader?! Ik kon er zo fijn met Lia en Elli kloten en dansen en praten en lachen en en en... Ik wilde al mijn herinneringen daar niet kwijt! Damn it. Ik wilde nog zo vaak lekker in het raam gaan zitten en tekenen. Net zoals ik eerder met Ben deed. 'Lekker dan.' mompelde ik en ik legde mijn hoofd opnieuw in mijn handen. Radeloos keek ik naar mijn voeten. Ik wilde er niet weg! En dan die arme Lia... Dit hielp niet echt mee om haar op die school te krijgen. En Elli had het ook al moeilijk zat met haar nieuwe baan en ons onderhouden, zo zonder Ben. En dat allemaal dankzij Lisette. 'Rotwïjf.' mompelde ik. Het moment daarop gleed er een traan over mijn wang. Al snel werd deze gevolgd door een paar andere. Ruw veegde ik ze weg met de palm van mijn hand. 'En nu huil ik ook nog.' murmelde ik, boos op mezelf.

'Gaat het wel?' hoorde ik ineens van opzij komen. Ik schrok op en keek omhoog. O god, als ik íémand nu niet wilde zien, was Jay het wel. Je timing wordt met de dag beter, kerel. 'Ja. Prima.' antwoordde ik kort, terwijl ik snel de tranen van mijn wangen veegde. Jay zat altijd boven, wat stom dat ik daar niet aan gedacht had! 'Ik eh... Hoorde je praten.' zei hij en hij kwam naast me op de grond zitten. Fück. Ik moest dat tegen mezelf praten echt afleren. 'Maak je d'r niet druk om. 't Is niks.' mompelde ik, mijn tranen verder doorslikkend. 'Ik weet dat ik de laatste tijd misschien een beetje vaag heb gedaan,' Da's een understatement. 'maar je kunt me gewoon vertellen wat Lisette geflikt heeft.' zei hij, zijn benen optrekkend. 'Het is niks.' zei ik nog eens, waarna ik aanstalten maakte om op te staan. Jay pakte echter mijn arm vast en trok me terug op de grond. 'Binnen een week verhuizen is niet niks. Zelfs niet voor jou.' antwoordde hij rustig. Ik maakte een paar vage geluidjes, maar wist verder niets te zeggen.

Zuchtend keek ik naar mijn voeten. 'Ik... Elli... Wij...' stotterde ik, niet uit mijn woorden komend. 'Ik eh... Ja. Voor het eind van de maand moeten we verhuizen.' zuchtte ik uiteindelijk. 'Waarom?' 'We kunnen de huur waarschijnlijk niet meer betalen.' Ik haatte het als ik dit soort dingen aan Jay moest vertellen. Echt. Ik voelde me zwak en hulpeloos. O, en Jay kennende zou hij wel weer denken dat hij "beter" was dan ik. En dat hij me wel kon "helpen" door me geld te geven of wat dan ook en daar had ik echt geen behoefte aan. Damn it, begon ik bijna weer te huilen.

Maar wat ik verwacht had, deed Jay voor de verandering niet. 'Ik weet niet of je er behoefte aan hebt, maar als je me nodig hebt, weet je waar ik ben.' zei hij en hij keek me aan. Ik keek even terug en glimlachte. Ja, dat kon ik op zich wel waarderen. Dat klonk zelfs een beetje alsof hij doorhad dat ik niet gezien wilde worden als iemand die alleen kon overleven door het geld van een ander. 'Dankjewel.' antwoordde ik dankbaar en ik zag dat hij ook glimlachte. Snel veegde ik nog een traan weg uit mijn ooghoek, in de hoop dat Jay hem niet had gezien.

'Maar wat heeft Lisette daar nou mee te maken?' Autsj, weg glimlach. 'Dat ligt nogal ingewikkeld.' murmelde ik als antwoord en ik keek direct weer naar beneden. Daar nam Jay echter geen genoegen mee. 'Wacht... Heeft zíj ervoor gezorgd dat jullie 't huis uit moeten?!' riep hij na een poosje uit. O god nee, als Jay er vanaf wist, kreeg ik alleen maar meer problemen met dat wíjf. 'Nee!' riep ik gehaast terug. 'Ze heeft er niets mee te maken. 't Is allemaal mijn eigen schuld. Het valt allemaal best mee.' voegde ik er nog aan toe, opnieuw een traan van mijn wang vegend. 'Nou, je hoofd zegt wat anders.' 'Da's bullshït.' 'Echt niet.' Hij veegde even zachtjes over mijn wang, wat opnieuw allerlei gemixte gevoelens bij me omhoogbracht. 'Zie je wel. Je hebt gehuild.' antwoordde hij zeker. 'Jij bent niet het type dat zomaar begint te huilen.'

Ik beet op mijn lip en zocht de goede reactie, maar kon hem niet vinden. Ik zuchtte kort en liet mijn hoofd op mijn opgetrokken knieën zakken. 'Hé, vertel het nou gewoon... Misschien kan ik haar op andere gedachten brengen.' zei Jay rustig. Ik schudde alleen mijn hoofd. 'Dan wordt het toch alleen maar erger.' voegde ik er na een tijdje nog aan toe. 'Je schiet er ook niets mee op als je het níét vertelt.' kaatste hij terug. Opnieuw schudde ik mijn hoofd, niet wetend wat anders te doen. Hij wachtte even af op een wat uitgebreider antwoord, maar gaf het uiteindelijk op. 'Je bent een rare, Danique.' mompelde hij, terwijl hij een arm om me heen sloeg en me tegen zich aan trok. 'Jij ook.' mompelde ik terug, proberend niet te blozen. 'Als je je bedenkt wil ik 't graag horen.' Dit keer knikte ik. Nadat ik er nog een keer over nagedacht had, besloot ik dat het geen kwaad kon om een beetje met Jay mee te gaan. Een beetje twijfelend legde ik mijn hoofd op zijn schouder en leunde ik wat tegen hem aan. Lichtelijk verbaasd keek hij me aan, maar hij zei er niets van. Hij was begonnen, dan mocht ik daar ook gebruik van maken. Dit was wat ik even nodig had.

Ik glimlachte kort en genoot nog even van het moment, maar kwam toen weer overeind. Ik wilde niet dat hij verkeerde dingen ging denken. Hoewel, ik vónd hem leuk, dus in principe was het geen foute gedachte. Maar ik wilde niet dat híj dat wist. Jay wilde net wat zeggen, toen het moment verstoord werd doordat Dave naar boven kwam rennen. 'Danique? Waar zit je nou?! Het wordt steeds drukker hoor!' riep hij, aangezien hij niet door de muur heen kon kijken. 'Ik eh... Ga maar weer.' zei ik snel en ik stond op, liep naar Dave. 'O daar zit je. Kom op! Thomas en ik blijven bezig zo!' riep hij enthousiast, terwijl hij me bij mijn arm greep en me mee naar beneden trok. 'O, en heb je m'n mobiel nog?' 'Ja, bedankt voor het lenen.' Ik gaf hem zijn mobiel terug, die hij direct in zijn broekzak stopte. 'Was het echt zo dringend?' Ik knikte. 'Ik leg het een andere keer wel uit.' zei ik en ik liep snel naar Thomas om hem te helpen.

Om half tien kwam ik thuis. 'Hoi!' riep ik, terwijl ik mijn jas aan de kapstok hing. Ik vond Lia en Elli in de woonkamer. Gelukkig was Elli onderhand wat kalmer dan vanmiddag aan de telefoon. 'Heb je al gebeld met meneer Groeneveld?' vroeg ik Lia, aangezien Elli dat toch niet zou doen. Ze knikte. 'Het is echt onmogelijk. Hij blijft maar roepen dat het "een beslissing van hogerhand" is en dat hij "het ook niet zo gewild heeft" en blablabla.' zei ze geïrriteerd en leunde achterover in de bank. Ik zuchtte en plofte op de stoel. 'Ik maak wel even wat te eten voor je.' zei Elli na een poosje. Waarschijnlijk was dat meer omdat ze zelf afleiding nodig had, dan dat ik er hongerig uitzag, maar oké.

'Ik wil hem nog wel een keer bellen, maar hij heeft z'n telefoon uitgezet.' voegde Lia nog toe.
'Serieus? Waarom dat?'
'Het zou misschien wel een beetje kunnen liggen aan het feit dat ik hem al ongeveer een uur lang probeerde te bellen en hij er gek van werd...' antwoordde ze met een enorme grijns.
'Jij weet ook echt niet van opgeven hè?'
'Je denkt toch niet dat ik al opgeef als zo'n slapjanus me één keer verteld dat het niet anders kan?'
Ik lachte kort. 'Bij jou niet nee.'
'Precies. Hij kan z'n mobiel niet eeuwig uithebben, en ooit moet hij die huistelefoon opnemen. Dan zal ik 'm wel vertellen wat ik er van vind!'
'Lia, het is nutteloos.'
'Dat zullen we nog wel zien!'
Als Lia eenmaal zo strijdlustig was als nu, kreeg je haar niet zomaar op andere gedachten. Überhaupt niet, maar op een moment als deze hoefde je het niet eens te proberen. Dat wist ik uit ervaring, veel ervaring.

Ik at voor de verandering in de woonkamer, zodat we met z'n drieën verder konden bespreken wat we gingen doen. 'We hebben nog een week om een ander huis te vinden. Een betaalbaar huis.' begon Elli, nadat we Lia ervan hadden overtuigd dat we beter vast plannen konden maken. Gelukkig gaf ze ons gelijk - of deed ze in ieder geval alsof. 'Misschien kunnen we ergens een flatje vinden? Een kleintje maar, want Lia gaat na dit schooljaar toch bij haar vervolgopleiding wonen.' stelde ik voor. 'Maar waar vinden we in zo'n korte tijd iets?' 'We kunnen de krant proberen? Of we moeten morgenochtend langs een paar makelaars gaan.' zei ik weer en ik nam nog een hap aardappelpuree. 'Op weg naar school zag ik ook een flat met van die "te huur"-borden.' vulde Lia aan. Elli knikte en zei: 'Laten we daar dan maar mee beginnen.' We discusseerden nog wat verder, en na een uur gingen we naar bed.

Toen ik zeker wist dat Elli sliep, vertelde ik Lia over Lisette en dat ik dacht dat dit één van Lisette's acties was. Eerst geloofde ze het niet, maar het was niet moeilijk haar te overtuigen toen ik had verteld over het telefoontje, de man met de camera en de man aan de deur. 'Wat is er mís met haar?' zei ze verontwaardigd en liet haarzelf op bed vallen. 'Ik heb werkelijk geen idee! Ik bedoel; ik werk daar alleen maar! Ik kan er toch ook niets aan doen dat Jay mijn baas is?' Het was niet echt een vraag of zo, maar toch hoopte ik dat Lia een wat logischer antwoord had dan ik. 'Misschien is ze wel jaloers op je.' 'Wat valt er nou jaloers te zijn? Ik ben niet mooier dan zij, niet rijker dan zij, niet slimmer dan zij, en ga zo maar even door. O, en straks ben ik ook nog eens dakloos, dat klinkt nou niet echt aantrekklijk naar mijn mening.' klaagde ik, terwijl ik onder de dekens ging liggen.

'Dat misschien niet nee, maar je hebt wel contact met Jay.'
'Zij ook.'
'Maar niet op de manier die ze wilt.'
'Jezus! Ze is verloofd met 'm! Wat wilt ze nog meer dan?!'
'Hm...'
Lia dacht even na.

'Zij is dus waarschijnlijk verliefd op hem, maar hij zeker niet op haar. En dat heeft 'ie ook wel laten merken.' zei ze na een poosje.
'Dus..? Niemand vindt haar leuk.'
'Da's wat anders. Misschien kan ze er gewoon niet tegen dat hij jou wél leuk vindt.'
Ik zuchtte kort. 'Daar hebben we het toch over gehad? Hij vindt me niet leuk.'
'Ben je er serieus van overtuigd dat hij je uit het niets zoent omdat hij er zin in heeft of zo?'
'Nou ja, eh... Dat is al een maand of wat geleden. Dat telt niet meer.'
Lia zuchtte en legde haar hand in haar gezicht. 'Dat is echt een facepalm waard.' mompelde ze.
'Sukkel.'
'Moet je horen wie het zegt? Ik zweer het je, Danique. Jay vindt jou leuk, en dat vindt Lisette níét leuk.'
'Hm... Ik zal erover nadenken.'
'Doe dat, dan ga ik slapen.' ze ze lachend, terwijl ze zich in haar dekens oprolde. Ik volgde haar voorbeeld en besloot ook maar te gaan slapen.

De volgende ochtend was ik er -natuurlijk- al vroeg uit voor mijn melkronde. Op zondagochtend hoefde ik er "pas" om half vijf uit, omdat ik nu geen kranten hoefde te bezorgen. Nou ja, het scheelde al een uur, dat was voor mij heel wat. Daarna gingen we met z'n drieën op huizenjacht. Aangezien de huizen vrij snel aan de dure kant waren, doopten we het al snel om tot flatjesjacht. Zelfs in wijken zoals de wijk waar we nu in woonden waren de huizen veel duurder geworden, belachelijk toch? Maar goed, we hadden ook geen drie slaapkamers meer nodig, en in principe ook geen tweede verdieping, dus dat zou de prijs een beetje moeten kunnen drukken.

Nadat we bij vier verschillende makelaars langs waren geweest en in twee flats rond hadden gekeken, moest ik weg. Op de fiets duurde het allemaal wat langer en ik moest wel weer op tijd komen in Prince's Castle. Lia en Elli gingen nog wat langer onderzoek doen, in de hoop wat geschikts tegen te komen. 'Het moet wel op korte termijn kunnen.' zei ik nog, voordat ik op mijn fiets ging zitten. 'Als we vandaag meetellen, hebben we nog precies een week om te verhuizen. Dat is niet echt lang.' verduidelijkte ik mezelf. Lia zuchtte gedeprimeerd en Elli knikte. 'Weten we. Ga nu maar, anders kom je nog te laat ook.' zei Elli snel en wees naar de weg. Ik knikte, gaf ze beiden een kus en fietste snel weg.

In het restaurant waren eerst wel wat mensen, maar rond vier uur was het weer rustig. Ethan, Thomas en meneer Ramaaker gingen lunchen. Dave, Jay en Leon hadden al wat gehad voor het werk en ik zei gewoon dat ik dat ook gedaan had, aangezien ik toch niets bij me had. In de tijd dat er geen gasten waren, had ik de tafels al twee keer schoon gemaakt en alle pakken koffiebonen al zeker drie keer gerangschikt, dus verveelde ik me een beetje. Om mijn verveling tegen te gaan, klootte ik wat met Dave. Eerst deden we steen-papier-schaar, maar toen ook dat ging vervelen, zijn we in De Kroon aan een tafel gaan zitten en begonnen we te praten over willekeurige dingen. Zo vertelde hij bijvoorbeeld dat hij volgende week een weekje weg ging met Sharon.

'Ik ben al een maand bezig dit te plannen. Het moet echt perfect gaan.'
Dit was -voor zover ik wist- de eerste keer dat Dave en Sharon op vakantie gingen samen. Ik denk dat hij er daarom zo op gebrand was om alles goed te doen. Ach jochie toch.
'Dat komt allemaal wel goed hoor.'
'Ik ben zo bang dat ik de reservering fout heb gedaan.'
'Je hebt het hotel toch al gebeld om het na te vragen?'
'Ja, maar-'
'Nee nee. Dan is 't goed, kerel.'
Hij knikte een keer en legde zijn hoofd op de tafel.
'Wanneer ga je weg?'
'Donderdag al. Dus dan neem ik vijf dagen vrij, en heb ik dinsdag en woensdag er ook twee keer bij. Voor Sharon was dat ook goed. Dan kunnen we negen dagen weg!'
Hm... Dan hoefde ik dus niet te rekenen op hulp van Dave bij de verhuizing. Mocht die er komen, dan.

JAY
Uit verveling was ik een kookboek van Leon gaan lezen. Zelf gebruikte hij hem maar amper, dus het was een beetje vreemd dat hij zo in 't zicht lag, maar wat maakt 't ook uit. Ik bladerde een beetje door het boek heen en las zo nu en dan een stukje, hoewel ik mijn aandacht niet echt bij het boek had. Vanaf waar ik nu stond, kon ik precies horen waarover Dave en Danique in De Kroon aan het praten waren. En ik weet wel dat luistervinken niet goed is, maar toch... Ik wilde weten of Danique wel aan Dave vertelde wat haar nou dwars zat, meer niet. Bovendien: dingen als dat uitstapje van Dave wist ik toch al. Hij moest zijn vrije dagen toch bij iemand aanvragen? Ja ja. Verder werd er niets gezegd, dus hield ik het maar weer bij het kookboek, totdat er weer mensen waren en ik een beetje keek hoe de anderen aan het werk waren.

Ik mompelde wat binnensmonds en volgde vanuit het keukenraam wat Danique deed. Ze liep nu van de bar naar één van de tafels, ik wist de nummers nog niet uit mijn hoofd. Haar paardenstaart hupste vrolijk heen en weer bij iedere stap en haar glimlach bleef op haar gezicht, ookal zat ze zeker weten ergens mee. Maar wat? In grote lijnen wist ik wel wat er aan de hand was, maar niet op de manier waarop ik het wílde weten. Ja, ik geef het toe, ik wil graag alles weten. Maar dat mocht toch ook wel 's? Als Lisette degene was die haar uit haar huis had gezet, was het ook gedeeltelijk mijn schuld dat ze straks dakloos zou zijn. En eigenlijk wilde ik dat niet op mijn geweten hebben. Maar hoe kreeg ik haar zo ver dat ik haar mocht helpen? Alcohol was niet echt een goed idee, en op een normale manier vragen had tot nu toe ook niet echt geholpen... Ik zuchtte een keer en woelde door mijn haar. Mijn blik afwendend van De Kroon, liep ik de trap op naar boven. Ik moest even iets anders doen, al was het de administratie.

De dagen daarop stonden volledig in het teken van huizen, of kamers, of hoe je het ook wilde noemen. Het was allemaal té kortdag, dat werkte gewoon niet. Op donderdagavond werd ik toch wel een beetje panisch, aangezien we nog twee dagen hadden om alles in te pakken en weg te wezen. Lia had nog een paar keer met meneer Groeneveld gebeld, maar het had niets uitgehaald.

'Is er nog iets te vinden?' vroeg ik aan Lia, die achter de computer in de bieb zat. Het was ondertussen al kwart over negen, dus de bieb ging ook zo dicht. 'Alleen dat flatgebouwtje van laatst. De rest is allemaal te ver, te duur, te vies en ga zo nog maar even door. Deze is ook niet zo gek groot, maar we zouden er met z'n drieën in moeten kunnen passen.' zei ze, terwijl ze door een paar tabbladen heen bladerde. 'Dat moet dan maar.' antwoordde Elli, terwijl ze zich over de computer heen boog. Lia schudde twijfelachtig haar hoofd. 'Nou, dan is er wel een probleem...' 'O god ja, dat kon er ook nog wel bij!' riep ik kwaad uit en ik gooide mijn handen in de lucht. 'Danique, houd je rustig.' zei Elli, voordat ze zich weer naar Lia draaide. 'Vertel maar.' vervolgde ze. 'We kunnen er pas over twee weken in.' mompelde Lia zuchtend, nadat ze het adres van de makelaar in haar mobieltje had gezet.

Ik murmelde wat en liep driftig rondjes achter de rij computers. 'Waarom twee weken? Wat is dat nou voor onlogisch getal?!' mopperde ik, mijn armen over elkaar heen slaand. 'Nou, de flat is nog niet helemaal af. Daarom dus. Wees blij dat het geen maand is!' antwoordde Lia, die overigens nog redelijk rustig bleef onder dit alles. 'Ja ja, 't zal wel.' mompelde ik. Lia somde nog wat gegevens over de flat op en printte een paar dingen uit. Elli las dat nog een keer door en knikte goedkeurend. 'Hoever zijn ze met die flat? Het duurt écht niet langer dan twee weken?' vroeg ze aan Lia. 'Ja. Het was al een keer eerder uitgesteld, maar nu hoeven ze er alleen nog van die kleine dingetjes in te doen. De eerste flatjes zijn ook al verhuurd.' antwoordde ze optimistisch. 'Ja, da's allemaal leuk en zo, maar waar slapen we die twee weken?' Die vraag leek ze wakker te maken. Sorry hoor, maar ik ging níét onder een brug liggen of wat dan ook. Echt niet.

Elli zuchtte een keer en wreef in haar nek. 'Welja, eh...' mompelde ze alleen. Lia deed de computer uit en stond op. 'Ik denk dat ik wel een poosje bij Madelon mag blijven.' zei ze, verzekerd van zichzelf. 'Twee. Hele. Weken. Dat is lang hoor! Ik denk niet dat haar ouders dat goed vinden.' Madelon en Lia waren al sinds de kleuterschool beste vriendinnen, maar om nou te vragen om daar twee weken te mogen slapen, leek me wat te veel gevraagd. 'Ik kan het vragen, toch? Madelon weet in wat voor shït we zitten, dus die heeft er vast geen problemen mee.' antwoordde ze, haar schouders ophalend. 'Niet gegooid is altijd mis.' voegde ze er nog aan toe.

'Nou, als we er dan vanuit gaan dat jij bij Madelon mag slapen, waar blijven Elli en ik dan? We kunnen moeilijk aan de ouders van Madelon vragen of wij daar ook mogen slapen.' zei ik, terwijl we met z'n drieën de bieb uit liepen. Lia wilde er wat tegenin brengen, maar Elli onderbrak haar. 'Nee Lia, dat kunnen we écht niet maken.' Lia mompelde nog wat, maar leek het wel te begrijpen. 'Misschien kan ik wel wat voor ons twee regelen bij tante Livia?' vervolgde Elli, terwijl ze zich naar mij omdraaide. We waren onderhand de bieb uit en stonden bij onze fietsen. 'Ik weet niet of ik daar wel zo blij van word...' Tante Livia hebben nooit echt een goede band gehad, en daarbij was haar huis ook nog 's heel ver weg van zowel mijn krantenwijken als Prince's Castle. Nee, dat zou heel onhandig zijn. 'O... Oom Viktor en tante June in Rotterdam gaat ook niets worden. En opa en oma Johnsson in Engeland is ook niet echt een optie.' zei Elli. Ze dacht nu gewoon hardop na.

Hm... Dat was eigenlijk wel alle familie die we hadden. Tante Livia en tante June waren mijn moeders enige zussen en haar ouders waren al overleden. Van mijn vaders kant hadden we alleen opa en oma Johnsson, maar die woonden nog in Londen. Nee, dit ging 'm niet worden. Bij één van mijn vriendinnen slapen zoals Lia, kon ik ook niet. Al mijn vriendinnen zijn gaan studeren in plaatsen als Utrecht, Nijmegen en Groningen. Er waren er maar een paar in Amsterdam gebleven, maar die had ik al in geen eeuwen meer gesproken. 'Anders regel jij wat voor jezelf met tante Livia, en zorg ik dat ik bij iemand anders kan slapen.' zei ik maar, ookal wist ik zelf nog niet echt bij wie. 'Bij wie dan? Dave is op vakantie, weet je nog?' 'Ja ja, weet ik. Ik regel het morgen wel. Als we nou eerst zorgen dat we een plek in die flat krijgen, ben ik al heel tevreden.' antwoorde ik kortaf en ik fietste stug door.

Die nacht kon ik de slaap maar niet vatten. De hele nacht lag ik te woelen en te denken over wat ik zou moeten doen als we zaterdag het huis uit moesten. Ik kon Dave misschien wel vragen om een sleutel naar zijn huis. Zou hij een reservesleutel hebben? Wie weet... 't Zou me wel goed uitkomen nu. Anders moest ik het toch overwegen om twee weken met tante Livia onder één dak te wonen. Wat voor keuzes had ik? Ik kon een kamer in een hotel huren ja, maar dat kost een fortuin! En ik moest er niet aan denken om ergens buiten te slapen. Ik had het dan misschien niet zo breed, maar ik was géén zwerver. Nee, ik moest niet zo piekeren en gewoon naar Dave bellen morgenochtend. Pardon, straks. Tegen de tijd dat ik mezelf een beetje gerustgesteld had, had ik nog maar een half uur voordat de wekker ging.

De vrijdag was voor mij echt bagger. Écht bagger. Ik voelde me ziek en moe en had het prachtige vooruitzicht dat ik vanavond moest inpakken en morgenavond het huis uit moest. O, en ik had nog steeds geen plek om te slapen. Ik hoopte echt dat Dave een sleutel bij zijn buren had achtergelaten of zo, maar van binnen wist ik dat die kans wel heel klein was. We hadden 'm al heel vaak verteld dat hij extra sleutels moest laten maken, maar hij stelde het steeds uit. En nu zie je maar weer hoe onhandig dat was. Maar goed, ik had nog steeds die hoop. Tijdens de lunch zou ik wel van iemand een mobiel lenen en 'm proberen te bellen.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik had pauze met Jay en Leon en kreeg van Leon zijn mobieltje. Na een keer achter mijn hand gegaapt te hebben, hield ik de telefoon bij mijn oor. Piep. Piep. Piep. Piep. Piep. Na een tijdje kwam er eindelijk een ander geluid van de andere kant. 'Hallo met Dave!' 'Ah, Dave, eindelijk. Dit i-' 'Ik ben er nu even niet, spreek maar wat in na de piep!' Ik zuchtte diep toen ik de pieptoon hoorde. Fijn, voicemail. 'Hai Dave, met Danique. Bel je me terug? Het is dringend...' zei ik rustig, waarna ik op het rode hoorntje drukte. Oké, dat kon er nog wel weer bij. Ik zou hem vanavond of morgen ook nog wel terug kunnen bellen, right?

Ik gaapte een keer achter mijn hand en gaf het mobieltje terug aan Leon. Hij pakte hem echter niet aan, maar stond op en klopte zijn schort en gilet af. 'Houd hem nog maar even bij je, voor als 'ie straks terugbelt.' zei hij, terwijl hij zijn brede Leon-glimlach lachte. Ik knikte maar een keer en stopte hem in mijn broekzak. Leon draaide zich om naar de trap. 'Ik ga vast naar beneden. Zie maar hoe lang jullie nog hier blijven.' Met die woorden sloot hij zijn gesprek met Jay af en liep hij de trap af. Ik keek hem na en nam nog een hap van mijn brood. Nu werd ik weer leuk alleen gelaten met Jay, terwijl ik het helemaal niet erg vond om gewoon te luisteren naar wat zij te zeggen hadden...

Een beetje ongemakkelijk legde ik mijn hoofd tegen de armleuning van de stoel aan. Ik zakte wat onderuit en keek met half gesloten ogen voor me uit. Ik wist niet echt hoe ik een gesprek zou moeten beginnen, na ons lichtelijk vreemde gesprek van vorige week, dus zei ik maar gewoon niets. De rest van de week had ik hem een beetje kunnen ontlopen, maar dat ging nu ook niet meer op. Jay doorbrak mijn gedachtes over een gesprek starten, door het zelf maar te doen. 'Je ziet er verschrikkelijk uit.' zei hij, nadat hij zijn hand zijn hoofd had laten ondersteunen. 'Wat zeg je dat subtiel, dankje.' antwoordde ik sarcastisch. Hij schudde onopvallend met zijn hoofd.

'Nee serieus, je bent een wrak.' Ik keek hem even boos aan en trok mijn benen op de stoel. Hij zag het niet echt als teken om op te houden. 'Denk je dat ik het leuk vind om elke dag te moeten zien hoe je situatie verslechterd? Je moet wel voor jezelf zorgen, Danique! En je vertelt me ook maar half wat er aan de hand is. Op die manier kan ik je ook niet helpen.' preekte hij. Hij wilde nog doorgaan, maar ik legde mijn vinger op mijn lippen als teken dat hij zijn mond moest houden. Ik voelde Leons mobiel namelijk trillen in mijn zak. Volgens de nummerherkenning was het Dave Johnsson, dus kon ik opnemen. Hm... Hij was best snel.

'Met Danique.'
'Haai, met Dave. Wat is er zo dringend?'
O god, nu moest ik het hem ook helemaal gaan uitleggen... Nee. Ik wilde niet zijn vakantie verpesten. Misschien kon ik het anders vragen.
'Heb je misschien een reservesleutel van je huis? Bij je buren of zo?'
'Eh... Ik weet dat je gezegd hebt dat ik dat moest laten doen, maar ik had het heel druk de laatste tijd en-'
'Nee nee, 't is oké.' zei ik, proberend normaal te blijven klinken.
'Waar had je 'm voor nodig dan?'
'Ik eh... Ben de eh... Tuinslang kwijt en vroeg me af of ik die van jullie kon gebruiken.' Een tuinslang? Serieus? Een. Fücking. Tuinslang? Dave woonde in een flat. Wat moest hij nou met een tuinslang?
'Waar heb je die voor nodig? Het regende een paar dagen geleden nog?'
'Eh... Maar de plantjes staan er heel zielig bij. Ik vraag het wel aan iemand anders.' zei ik snel.
'Als jij het zegt...'
'Maar ik moet nu gaan. Veel plezier met Sharon!'
'Dankje! Tot later dan!'

Ik hing snel op en zuchtte een keer diep. Idioot die ik ben. Maar goed, dat terzijde. Ik had nu nog steeds geen slaapplek en de tijd begon wel redelijk te dringen. Wie kon ik nog meer proberen? Anders moest ik er toch maar aan geloven dat ik naar tante Livia moest. In ieder geval totdat Dave en Sharon terugkwamen. 'Je ben echt een verschrikkelijk slechte leugenaar.' Jay herinnerde me er weer aan dat ik hier niet alleen zat. Ik mompelde wat onverstaanbaars en keek hem geïrriteerd aan. De eerste keer dat ik deze week een gesprek met 'm had, en meteen kon hij niets vriendelijkers zeggen dan dit. 'Wat wilde je überhaupt doen met die huissleutel?' 'Dat hoorde je toch? Ik ben de tuinslang kwijt.' Mentaal sloeg ik mezelf voor mijn hoofd. Wat een slechte smoes. 'Even serieus.' 'Wat voor bijzondere dingen doe jij met je huissleutel dan?' 'Wees niet zo'n trüt.' Ik murmelde nog wat en zuchtte een keer. 'Sorry.' mompelde ik, terwijl ik mijn blik op de grond richtte.

Jay zuchtte ook een keer en ik hoorde dat hij zijn benen ook op de bank trok. 'Ga je me nog vertellen hoe het nou zit met dat verhuizen?' vroeg hij na een poosje. Ik beet op mijn lip en reageerde niet. Opnieuw zuchtte Jay en zei: 'Als het echt Lisette was, moet je dat vertellen.' Ik knaagde nadenkend op de binnenkant van mijn wang, voordat ik hem antwoordde. 'Waarom wil je 't zo graag weten?' Bij nader inzien was het niet echt een antwoord. 'Je ziet eruit alsof je zo meteen instort en ik voel me daar best schuldig over.' Ik zuchtte nog eens zachtjes en keek hem weer aan. Was het zo erg te zien? Jays gezicht zei van wel. Ik kan mijn verbeelding geweest zijn, maar je zou haast zeggen dat hij zelfs een beetje bezorgd leek.

'Al dat gedoe rondom de verhuizing kost me gewoon een beetje te veel energie. Da's alles.'
'Hebben jullie nu al een ander huis gevonden dan?'
Ik knikte.
'Waar?'
'Die flat in de buurt van de Aldi.'
‘Maar die is toch nog niet af?’
‘Well… Nee.’
‘Maar hoe wil je daar dan heen verhuizen?’
‘Nou kijk, alles rond de verhuizing gaan we vanavond regelen, maar er is vast nog wel een flatje vrij hoor.’
‘Dat bedoel ik niet. Wanneer is het af?’
‘Eh… Over twee weken.’ Ik keek naar beneden en mompelde wat in mezelf wat leek op “Waarom zeg ik dit?”

Hij nam even de tijd om dat tot hem door te laten dringen. Ik voelde gewoon dat ‘ie me aanstaarde. ‘Maar waar blijven jullie die twee weken dan?’ vroeg hij, nadat hij doorhad waar de situatie naartoe ging. ‘Nou eh… Lia heeft wat geregeld met haar vriendin en Elli kan waarschijnlijk bij een tante. En als ik niets anders kan vinden slaap ik waarschijnlijk ook bij die tante. Daarom belde ik Dave dus ook.’ verklaarde ik, starend naar de grond. ‘Is die tante zo erg?’ ‘Nah, laten we ’t er op houden dat we niet echt een goede band hebben.’ Die vrouw heeft me nooit echt gemogen. Geen idee waarom. Misschien omdat ik de domste van de drie was of zo. Ach ja, wat het ook zijn mogen, het zal mij een rotzorg zijn.

Jay zei iets, waardoor ik wakker werd uit mijn gedachtes. ‘Sorry, wat zei je?’ vroeg ik, terwijl ik wat overeind kwam. ‘Je bent niet echt helder vandaag, hè?’ ‘Vertel mij wat.’ ‘Maar wat ik dus vroeg; waar ga je nu wel heen?’ Ik trok een vaag gezicht en haalde mijn schouders op. ‘Ach ja, Amsterdam stikt van de bruggen. Plek zat.’ grapte ik. Hij keek me aan met een blik die ik niet precies kon plaatsen. Het maakte me een beetje zenuwachtig, eigenlijk. ‘Je gaat niet onder de brug slapen.’ stelde hij vast. ‘Rustig maar, dat was ik niet van plan hoor.’ zei ik voorzichtig, proberend om hem te kalmeren, omdat hij mijn grap niet echt leek te kunnen waarderen. Opnieuw schudde hij afkeurend met zijn hoofd. ‘Ik ga echt niet toekijken hoe jij op straat slaapt. Ook al is het maar twee weken.’ ‘Ik kan prima voor mezelf zorgen hoor!’ ‘Ja vast! Heb je al in een spiegel gekeken vandaag?’ Ik beet op mijn lip en keek weer omlaag, plukte een beetje aan een plukje haar.

‘Zeg nou eens eerlijk: Wat is je plan B, nu je niet naar Dave kan?’ vroeg Jay weer. Damn it. Ik moet die kerel ook niet zo veel vertellen. Nou ja, ik had hem gelukkig nog niet verteld wáárom ik door Lisette moest verhuizen. Ik had werkelijk geen idee hoe hij daarop zou reageren, dus stelde ik het liever nog even uit. Er klonk een schreeuw van onderaan de trap. Volgens mij was het meneer Ramaaker. ‘Hé! Komen jullie nog beneden of blijven jullie de hele dag daar?!’Als de klanten dat toch hoorden… ‘Nou?’ ging Jay door, aangezien hij vond dat ik nog niet van ‘m af was. ‘Weet ik niet.’ antwoordde ik zachtjes, bijna onhoorbaar. Hij zuchtte voor de zoveelste keer en stond op.

Jay zette een paar stappen met een bedenkelijke uitdrukken op zijn gezicht. Vervolgens draaide hij zich om naar mij. ‘Dan slaap je bij mij.’ zei hij, nou ja, beval hij. ‘Wat? Nee, nee, nee. Dat kan-‘ begon ik, maar hij keek me aan met een “nog één woord en ik schiet je neer”-blik. Dat maakte me sprakeloos en een beetje bang, dus hield ik wijselijk mijn mond. ‘Het is echt niet zo dat je direct bij mij in bed ligt of zo, voor het geval je dat denkt. Half Amsterdam past nog in ons huis’ Overdrijven is ook een vak. ‘en we zijn toch allebei de hele dag weg. O, en dan ga je me maar direct vertellen waarom Lisette zo pissed op je is.’ Welja, waarom ook niet. Als je toch bezig bent met bevelen uitdelen; ga vooral door, nietwaar? Tss… Zak. Nog voordat ik er wat tegenin kon brengen, trok hij me uit de stoel, mee naar beneden.

Die avond begonnen we met het inpakken van al onze spullen. Nou ja, ik begon ’s avonds, maar Elli en Lia waren ’s middags ook al bezig geweest. De woonkamer was al helemaal in dozen ingepakt, behalve de stoel, bank, kast en dat soort grote dingen. Daves kamer was ook al klaar, aangezien daar toch niet zo veel meer stond. Nu was Elli bezig met haar kamer en Lia en ik waren bezig met de onze. Dit was trouwens ook een goed moment om de kast een beetje op te ruimen, aangezien heel veel kleding eigenlijk wel versleten was. Of te klein of groot, maar dat kwam –gelukkig- minder voor. Lia was gegroeid en ik was afgevallen. Nou ja, groeien was natuurlijk niet erg, maar als ik nog meer af zou vallen zou dat nog wel eens ongezond kunnen worden.

Ik deed al mijn kleding in een grote boodschappentas, maar liet nog wel wat hangen om morgen en overmorgen aan te trekken. ‘Heb je aan Madelon gevraagd of je daar kan slapen?’ vroeg ik na een poosje, terwijl ik een paar shirts aan het opvouwen was. ‘Ja, het mag!’ Ik wist niet of me dat heel erg verbaasde, maar ik vond het toch wel heel wat dat ze daar twee weken mocht blijven. ‘Heb jij al met Dave gebeld dan?’ ‘Ja, maar hij heeft geen reservesleutel, dus ik kan niet naar binnen.’ zuchtte ik, nadat ik de laatste kledingstukken weggestopt had. Hm, wat zal ik nu eens doen? Het raam dan maar. Met tegenzin haalde ik alle kussens, knuffeltjes enzovoort uit het raam en stopte ze in een aparte doos. Zouden we weer zo’n raam hebben in het flatje? Vast niet. ‘Maar… Waar ga je nu heen dan?’ vroeg Lia, zich naar mij omdraaiend. Zij wist ook wel dat ik nou niet echt een fantastische band had met tante Livia.

Ik dacht even na voor ik antwoord gaf. Tsja, waar sliep ik eigenlijk straks? Ik kon toch niet bij Jay gaan slapen? Nee, dat was in alle opzichten een slecht idee. Wat nou als Lisette er van hoorde? ‘Woehoe~ Weet je dat wel?’ Lia schudde me wakker door me een keer tegen m’n arm aan te tikken. ‘Well eh, Jay zei dat ik wel bij hem kon slapen.’ zei ik maar, zodat ik er vanaf was. ‘Serieus?’ ‘Nou ja, hij beval het ongeveer.’ murmelde ik er achteraan. ‘En heb je dat aanbod aangenomen?’ Ze keek me aan met een stel nieuwsgierige ogen. Snel draaide ik me om naar de doos. ‘Ik kon niet echt weigeren of zo…’ antwoordde ik, terugdenkend aan dat moment. ‘Hij keek me aan met zo’n “Weiger dit, en ik vreet je op”-blik! Ik werd er zenuwachtig van…’ Lia begon te lachen en draaide zich weer naar haar bed, waar ze haar kleren op had uitgestald. ‘Ach joh, als hij er niets op tegen heeft, wat kan het dan voor kwaad? Je moet toch ergens slapen.’ zei ze makkelijk. ‘Lia! Hij is mijn baas! O, en de kerel die ongeveer de oorzaak is dat we überhaupt moeten verhuizen!’ ‘Zeurpiet.’ Ik zuchtte zachtjes en ging verder met inpakken.

Na nog een half uur stilte kwam Elli naar binnen rennen. ‘Jongens! Ik heb het geregeld! We wonen binnenkort op de tweede verdieping van een nieuwe flat!’ Ze probeerde het enthousiast te brengen, maar we wisten allemaal dat geen van ons drieën daar echt op zat te wachten. ‘Morgen moet ik al het papierwerk doen en zo. O, en tante Livia heeft gezegd dat we wel wat spullen in haar garage kunnen zetten. We mochten zelfs haar auto met aanhanger lenen!’ O ja Elli, ik ben nu helemaal overtuigd dat tante Livia de goedheid zelve is. ‘Da’s fantastisch! Dan hoeven we alleen nog maar in te pakken. Maar goed, ik ben morgen toch vrij.’ zei Lia, die ondanks alles ook probeerde vrolijk te blijven. ‘Komt ’t allemaal toch nog goed.’ antwoordde Elli daarop weer. Ik draaide me mompelend om naar de muur en begon de tekeningen, foto’s en knipsels eraf te halen.

Om half één zaten we met z’n drieën rond de tafel om plannen te maken voor de verhuizing. En ja, het overnachten tussendoor kwam ook ter sprake. Elli bleef -zoals ik al verwacht had- bij tante Livia slapen en Lia vertelde opnieuw dat ze naar Madelon ging. En toen was het mijn beurt.

‘Nou eh… Ik eh…’ begon ik stotterend.
‘Heb je al iemand gevonden waar je heen kan?’ vroeg Elli. Lia hield zich nu nog stil.
‘Een soort van wel ja…’
‘Danique Johnsson, wat houd je voor je moeder verborgen?’
‘Jay heeft gezegd dat ik wel bij hem kon slapen.’ Ik zei het maar snel, dan was ik er ook eerder vanaf.
‘En dat heb je toen maar geaccepteerd?’
‘Ik kreeg niet echt de kans om te weigeren.’ Wauw, ik herhaalde mezelf.
‘Danique, je kunt echt niet zomaar bij je baas gaan slapen! Wat een belachelijk idee.’
Vertel mij wat.
‘Ma-ham… Laat ‘r nou!’ zei Lia om zich in het gesprek te mengen. Ik wist niet zeker of ze me nu hielp, maar oké.
‘En waarom zou ik haar daar twee weken laten wonen?’ Elli wist trouwens ook van het hele Lisette-incident af. Nou ja, niet alles, maar wel redelijk wat.
‘Omdat ze elkaar léúk vinden!’ O god nee, Lia, ik haat je.

Elli’s ogen lichtten een beetje op. Ik wist niet of ik het moest zien als positief of negatief teken. Met een doffe knal liet ik mijn hoofd op tafel vallen. ‘Lia, ik vermöörd je.’ murmelde ik, wat ervoor zorgde dat Lia stiekem lachte. Elli: ‘O? Dat wist ik niet…’ Ik: ‘Hij vindt me ook niet leuk.’ Lia: ‘Ik snap niet dat je daar nog steeds in gelooft.’ Elli: ‘Leg ’s uit.’ Ik mopperde wat in mezelf toen Lia uitgebreid begon te vertellen wat ik haar de afgelopen maanden had verteld. Hmpf, ik zal d’r nog is wat vertellen. Trüt.

Op het punt dat ze begon te vertellen dat Jay en ik gekust hadden, sprong ik overeind en deed ik snel mijn handen over haar mond. ‘LIA!’ Ze murmelde nog wat door mijn hand heen en keek me aan met een blik die zei dat ik het toch ooit moest vertellen. ‘Nou. In dát geval vind ik het niet zo erg, nee.’ Elli keek nu ook mijn richting in, met een lichte grijns op haar gezicht. ‘Oh Danique, dat doet me zo denken aan de tijd dat je vader en ik nog jong waren…’ Ze dwaalde af naar haar “vroeger was alles beter”-ding, dus onderbrak ik haar. ‘ELLI! Jij hoort dat niet goed te vinden!’ Damn it. Al deze mensen waren tegen me. Elli negeerde me volkomen en ook Lia leek mijn mening overbodig te vinden. ‘Dan is dat ook weer geregeld. Ik zal morgen direct tegen tante Livia zeggen dat ze geen extra bed voor jou hoeft op te maken.’ Och, wat zal ze dát verschrikkelijk vinden. Ik moest toegeven dat ik het niet erg vond dat ik niet naar tante Livia moest, maar ik vond de oplossing "slaap bij Jay" niet echt een verbetëring...

De volgende dag ging ik met tegenzin weer naar Prince’s Castle, in de weet dat ik gisternacht voor het laatst in dit huis had geslapen. Ugh, en vannacht sliep ik bij Jay. Hoe ik het ook bekeek, het bleef een slecht idee. De afgelopen tijd had ik echt mijn best gedaan om mijn gevoelens voor hem opzij te zetten, maar al dat werk moest hij natuurlijk allemaal verpesten door dit te doen. Tss… Nou ja, ik hoopte er maar gewoon op dat ik hem inderdaad zo weinig zag als hij beweerde.

‘Morgen.’ mompelde ik gapend, terwijl ik naar binnen liep. ‘Goedemorgen!’ antwoordde Ethan met zijn typische Amsterdamse accent. Ik liep direct door naar de kleedhokjes, waar ik vijf minuten later omgekleed en wel uit kwam. Met een plof liet ik me op een kruk bij de bar vallen, wrijvend in mijn ogen. ‘Zware nacht gehad?’ vroeg Ethan vanachter de bar, nadat hij de glazen waarmee hij aan het spelen was aan de kant had gezet. ‘Nah, misschien een beetje.’ Ik deed mijn haar een keer goed met mijn hand en keek naar de mensen die voorbij fietsten. ‘Hoe was ’t bij jullie thuis?’ vroeg ik, mijn aandacht weer op hem vestigend. ‘Ik heb vannacht op de bank geslapen. Thomas snurkte echt erg! Echt niet normaal erg!’ riep hij verontwaardigd uit. Ik lachte zachtjes en zag een hoofd door het raam naar de keuken naar buiten komen. ‘Hé! Dat viel best mee!’ ‘Jíj hoefde er niet naar te luisteren!’ Ik lachte in mezelf en luisterde een beetje naar het gesprek tussen de twee.

Een paar minuten later kwam Jay binnen, nadat hij buiten duidelijk had gemaakt dat we open waren. Uit reflex keek ik naar beneden. Dit ging echt nog ongemakkelijk worden. Wat moest ik in vredesnaam doen als ik twee weken lang in hetzelfde huis rondliep als hij? Nou ja, misschien kon ik halverwege bij Dave terecht, maar dat moest ik ook nog maar zien. Ik pulkte wat aan mijn ring en draaide hem rond mijn vinger. Ik voelde dat Jay me aankeek, maar uiteindelijk liep hij toch verder naar de kleedkamers. Hoe ging ik ooit normaal zeggen dat ik vanavond naar zijn huis wilde, of nee, dat ik dat níét wilde, als ik hem niet eens aan kon kijken?

De vraag bleef de rest van de dag door mijn hoofd spoken, totdat ik op een gegeven moment de moed kon opbrengen om het Jay dan ook maar gewoon te vragen. Ik denk dat het toen ongeveer vijf uur was. Het was best rustig in het restaurant, dus konden ze me vast wel even missen. Ik probeerde vooral rustig te blijven, terwijl ik de trap stap voor stap op liep. Bij de laatste tree stond ik even stil, maar uiteindelijk ging ik toch naar binnen.

Jay zat op zijn standaard plek: achter zijn laptop. Volgens mij had hij me niet aan horen komen, aangezien hij nog steeds met een serieus gezicht naar zijn scherm zat te staren. Om zijn aandacht te trekken kuchte ik een keer. Meteen keek hij op, zijn aandacht nu volledig op mij gevestigd. Wat er overigens voor zorgde dat ik alsnog nerveus werd. ‘Kan ik even met je praten?’ vroeg ik maar, niet wetend hoe anders te beginnen. Hij knikte, kwam achter het bureau vandaan en ging op de bank zitten. Ik volgde zijn voorbeeld en nam plaats in de stoel.

‘Zeg Jay, eh… Dat van gister hè…’ begon ik, opnieuw een beetje draaiend aan mijn ring. Hoe ging ik dit gesprek voeren?
‘Dat meende ik.’ antwoordde hij al voordat ik wat anders had gezegd.
‘Maar, je bent mijn baas?’
‘Ná het werk niet.’
‘Dan nog... Lisette gaat daar echt niet blij mee zijn.’
‘Dus? Er is wel meer waar ze niet blij mee is.’
‘Ja maar, ik wil niet nog meer problemen verzorgen.’
‘Voor wie?’
‘Nou… Lia en Elli. En jou…’
‘Lia klonk niet echt of ze er problemen mee had, dus Elli ook vast niet. En wat mij betreft; die “problemen” kan ik wel aan. Pff, als je daarmee Lisette bedoelt al helemaal.’
‘Als jij het zegt…’ zuchtte ik zachtjes en ik beet op mijn lip.
‘Ik heb het toch zelf voorgesteld?’
‘Ja, ja…’

Toen drong een beetje tot me door wat hij daarvoor zei. ‘Wacht, wat? Heb jij met Lia gesproken?’ Ik deed abrupt mijn hoofd omhoog en keek hem verward aan. Jay grinnikte kort en leunde ontspannen tegen de rugleuning van de bank aan. ‘Misschien…’ O mijn god nee. Lia, ik vermöörd je. Waar heb ik dit aan verdiend? ‘Wat?! Wanneer?’ Hij wist wel goed hoe hij van onderwerp kon veranderen, daar kon ik nog wat van leren. ‘Ze belde gisteravond, nou ja, het was al half twaalf of zo.’ En ik maar denken dat dat kind naar de wc ging. Ik legde mijn hand op mijn gezicht en zuchtte. ‘O nee…’ mompelde ik tegen mezelf.

‘Wat heeft ze gezegd?’ vroeg ik, nadat ik me een beetje hersteld had. Eén van zijn mondhoeken krulde omhoog, waardoor ik de vlinders die ik zo hard had geprobeerd te verbannen weer voelde rondvliegen. ‘Ze voorspelde me dat je vandaag hierover zou beginnen en zou proberen er onderuit te komen. Maar ik moest daar niet aan toegeven volgens haar.’ Jay grijnsde nu breed en keek triomfantelijk in mijn richting. Ja, het is nu officieel: alles en iedereen is tegen mij. ‘Dus je luistert eerder naar Lia dan naar mij?’ ‘In situaties als deze wel ja.’ ‘Ach ja, waarom ook niet, hè? O, ik verdoe mijn tijd hiermee. Dit is nutteloos.’ Ik zuchtte diep en stond weer op. ‘Eindelijk kom je er zelf ook achter.’ Jay was ook opgestaan en wilde naar zijn laptop lopen. ‘Klojo.’ mompelde ik, terwijl ik hem snel een tik tegen zijn arm gaf. ‘Eigenwijs.’ Hij gaf me een tik terug en duwde me richting de trap. ‘Ga nu maar weer aan het werk.’ ‘Aye aye, chef!’

Oké, dat plan was dus echt heel erg mislukt. En ik had nou niet echt veel tijd over om nog ergens anders heen te gaan. Ik kon hoogstens nog ergens een hotelkamer huren, maar daar had ik het geld niet voor. Wat maak ik mezelf ook nog wijs. Ik moest er maar aan geloven dat ik bij Jay sliep. Ik bedoel; zóveel zou er toch ook weer niet gebeuren? Alsof hij ineens zou beginnen interesse te tonen in mij. Vast niet. Jay kennende... Nee, dat nam ik direct terug. Jay had al eerder rare dingen gedaan, dus dat kon hij best nog eens doen. Oké, ik geef toe dat ik er niet echt problemen mee had toen hij me kuste -twee keer- of knuffelde -drie keer, of vier al? Misschien al wel vijf of zes keer? Tel kwijt-, maar het was wel ontzettend verwarrend en daar kon ik niet tegen. De positieve kant van slapen bij Jay: Het was daar zo groot dat ik het niet zo moeilijk zou moeten zijn om hem een beetje te ontlopen.

Diezelfde avond nam ik afscheid van ons huis, hoewel dat nu eigenlijk niet meer van ons was. 'Waar ben ik mee bezig?' mompelde ik tegen mezelf terwijl ik de grijze Volvo van tante Livia in klom. Gelukkig was die vrouw ons niet zelf op komen halen of zo, ik had nu even geen zin in haar gemopper. Nadat we alledrie nog een laatste keer gezwaaid hadden, reden we weg. Als eerste zetten we Lia af bij Madelon, samen met drie tassen spullen. Vervolgens reden we naar Jay. 'Je weet zelf waar we heen moeten, toch?' vroeg Elli tijdens het rijden. Ik knikte en leunde met mijn hoofd tegen de deurpost. 'Hier links. Nee, niet dat steegje, die weg daarnaast, de brug over!' Zo ging het nog even door. Na een hoop gedoe -dat wil zeggen: nadat we tien minuten hadden omgereden omdat Elli alsnog haar afslag had gemist- waren we toch aangekomen bij Jays huis. Of villa, of kasteel, of hoe je het ook wilde noemen.

'Het is enorm!' riep Elli uit, terwijl ze de auto stopte en het huis uitgebreid bekeek. 'Dat was ook mijn eerste reactie. Maar wees niet bang; van binnen is het nog veel groter.' antwoordde ik cynisch. Met een zucht opende ik de deur en sprong uit de auto. Ik pakte mijn twee tassen uit de aanhanger en staarde even naar de spullen die ernaast lagen. Die zou ik de komende periode niet meer zien. 'Zie het als een vakantie.' probeerde ik nog, om mezelf moed in te spreken. 'Je kan dit.' Gapend liep ik naar de bestuurderskant. Elli begreep het en deed het raampje open.

'Nou, dag lieverd!' zei ze nog redelijk opgewekt. Zíj vond het ook niet zo erg dat ik hier sliep. Zeker niet na het zien van de enormheid van dit ding voor ons. 'Dag Elli.' antwoordde ik en gaf haar een kus. 'Wel bellen hè?' 'Zal ik doen.' Ze glimlachte breed en wierp nog een laatste blik op het gebouw voor haar. 'Dat zal wel goed komen.' zei ze meer tegen zichzelf dan tegen mij. Ik draaide me half om en zwaaide nog een keer. Net toen ik mijn eerste stappen richting het huis had gezet, riep ze me nog lachend wat na: 'Doe het wel veilig!' Met een ruk draaide ik me weer om. 'MAM!' riep ik, alleen om te zien dat de auto startte en wegreed. O god, als niemand dat maar gehoord heeft.
Hey,
Ik vind je echt super schrijven ik volg je verhaal al vanaf je 5de stukje ofzo.
Ga je je andere stukjes nog op dit forum zetten ?
Ik vind het heel fijn dat je steeds bij je nieuwe forum eerst je hele verhaal plaatst.
Snel verder
Xx
sieskiej schreef:
Hey,
Ik vind je echt super schrijven ik volg je verhaal al vanaf je 5de stukje ofzo.
Ga je je andere stukjes nog op dit forum zetten ?
Ik vind het heel fijn dat je steeds bij je nieuwe forum eerst je hele verhaal plaatst.
Snel verder
Xx
Wow ;o, dat is al lang.
De rest komt hier allemaal ook op ja, als ik alles in mijn word goed heb geregeld. -wat ik nu ook heb-
Met het schaamrood nog op mijn wangen liep ik naar de voordeur. 'Dit heb je een paar weken geleden ook nog gedaan, niets om je druk om te maken.' mompelde ik tegen mezelf, maar ik geloofde mezelf al niet meer. Ik maakte me wél druk, heel erg zelfs! Met een trillende vinger drukte ik op de bel. Ik schrok toen de deur nog geen seconde later open ging. Jezus! Hadden ze daar dag en nacht iemand achter staan of zo? 'Goedenavond, mevrouw.' antwoordde een bekende stem. Ik glimlachte toen ik me herinnerde dat het Naya was. Er waren een paar dienstmeisjes waar ik het toen wel mee kon vinden -en zij ook met mij- en Naya was er één van. 'O, hai Danique.' Ze herkende mij dus ook nog. 'Wat doe jij hier? O! Jij ben vast degene waarover meneer De Waart het de hele tijd had! Ik zal hem direct even halen!' 'Dat hoeft echt niet, hoor...' probeerde ik nog, maar ze was al weggerend. Damn it, en ik was net bijna naar binnen geslopen zonder contact. Nee, dat zou onbeleefd zijn... Ach, ik had nu toch geen keuze meer. Ik gaapte een keer uitgebreid en wachtte tot Naya terug kwam met "meneer De Waart". Blegh, om van te kotsen.

Een minuut later kwam Naya terug met de zogenaamde "meneer De Waart". 'Ik dacht even dat je zo koppig was om toch niet te komen, maar het viel dus mee.' zei hij, nadat Naya me binnen had gelaten en de deur weer dicht had gedaan. 'Zoveel keus had ik niet... Het gaat vannacht regenen, dus de brug viel af.' antwoordde ik, terwijl ik mijn jas opendeed en uittrok. Een seconde daarna stond Naya al naast me om hem op te hangen. Ik denk dat ik even nodig had om daar aan te wennen. 't Is ook wel onzin, ik kan best zelf mijn jas ophangen. 'Ja ja, alsof jij dat vol zou houden.' Schoudersophalend keek ik de hal door. Het was niet veel veranderd sinds de laatste keer dat ik er was, niet dat ik dat echt verwacht had of zo. 'Maar je bent er dus toch nog. Nou, de schuur wacht al op je.' 'Wat?' Oké, dat had ik nou ook weer niet verwacht. 'Nee, grapje. 1 April.' Damn. Was 't al zo laat? Hij lachte en draaide zich om naar Naya. 'Laat jij haar d'r kamer zien?' Ze knikte braaf en zei: 'Zeker meneer.' Blegh, ik moest er niet aan denken om op die manier voor Jay te werken. Ik vond het "ja chef" als hij vroeg om het terras buiten te zetten al erg genoeg.

Naya had één van mijn tassen overgenomen -ook alleen maar omdat ik bleef volhouden dat ik de ander zelf wel vast kon houden- en liep voor me uit. Gelukkig noemde ze me in ieder geval al geen mevrouw meer. We liepen eerst de trap op en namen daarna de gang aan de linkerkant. We waren al langs de logeerkamer waar Gijs bleef slapen geweest, en ook de kamer waarvan ik wist dat Lisette erin had geslapen hadden we al gemist. 'Zeg, gewoon een vraagje hè, hoeveel logeerkamers hééft dit huis?' Ik wist dat het hier echt enorm was, maar was dit niet een beetje overdreven? Hoeveel gasten kreeg die kerel überhaupt? 'Eh... Geen idee, eigenlijk. Ze worden niet zo gek vaak gebruikt. Meestal alleen als mevrouw De Waart zakenpartners heeft die blijven slapen. En dan worden ze nog niet allemaal gebruikt. Ik denk dat het er ongeveer-' 'Nee, laat maar. Ik hoef het al niet meer weten.' onderbrak ik haar. Ze grinnikte zachtjes en bleef staan bij een deur aan mijn rechterkant.

Ze draaide de sleutel in het slot om en opende de deur. 'Na u.' zei ze met een net iets te grote grijns. Naya voerde vast iets in haar schild. Met een korte buiging liet ze me voorgaan in de donkere kamer. Ik deed een paar stappen naar binnen, maar zag geen hand voor ogen. Precies op dat moment dat ik met mijn vrije hand begon te zoeken naar het lichtknopje, knipte Naya het licht al aan.

Het eerste wat ik zag, was dat de kamer waar ik me nu in bevond ongeveer even groot was als de hele bovenverdieping van mijn eigen huis. Aan de linkerkant stond een groot hemelbed met blauwe gordijntjes tegen de muur aan. Aan beide kanten stond een houten nachtkastje met een vaas witte lelies. In het midden van de muur tegenover me zat een groot raam met weer dezelfde lichtblauwe gordijnen. Ze waren dicht en hingen tot net aan de grond. Aan het plafond hing een sierlijke, witte lamp die de kamer verlichtte. Evenals de lampen die hier en daar aan de muur vast zaten. Verder stonden er nog een blauwe bank met witte kussentjes, een houten koffietafeltje, een paar schilderijtjes en een grote, houten kledingkast. De parketvloer was volgens mij pas nog gewassen, aangezien het nog een beetje naglansde. De muren waren wit geverfd, maar dat was gelukkig al een poosje geleden gedaan.

Na nog een minuut of wat in verbazing rondgestaard te hebben, draaide ik me weer om naar Naya. Deze stond me ingehouden uit te lachen, ik voelde het gewoon. 'Is er geen kamer die iets... Kleiner is?' vroeg ik voorzichtig, wat er voor zorgde dat Naya nu hardop lachte. 'Meneer De Waart had al voorspeld dat je dat zou zeggen. Maar nee, dit is al één van de kleinere kamers.' Ben ik echt zo voorspelbaar? 'Noem hem nou niet steeds meneer De Waart. Ik word er misselijk van.' antwoordde ik, terwijl ik me omdraaide en de kamer nog een keer in me opnam. Well, hier zou ik dus in ieder geval tot en met woensdag in "wonen". 'Hoe zal ik hem dan noemen?' 'Weet ik veel. Jay, of kerel, of gast, of voor mijn part ëikel. Het zal mij een boon wezen.' antwoordde ik grijnzend, nadat ik mijn tas op de koffietafel had gezet. 'Oké, uw wens is mijn bevel.' Ze legde de andere tas op de bank en liep weer naar de deur. 'De deur naast de kast leidt naar je badkamer. Dan laat ik je nu alleen.' zei ze, voordat ze de deur opende en er doorheen liep. 'Als je wat nodig hebt, moet je maar roepen. Ik moet nu naar "die ëikel", maar er lopen ook nog andere mensen rond.' Met die woorden verliet ze de ruimte.

JAY
Ik was net in gesprek met meneer Lee, wanneer Naya binnenkwam. Toen ze me zag zitten, schoot er even een onderdrukte grijns over haar gezicht heen. Geen idee waarom. 'Ze vond de kamer inderdaad wat groot, meneer.' zei ze glimlachend, terwijl ze naar binnen schuifelde. 'Ik wist het.' Ik zou over een paar minuten nog wel even naar Danique toe gaan of zo, dan kon ze nu even uitpakken en weet ik veel wat. 'Als u verder niets meer in gedachten hebt, kan ik dan nu gaan?' vroeg Naya voorzichtig. 'Het is al half één toch? Ga maar.' Ze glimlachte opgelucht en verliet de kamer. Zelf ging ik verder met waar ik het over had met meneer Lee; Lisette. Hij wist dat ik er erg tegenop zag om met Lisette te trouwen en probeerde me te helpen daar onderuit te komen.

Een kleine twintig minuten later liep ik de trap op naar boven. Eerst even bij Danique kijken en dan zelf naar bed, was 't plan. Ik sloeg linksaf en liep in een rustige pas naar de kamer van Danique. Zonder er verder bij na te denken dat ze misschien wel net had gedoucht en rondliep in een handdoek, liep ik naar binnen zonder kloppen of wat dan ook. 'Bevalt het hier?' vroeg ik grijnzend. Ik verwachtte eigenlijk een soort gemompel of gemopper, maar het bleef stil. 'Danique?' riep ik een keer, toen ik opnieuw geen reactie kreeg. 'Waar is ze gebleven..?' Ik liep de kamer door en opende de deur naar de badkamer. Daar zat ze ook niet. Volgens mij was ze er al wel binnen geweest, aangezien het licht nog aan stond. Ik schudde mijn hoofd een keer, deed het licht uit en liep de kamer weer in. 'Dani-' Laat maar, gevonden.

Danique lag rustig op de bank, omgevallen. Waarschijnlijk sliep ze. Nou ja, dat wist ik ook eigenlijk wel zeker. In haar ene hand hield ze een papier en de andere hand lag naast haar op de bank. Volgens mij had ze een plattegrond getekend of zo, ik kon het niet echt duidelijk zien. Met lichte twijfeling trok ik het papier uit haar hand en legde hem op de tafel. Vervolgens draaide ik me weer om naar Danique. Ze leek best vredig zo, slapend. Het was bij lange na niet de eerste keer dat ik haar zag slapen, maar toch voelde ik opnieuw dat vreemde onderbuik-gevoel. Ik knielde bij haar neer en streek een beetje haar uit haar gezicht. O, hoe graag ik haar nu wilde omhelzen... Het gevoel hoopte zich zó op de laatste tijd. Zeker nu ze me zo ontliep. Nee Jay, slechte timing. Zet het van je af.

Ik streek nog een keer voorzichtig over Daniques wang, voordat ik mijn hand weer van haar gezich af haalde. Zuchtend dacht ik terug aan een paar weken geleden, toen we nog samen hadden geschaatst. Damn, ik zweer het: ik voelde die kus op mijn wang nog steeds branden. Ik schudde mijn hoofd een keer en zuchtte zachtjes. Als ik dit soort dingen ging denken kon ik al helemaal niet normaal met haar in één huis slapen. Wat ging ik ook alweer doen? O ja. Tactisch schoof ik mijn armen onder haar knieën en rug. In alle rust tilde ik haar op; ze moest nu niet wakker worden. Het leek erop dat ze lichter was geworden, maar dat kon aan mij liggen. Ze was altijd al licht geweest.

Ik liep naar het hemelbed en legde Danique er voorzichtig op. Bijtend op mijn lip schoof ik haar hoofd wat beter op het kussen. De lakens lagen nog omgeslagen over het voeteneinde van het bed, dus deze sloeg ik ook over haar heen. Zo was 't goed, toch? Danique sliep overal rustig doorheen en glimlachte een beetje in haar slaap. Heel schattig. Omdat ik wist dat ik me toch niet kon inhouden en anders misschien niet kon slapen, boog ik me nog snel even over het meisje heen. Ik drukte zo subtiel mogelijk een kus op haar kaaklijn. Ja, dat voelde goed. Nu kon ik wel weer een poosje tegen d'r aankijken. Ik haalde mijn lippen weer weg en wierp nog een laatste blik op haar slapende gezicht. Mijn hart ging als een gek te keer, dus besloot ik dat ik hier snel weg moest. Het zou me niets verbazen als Danique hem nog had horen kloppen. Damn, ze deed echt vreemde dingen met me.

De volgende ochtend werd ik wakker in een kamer die zeker niet de mijne was. 'Waar ben ik?' mompelde ik slaperig, terwijl ik overeind kwam. In de seconden daarop stroomde de informatie weer binnen. Ik was bij Jay en sliep in één of ander enorm hemelbed. Wacht... Bed? Ik kan me niet herinneren dat ik naar bed ben gegaan? Met mijn rechterhand steunde ik op het bed, terwijl ik met mijn linkerhand voelde aan mijn kleren. Nee, ik had ook geen pyjama aangedaan, of überhaupt omgekleed? Heel apart. Nou ja, waarschijnlijk was ik gewoon moe en vergat ik me om te kleden of weet ik het. Gapend haalde ik een hand door mijn haar. Het was nog te vroeg om na te denken. Over tijd gesproken; hoe laat was het?!

Ik schoot overeind en keek op de klok aan de muur. Zes uur. 'Shïtshïtshïtshïtshït!' zei ik zachtjes, proberend de andere mensen in dit huis nog wel te laten slapen. Meteen sprong ik uit bed en rende op mijn tenen naar de tafel, waar mijn tas met spullen nog onuitgepakt op lag. Ik griste er zo snel ik kon wat schone kleren uit en rende weer door naar de badkamer. 'Ik kan me zometeen wel douchen.' mompelde ik. In mijn hoofd maakte ik een tijdsplan: hoe lang duurde het om van hier naar meneer Verkerk te komen en hoe snel kon ik dan die melk bezorgd hebben?

Aangekleed, opgefrist en redelijk wakker snelde ik vijf minuten later de kamer uit. Zachtjes ging ik naar de trap en daaraf. Als ik nú weg ging, kon ik om half zeven mijn melk ophalen en als ik dan héél snel was, had ik het met een beetje geluk om kwart over zeven allemaal bezorgd. Als die mensen dan niet te vroeg gingen zeuren dat hun melk niet voor zeven uur was bezorgd, was er niets aan de hand. Één meevaller: op zondagochtend hoefde ik geen kranten te bezorgen en de folders hadden nooit zo veel haast.

Op het moment dat ik voor de voordeur stond, wachtte me een onprettige verrassing. Ik had geen brommer. Die stond nog rustig op me te wachten in de schuur thuis. Ja fück, lopend redde ik het nooit van m'n leven en een taxi aanhouden kon ik ook niet. Misschien hadden ze hier wel een fiets die ik mocht lenen? Het was te proberen. Met een ruk draaide ik me om en rende ik weer terug het huis in. Rond dit uur waren er volgens mij al mensen aan het werk. Sterker nog: volgens mij waren er dag en nacht mensen aan het werk hier. Ik opende een willekeurige deur en keek naar binnen. Nee, geen licht hier, dus geen mensen. Zo ging dat ook bij de volgende twee deuren.

Pas bij de vierde deur had ik succes. Achter de tafel zat een man met de krant van gister en een kop koffie. 'Eh meneer...' begon ik, lichtelijk opgefokt doordat ik zo te laat zou komen als dit nog veel langer ging duren. 'Waarmee kan ik u zo vroeg van dienst zijn, mevrouw?' vroeg hij beleefd, voordat hij opstond en zijn pak recht trok. Ik negeerde het mevrouw-gedeelte even, daar het ik nu geen tijd voor. 'Is er misschien een fiets hier, die ik kan lenen?' 'Zeker mevrouw, volgt u mij.' Hij draaide zich om en liep naar een deur aan de andere kant van de kamer. 'Er is eh... Wel een beetje haast bij.' zei ik beschaamd, terwijl ik zijn kant op rende. 'Natuurlijk, mevrouw.' Hij zette er zelf ook wat tempo achter, gelukkig.

Ik bedankte de man en racede snel weg. Aangezien fietsen langer duurde dan brommerrijden -goh, echt?- liep mijn plan een beetje uit. Tegen de tijd dat ik de melk had opgehaald en in de straat stond, was het al zeven uur geweest. Na het ophalen van de melk kon ik ook niet zo hard fietsen, omdat anders de melk zou vallen en ik nog veel verder van huis zou zijn. 'Laat ze alsjeblieft een keer uitslapen. Laat ze als-je-blieft slapen.' Als die mensen niet direct meneer Verkerk zouden bellen, zou ik geen problemen krijgen. Dat zou mooi zijn ja. Uitgeput stapte ik van de fiets af en pakte de eerste flessen. Ik rende op en neer de huizen, proberend zo dit zo snel mogelijk te doen. Een paar mensen kwamen al naar buiten gelopen voor hun melk, maar die leken er niet zo'n probleem mee te hebben dat ik wat later was. Van een paar huizen leek het wel alsof ze al gekeken hadden, maar dat wist ik niet zeker. Nou ja, daar kon ik nu toch niets meer aan doen.

Bijna knock-out kwam ik weer terug bij het huis van Jay. Ik veegde een paar natte plukjes haar uit mijn gezicht en zette de fiets op de plek waar ik hem vandaan had gehaald. Blegh, ik voelde me vies, ziek en moe. Van een douche zou ik vast opknappen. Hoe laat zou het zijn? De terugweg had wel wat -best veel- langer geduurd, omdat ik er gewoon de kracht niet meer voor had. O, en ik had ook nog wind tegen en het regende. Ja, mijn dag begon goed.

Eenmaal goed en wel binnen, kwam ik dezelfde man als aan het begin van de dag tegen. 'Was u nog op tijd, mevrouw?' vroeg hij geïnteresseerd. Ik schudde mijn hoofd en haalde een keer een hand door mijn haar, voor zover dat kon met de klitten die erin zaten. 'Maar goed, ik heb mijn best gedaan.' 'U kunt niet meer dan uw best doen.' Ik knikte een keer. 'Zeg maar jij hoor, volgens mij ben ik niet zo gek veel ouder dan u.' grapte ik, doelend op zijn al grijs wordende haar. Dat betekende trouwens niet direct dat hij oud was, aangezien sommige jongens op hun zeventiende al grijs werden, maar hij leek me niet zeventien. 'Ach, dat hoort bij 't vak.' verklaarde hij en hij ging weer zitten. 'Er zijn bar weinig mensen die me u noemen, dus daar heb ik niet zo veel problemen mee.' Hij lachte kort en knikte een keer. 'Als u dat dan ook bij mij doet, hebben we een overeenkomst.' Ik knikte glimlachend en liep naar de deur. 'Bedankt voor de hulp!' 'Met alle plezier.'

In alle rust liep ik de trap op. Sneller konden mijn benen niet aan. Ken je dat gevoel? Dat je net een uur lang op topsnelheid hebt gefietst en dat het voelt alsof je benen er vanaf vallen? Zo voelde ik me nu. 'Kütregen.' murmelde ik in mezelf, terwijl ik mijn natte haren een keer uitkneep. Waarom had ik vanochtend niet even de tijd genomen om er een staart in te doen? Dan had ik er nu nog niet uitgezien, maar was het in ieder geval minder erg geweest.

Ik stapte de laatste treden op en keek naar de persoon die eraan kwam lopen. Jay was dus ook wakker geworden. 'Wat zie jij d'ruit?' zei hij nadat hij me eens goed van top tot teen had bekeken. 'Weet ik toch.' zuchtte ik, mijn haar nog een keer op mijn rug zwaaiend. 'Ben je serieus in dit weer naar buiten gegaan?' Ik knikte een keer en speelde een beetje met mijn vingers. Het maakte me nog steeds zenuwachtig als hij tegen me praatte. 'Ik was al laat en als ik nog een keer te laat zou komen, wordt ik waarschijnlijk ontslagen. Dus ik had sowieso geen keus, plus mijn brommer staat nog thuis.' legde ik kort uit, kijkend naar mijn vingers. 'Ah, op die fiets.' Hij draaide zich om en riep naar ene Barbera, één van de kamermeisjes die ik niet kende.

Nieuwsgierig keek ik omhoog. Toen ik de vrouw naar ons toe zag lopen, herinnerde ik me weer wat ik ging doen. 'Zeg Jay, ik wilde me eigenlijk net gaan douchen, dus-' Hij onderbrak me, kijkend naar de vrouw tegenover ons. 'Barbera, maak jij eens een bad voor haar klaar. De blauwe logeerkamer.' Barbera knikte en trippelde in de richting van mijn kamer. 'Maar... Dat hoeft echt niet hoor. Ik kan best zelf-' 'Danique, je bent nu onder mijn dak, dus moet je je nu ook eens aan míj aanpassen.' zei hij, mij opnieuw onderbrekend. 'Maar toch-' 'Ga nu maar gewoon een keer in bad en blijf daar een poosje. Je staat op instorten.' Ik beet op de binnenkant van mijn wang en keek hem een beetje geïrriteerd aan. 'Dat valt best mee. Ik heb vannacht juist langer geslapen dan normaal.' antwoordde ik en ik sloeg mijn armen over elkaar. Jay zuchtte een keer en pakte mijn arm beet. Voordat ik er wat tegenin kon brengen, had hij me al meegetrokken naar een spiegel die in de gang aan de muur hing.

'Kijk nou is goed.' zei hij, terwijl hij me losliet en achter me ging staan. Ik staarde in de spiegel en keek van mezelf naar hem en weer terug. 'Ik zie niets bijzonders.' Buiten het feit dat ik kletsnat was, maar daar kon ik ook niets aan doen. Jay zuchtte een keer en zette een stap naar voren. 'Je hebt donkere kringen van de onderkant van je ogen tot halverwege je neus,' Hij wees even aan waar mijn wallen zaten. Echt, dat had ik nou net nodig. 'je wordt telkens dunner,' Hij kneep een keer in mijn zij, waardoor ik uit reflex een beetje opzij sprong. 'je huid wordt met de dag ruwer en bleker' Nu streek hij een keer over mijn wang heen. Ik voelde dat ik rood werd, dus keek ik snel omlaag. 'en je wordt ziek als je niet beter let op wat je doet.' besloot hij, negerend dat ik de grond aan het bestuderen was.

'Maak je d'r niet druk om, ik kan wel voor mezelf zorgen.' mompelde ik eigenwijs, nadat ik mijn gezicht weer onder controle had gekregen. Hij zuchtte weer en draaide zich om.
'Je bent hopeloos Danique.'
'En jij bent zwaar subtielheidsloos.'
'Dat is niet eens een woord.'
'Nou en.'

Jay lachtte kort, maar werd toen weer serieus. 'Doe me een lol en doe het even rustig aan.' Ik wierp nog een laatste blik in de spiegel, fatsoeneerde mijn haar en draaide me weer naar hem. 'Oké.' antwoordde ik, overwegend een keer naar hem te luisteren. Had ik hem al bedankt dat ik hier mocht blijven? Volgens mij niet. 'Maar ik heb nu een afspraak. Ik zie je vanmiddag wel weer in Prince's Castle.' zei hij al, voordat ik wat kon zeggen. Hij stak zijn hand een keer omhoog en liep de trap af. Nou ja, dan bedankte ik hem later wel. Tijd zat.

Ik haalde mijn schouders op en deed mijn blazer uit. Mijn jas was wel redelijk waterdicht, dus hij was nog wel droog. Met het jasje over mijn arm geslagen liep ik naar "mijn" kamer. Toen ik met mijn vrije hand de deur open deed, wilde Barbera net naar buiten lopen. O ja, zij had mijn bad klaargemaakt. Vreemde gewoonte. 'Uw bad is klaar, mevrouw.' zei ze, terwijl ze een kort knikje met haar hoofd maakte. 'Dankjewel! Zeg maar Danique hoor. Dat doet de rest ook al.' Nou ja, een deel van de rest dan. Volgens mij waren er nog een boel die ik ofwel nog niet ontmoet had, ofwel nog niet had verteld dat ze gewoon Danique moesten zeggen. Maar hé, anders voelde ik me ook zo oud? Ik was ook pas negentien. Bovendien; bijna al die kamermeisjes waren ouder dan ik. 'Ik zal het proberen.' antwoordde ze na een poosje nadenken. Die mensen hier moesten wel héél beleefd blijven de hele tijd. Bah, ik zou d'r niet goed van worden. Nou ja, tegen mensen als Jay dan. Beleefd zijn tegen mensen in het restaurant deed ik wel, maar dat was iets anders.

Barbera verliet de kamer, nadat ze me er nog een keer op geattendeerd had dat het bad koud werd. Sloffend liep ik naar de bank, waar mijn tassen nog bij lagen. Ik plofte neer en pakte één van de twee op. 'Als ik deze vast uitpak, kan ik 'm gebruiken als waszak.' mompelde ik grinnikend. Ik kon vandaag niets wassen, dus moest ik dat morgen maar een keer doen. Maar ik vond het niet echt netjes staan om mijn vieze kleding maar overal neer te gooien en ik wilde wel een beetje een goede indruk achterlaten.

Mijn blazer liet ik op de bank liggen, zodat ik die zometeen weer aan kon doen. Mijn broek was doorweekt, dus dat kon dan weer niet. Mijn shirt wisselde ik ook maar even. Regende het nog? Mijn blik gleed voor een paar seconden naar het grote raam, waardoor ik kon zien dat de wolken al aan het wegtrekken waren en de zon al begon te schijnen. 'Hypocriet weer.' mompelde ik in mezelf, terwijl ik weer naar de tas keek. Ik pakte er wat kleren uit en liep op en neer naar de kast, om ze daar in op te hangen. Een lichtblauwe spijkerbroek, een streepjesshirt en schoon ondergoed en sokken liet ik apart liggen, dan kon ik die zometeen weer aan. Tevreden deed ik het op een hoopje en tilde het op, vervolgens liep ik de badkamer in.

Nadat ik mijn kleren op een mand had gelegd, viel mijn oog op het bad. 'Is dit een slechte 1 april-grap of menen ze dit nou serieus.' bracht ik langzaam uit. Gisteravond had ik al gezien dat het huge was, dus daar had ik me op voorbereid. Maar ik had me niet voorbereid op het feit dat "klaarmaken van een bad" hier betekende dat er een gladgestreken laag badschuim op zat, er volgens mij wel een halve fles parfum in gegoten werd en er dieprode rozenblaadjes overheen gestrooid werden. 'Wow...' mompelde ik in verbazing. Waarom zouden ze zoveel moeite doen voor een simpel bad? Ik had al in geen jaren meer in bad gezeten -begrijp me niet verkeerd, ik had me wel gedoucht-, maar ik kon me niet herinneren dat ik dat zó deed.

Al met al kon ik het stiekem wel waarderen. Ik had al in lange tijd niet meer echt een beetje relaxt en dit zou nog wel eens een goede oplossing kunnen zijn. Eens even kijken... Van hier naar huis lopen zou me driekwartier kosten en van huis naar Prince's Castle kostte vijftien minuten. Maar als ik de folders ook nog van tevoren wilde doen, wat eigenlijk wel moest, moest ik er nog een half uur bij optellen. Aangezien ik om half één in het café moest zijn, moest ik dus... Elf uur hier weg. Ja. Aangezien het nu pas een uur of negen was, had ik dus nog tijd zat! Ik deed later wel andere klusjes.

Nadat ik de deur op slot had gedaan en me uitgekleed had, liet ik me in bad zakken. Het warme water was erg aangenaam en de geur die er vanaf kwam deed me denken aan bloemen. Een aparte combinatie van rozen, lavendel en zonnebloemen. Heel fris en lente-achtig. Langzaam zakte ik onderuit, totdat alleen mijn gezicht nog boven het badschuim uit kwam. Zou ik kunnen zwemmen in dit bad? Nah, zó groot was het nou ook weer niet. Bovendien was het niet diep genoeg. Ik lachtte kort om mijn eigen gedachte en kwam weer een beetje overeind. Met een sierlijke boog liet ik mijn rechterarm boven het water uit komen. 'Geniaal.' mompelde ik droog, nadat ik het druipende badschuim uitgebreid bestudeerd had. Vervolgens speelde ik wat met de rozenblaadjes, die van een soort zeep bleken te zijn. Als ze lang genoeg onder water hadden gezeten, losten ze vanzelf op. Heel geinig, eigenlijk. Ik voelde me weer net een klein meisje.

Ik zuchtte een keer tevreden en liet mijn handen weer in het water zakken. Ik mompelde iets dat ik zelf ook niet begreep en legde mijn hoofd tegen de schuine wand aan. 'Ah~' bracht ik uit, terwijl ik mijn ogen sloot en genoot van het warme water. Ik moest wel proberen mezelf wakker te houden. Of werd je wel wakker als je onder water zat? Nou ja, ik ging het ook niet uitproberen.

Één van de rozenblaadjes dreef zielig langs mijn hoofd heen. 'Och meisje toch.' mompelde ik en ik pakte het op. Met een brede grijns legde ik hem neer bij een ander blaadje, op een stuk bad waar het schuim al weg was. Het tweede blaadje dreef eerst een beetje weg, maar doordat ik hem heel stiekem een beetje op weg hielp, dreef hij weer terug naar het andere blaadje. Gefascineerd keek ik naar hoe de blaadjes door mijn zelfgecreeërde golfjes na een aantal omwentelingen toch nog naast elkaar kwamen te liggen. Heel even kwamen de beide bovenkanten tegen elkaar aan. 'Ahw, kusje!' mompele ik kinderachtig, waardoor ik opnieuw lachte om mezelf.

Vervolgens kwam er een derde blaadje aan. Waarschijnlijk omdat ik golfjes veroorzaakte toen ik met mijn knieën bewoog. Dit laatste blaadje krulde een beetje aan de onderkant, omdat het al wat langer in het water lag. Vervelend als het blaadje was, botste het tegen het blaadje aan dat ik daar als eerste had neergelegd. Hierdoor werd het contact met het andere blaadje verbroken en dreef het weg. Weer net zo eenzaam als net dreef het door het bad, totdat het volledig oploste in het water.

Ik keek een beetje beteuterd naar de plek waar het blaadje als laatste was. 'Wat zielig.' Op dat moment realiseerde ik me dat ík dat blaadje was. Denk er maar eens overna: eerst kwam ik op de één of andere manier plotselinge manier bij Jay terecht. Vervolgens kwam ik er na allerlei omzwervingen achter dat ik hem leuk vond, gewoon echt leuk-leuk. Hij kuste me, maar vanuit een totaal onverwachtte hoek kwam Lisette die alles verpestte. Uiteindelijk zou dit voor mij net zo aflopen als voor het rozenblaadje: ik zou langzaam wegdrijven en uiteindelijk oplossen in de massa. Niet echt een positief vooruitzicht. Ik beet zachtjes op mijn lip en liet mijn hoofd weer tegen de badrand aan zakken. De kans dat Lisette toch wel won, wat ik ook zou proberen, was erg groot. Dus eigenlijk was alles wat ik nu deed om haar tegen te werken nutteloos. Ik wilde het niet geloven; van binnen hield ik me altijd vast aan dat kleine beetje hoop, maar ik moest zelfs dat vroeg of laat opgeven.

Ik zuchtte een keer zachtjes. Damn, ik had nu ook geen zin meer om in bad te blijven. Nou ja, ik was nu ook wel schoon. Ik stond op, pakte een handdoek van een rek en droogde me af. Eenmaal uit het bad gestapt, droogde ik ook mijn benen af. Vervolgens liet ik het bad leeglopen en trok ik wat kleren aan.

Terwijl ik mijn haar nog aan het invlechten was, liep ik de badkamer uit. 'Hoe laat is het?' mompelde ik in mezelf, kijkend naar de grote klok. Tien uur. Nou, dan was ik nog ruimschoots op tijd uit bad gekomen. Dan kon ik zelfs nog even kleren wassen. Als ik nu een lichte was deed, kon ik woensdag wel een donkere doen en tussendoor nog een keer een blauwe of zo. Met die gedachte in mijn achterhoofd, zocht ik mijn witte/lichtgrijze was op en legde ze op een hoopje. Ik pakte ze op en liep ermee naar de badkamer.

'Zo...' mompelde ik rustig, nadat ik het allemaal in één van de twee wasbakken had gelegd. Ik deed de kraan aan, niet te hard want dan zou het er allemaal uitspuiten, en liet hem zo vollopen. In de tussentijd liep ik even terug de kamer in. Rommelend in de overgebleven tas mompelde ik iets over wasmiddel. Dat spul raakte ik altijd kwijt als ik het nodig had. Na een paar minuten zoeken gaf ik het op. 't Is niet zo dat ze hier nooit wassen of wat dan ook, dus dat spul zullen ze hier ook wel hebben. Ik begaf me naar de badkamer en liet het water stoppen, zodat de wasbak niet zou overstromen.

Een minuutje daarna liep ik over de gangen, zoekend naar een kamermeisje dat me zou kunnen helpen. Wanneer ik de hoek omkeek, zag ik er twee lopen: Linda en Naya. Die kende ik gelukkig, dus durfde ik ze ook wel te vragen om wasmiddel. Ik liep naar ze toe en bedacht snel in mijn hoofd wat ik precies ging zeggen. 'Goedemorgen mevrouw Johnsson.' zeiden ze tegelijk. Damn, daar had ik het toch al over gehad? 'Hai, zeg maar Danique.' zei ik snel, voordat ik mijn eigenlijke vraag stelde. 'Hebben jullie hier ergens wasmiddel liggen dat ik zou kunnen gebruiken?' vroeg ik, na het nog een keer doorgenomen te hebben in mijn hoofd. Ja, ik deed écht mijn best om nou eens na te denken voor ik iets deed of zei. Goed hè? 'Wasmiddel? Jawel, in de opslagkamer.' antwoordde Linda, nadat ze kort een verbaasde blik had gewisseld met Naya. 'Oké, mooi. Waar is die?' 'De derde deur links als je hier de trap afloopt. Maar, waar heb je het voor nodig?' Gelukkig, ze hadden het "u" gedoe al links laten liggen. 'Even wassen. Dankje!' antwoordde ik alleen, voordat ik me omdraaide en naar de trap liep.

Ik wist van tevoren al wel dat ze me zouden vertellen dat zij wel zouden wassen, maar ik had ook al van tevoren bedacht dat dat niet zou gebeuren. Na ze een poosje overgehaald te hebben, lieten ze me toch mijn gang gaan. Mooi. Met een potje waspoeder in mijn hand ging ik terug naar boven. Een beetje van het spul deed ik bij mijn kleren in de wasbak. Zo heel veel zou ik wel niet nodig hebben om het schoon te krijgen. Ik stroopte mijn mouwen op en mengde het poeder met het water. Tegelijkertijd probeerde ik het een beetje in te laten trekken in mijn kleren.

'Nat nat nat nat nat nat nat nat nat.' murmelde ik terwijl ik naar de kast met handdoeken rende en er één uitviste. Ik droogde mijn handen en onderarmen af en liep terug naar de wasbak. Hier en daar maakte ik wat droog, de rand en zo. Vervolgens keek ik even de kamer in om te zien hoe laat het was. 'Hm... Tien voor half elf... Als ik nu...' Ik dwaalde af in de berekeningen in mijn hoofd en kwam tot de conclusie dat ik nú weg moest, zodat ik nog net voordat ik naar Prince's Castle moest, hier de was kon afmaken. Het moest nu nog even inweken, maar dat duurde wel even. Tegen de tijd dat ik terug was, was dat vast wel klaar.

Zo gezegd, zo gedaan. Ik haalde mijn brommer op en bracht de folders weg. Het was nu echt prachtig weer, dus wat dat betreft zat toch niet álles me de hele tijd tegen. Behalve dan dat het een paar uur geleden nog stortregende. Nou ja, dat is overdreven, maar het regende vanochtend wel. Aangezien ik alleen folders had voor een tandartsenpraktijk, was ik ook nog ruim op tijd terug voor mijn was.

Eenmaal terug op mijn kamer, róók ik zelfs al dat er mensen waren wezen schoonmaken. 'Dat gaan ze toch niet serieus iedere dag doen?' mompelde ik in mezelf, kijkend naar het perfect opgemaakte bed, de geopende gordijnen en de opgeruimde tassen. In hun enthousiasme hadden ze mijn plattegrond ook weggegooid. 'Damn it. Hoe moet ik nou weten hoe ik vanaf hier bij Prince's Castle kom? Of nog beter: weer terug?' murmelde ik, terwijl ik op de grond ging liggen om te kijken of hij niet onder de tafel was gevallen. Nee dus. Nou ja, ik kwam er wel uit. Zolang ze maar van mijn was afgebleven zijn. O nee, dat zou pas gênant zijn: dan zijn al die mensen met mijn ondergoed in de weer geweest. O god nee, ik moest er niet aan denken.

Gelukkig vond ik alles ongedeerd terug in de wasbak. De rest van de badkamer was volgens mij wel schoongemaakt, maar de was hadden ze voor mij achtergelaten. Jee, wat maak ik hier eigenlijk een groot probleem van? Ik wist toch niet wie hier waren geweest. Nou goed, ik deed de was en reed naar Prince's Castle. Vanwege mijn fan-tas-ti-sche richtingsgevoel was ik wel te laat, maar dat was maar een minuut of tien. De rest van de dag bleek wel dat het goed was dat ik niet veel later was, omdat Jay maar niet op kwam dagen en Dave er ook al niet was. En natuurlijk was het juist vandaag heel druk.

Thomas en ik renden op en neer tussen het terras en De Kroon, van de bar naar de keuken en zo weer terug naar de klanten. Leon was de hele tijd bezig in de keuken. Gewoon overdag hoefde hij niet zo veel te doen; af en toe een sandwich of zo, maar daar bleef het wel bij. Rond die tijd kon Ethan mij en Thomas helpen met de bediening, maar 's avonds moest Ethan Leon helpen en stonden we er weer met z'n tweeën voor. Meneer Ramaaker bemande in zijn eentje de bar, maar werd ook af en toe bijgestaan door Ethan, Thomas of mij. Al met al denk ik dat Ethan het het moeilijkst had.

's Avonds tegen half acht kwam Jay een keer aankakken. 'Zo zo, jouw horloge staat ook goed.' klaagde meneer Ramaaker subtiel, nadat Jay zich omgekleed had. Deze haalde alleen zijn schouders op en hing aan de bar. 'Hoe gaat het hier?' vroeg hij in alle rust, alsof er niets aan de hand was geweest. Ik mompelde wat binnensmonds en liep weg met een fles wijn. Positief bekeken: Hij was er in ieder geval en kon nu helpen. Ik was al buiten gehoorafstand voordat hij wat terug zei, maar ik denk wel dat Jay een preek kreeg. Of eigenlijk hoopte ik dat. Die rijke stinkerd moest ook gewoon op tijd komen, afspraak of niet.

Om vijf over half elf 's avonds precies gingen de laatste gasten de deur uit. Ik zat samen met Thomas op een bank wat te eten, aangezien we geen van beiden langer dan vijf minuten pauze hadden gehad sinds een uur of twee. Dat was écht voor het eerst. Leon en Ethan waren al bezig met het opruimen van de keuken en meneer Ramaaker en Jay hadden opnieuw een kort conflict. Ik staarde wat voor me uit en nam nog een hap wafel. Ik was vergeten om wat te eten te maken of halen vanochtend, dus heb ik maar wat voor mezelf gekocht hier. Kon ook toch? Het volgende moment werden we geroepen door Leon. 'Hé, komen jullie helpen?! Het is een slagveld hier!' Ik grinnikte kort en stond op, het laatste stuk wafel in mijn mond proppend.

Nadat we alles schoongemaakt en opgeruimd hadden en weer normale kleren aanhadden, gingen we ieder onze eigen weg naar huis. Ik had uit automatisme mijn brommer al in de richting van mijn eigen huis gereden, toen ik Jays hand op mijn schouder voelde. 'Andere kant.' zei hij alleen, voordat hij de parkeerplaats op liep en in zijn Mercedes ging zitten. 'O ja.' antwoordde ik laat, terwijl ik mijn brommer omdraaide. Waarschijnlijk kon ik de weg naar huize De Waart wel vinden. Op de heenweg had ik hem ook hierheen gevonden, dus dit zou ook moeten lukken.

Helaas. Dat viel een beetje tegen. 'Waar de fück moet ik nu heen dan?!' riep ik gefrustreerd uit, toen ik opnieuw in dezelfde straat uitkwam als twee minuten geleden, alleen dan aan de andere kant. Oké, denk na Danique. Denk na. 'Argh, bullshït.' Ik reed maar gewoon vooruit en nam dit keer de afslag de andere kant op. Vanaf daar volgde ik de gracht, aangezien die me redelijk bekend voorkwam. Op die manier kon ik dat verdomde huis toch nog vinden. Puur omdat Elli toen verkeerd was gereden.

'De volgende keer neem ik die plattegrond mee.' mompelde ik tegen mezelf, nadat ik op de deurbel had gedrukt. Jay was later weggegaan dan ik en alsnog stond ik hier zeker twintig minuten later dan hij. In het pikdonker ook nog. Om het maar even heel eerlijk te bekennen: ik was bang om Lisette tegen te komen. Ja, dat las je goed. Ik was echt als de dood dat ze me zou ontvoeren of iets in die richting. Weet ik veel wat dat wïjf van plan is? Ik zag haar nu écht tot alles in staat. Zeker nadat ze me zonder pardon binnen een week tijd mijn huis uit had laten zetten. Wist ik veel wat daarop volgde?

De deur werd opengedaan door dezelfde man die me vanochtend een fiets had gegeven. Die vent had ook wel lang dienst? Maar goed, dat was nu niet van belang. 'Goedenavond, mevrouw.' zei hij, met een kort knikje. 'Hallo.' antwoordde ik, terwijl ik naar binnen gelaten werd en mijn jas uittrok. De man die nog steeds geen naam had pakte hem van me over en hing hem over zijn onderarm heen. 'Meneer De Waart vroeg of u nog even naar boven zou willen komen.' Zo had Jay dat echt niet gevraagd. 'Ik dacht dat we een overeenkomst hadden?' vroeg ik grijnzend, zijn vorige vraag negerend. 'Ach, natuurlijk. Hij vroeg of jij nog even naar boven zou willen komen.' verbeterde hij lachend. Ik knikte tevreden en wilde al naar de trap lopen, toen ik me weer bedacht dat "boven" een zeer uitgebreid begrip was. 'Eh... Waar precies?' 'Ik denk dat hij op de sterrenkamer zit. Neem direct na de trap de gang naar rechts, en dan alsmaar rechtdoor. De sterrenkamer zit helemaal aan een uiteinde van het huis.' Ik knikte dankbaar en begaf me naar boven.

De instructies van de man volgend, liep ik de gang door. Helemaal aan het einde van de gang zat een deur. Het was de enige in de buurt van het einde van de gang, dus ging ik er vanuit dat het de goede was. Voorzichtig trok ik de klink omlaag en duwde ik de deur open. Binnen was het pikdonker, net zo donker als het net buiten was geweest. Hier kon hij niet zijn, toch? Wat voor vreemde dingen zei die man van daarnet dan? Nou ja, misschien om de hoek of zo. Ik dacht wel dat ik een beetje licht om de hoek vandaan zag komen.

Het was koud hier. Koud en donker. Ik vond het maar niks, eerlijk gezegd. Ik zette mijn eerste stappen vooruit en liet de deur achter me los. Deze viel meteen dicht, waardoor het laatste beetje licht de kamer verliet. 'Fück.' mompelde ik zachtjes. Nu werd ik toch eigenlijk wel een beetje zenuwachtig. Ach, onzin. Het ergste dat je hier kon vinden was Jay, en daar was ik ook wel tegen opgewassen. Dat bleef ik in mijn hoofd herhalen, wat ervoor zorgde dat ik weer een paar stappen vooruit durfde te zetten. Een koude windvlaag raasde door de kamer heen. Het zorgde ervoor dat de haren op mijn armen overeind gingen staan en de rillingen over mijn rug liepen. 'Damn. Ik vind dit echt maar niks.' mompelde ik in mezelf, bijna onhoorbaar.

Het volgende moment stootte ik ergens tegenaan met mijn hoofd. Het was redelijk scherp en ik had het niet aan zien komen. Ik schrok er zo erg van dat ik achteruit deinsde en met mijn hak opnieuw ergens tegenaan kwam. Dit keer wist ik mijn evenwicht niet te bewaren en viel ik achterover. Mijn benen lagen over hetgeen heen waar ik net over was gevallen, maar voor de rest lag ik languit op de grond. Zachtjes kreunend veegde ik met mijn hand over de plek waar ik mijn hoofd net gestoten had. Er kleefde een vreemd, plakkerig goedje aan mijn hand. Het leek wel... Bloed. Fück. Ook dat nog. Op de achtergrond hoorde ik vaag iemand lachen, maar ik kon me er niet echt op concentreren. Ik was nog steeds geschrokken en verward, wat er voor zorgde dat ik me alleen kon herinneren dat ik de stem kende, maar niet waarvan. Toen ik mijn hoofd een klein beetje opzij draaide, kon ik een silhouet onderscheiden van de achtergrond, maar opnieuw kon ik niet plaatsen wie of wat het was. Wat was dit? Hoorde dit zo? Was dit een flauwe één april grap? Was dit één van Lisette's acties? O god, wat nou als die butler van net bij háár hoorde en dit allemaal van tevoren op touw was gezet? Puur om mij in de val te lokken? Damn, en ik was er recht in gelopen.

Het moment erop vulde een fel licht de eerst zo pikdonkere kamer. Het was afkomstig van een sierlijke lamp aan het plafond, net niet boven mijn hoofd. Ik knipperde een paar keer tegen het licht en keek toen naar de persoon naast me. Het bleek niet Lisette of één van die vreemde mannen die ze altijd op me af stuurde te zijn, maar gewoon Jay. Achteraf was dat logisch, aangezien de man van beneden me ook al zei dat Jay hier op me wachtte, maar toch had ik net toch bijna een hartaanval.

'Je liet me schrikken.' zei ik eerlijk, terwijl ik langzaam wat overeind kwam. 'Ik liet jou schrikken? Wie loopt hier nou tegen Saturnus aan?' antwoordde de man kort, nadat hij in mijn richting was gelopen en wat van de grond afpakte. 'Wat zeg jij nou weer?' Hij grinnikte kort en hield een bolletje omhoog, net iets kleiner dan een handbal. Eromheen zat een rare, plattë ring. Volgens mij moest het Saturnus voorstellen. Je weet wel, die rare, enorme planeet. 'O, dus dat was het.' mompelde ik, kijkend naar hoe hij het bolletje bij de rest op hing. Vervolgens gleed mijn blik naar beneden. Mijn benen hingen over een soort krukje heen, waar ik dus eerder ook over gestruikeld was. Dat kon alleen mij gebeuren.

Jay draaide zich weer naar bij om en bestudeerde mijn oncomfortabele positie, voordat hij zijn hand naar me uitstak. Dankbaar pakte ik hem aan, aangezien ik me nog steeds een beetje duizelig voelde door de klap. Hij trok me overeind en zette vervolgens ook het krukje rechtop. 'Je schrok wel heel hard, als je zo achterover dondert.' grijnsde hij, zich weer omdraaiend naar mij. Ik kon er echter niet om lachen, omdat ik écht even dacht dat dit een actie van Lisette was. Misschien was ik te paniekerig vandaag. Dit huis zou wel een slechte werking op me hebben.

Daarna voelde ik hoe Jay zijn vinger kort over mijn voorhoofd haalde. Ik keek omhoog en vroeg aan mezelf wat hij nou aan het doen was, maar kreeg al gauw antwoord. 'Je bloedt.' zei hij kort, terwijl hij mijn arm vastpakte en me meenam naar de deur waar hij net uit kwam. Nu kon ik zien dat hij leidde naar een balkon. Hij deed de deur wat verder open en trok me naar buiten. 'Blijf hier, ik ben zo terug.' zei hij rustig, terwijl hij me zachtjes op een bankje duwde. Ik knikte een beetje afwezig en keek naar hoe hij weer naar binnen liep.

Het duurde even, maar na een paar seconden kwam ik erachter dat het bankje waar ik op zat een soort schommelbank was. Het had een lichte, houten kleur, waarschijnlijk lichtbruin. Ik kon het met zo weinig licht niet heel goed zien. Het kussen was wat donkerder. Ik dacht dat het donkerblauw was met witte stipjes. Ergens kwam het bankje me bekend voor, maar ik kon er zo niet opkomen waarvan. Alweer. Damn, mijn hersens waren uitgevallen of zoiets. Ik kon niet meer helder nadenken. 'Aish...' Zuchtend begon ik maar een beetje heen en weer te schommelen, wachtend tot Jay weer terug zou komen.

Een minuut of wat later ging er een lamp aan de muur achter me aan en zwaaide de deur weer open. Ik draaide me een beetje om, ookal wist ik wel wie er doorheen kwam. Jay had één of ander rood koffertje in zijn hand. Misschien een EHBO-koffer, maar dat kon ik mis hebben. 'Wat is dat?' vroeg ik droog, nadat hij naast me was komen zitten en de koffer op schoot had genomen. Hij negeerde mijn vraag en rommelde wat in het koffertje, voordat hij zich negentig graden draaide en mijn kant op leunde. Met een nat doekje depte hij wat op de wond op mijn voorhoofd. 'Auw. Dat prikt.' klaagde ik, terwijl ik probeerde mijn hoofd weg te draaien van zijn handen. 'Eigen schuld.' antwoordde hij kort, terwijl hij mijn gezicht met zijn vrije hand weer naar zich toe draaide. 'Zit nou eens stil.' mompelde hij vervolgens, geconcentreerd op het verzorgen van de snee in mijn hoofd.

Na een poosje legde hij het doekje weer weg, maar net op het moment dat ik dacht er vanaf te zijn, had hij alweer wat nieuws in zijn hand. Dit keer was het één of ander ontsmettingsdoekje of zo. Het was nog erger dan het doekje van net. 'Au-hauw!' riep ik uit, proberend mezelf -zonder succes- te bevrijden uit zijn hand. Jay was gewoon redelijk sterk, en ik was zelf nog steeds niet helemaal helder. 'Je wilt toch niet dat het een litteken wordt?' vroeg hij daarop, constant naar mijn voorhoofd starend. Ik had het draaien nu maar opgegeven en bleef maar gewoon stilzitten. Zijn hoofd was nu heel dichtbij het mijne, te dichtbij. Ik werd er zenuwachtig van. 'Ja. Nee. Maar...' bracht ik na een poosje uit, wanneer ik me realiseerde wat hij vroeg.

'Nou dan.'
'Wie hangt er dan ook een stel planeten midden in de kamer?'
'Wie loopt er nou tegenaan?'
'Daar kon ik ook niets aan doen.'
'O nee?' Hij raakte een gevoelig plekje, waardoor ik even in elkaar kromp.
'Het was pikdonker!'
'Anders kun je de sterren ook niet zien.'
'En miniplaneten ook niet.'
Jay lachte en borg het ontsmettingsmiddel op. Gelukkig, dan was ik er in ieder geval vanaf.

Nog steeds bleef Jay rommelen in het koffertje. 'Ben je nou nog niet klaar?' vroeg ik, bang voor nog één of ander ontsmettings-iets. 'Bijna, bijna. Stresskip.' lachte hij, nadat hij iets afknipte. Later bleek dat iets een pleister te zijn. 'Prachtig. Een pleister midden op m'n kop. Ja, nu voel ik me aantrekkelijk.' klaagde ik, terwijl hij de pleister op mijn voorhoofd plakte. 'Piepert. Het is alleen voor nu, anders blijft het bloeden.' legde hij uit, voordat hij het koffertje dichtsloeg en onder de schommelbank schoof. Ik mopperde nog wat na, maar besloot mijn mond verder te houden.

'Maarre... Ik ben niet helemaal naar boven gekomen om tegen een stel planeten aan te lopen. Waarom vroeg je "of ik nog even naar boven wilde komen"?' Dat laatste zei ik zwaar sarcastisch, omdat ik praktisch zeker wist dat hij het niet zo had gevraagd. Verre van, waarschijnlijk, maar goed. Jays gezicht betrok meteen. Hé, ga mij er nou niet van beschuldigen dat ik iets verkeerds had gezegd. 'Is er iets?' vroeg ik voorzichtig, me er totaal niet van bewust dat het aan mij zou kunnen liggen. 'Nou ja... Ik vroeg me af of eh...' Hij beet op zijn onderlip en leek in zijn hoofd een zin in elkaar te zetten. 'Wat heeft Lisette nou met dit alles te maken?' vroeg hij, zijn blik direct weer op mij gericht. Moest hij daar nou per-sé nu over beginnen? Ookal had hij wel een beetje het recht om het te weten, sinds ik in zijn huis verbleef, ik had weinig zin om hem erbij te betrekken.

'Buh... Niet zo veel, eigenlijk.' probeerde ik nog.
'Lieg niet.'
'Oké, oké. Vraag maar raak.'
'Heeft zij jullie uit huis gezet?'
'Niet persoonlijk. Maar ze heeft er wel voor gezorgd dat we de huur niet meer konden betalen.'
'Waarom? Wat heeft zij daar nou aan?'
Ik haalde mijn schouders op. 'Geen idee. Ze mag me gewoon niet, denk ik.'
'Dat zal vast niet alles zijn.'
'Geen idee.'
'Heeft ze verder nog wat gedaan?'

Op dit punt was ik toch al bezig, dus vertelde ik alles maar meteen. Over het telefoongesprek, de man met de camera en de man aan de voordeur. Exclusief mijn net iets té brutale uitspraken tegenover de laatste man, ik wist niet zeker of dat werd gewaardeerd. 'Waarom vertelde je dat niet eerder?' vroeg Jay. Kijkend naar beneden zette hij zijn benen steeds een beetje af op de grond, wat ervoor zorgde dat het bankje een beetje heen en weer schommelde. Ergens vond ik het wel rustgevend, maar dat was niet iets wat ik nu ging vertellen. 'Ik wilde je er gewoon niet mee opzadelen.' antwoordde ik, opeens niet meer zo zeker van m'n zaak. Ik keek omlaag en trok mijn benen op de bank, sloeg mijn armen eromheen. 'Wat een kütreden.' mompelde hij, ik was er niet zeker van of hij het tegen mij had of tegen zichzelf.

'Maar wat wilde Lisette nou van je?' vroeg hij na een poosje. 'Dat ik ontslag nam bij Prince's Castle.' antwoordde ik schouderophalend. Verder wist ik het zelf ook niet. Jay dacht een poosje na, zijn blik gericht op de tegels die onder ons door gingen bij het schommelen. 'Die man die aanbelde had de brief zelfs al mee.' voegde ik nog toe. 'Was dat echt wat ze wilde?' vroeg hij vervolgens. 'Ja. Voor zover ik weet tenminste wel.' 'Maar... Wat wil ze daarmee bereiken?' Ik haalde opnieuw mijn schouders op. 'Ze zei dat ik...' De rest van de zin slikte ik in. Moest ik dat wel tegen hem zeggen? Nou ja, hij wist nu toch al bijna alles. 'Ze zei dat ik weg moest blijven van jou.' Ik zei het uiteindelijk maar, puur zodat het eruit was.

'Ze zei wát?' Het drong nu pas tot Jay door wat ik hem net verteld had. 'Dat heeft ze ongeveer letterlijk gezegd. Dat, en dat ik uit je buurt moest blijven, dat ik per direct moest stoppen met werken in het café, dat ik je nooit meer mocht zien en ga zo maar even door.' Erg vriendelijk was ze niet, nee. Dat was ver te zoeken bij grote vriendin Lisette. 'En heb je daar aan toegegeven?' 'Ik eh... Heb de brief verscheurd, stampte op zijn voet en heb hem het huis uit gegooid.' Ik voelde dat mijn wangen rood werden, dit keer voor een andere reden dan normaal. Ook leuk, voor de verandering. Jay lachte schamper en keek weer naar zijn voeten. 'Zolang ze er niet achter komt dat ik hier slaap, gaat het goed. Maar anders heb ik een probleem.' zei ik nog, nu ook de bewegingen van zijn voeten volgend. 'Dan zullen we daar maar voor zorgen, hè?' Ik knikte tevreden en haalde mijn voeten van de bank af, begon er ook wat mee te wiebelen. Aangezien ik verder naar achter zat en sowieso kleiner was dan Jay, kwam ik net niet bij de grond.

Vanuit mijn ooghoeken keek ik naar de man naast me. Jay herhaalde een proces van op zijn lip bijten en hem weer loslaten. Totdat hij op een gegeven moment wat onverstaanbaars mompelde. Opnieuw had ik geen idee of hij het tegen mij had, maar ik vroeg er toch maar naar. 'Wat zeg je?' vroeg ik, terwijl ik mijn hoofd omhoog deed om hem aan te kijken. Hij schrok op en keek mij nu ook aan. Zijn grote, bruine ogen keken me verbaasd aan. Misschien wilde hij dat niet eens hardop zeggen of zo? 'Eh... Ik eh...' bracht hij uit, onafgebroken starend in mijn ogen. Het kan aan mij liggen, maar leek er bijna op dat hij erdoor afgeleid werd. 'Ik eh...' stotterde hij opnieuw.

Ik werd zenuwachtig van dat gestaar in mijn richting. Was er iets met mijn gezicht of zo? Nu ik er zo over nadacht, ik werd altíjd zenuwachtig als Jay naar me keek. 'Ik wil niet dat ik je nooit meer kan zien.' antwoordde hij uiteindelijk snel. Nog steeds bestudeerde hij mijn gezicht. Ik voelde dat ik weer begon te blozen, dus keek ik gauw omlaag. 'Ik... Ik ook niet.' gaf ik na een poosje toe. Ik realiseerde me nu pas hoe dichtbij hij was. Ik kon zijn warmte voelen en zijn parfum ruiken. Hij rook een beetje naar vanille en een beetje naar Jay. Het rook... Vertrouwd, denk ik.

Nadat mijn gezicht weer een beetje bedaard was, keek ik weer opzij. Jays ogen stonden nog steeds recht op mijn gezicht gericht en ik betwijfelde of ze daar ooit vanaf waren gegaan. Het feit dat ik wéér knalrood werd negerend, keek ik terug. Zonder dat er gesproken werd, was er toch een soort van conversatie. Zijn ogen verraadden een sprankje vervoering en ik was er zeker van dat er in de mijne ook iets geschreven stond. Mijn hart klopte in mijn keel en mijn vingers waren lichtjes aan het trillen van spanning. Eerst zag ik het niet, maar later drong het tot me door dat Jays gezicht steeds dichterbij het mijne kwam. En eigenlijk vond ik dat niet eens zo erg. Niet dat ik er veel tegen kon doen, met mijn aan het bankje vast genagelde lichaam, maar toch voelde het ook niet of ik dat moest doen. Mijn gedachten waren stopgezet, waardoor het enige wat ik kon doen, was kijken naar de diepbruine ogen voor me die steeds dichterbij kwamen.

JAY
Daar zat ik dan, naast Danique, het meisje waar ik zo wanhopig voor gevallen was. Nee, maak daar vrouw van. Ik had zojuist bijna verteld dat ik haar leuk vond, tot ik helemaal de weg kwijt raakte en niet meer wist wat ik wilde zeggen. Uiteindelijk begon mijn lichaam uit zichzelf naar haar toe te leunen. Ik was nog maar een paar centimeter van haar gezicht verwijderd, toen ik een klopje op de deur hoorde. Meteen schoot ik weer overeind. In mijn hoofd vervloekte ik degene die achter de deur stond, maar vanbuiten hield ik het bij een wat subtielere "Wat?". De deur ging open en Brenda kwam er doorheen. 'Meneer, het eten kan opgediend worden.’ Serieus, dat was alles? Dat. Was. Alles?! Goede humeur: verpest.

Zuchtend en binnensmonds vloekend stond ik op. ‘Oké, we komen eraan.’ mompelde ik, waarna Brenda weer naar de deur draaide en zich uit de voeten maakte. ‘Kom je mee?’ vroeg ik vervolgens, mijn aandacht weer op Danique. ‘Nou eh... Het is al laat. Ik denk niet dat ik nog wat naar binnen krijg.’ antwoordde ze. De lichte blosjes van daarnet stonden nog steeds op haar wangen. ‘Probeer het gewoon. Je hebt vandaag nog bijna niets gegeten.’ ‘Jawel…’ ‘Je hebt niet ontbeten en de lunch overgeslagen.’ ‘Ja, maar ik heb wel een wafel gehad.’ Ik keek haar aan met een blik die genoeg moest zeggen over hoe ik daarover dacht. ‘Oké, oké. Misschien moet ik wat eten.’ zei ze uiteindelijk instemmend, waarna ze opstond en met me mee liep naar beneden.

Eenmaal in de eetkamer, nam ik plaats aan de linkerkant van de lange tafel. Danique ging op mijn aanwijzingen tegenover me zitten en keek een beetje ongemakkelijk om zich heen. Goed, misschien was het hier ook wel een beetje groot als je overweegt dat ik hier negen van de tien keer alleen eet, maar toch. Ook toen het eten op tafel stond keek ze nog verwonderd voor zich uit. ‘Wat? Nog nooit kabeljauw gezien?’ vroeg ik geamuseerd, terwijl ik al begon aan mijn eigen bord. ‘Niet buiten diepvriesverpakking van de Aldi.’ antwoordde ze bloedserieus, voordat ze met enige voorzichtigheid een hap nam. Haar expressie veranderde nauwelijks, maar ze leek het niet verschrikkelijk te vinden.

‘Doe niet zo ongemakkelijk.’ zei ik tussen twee happen andijvie door.
Danique murmelde alleen wat en at door.
‘Wie maakt dit eten eigenlijk?’ vroeg ze na een poosje toch.
‘Heb je dat niet gezien dan, toen met Gijs?’
‘Well eh… Nee.’
‘Wacht even.’

Ik wenkte het dienstmeisje dat bij de deur stond. ‘Wil je de koks even halen?’ Ze knikte vlug en liep op een drafje naar de keuken. ‘Koks?’ herhaalde Danique moeilijk. ‘Als in,.. meervoud?’ Ik lachte opnieuw. Zo vermakelijk. Maximaal een halve minuut nadat het kamermeisje de deur door was gegaan, kwamen er al vier koks en één kokkin voor terug, gevolgd door datzelfde kamermeisje. ‘Alles naar wens, meneer?’ vroeg één van de koks met een kort, beleefd knikje. ‘Zeker, Jonas. Heb je nog een fles witte wijn?’ ‘Natuurlijk meneer. Meteen meneer. Komt eraan meneer.’ De man vloog de deur weer door, waarna deze met een doffe klap achter hem dicht viel. ‘Iets anders nog, meneer?’ vroeg de vrouw van het gezelschap. ‘Nee, dat was het. Ga maar weer.’ Ik sneed nog een stuk kabeljauw af en bracht het naar mijn mond, terwijl ik tevreden keek naar de afdruipende koks.

Danique mompelde wat en draaide zich weer naar haar bord. ‘Wat zeg je?’ vroeg ik, plots geïnteresseerd. Ze mompelde altijd aan één stuk door, maar nu wilde ik wel weten wat ze op te merken had. Voor een kort moment beet ze op haar onderlip, waarna ze besloot dat ze het gewoon zou zeggen. ‘Is het niet een beetje overdreven om de hele dag vijf mensen in de keuken te hebben staan? Je bent er niet eens.’ zei ze subtiel. Haar ogen waren gericht op het bord voor haar alsof de kabeljauw háár zou opeten in plaats van andersom. ‘Mijn moeder is er ook nog tussendoor, hoor. En ze staan hier ook niet de hele dag.’ ‘Nee?’ ‘We hebben een ochtendploeg, een middagploeg en een avondploeg.’ Danique verslikte zich in een weet ik veel wat ze had gegeten en nam snel een slok van de vers ingeschonken wijn.

Nadat ze weer een beetje bijgekomen was, keek ze me aan met een afkeurende blik. ‘Laat ik mijn mening daarover voor me houden.’ voegde ze eraan toe. Ik lachte binnensmonds en ging weer verder. Danique was echt een interessante persoon. Alleen al de manier waarop ze at was fascinerend; met haar kleine handen stevig om het bestek geklemd sneed ze kleine stukjes af, waarna ze deze in alle rust naar haar mond bracht en er nauwkeurig op kauwde. Ik realiseerde me op dit punt dat ik weer naar haar aan het staren was, dus keek ik gauw weer naar het eten voor me op tafel.

Toen ik mijn eten ophad en het laatste beetje wijn uit het glas had gedronken, herinnerde ik me weer iets. ‘O ja, die ene vent had trouwens gebeld.’ zei ik, terwijl ik het glas terug op tafel zette. Danique trok haar wenkbrauw op en slikte door. ‘Voor mij? Welke vent?’ Ik dacht even na over de naam, maar wist het niet meer precies. ‘Weet ik niet meer. Iets met kerk erin. Ed Kerk of zo? Nee, dat was het niet. Eh…’ ‘Edward Verkerk?’ ze sprak het uit met een licht onzekere trilling in haar stem. Alsof ze wilde dat ze het fout had. ‘Ja, dat was ’t ja.’ antwoordde ik alleen en keek naar hoe ze haar hoofd in haar handen liet vallen. ‘Damn, ik ben m’n baan kwijt hè?’ Het was niet eens echt een vraag. Meer iets dat alleen nog bevestiging nodig had.

Ik onderdrukte de neiging om een enorme grijns op te zetten. Het was natuurlijk niet de bedoeling dat Danique doorkreeg wat ik gedaan had. ‘Niet dat ik weet. Hij zei alleen dat hij klachten had gekregen dat de melk niet om half zeven bezorgd was.’ Dat was waar; die Verkerk had inderdaad klachten gehad. ‘En verder?’ vroeg Danique voorzichtig, hoewel ze opgelucht leek te horen dat ze niet ontslagen was. ‘Niets. Nou ja, dat het niet weer moest gebeuren, maar verder niets.’ Dat was gelogen. Maar wat niet weet, wat niet deert. Niet waar? Ik hoefde haar ook niet álles te vertellen. Dat deed ze bij mij ook niet.

‘Echt niet? Dat is fantastisch! O mijn god wat een opluchting.’ Danique ratelde nog wat door over huur betalen en weet ik veel wat, maar ik was een beetje afgehaakt toen ik te veel op haar ogen ging letten. Ik kon er toch ook niets aan doen dat die dingen me afleidden? Dan had ze maar minder blauwe ogen moeten hebben. Mijn mondhoeken gingen toch onbewust omhoog bij de gedachte dat ik haar had kunnen helpen.

Eigenlijk had Edward Verkerk haar wel willen ontslaan. Hij had haar al een keer eerder gewaarschuwd en weet ik veel waarom nog meer. Maar dat had ik kunnen voorkomen. Hoe? Geld. Er waren zoveel dingen die je met dat spul kon doen, als je er maar genoeg van had. Nadat hij de man een mooie cheque had beloofd, beloofde de man op zijn beurt dat er niet meer over gesproken zou worden. Het was zo simpel. Met geld kreeg je alles voor elkaar, daar was ik van overtuigd. Al mijn hele leven werd dat ook aan me verteld, dus ik wist ook niet anders. “Geld maakt niet gelukkig” is alleen iets dat arme mensen zeggen om zich minder slecht te voelen. En zolang Danique er niet vanaf wist, liet ze het eindelijk toe dat ik iets voor haar deed op míjn manier.

DANIQUE
Het was niet heel beleefd om eten te laten staan, maar ik kon echt niet nog meer naar binnen krijgen. Onopvallend keek ik een keer naar Jays bord. Ik legde mijn mes en vork op dezelfde manier op het mijne en zette het lege glas zo goed mogelijk op dezelfde plek terug als waar ik het vandaan had gepakt. Was het zo goed? Moest ik iets met dat servet doen? Waar zou ik mijn handen moeten laten? Damn, ik werd echt onnodig zenuwachtig van eten met Jay. Ik had gewoon nog nooit gegeten zoals vanavond. Zo netjes, luxe, uitgebreid. Ergens was het best leuk en de vis was ook lekker, maar het was zo ongemakkelijk. Ik blééf maar zoeken naar de juiste manier om dat verdomde mes vast te houden. En nu was ik het al helemaal kwijt. Ik kon ook niet gewoon opstaan en zeggen dat ik doodop ben, toch?

‘Je hoeft echt niet zo beleefd proberen te doen hoor. Ik ben het maar.’ zei Jay nadat hij een poosje had toegekeken hoe ik zat te klooien met de onderkant van mijn shirt. Dat was best wel een opluchting, zeker omdat hij sinds het noemen van meneer Verkerk niets meer gezegd had. Ik murmelde wat onverstaanbaars als antwoord en voelde een gaap opkomen. Ik kon hem niet meer onderdrukken, dus hield ik snel een hand voor mijn mond. Vandaag was best wel een vermoeiende dag geweest, zelfs voor mijn doen, dus ik was echt uitgeput. Na mijn flinke gaap wreef ik een keer in mijn ogen voor ik weer naar Jay keek.

Een paar seconden later kwam het kamermeisje weer onze kant op. Ze begon vliegensvlug servies en bestek op te stapelen om er vervolgens mee naar de keuken te trippelen. Ik wilde er nog wat tegenin brengen, maar ze was al weg. 'Moeten we niet even helpen?' vroeg ik toen de deur achter haar dichtviel. 'Nee. Daar is ze voor aangenomen.' antwoordde Jay makkelijk. Ach ja, zo kon je het ook zien. Ik besloot er verder niet op in te gaan, aangezien ik me zolang ik in zijn huis maar een beetje moest aanpassen. Vond ik zelf dan. Dat was het minste dat ik kon doen. Opnieuw voelde ik dat ik moest gapen en opnieuw kon ik de kracht niet vinden om mijn mond dicht te houden.
Ik zag het forum en dacht; haha awesome volg het al sinds het begin en echt een topverhaal!
Zeker een aanrader om te lezen :)

Even een hele korte vraag; Hoeveel pagina's is het al in word? :)
@Pauline: Haha klopt, jij bent volgens mij echt mijn langste niet-stille lezer of zo xd.
En het is op het moment 198 pagina's, 139.580 woorden en 748.942 tekens lang, om het maar even precies te geven ;p.
~~~~


'Moe?'
'Een beetje.'
'Tuurlijk. Nou eh... Wacht daar even, dan pak ik de EHBO-doos uit de keuken.'
'Wat?'
'Je wond moet nog even schoongemaakt worden voor je gaat slapen.'
'Nou, wond, zo erg is het ook weer niet.'
'En ja, daar komt ontsmettingsmiddel aan te pas.'
'Damn it.'

Nog geen minuut later kwam Jay de kamer alweer in, gevolgd door het dienstmeisje dat nu begon aan het tafelkleed. 'Snel dan.' mompelde ik koppig, wanneer ik het doekje in zijn hand zag. Daar gaan we weer. Hij grijnsde kort en ging op de stoel naast me zitten, draaide deze naar mij toe. Op mijn beurt draaide ik ook zijn richting op. Als ik het hem nu niet moeilijker ging maken dan het al was, was het ook sneller voorbij.

Eerst trok Jay met de nodige voorzichtigheid de pleister van mijn voorhoofd af. Ik kon er net een glim van opvangen voordat hij het aan het meisje gaf om het weg te gooien. Eigenlijk was hij best wel, redelijk erg, rood. Was de snee zo groot dan? Dat kon toch bijna niet? Ik zag er vast verschrikkelijk uit nu. 'Au-hauw~' zeurde ik toen Jay met het natte doekje het bloed van mijn voorhoofd depte. 'Ja hé, anders doe je het zelf maar.' antwoordde hij alleen, terwijl hij opnieuw over mijn voorhoofd veegde. Zachter dit keer. Ik murmelde nog wat na, maar besloot toch maar om het door hem te laten doen. Bij mij ging het toch alleen maar van kwaad tot erger.

'Zo...' mompelde hij, voordat hij het doekje van mijn hoofd afhaalde en op tafel legde. Vervolgens pakte hij een nieuw doekje uit het koffertje en deed er wat spul op. Waarschijnlijk het ontsmettingsspul waar hij het over had. Ik beet zachtjes op mijn lip toen Jay het nieuwe doekje op mijn voorhoofd zette. Ik kon aan zijn gezicht zien dat hij probeerde voorzichtig te doen, maar toch deed het wel zeer. Minder als de vorige keer, maar toch nog zeker wel te merken. Ik deed mijn best om er niets van te zeggen, maar kon een klein kreetje niet tegenhouden toen hij te hard drukte.

Een halve minuut lipbijten later was Jay klaar. 'Brave meid.' zei hij met een brede glimlach, waarna hij de spullen terug stopte in de koffer. Ik mompelde weer wat onverstaanbaars en voelde hoe hij een paar keer op mijn hoofd klopte. 'Geen pleister meer?' vroeg ik voor de zekerheid. 'Nee, het is beter om het wat lucht en ruimte te geven.' antwoordde hij, nadat hij het koffertje dicht had gedaan en weer mijn kant op keek. Ik glimlachte automatisch terug wanneer ik zijn glimlach zag.

Voordat de stilte ongemakkelijk werd, stond ik op. 'Dan ga ik nu maar eens naar boven.' zei ik, terwijl ik een gaap dit keer wel onderdrukte. Voordat ik mijn eerste stap naar de deur zette, herinnerde ik me weer wat me die ochtend was overkomen. Dat ging dus niet nog een keer gebeuren. 'Heb je een wekker?' vroeg ik, me omdraaiend naar de tafel. 'In de kast of zo. Ilona weet het wel.' Hij knikte naar de vrouw achterin de kamer, die begreep dat ze met me mee moest lopen. 'O. Oké dan. Tot morgen.' 'Trusten.' Ik draaide me om en liep naar de deur, waar ik nog even naar Jay zwaaide voor ik erdoorheen liep. Ik wist niet waarom, maar dat zwaaitje moest gewoon. De vrouw -die dus Ilona heette- kwam achter me aan. Was dat een must in dit huis? Als je hier wilde werken moest er minstens één "a" in je naam zitten? Naya, Linda, Ilona, Brenda, Barbera...

Haar bruine, licht golvende haar hupste op en neer terwijl Ilona naast mij de trap op liep. Ik vroeg me af of ik wat moest zeggen, maar wist ook niet wat. De vrouw daarentegen wel. 'Meneer De Waart geeft echt om je.' zei Ilona halverwege de trap, heel openhartig en met een serieuze uitdrukking op haar gezicht. Ik wist eigenlijk niet wat ik daarop moest zeggen, dus keek ik maar naar mijn voeten die langzaam vooruitkwamen op de trap. Ik was echt bekaf. 'H-hoe bedoel je?' stotterde ik uiteindelijk. Even rechtstreeks als net antwoordde ze: 'Ik werk hier al bijna zeven en een half jaar en nog nooit heeft hij zo voor iemand gezorgd als hij net deed. Zelfs niet bij zijn zus of één van zijn vrienden. Normaal gesproken laat hij het ze zelf uitzoeken.' Daar wist ik weer niets op te antwoordden. Ik kende Jay denk ik nog niet lang genoeg om daarover te kunnen oordelen. 'En u dacht toch niet dat hij zomaar mensen in zijn huis liet verblijven?' vervolgde ze. Dat was ook waar. Ik mocht hier wel zomaar slapen. O ja, fück, nu had ik 'm nog niet bedankt. Nou ja, morgen dan maar. Nu had ik er geen pit meer voor.

'Hoe laat moet de wekker staan, mevrouw?' vroeg Ilona beleefd, terwijl ze een klein, blauw wekkertje uit de onderste lade van de kast haalde. 'Eh...' Ik had mijn brommer en ik hoefde niet zo heel veel langer te rijden, dus ik hoefde niet eerder mijn bed uit. 'Half vier. En zeg maar Danique hoor.' 'Zo vroeg?' Ik knikte en liep door naar het bed, waar ik me op achterover liet vallen. De zachte matras en de dekens die nog roken naar wasmiddel zorgden ervoor dat ik eigenlijk niet meer op wilde staan. 'Oké, fijne nacht Danique.' zei ze een beetje ongemakkelijk tijdens het lopen naar de deur. 'Welterusten.' antwoordde ik, terwijl ik mezelf dwong om weer op te staan.

Nadat ik me snel had omgekleed, mijn tanden had gepoetst en mijn haar even had door geborsteld liet ik me opnieuw op het bed vallen. Aangezien toch niemand me in pyjama zou zien, had ik ook niet de moeite gedaan een goeie uit te zoeken. De pyjama met lange broek was te warm geworden, dus had ik hem gewisseld voor een kort, wit sportbroekje en rood shirt met een teddybeer erop. Ja, super charmant, ik weet 't. Maar hé, who cares? Tevreden mompelend trok ik de warme dekens tot aan mijn neus over me heen. Als ik niet zo vol was van het moment dat Jays hoofd zo dichtbij kwam, was ik vast direct in slaap gevallen.

Ik woelde wat rond in het bed en rolde van de ene naar de kant naar de andere kant. Nu ik er de ruimte voor had, ging ik er gebruik van maken ook. De woorden van Ilona spookten nog steeds door mijn hoofd heen. Gaf hij echt om me? Hij heeft me wél verzorgd daarnet. Terwijl het niet eens zo'n grote snee was. Als je die beweringen van Lia en Ilona naast elkaar zette, zou je ze haast gelijk geven. Maar nog steeds geloofde ik er niet in. Ik durfde het niet. Bovendien vond ik nog steeds dat Jay echt geen interesse in mij zou kunnen hebben. Er waren zoveel meisjes die hij zo kon krijgen die veel beter bij hem zouden passen. Leuke, mooie, slimme, rijke meisjes. Allemaal eigenschappen die ik niet had. En hoewel ik ze zó graag wilde geloven, ik kon het gewoon niet. Misschien wilde ik mezelf ook wel geen valse hoop geven. Met die gedachtes in mijn achterhoofd, viel ik uiteindelijk toch nog in slaap.

De volgende dag begon al goed, aangezien ik bij het uit bed stappen mijn hoofd stootte aan één van de palen -vraag me niet hoe, ik ben er zelf ook nog niet achter- en vervolgens struikelde over bank -ik heb ook geen idee hoe ik die heb kunnen missen, misschien omdat het zo donker was-. Daar kwam nog bij dat ik die nacht maar ongeveer twee en een half uur geslapen had, wat dus zelfs voor mijn doen weinig is. Mijn slaapsysteem raakte helemaal in de war van het onlogische aantal uren dat ik sliep -twee dagen geleden vier, gister zes en vandaag twee en een half uur-, wat er weer voor zorgde dat ik barstende koppijn had. Daarbij kwam ook nog dat ik nog steeds niet echt hersteld was van de drukke dag gister, me een beetje grieperig voelde en honger had.

Toen ik niet veel later met het nodige geklaag de badkamer uitkwam, gewassen en aangekleed, werd ik verrast door de twee mannen die in mijn kamer stonden. Notitie voor mezelf: Nooit zomaar rondlopen in pyjama, je weet nooit wie er naar binnen komt lopen. 'Eh... Goedemorgen.' zei ik uiteindelijk maar, nog niet heel helder. 'Goedemorgen mevrouw Johnsson, er is ons gevraagd u ontbijt te brengen.' zei de kleinere van de twee. 'Dat hoeft echt niet hoor, ik kan 's ochtends toch niets naar binnen krijgen.' antwoordde ik, aangezien ik het maar niets vond als die mensen zo vroeg voor mij gingen lopen koken. 'We staan erop, mevrouw.' Als ik dat toch eens letterlijk op ging vatten...

De langere van de twee haalde van achter zich zo'n klein, rijdend tafeltje weg. Er bovenop stond een groot bord met tosti's, verschillende soorten bolletjes, boterhammen en beleg, bestek en daarachter een glas jus d'orange -ik hoefde het hier echt geen sinaasappelsap te noemen-, een glas warme melk, een glas koude melk en een glas water. Dat warm-koud wist ik pas achteraf, trouwens. 'Dat is heel vriendelijk aangeboden, maar dat krijg ik nooit op.' stotterde ik, lichtelijk verbaasd. 'Dat zei meneer De Waart al,' Hij weer. Ach ja, 't was te verwachten. 'dus u hoeft het niet alles op te maken, zolang u maar wat eet, mevrouw.' Met die boodschap en een vriendelijk bedoelde, maar toch irritante "Eet smakelijk, mevrouw." verlieten de mannen de kamer.

Nadat ze de deur achter zich dicht hadden gedaan, stond ik opnieuw in het pikdonker. 'Damn it. Waar zat dat lichtknopje ook alweer.' mompelde ik in mezelf, terwijl ik met mijn armen voor me uitgestrekt probeerde nergens tegen aan te lopen. Uiteindelijk kon ik het gordijn vinden, hoewel ik alsnog met mijn voet tegen de bank aan was gelopen. Voordat ik mezelf nog een keer verwondde, deed ik de gordijnen snel opzij. Ook al was het pas kwart voor vier 's ochtends, ik kreeg toch wat licht naar binnen. De maan stond goed en scheen helder, waardoor ik nu kon zien waar ik heen liep en het lichtknopje kon vinden.

Diezelfde middag begon het weer druk te worden in Prince's Castle. Ik had net mijn lunch gehad, die ik overigens had samengesteld uit een paar broodjes die ik vanochtend toch niet had opgegeten, en kwam net beneden met Leon toen we zagen dat er net een hele groep binnenkwam. Volgens mij waren het wel twintig mensen of zo. Thomas liep erop af en regelde dat ze op het terras konden zitten. Toen ze goed en wel buiten zaten, merkte ik dat het dezelfde groep was als vorig jaar, die toen ook een verjaardag aan het vieren was. Dit keer was er wel iemand anders jarig, maar toch. De vorige keer was het voor mij wat minder afgelopen omdat ik bijna aangereden werd, maar verder waren het wel leuke mensen. Ze kwamen alleen een beetje ongelegen. Hoewel ik ze dat natuurlijk niet kon of mocht zeggen. Dave was nog steeds op vakantie, Jay was weggegaan voor één of andere laatste afspraak met een belangrijke zakenman en Ethan was ziek thuis gebleven. Dat zorgde er dus voor dat Thomas en ik ons een ongeluk renden tussen buiten, binnen en de keuken, terwijl Leon de continu de keuken op z'n kop zette en meneer Ramaaker overuren draaide met de bar en ons helpen. Want ja, er kwamen tussendoor ook nog andere mensen.

Tegen acht uur leek de groep buiten nog lang klaar te zijn, maar was het binnen gelukkig wel weer wat rustiger te worden. Nu pas kwam Jay weer terug. 'Heb ik nog wat belangrijks gemist?' vroeg hij, nadat hij in alle rust de keuken in kwam gelopen. Ik stond op het punt om op hem uit te vallen, maar gelukkig deed meneer Ramaaker dat voor me. Ik ging op mijn beurt weer naar buiten en bracht samen met Thomas de laatste mensen hun toetje.

Op dit punt voelde ik me echt afgepeigerd. Ik had de afgelopen twee dagen te lang te veel gedaan en dat begon nu echt zijn tol te eisen. Het laatste beetje energie was een beetje aan het wegebben en mijn hoofd bonkte als een gek. En dat terwijl het waarschijnlijk ook nog wel even kon duren voordat ik weer een bed zou zien. Damn it, ik was echt, echt, echt dood op nu. En dat gaf ik niet snel toe.

Ik strompelde de keuken in, proberend normaal te blijven staan. De afgelopen paar minuten begon ik me een beetje duizelig te voelen. Jay liep net naar buiten met een dienblad koffie en koekjes. Klaarblijkelijk had meneer Ramaaker hem aan het werk gezet. Net goed. 'Was dat het?' vroeg ik, hopend op een bevestigend antwoord. Leon klikte een keer opgelucht en leunde tegen het aanrecht aan. 'Mooi.' antwoordde ik kort, niet in staat veel langere zinnen te maken. Thomas kwam ook weer naar binnen lopen. Hij leek ook een beetje moe van al het geloop. 'Twee wafels en twee cappuccino voor tafel zes.' zei hij met een diepe zucht. Ik kon hem geen ongelijk geven, aangezien ik zelf ook vond dat het nu echt niet leuk meer was. Leon knikte alleen een keer en draaide zich om naar de wafelijzers, waarna Thomas naar de bar liep om hetzelfde tegen meneer Ramaaker te zeggen.

Op dat punt merkte ik dat ik me toch een beetje licht begon te voelen in mijn hoofd. Niet goed. Helemaal niet goed. Ik kende dat gevoel. 'L-Leon...' bracht ik moeilijk uit, terwijl ik een hand op mijn hoofd legde. Door de toon van mijn stem draaide hij zich direct weer om. 'Ja?' vroeg hij met opgetrokken wenkbrauw. 'Gaat het wel?' voegde hij er meteen aan toe. 'I-Ik...' Ik haatte het om me zo zwak op te moeten stellen, maar ik had nu weinig keus. Het moment erop voelde ik mijn benen trillen, wat ervoor zorgde dat ik extreem begon te wiebelen. Nog voordat ik wat kon uitbrengen stond Leon al naast me. 'Danique, je hebt koorts!' riep hij uit, nadat hij een hand op mijn voorhoofd had gelegd. Ik probeerde nog wat te zeggen, maar kon alleen maar nog maar wat onzinnig gemompel uitbrengen voordat alles zwart werd voor mijn ogen.

Het eerstvolgende dat ik weer doorkreeg, was dat ik opeens lag. Het voelde zacht aan, dus ik ging er vanuit dat het een bank was of zo. Vervolgens herinnerde ik me weer waar ik was en wat er net was gebeurd. Daarna hoorde ik vaag wat stemmen op de achtergrond, maar het duurde even voor ik doorkreeg wat ze zeiden en aan wie welke stem toebehoorde. Ik had het gevoel dat het me zelfs nog teveel energie kostte om mijn ogen open te doen, dus hield ik ze dicht en concentreerde ik me op de stemmen.

‘Maar… Maar… Wat als ze níét zomaar wakker wordt?’ Die stem herkende ik uit duizenden. Dat was Jay. Ahw, hij was bezorgd. ‘Rustig nou. Ze heeft gewoon koorts en slaapgebrek. Het komt wel goed als ze wat slaapt.’ Dat was Leon. Wacht, hadden ze het over mij? Nou ja, hoeveel andere vrouwen met slaapgebrek en koorts zouden bewusteloos in deze kamer kunnen liggen? ‘Maar dat doet ze niet! Ze slaapt maar een paar uur ’s nachts en eet veel te weinig en-’ Jay werd afgekapt door Leon. ‘Doe nou is rustig, kerel. Ik weet zeker dat het allemaal goed komt als ze vannacht weer wat geslapen heeft. Het was gewoon heel druk vandaag en gister, daar ligt het aan.’ zei hij rustig, gevolgd door een korte zucht. ‘Maar ze ligt nu al tien minuten bewusteloos op die bank!’ Nee! Da’s niet waar! Ik ben wakker! Damn, tien minuten was best lang, hè?

Ik opende moeilijk mijn ogen en probeerde wat uit te brengen, wat eindigde in een paar murmelgeluidjes. Meteen draaide de beide mannen zich naar mij om. Ik kwam met de nodige moeite overeind op de bank en keek met half gesloten ogen in hun richting. In mijn ogen wrijvend schraapte ik mijn stem bij elkaar. ‘Tien minuten?’ vroeg ik zachtjes, alsof ik net wakker was. Wat theoretisch gezien ook zo was. Leon knikte, terwijl Jay alleen naar me keek. ‘Dan is Thomas alleen.’ mompelde ik vervolgens, voordat ik mijn benen over de rand van de bank heen schoof en op wilde staan. Leon trok me echter terug en zorgde ervoor dat ik ging liggen. ‘Blijf nog maar even liggen. Wij helpen Thomas wel.’ antwoordde hij kort en gaf me een keer een schouderklopje. Ik zuchtte een keer en sloot mijn ogen weer.

JAY
Nog voordat ik er wat tegenin kon brengen, werd ik al mee naar beneden getrokken. ‘Zo, meneer Mosterd na de Maaltijd, handen uit de mouwen en naar buiten met die handel.’ zei Leon, terwijl hij de keuken in liep. ‘Hé, ik ben jóúw baas!’ riep ik nog verontwaardigd uit, maar liep toch naar de bar. Hij had wel gelijk. Gister was ik ook op het drukste moment weggegaan en vandaag was ik alweer pas aan komen kakken toen het ergste al voorbij was. Misschien was Danique wel niet eens flauwgevallen als ik niet zo laat was. Nee, nee, nu moest ik mezelf geen schuldgevoel aan gaan praten. Daar werd dit allemaal echt niet beter op. Ik pakte een dienblad met koffie aan van meneer Ramaaker en liep ermee naar buiten, een gemaakte glimlach op mijn gezicht geplakt.

Nadat de laatste gasten vertrokken waren, liepen we met z’n vieren naar boven. Daar lag Danique omgekleed op de bank. Hm… Ze was dus toch naar beneden geglipt zonder dat we het door hadden. Ik wist pas zeker of ze sliep of wakker was, toen ze overeind kwam en in onze richting draaide. ‘En? Mag ik weer naar beneden? Ik ben uitgerust!’ zei ze, proberend energiek over te komen. ‘Volgens mij heb je dat al gedaan.’ antwoordde ik, gebarend naar haar kleren. ‘Eh….’ mompelde ze, niet wetend wat te zeggen. Ik gniffelde kort en keek toen naar meneer Ramaaker, die ook begon te praten. ‘Probeer er maar niet onderuit te komen. Je hebt koorts en slaaptekort. Neem een aspirientje en ga vroeg naar bed, oké?’ ‘Laat u me dan gaan?’ Hij knikte lachend, waarop Danique met een glimlach opstond en zich bij ons voegde. ‘Oké, omkleden dan jullie. Dan kan ik weg hier.’ lachte ze.

Een kleine tien minuten later stonden we met z’n allen buiten. Leon en Thomas liepen naar hun fietsen, meneer Ramaaker was nog bezig met afsluiten en Danique ging gapend naar haar brommer. Daar had ik echter andere ideeën over. ‘Nee nee nee nee.’ mompelde ik, terwijl ik haar aan haar arm terugtrok. ‘Wat nu weer?’ vroeg ze, lichtelijk geïrriteerd. Waarschijnlijk was ze er zelf weer van overtuigd dat er niets mis met haar was. ‘Als je straks weer valt, lig je op straat in plaats van in Leons armen.’ Er ging een klein steekje door me heen toen ik dat zei. ‘Dat zal heus wel meevallen.’ ‘Laat me nou.’ Ik trok haar mee naar mijn Mini en leidde haar naar de bijrijderkant, waar ze gelukkig wel vrijwillig instapte. Ik liep langs de voorkant van de auto en ging snel achter het stuur zitten, voordat ze zich bedacht of zo. Ik stopte de sleutel in het contact en deed mijn gordel om. Vervolgens checkte ik Danique even en reed weg.

Halverwege de rit keek ik even opzij. Danique was de hele weg al stil en ik begon het een beetje vreemd te vinden. Was ze nou boos of zo? ‘Danique?’ vroeg ik, aangezien ze haar hoofd van me weggedraaid had. Geen reactie. ‘Danique?’ probeerde ik nog een keer, maar weer kreeg ik geen reactie. ‘Oké, oké, dan niet.’ mopperde ik, terwijl ik weer voor me uitkeek en afsloeg.

Ook toen ik al geparkeerd had en de motor uit had gezet, had Danique nog niets gezegd. Misschien was ze wel heel erg ziek? Wist ik veel. Ik was gewoon een beetje bezorgd, dat was niet zo erg. ‘Danique?’ vroeg ik nogmaals, iets dringender dit keer. Nog steeds niets. Ik zuchtte een keer en stapte uit. Ik had eigenlijk verwacht dat Danique wel achter me aan kwam, maar ik hoorde niets. Zuchtend draaide ik me weer om. Hoe koppig was dat kind vandaag wel niet? ‘Danique, kom nou…’ zeurde ik, terwijl ik naar de bijrijderkant liep. Pas toen ik door het raampje keek, kreeg ik door wat er aan de hand was.

Ze sliep. Danique sliep. Haar hoofd lag tegen de deur aan, met rode blosjes van de koorts op haar wangen en een redelijk kalme ademhaling. Ik zei toch dat ze niet zelf moest rijden?! ‘Dom kind.’ mompelde ik in mezelf, terwijl ik rustig de deur open deed. Met moeite kreeg ik hem zover open dat mijn hand er tussendoor kon en haar hoofd kon opvangen. Daarna opende ik de deur verder en maakte ik haar gordel los. Ik had dit eerder gedaan, dus wist ik een beetje hoe ik het moest doen. Met de nodige voorzichtigheid tilde ik Danique uit de auto. Één van mijn armen onder haar rug, de ander onder haar knieën. Mijn voet tikte de deur dicht, maar ik deed de moeite niet meer hem op slot te doen. De auto stond toch in een bewaakte privé-garage.

Geruisloos liep ik de garage door, naar de deur die naar het huis leidde. Het meisje in mijn armen sliep rustig door en kroop -net als ze de vorige keer deed- wat tegen me aan. Haar hoofd lag tegen mijn schouder en ik voelde telkens haar warme adem in mijn nek. Damn, dat leidde me af. Ik concentreerde me op het lopen en opende de deur, waarna ik direct door de gang door liep naar de trap die aan de andere kant stond. Ik zou eerst Danique naar bed brengen en daarna zou ik plannen maken voor morgen. Ik kon het niet hebben dat ze nog een keer flauw zou vallen, en ze ging er zelf zeker niets tegen doen. Dus dan bleven er weinig keuzes voor me over, toch?

Ik keek even naar het meisje in mijn armen en volgde de vormen in haar gezicht. Mijn hart sloeg een slag over en ik voelde dat ik automatisch glimlachte. Was dit nou liefde? Was dit nou houden van? Ik wist niet precies wat het was, maar ik wist wel zeker dat ik het niet erg vond. Als Danique in de buurt was, voelde ik me beter. Veel beter. Er ging telkens een gelukzalig gevoel door me heen waar ik maar geen genoeg van kon krijgen. Heel… Apart. Maar wel goed apart. Nee, ik kon het niet laten gebeuren dat dit meisje doodziek door de straten van Amsterdam heen ging. Nee. Dat kon echt op zo veel verschillende manieren slecht aflopen. Dat liet ik niet gebeuren. Echt niet.

DANIQUE
Ik hoorde ineens een luid getoeter, wat me direct wakker maakte. ‘Wat…’ mompelde ik vaag, nadat ik doorkreeg dat ik niet meer in bed lag. Ik opende moeilijk mijn ogen, wennend aan het felle licht dat ik zag. ‘Huh… Wat..?’ mompelde ik weer slaperig, nadat ik doorkreeg dat ik in een rijdende auto zat. Links van me zat Jay en rechts van me zoefde de snelweg aan me voorbij. 'Wat is er aan de hand? Waar ben ik?' vroeg ik verbaasd, waartoe ik overigens alle recht had. Al zeg ik het zelf. 'We zijn in een auto, ergens in de buurt van Schiedam.' Mijn brein had even nodig voordat het dat verwerkt had. 'S-Schiedam? Je maakt een grapje.' hakkelde ik na dik een halve minuut. Jay schudde zijn hoofd, maar hield zijn blik op de weg gericht. Vlug kneep ik mezelf een keer, maar het was geen droom. Ik zat écht in een auto met Jay, in de buurt van Schiedam, Zuid Holland.

Ik haalde mijn hand een keer door mijn haar en wreef in mijn ogen, proberend mezelf wakker te krijgen. 'Maar... Hoe laat is het?' vroeg ik vervolgens. 'Bijna kwart over tien.' antwoordde Jay snel, nog steeds niet opkijkend van de snelweg. 'Maar... Dat kan niet. Ik moet kranten bezorgen en melk rondbrengen en knuffels ophalen en-' Jay brak mijn zin af. 'Rustig, rustig, dat moet je helemaal niet.' 'Tuurlijk wel! Dat had ik al lang gedaan moeten hebben! O nee, nu word ik zeker ontslagen.' klaagde ik, terwijl ik mijn hoofd op het dashboardkastje liet vallen. Nú was ik wel ineens wakker.

'Ilona heeft je kranten en melk al gedaan.'
'Wat? Maar dan is die arme vrouw extreem vroeg begonnen, dat had ze echt niet hoeven doen voor mij en-' Opnieuw werd ik onderbroken.
'Het was haar eigen idee, en ik kon haar er toch niet vanaf brengen.'
'Maar toch, dan moest ze toch om een uur of half vijf al weg. Dat is veel te vroeg voor die vrouw.'
'En voor jou niet?'
'Dat is anders...'
Jay zuchtte en haalde een andere auto in.


'Waarom ben ik eigenlijk pas nu wakker? Ik weet zeker dat ik een wekker had gezet.'
'Eh ja... Die heb ik uitgezet.'
'Wat?! Waarom?'
'Anders werd je wakker, en kon ik je niet meer meekrijgen.'
'JAY! Je kon me toch op z'n minst vragen wat mijn mening hierover is?!'
'Alsof je dan had ingestemd.'
'Tuurlijk niet! Dit is kidnapping Jay!'
'Het is voor je eigen bestwil.'
'Bestwil me HOL! Waar gaan we heen?!'
'Dat zie je vanzelf wel, blijf nou rustig zitten.'
'Jay, ik wil nú weten waar we heen gaan.' Ik deed mijn best om een dreigende toon in mijn stem te zetten.

'We zijn pas anderhalf uur onderweg, dat is pas halverwege.'
'DAAR HEB IK NIETS AAN! IK WEET NIET EENS WAAR SCHIEDAM LIGT!'
'Rustig, rustig...'
'NIETS RUSTIG! IK WORD GEWOON ONTVOERD!'
'Ah joh, stel je niet aan.'
'Hoe wil jij het noemen dan!'
'Geloof me, het is voor je eigen bestwil.'
'Zeg. Gewoon. Waar. We. Heen. Gaan.'

'Naar Domburg.'
'Domburg? Maar dat ligt in... het zuiden?'
'Zeeland, ja.'
'Waarom gaan we in godsvredensnaam naar Zeeland?! Ik heb wel betere dingen te doen!'
'Danique, je viel gister flauw.'
'Ik had gewoon een zwak moment, oké.'
'Nee, niet oké. Je viel gister al in slaap toen we nog geen tien minuten in de auto zaten.'
'Dat... Dat... Daar kon ik niets aan doen.'
'En je werd pas net wakker, in plaats van half vier.'
'Ja, maar-'
'Nou dan. Je hebt rust nodig, Danique.'
'Bullshït.'
'Niets bullshït.' nu werd Jay pissig. 'Doe nou voor één keer wat ik zeg en neem twee dagen rust.'

'Doe één keer wat ik zeg, doe één keer wat ik zeg. Jay, je bent m'n baas! Ik doe de hele dag door wat jij zegt!' riep ik gefrustreerd uit.
'Maar je kunt niet eens voor jezelf zor-'
'IK ZORG PRIMA VOOR MEZELF!'
'Dat doe je niet.'
'JAY IK KRIJG GE-'
'STIL!' riep hij plotseling uit.
Ik beet op mijn lip, maar hield me toch stil.
'Je hebt slaaptekort, koorts en ondergewicht en je doet aan geen van allen wat.'
'Ik doe we-'
'STIL!'
'Oké, oké...'
'Laat me je nou alsjeblieft een keer helpen. Één keer maar. Ik kan het echt niet langer aanzien.'

Ik dacht er even over na en probeerde aan zijn gezichtsuitdrukking af te lezen wat hij nou precies meende en wat niet. Hoewel zijn gezicht nog steeds naar voren was gedraaid, was er duidelijk aan af te lezen dat hij echt meende wat hij net gezegd had. Omdat ik te koppig om eraan toe te geven, dacht ik er aan om er tegenin te gaan, maar de manier waarop hij keek haalde me over. Die twee diepbruine ogen die zo oprecht voor zich uit keken kon ik eigenlijk niet weigeren.

'Oké, we gaan naar Domburg.' zei ik na een paar minuten de voors en tegens tegenover elkaar afgewogen te hebben. Meteen krulde zijn mondhoek omhoog tot hij een glimlach had gevormd. 'Maar hoe laat zijn we terug dan?' Ik voelde me net een klein kind dat zeurde dat ze naar huis wilde. En ergens was dat ook wel zo, dat geef ik toe. 'Morgenavond een keer.' 'Maar... Mijn krantenwijken dan?' 'Die doet Ilona weer.' Ik zuchtte een keer en knikte. Mijn hoofd -die trouwens al niet meer op het dashboardkastje lag- liet ik tegen de koude deurpost aanleunen. Het voelde verfrissend en ergens geruststellend. 'Ik heb dorst.' ging ik door, om nog maar even te benadrukken dat ik niet zomaar mee ging werken. Jay lachte alleen en wees naar een bordje voor een tankstation.

Jay nam een afrit van de snelweg en parkeerde bij het eerste het beste tankstation dat we daaropvolgend tegenkwamen. Ik maakte mijn gordel los en stapte uit de auto. Op dit punt realiseerde ik me pas dat ik nog steeds de kleren aanhad die ik gister ook droeg. Zou Jay wat kleren voor me mee hebben genomen? Ik had geen tas zien staan in de auto. Misschien in de kofferbak? Het zou toch prettig zijn als ik in ieder geval een ander shirt aan kon doen. Het was niet echt warm of zo dus ik zweette niet, maar echt fris voelde ik me nou ook weer niet. Ik had me ook niet gedoucht vanochtend, daar kon het ook aan liggen. ‘Jay?’ vroeg ik, even omkijkend om te zien of hij er ook wel stond. ‘Hm?’ was het antwoord. ‘Heb je schone kleren voor me meegenomen?’ De boosheid van een paar minuten geleden was redelijk weggeëbd en had plaats gemaakt voor acceptatie.

Jay knikte en we liepen samen het tankstation in. ‘Ilona heeft je tas ingepakt, dus ik weet niet wat er in zit, maar het zal wel goed zijn.’ legde hij uit, waarna hij richting het koelvak liep. ‘Wat wil je?’ vroeg hij vervolgens, terwijl hij er voor zichzelf een flesje bronwater uitpakte. ‘Doe maar cassis.’ Ik keek een beetje rond en wachtte tot Jay klaar was met afrekenen, tot mijn oog viel op de krant die ik anders vanochtend had moeten bezorgen. Op de voorpagina stond een grote foto van een restauranthouder die de hand schudde van een wel héél bekende hotel-erfgenaam die nu drinken aan het kopen was. Het was niet de eerste keer dat Jay de voorpagina had gehaald, maar toch wilde ik wel weten waar hij de laatste tijd nou mee bezig was geweest.

Ik pakte de krant uit het rek en sloeg hem open. Mijn ogen scanden de voorpagina, proberend snel te weten waar het nou over ging. Klaarblijkelijk had Jay toen hij er gister en eergisteren niet was “even” twee restaurants overgekocht. ‘Serieus?’ mompelde ik sarcastisch in mezelf. Het stond er toch echt zo. Zondag was hij over de deal begonnen, en maandag was de restauranthouder overgehaald en had hij ze allebei verkocht. In twee dagen tijd. Dat is alleen mogelijk in Jays wereld. En waarom? Één van de drie Brawa-hotels in Amsterdam wilde het restaurant uitbreiden, dus had hij maar direct beide pandjes overgenomen. Ach ja, waarom ook niet hè? Als je toch geld over hebt, wat moet je er anders mee doen? Arme kindertjes in derdewereldlanden moeten ook gewoon beter voor zichzelf zorgen, daar hoef je geen geld in te steken. Nee, want dat ze geen water hebben of wat dan ook is allemaal hun eigen schuld. Kuch kuch, sarcasme ja.

‘Zo… Wat een knappe kerel staat er vandaag op de voorpagina.’zei Jay, die plotseling achter me was komen staan. Ik onderdrukte nog net een schrikgeluid en keek even achterom. ‘Echt hè? Alleen een beetje jammer van die snor.’ antwoordde ik, terwijl ik me weer naar de krant draaide en de snor van de restauranthouder aanwees. Jay grinnikte en legde het koude flesje cassis in mijn blote nek. ‘Ah! Koudkoudkoudkoudkoudkoud~’ mompelde ik tijdens het graaien naar het flesje. Gelukkig voor mij haalde hij hem na een paar seconden weer weg en kon ik weer rustig ademhalen. ‘Niet lief.’ zeurde ik, voordat ik het flesje van hem afpakte. ‘Jij begon.’ ‘Niet, jij was arrogant.’ ‘Ah joh, helemaal niet.’ Ik rolde mijn ogen en stak mijn tong naar hem uit. Rustig legde ik de krant terug in het rek, waarna ik met hem mee naar buiten liep. Ik zou straks wel vragen naar die restauranthouder.

‘Vind je het erg als ik even een ander shirt aantrek in de wc daar?’ vroeg ik, wijzend naar een deur achter het gebouw.
‘Kijk maar even in de kofferbak.’
Dat zag ik als een ja. Ik opende de kofferbak en viste een shirt uit de tas met mijn naam erop. Gelukkig had Ilona in ieder geval wát van mijn spullen ingepakt, en hiermee hield ik het wel even vol.
‘Ik ben zo terug.’
‘Succes.’

Ik legde het enige muntje dat nog in mijn broekzak zat op het bordje naast de deur en liep de wc’s in. In alle rust deed ik mijn behoefte, wisselde ik van shirt en friste ik mezelf wat op aan één van de wastafels. De wcruimte was niet echt hygiënisch, maar voor een tankstation kon het er mee door. Hier en daar lag wat viezigheid op de vloer en de wastafels, de spiegels waren op sommige plekken gebarsten, de wc’s zelf stonken verschrikkelijk en op alle mogelijke plekken hing spinrag. Maar ik deed mijn best om daar niet naar te kijken.

Ik streek mijn witte shirt recht en bekeek mezelf een keer. Gelukkig had ik gister besloten dat ik wel flatjes aan kon doen en liep ik nu niet in mijn zwarte sneakers. Misschien moest ik eens een keer geld opzij leggen voor nieuwe zomerschoenen. De witte flatjes met strik die ik nu aanhad, waren al lang niet meer wit en ik begon de stoeptegels er doorheen te voelen. Maar goed, ze zaten lekker en ze vielen tenminste niet de hele tijd uit. Ik trok het elastiekje uit mijn haar en schudde het uit elkaar. In een wanhopige poging om de knopen eruit te krijgen kamde ik er met mijn vingers doorheen, maar erg viel hielp het niet. Ik had op z’n minst een echt borstel nodig wilde ik er nog iets van maken. Zuchtend propte ik het maar in een warrige knot. Zo zag ik er op zich nog wel toonbaar uit. Ik moest ’t er ook maar mee doen.

‘Oké, klaar voor.’ zei ik vrolijk, nadat ik bij Jay was komen staan. ‘Mooi.’ Hij gaf me mijn flesje drinken en liep naar de bestuurderskant van de auto. Ikzelf nam weer plaats in de bijrijderskant en legde mijn uitgetrokken vestje over mijn benen heen. Niet dat ik veel keus had, zonder rijbewijs. Al snel zaten we weer op de snelweg richting Zeeland.

Na nog twee uur van rijden en in de file staan, zag ik dan toch een plaatsnaambordje met “Domburg” langskomen. ‘We zijn er!’ riep ik vrolijk uit, totaal vergeten dat ik dit hele idee in eerst instantie maar niks vond en heel boos was op Jay. ‘Kijk! De zee!’ ging ik verder. Jay lachte alleen maar wat in stilte en reed door tot aan een hotel dat nog geen honderd meter van het strand af lag. Het was zeker zes verdiepingen hoog en op het platte dak stond een oplichtend bord met de verrassende tekst “Brawa”. Nu ik er zo over nadacht, vond ik het echt een verschrikkelijk lelijke naam. Nee, dat was overdreven. Maar echt mooi vond ik het nou ook niet klinken. Wiens idee was dat? Hadden ze het niet beter gewoon… weet ik veel… “De Waart Hotels” kunnen noemen of zo? Ik zal er ook wel geen verstand van hebben.

Een beetje verbaasd van de grootte en luxe van het gebouw stapte ik uit. Mijn mond hing een beetje open en mijn ogen gleden over het gebouw. Voor de deur was een donkere, marmeren trap neergezet van een paar treden hoog. De deuren zelf waren van glas en werden vergezeld door een portier in een zwart pak met glimmende, gouden knopen. Van hieraf kon ik zien dat rechts achter de deur een receptie was en direct erachter een rood tapijt was uitgerold. Naast de deur stond een grote plant met knalrode bloemen van een soort die ik niet kende. Of ze echt waren wist ik ook niet.

Het zag er al met al een beetje uit als een hotel dat je zag in van die slechte drama’s op tv waarvan ik dacht dat het allemaal bewerkt was, of in ieder geval wist dat ik het nooit zou kunnen betalen om er een nacht in te slapen. En dan stond ik hier. Als je me een week geleden had verteld dat ik in een hotel als deze zou verblijven, had ik je vierkant uitgelachen. Zeker als je erbij had verteld dat het samen met Jay was geweest en ik vanuit de lobby waarschijnlijk de duinen kon zien. ‘Ts… Als je dit al zo heftig vindt, moet je het eens-’ Ik legde snel mijn hand op Jays mond. ‘Ik wil het niet eens weten.’ antwoordde ik dreigend, voordat ik mijn hand weer weghaalde en de trap op liep. Achter me hoorde ik weer gelach, maar ik besteedde er verder geen aandacht aan. Ik was dit gewoon niet gewend, oké? Lach me niet uit. Dat moest 'ie sowieso niet doen. Ik kon er echt niet tegen dat ik telkens dat lieve lachje zó dichtbij hoorde. Telkens kreeg ik het gevoel dat mijn hart een slag oversloeg als ik alleen maar dat lachje hoorde. En daarbij moest ik het nog twee dagen volhouden zonder dat ik dingen ging doen waar ik later spijt van kreeg.

Terwijl Jay aan het inchecken was -of iets dat daar misschien op leek-, liep ik wat door de lobby. Ik zou toch niets snappen van wat hij aan het doen was, en echt geïnteresseerd was ik er eigenlijk ook niet in. Aan mijn linkerkant stonden een paar leunstoelen en banken die er erg comfortabel uitzagen. Ze waren gemaakt van een suèdeachtig materiaal en hadden een dofrode kleur. Een paar van de stoelen waren bezet door mensen, maar de meeste waren leeg. Waarschijnlijk waren de mensen op iemand aan het wachten of zo, en leek het ze een goed idee om dat hier te doen. Waar ik ze overigens geen ongelijk in kon geven. Ik nam de mensen één voor één in me op, zonder ze echt aan te staren. Hoewel ze toch bezig waren met hun mobieltjes en het niet eens zouden merken.

Er zaten twee vrouwen en één man. De man droeg een donkerblauw maatpak met lichte streepjes en een lichtblauwe stropdas. Zijn schoenen hadden een dure uitstraling, net als de rest van zijn kleding, en glommen door de bruine lak. De vrouwen waren al net zo extravagant uitgedost. De één had haar lange, blonde haar opgestoken in een hoge knot op haar hoofd en de ander had kort, gekruld lichtbruin haar. De blonde vrouw droeg een koningsblauwe jurk die tot net over haar knieën kwam en elegant over de stoel en haar benen was verspreid. Aan haar voeten droeg ze een paar torenhoge, zwarte naaldhakken met gespen en in haar hand hield ze een klein, zwart tasje met een flap in dezelfde blauwe kleur als haar jurk. Haar nek en handen waren behangen met allerlei verschillende zilveren sieraden met een verschillende soorten blauwe en zwarte edelstenen. De andere vrouw droeg een pastelroze kokerrok met daar ingestopt een witte blouse met korte mouwen. Om haar nek hing een parelketting, zeer waarschijnlijk van echte parels, en ook haar oorbellen en armbanden bestonden uit diezelfde witte parels. Aan haar voeten zaten witte hakken met dezelfde hoogte als de andere vrouw. Een centimeter of vijftien?

En daar stond ik dan, in mijn versleten spijkerbroek, witte shirt van de H&M en mijn haar alsof ik net uit bed kwam. Een beetje ongemakkelijk was het wel. Ik kreeg een beetje het gevoel dat ik er hier niet tussen paste en wilde eigenlijk ook liever weer weg. Alles hier was zo... anders dan ik gewend was. Nog steeds een beetje ongemakkelijk wendde ik mijn hoofd af van de mensen en liep ik door naar het raam. Het uitzicht dat ik daar had, was echt prachtig. Ik zei toch dat je vanuit de lobby naar de duinen kon kijken? Ik kon als ik goed keek zelfs een beetje zee zien! Ik verwachtte dat er allerlei mensen naar het strand zouden gaan vanwege het prachtige weer, maar hier achter het hotel zag ik niemand. Waaide het zo hard of zo? Of die mensen hadden er gewoon geen zin in, dat kon natuurlijk ook. Die mensen in de lobby gingen zeker het strand niet op. Met zulke hakken zou het hilarisch zijn om te zien, maar die vrouwen zagen er niet uit alsof ze die dingen droegen om uitgelachen te worden. Jammer.

Mijn ogen losmakend van de duinen draaide ik me weer om naar Jay. Hij stond nog steeds bij de balie en praatte wat met de vrouw die erachter stond. Ik besloot er maar gewoon naartoe te lopen en af te wachten wat er zou gebeuren. Heel even dacht ik dat de mensen in de stoelen naar me keken, maar toen ik mijn hoofd in hun richting draaide, keken ze alweer naar hun mobieltjes. Opnieuw bekroop dat ongemakkelijke gevoel me. Bijtend op mijn onderlip schudde ik wat haar voor mijn ogen en liep ik naar Jay. Net op het moment dat ik naast hem kwam staan, leek hij klaar te zijn met... eigenlijk had ik geen idee wat hij aan het doen was? Hij had in ieder geval een kaartje gekregen, maar wat hij daar nou mee moest, geen idee. Echt geen idee. Jay bedankte de vrouw nog een keer en draaide zich toen naar mij. 'Geregeld.' zei hij alleen, waarna hij het plastic kaartje in mijn hand duwde. 'Ik pak even de spullen. Ga jij maar vast naar de kamer. We zitten op de vijfde verdieping.' Nog voordat ik er verder wat tegenin kon brengen zwaaide hij een keer en liep hij terug naar buiten.

'Oké dan.' mompelde ik in mezelf en liep maar gewoon naar de lift. Ik drukte op het knopje naar boven en wachtte tot hij beneden was. Een klein minuutje later gingen de deuren al open en kwam er een man uitgelopen. Ook hij droeg een duur pak en aan beide handen gouden ringen. Even keek hij vol minachting op me neer, voordat hij verder liep naar de andere man in de lobby. Zuchtend keek ik naar mijn voeten en liep ik de lift in. Ik hoorde hier echt niet thuis. Gelukkig sloten de deuren van de lift zich achter me en hoefde ik me geen zorgen meer te maken over de mensen in de lobby. Ik bewoog mijn vinger naar de knopjes en drukte het knopje met de vijf in. Mijn eerste schatting zat er niet ver naast, want de vijfde was ook direct de hoogste verdieping. Pas toen de lift omhoog raasde, viel het me op dat de achterwand gemaakt was van glas en ik er doorheen kon kijken. 'Wauw.' mompelde ik verbaasd, kijkend naar de zee.

Achter me klonk een kort "pling"-geluid, wat betekende dat de lift was aangekomen op de vijfde verdieping. Ik hield het stukje plastic in mijn hand stevig vast en stapte naar buiten. 'Ga maar vast naar de kamer, zegt 'ie dan.' mokte ik, toen ik me bedacht dat ik werkelijk geen idéé had wat die kamer dan wel niet moest zijn. Of wáár die kamer moest zijn, dat was een betere vraag. Ik zuchtte een keer en liep maar wat door de gang. Hier lag hetzelfde rode kleed als in de aankomsthal over het parket. Aan de spierwitte muren hingen verschillende schilderijtjes die weer mooi kleurden bij de vloer en de houten deuren van de verschillende kamers. Bijna iedere kamer had een eigen bordje met het kamernummer in sierlijke gouden cijfers. 'Kamer 603. Kamer 604. Kamer 605.' las ik voor, terwijl ik langs wat deuren liep.

Wacht eens even... Ik haalde het plasticje weer tevoorschijn en keek of er wat op stond. 'Heeft hij nou een speciaal kaartje gekregen met het kamernummer erop of zo? Wat is dit?' mompelde ik weer ongelovig. Achteraf was het goed dat er niemand door de gang heen liep, want dan had ik helemaal een vreemd figuur geleken. Op het kaartje stond een nummer, een foto van het hotel en adres en telefoonnummer. Op de achterkant was alleen één of andere zwarte streep. 'Nummer 632 zal het dan wel zijn. Anders weet ik het ook niet meer.' zuchtte ik, terwijl ik afsloeg en de gang verder door liep.

Nadat ik niet eens zo heel lang had gezocht, kwam ik kamer 632 tegen. 'Hoera, einde zoektocht.' Ik legde mijn hand op de klink en probeerde hem om te draaien. Dat werkte jammergenoeg niet. 'Huh?' Ik probeerde het nog een paar keer, maar er was geen beweging in de deur te krijgen. Hoe deed dat personeel dat dan? Zó zwak was ik heus niet. Ik fronste mijn wenkbrauwen en keek even naar de deur. Er zat wel een raar vakje onder de klink, het deed me een beetje denken aan een soort lichtje of zo. Geïrriteerd stopte ik het pasje in mijn broekzak, zodat ik nu beide handen vrij had. Ik kon er écht niet tegen dat ik die verdraaide deur niet open kon krijgen. Ik legde beide handen op de klink en probeerde hem uit alle macht omlaag te duwen, maar het werkte niet. Helemaal niets. Ik zuchtte een keer en liet de deurklink los. 'Anders dan...' murmelde ik weer en boog voorover om de deur te bekijken. Er zat een deurklink op, daaronder dat blokje en weer daaronder zat een gleuf. Verder niets, zelfs geen sleutelgat. 'Hoe verwacht hij dan dat ik binnenkom?' Ik kwam weer overeind en keek even om me heen. Nee. Geen Jay te vinden. Dan niet, weet je, dan niet. Ik liet mezelf op de grond zakken tegenover de deur en keek maar wat rond in de gang.

Een tijd die echt verschrikkelijk lang leek te duren later, hoorde ik dan toch stappen op de gang. Ik ging er vanuit dat het Jay was, maar omdat ik het toch niet zeker kon weten leek het me toch wel wat om op te staan en net te doen alsof ik wel wist wat ik hier deed. Toen de persoon de hoek om kwam, bleek het echter wel Jay te zijn. 'Huh? Wat doe jij hier nou?' vroeg hij verbaasd, nadat hij mij had zien staan. 'De deur is kapot. Nee, dat zal wel niet zo zijn. Hij gaat gewoon niet open.' verklaarde ik mezelf, wijzend naar de deur. 'Dit is toch wel de goede kamer hè?' vroeg ik er snel achteraan, bang dat ik mezelf hier toch wel even flink voor schut had gezet.

'Ja, ja... Waarom gaat hij niet open?' vroeg hij, de deur inspecterend en de tassen op de grond zettend.
'Weet ik veel...'
'Waar heb je dat kaartje gelaten dan?'
Ik trok mijn wenkbrauw even omhoog en gaf hem het kaartje. 'Die met het kamernummer? Hier, hoezo dat?'
Dit keer trok Jay zijn wenkbrauw op. 'Danique, laat eens even precies zien hoe je die deur probeerde open te doen.'
'Oké.' Ik legde mijn hand op de klink en probeerde hem omlaag te duwen.
'Zie je? Werkt niet.'

Om verder te demonstreren wat ik gedaan had, legde ik ook mijn andere hand op de deurklink en probeerde ik hem weer omlaag te duwen. Weer niets. Ik keek opzij en zag dat Jay zijn hand voor zijn mond hield om zo te proberen zijn lach te verbergen, maar zijn ogen hadden hem al verraden. 'Ga je me nou serieus uitlachen?' vroeg ik lichtelijk geïrriteerd. Hallo, ik deed een poging tot het open maken van een deur en hij begon te lachen?! Was ik nou serieus zó lachwekkend? 'Nee, nee, het is gewoon-' Hij maakte zijn zin niet af omdat hij zijn lach nu niet meer in kon houden. 'Ja-hay...' zeurde ik, terwijl ik hem een paar keer tegen zijn schouder duwde. Ik richtte mijn blik weer naar beneden en beet op mijn lip. Was ik echt zo dom dan? O god, ik voelde me echt stom nu, terwijl ik nog niet eens wist wat er aan de had was. 'Jay, hou op.' zeurde ik weer toen hij maar bleef lachen. Ik voelde dat ik knalrood was aangelopen en wilde eigenlijk mijn hoofd in mijn kraag verstoppen, maar ik had geen jas of vest aan.

Jay bleef maar door lachen, wat ervoor zorgde dat ik echt het gevoel kreeg dat ik écht heel dom was geweest. 'Danique, ben je ooit in een hotel zoals deze geweest?' vroeg hij na een poosje. Ik voelde al aan dat hij nog steeds een enorme grijns op zijn gezicht had, dus besloot ik niet omhoog te kijken. Over het antwoord op zijn vraag hoefde ik niet zo lang na te denken. 'Het "hotel" dat er het dichtst bij in de buurt komt, was het ziekenhuis waar mijn moeder in lag toen ik geboren werd.' merkte ik droog op, mijn hoofd nog steeds naar beneden gedraaid. 'Ahw...' bracht hij lachend uit als antwoord. 'Het is te merken ja.' voegde hij er nog aan toe. 'Fück you.' Jammer voor mij kwam het er zachter en twijfelender uit dan ik gehoopt had en zorgde het er alleen voor dat Jay weer begon te lachen. 'Ja-hay.' klaagde ik weer, terwijl ik hem een keer tegen zijn schouder stompte.

Het volgende moment pakte de lachende Jay mijn arm beet en trok me via die arm naar zich toe. Vervolgens sloeg hij zijn beide armen om mijn middel heen en legde zijn hoofd op mijn schouder. 'Maakt niet uit, maakt niet uit.' grinnikte hij, terwijl hij zijn grip op mijn lijf wat verstrakte. Als het kon, was ik nu nog roder geworden dan ik al was. Damn, Jay, hoe kun je verwachten dat ik twee dagen normaal tegen je aankijk als je zo gaat doen? De vlinders in mijn buik waar ik de laatste tijd zo hard tegen had gevochten, kregen nu vrij spel. Ik voelde dat fijne, warme, verliefde gevoel door mijn hele lijf gaan, waardoor ik me een seconde afvroeg of hij hetzelfde voelde. Maar die gedachte was al snel weg. Mijn lichaam reageerde eerder dan mijn hersenen waardoor ik mijn armen ook om hem heen sloeg. 'N-Nou...' was mijn enige, veel te late reactie. O ik kon mezelf wel slaan, voor mijn hart dat in mijn keel bleef kloppen. Het was maar een knuffel, en ik raakte er bijna helemaal door van de wereld. Twee warme, sterke armen om me heen en donker, warrig haar dat zachtjes langs mijn wang streek. Ik kon niet anders dan mezelf overgeven en mijn hoofd in zijn nek leggen, wachtend tot Jays warmte mijn hele lichaam had overgenomen.

Na een tijdje vond ik het wel weer genoeg geweest. Als ik hem nu nog langer vast zou houden, zou Jay vast denken dat ik niet helemaal honderd was of wat dan ook. Wie weet. Met onderdrukte tegenzin haalde ik mijn armen van zijn middel af en liet ze slap langs mijn middel vallen. Het gevoel werd meteen minder, maar bleef nog steeds duidelijk aanwezig. Jay deed hetzelfde en pakte het kaartje van me over. 'Kijk, Danique,' begon hij, zijn hoofd naar de deur draaiend alsof er niets aan de hand was. 'Dit kaartje is de sleutel van de kamer.' Hij draaide het kaartje een keer om, waardoor de foto boven was. 'Ha-ha. Niet grappig.' antwoordde ik direct. Hij had me net al flink uitgelachen, dat hoefde hij het er nu niet nog even in te wrijven. 'Nee, serieus!' Meteen schoof hij het kaartje in de gleuf onder de deurklink en trok hem er weer uit. Het vakje erboven lichtte een keer groen op en er klonk een vreemde, hoge piep uit de deur. Zonder enige moeite trok Jay vervolgens de deurklink naar beneden en opende de deur.

'Zie je? Simpel.' zei Jay, terwijl hij mijn richting weer in keek.
'Maar hoe...'
'Geen idee, maar dat maakt niet uit.'
Ik staarde met een knalrood hoofd naar beneden en pakte één van de tassen op. O mijn god, ik stond echt verschrikkelijk voor schut. Als het had gekund, was ik door de grond heen gezakt nu.
'Hé, volgende keer beter.'
'Ja...'
Hij grinnikte een keer kort en klopte op mijn schouder, voordat hij met de andere tas naar binnen liep.

Ik zuchtte diep en liep maar achter hem aan. Jay had dit gewoon vaker gedaan, ik kon er ook niets aan doen dat ik een duur op een NORMALE manier open wilde doen. Tenminste dat zei ik tegen mezelf om me een beetje op te beuren. 'Kom je nog?' riep Jay van achterin de kamer af. 'Ja, ja...' mompelde ik afwezig, terwijl ik omhoog keek en de kamer in me op nam.

Mijn mond viel open van verbazing, waardoor ik wederom blij was dat Jay me niet zag, aangezien hij me toch alleen maar uit zou lachen. Het is goed dat ik me er op voorbereid had dat het er ook hier wel eens heel luxe uit kon zien, want ik kreeg gelijk. Ik kreeg zeker gelijk. Eigenlijk begon ik al die luxe om me heen een beetje ongemakkelijk te vinden. Ik was dit allemaal niet gewend, en dan inééns werd alles om me heen vervangen door allerlei dingen die minstens tien keer zo duur waren als de dingen die in mijn eigen huis stonden. Neem nou bijvoorbeeld de plant die hier stond en de plant die eerder bij mij thuis stond: Die bij mij was hoogstens een keer een zielig vetplantje op de vensterbank en de plant die hier naast me stond, was minstens anderhalve meter hoog en had een paar prachtige rode bloemen. Dezelfde als die ik buiten had gezien, alleen kon ik nu zien dat het ook een échte plant was.

'Kom is hier.' zei Jay, die op het linkerbed was gaan zitten. Het perfect gestreken linnengoed kreukelde onder zijn bewegingen. Ik vroeg verder niet waarom en nam maar gewoon plaats op het bed dat er naast stond. Onopvallend liet ik mijn hand een keer over de deken glijden. Het was ook echt zo zacht als het er uitzag. 'Hoe is 't met je koorts?' 'Ik heb geen koorts gehad.' antwoordde ik meteen koppig. 'Nee nee...' zuchtte hij. Dat antwoord keurde hij dus niet goed. 'Je kunt 't niet bewijzen.' zei ik vervolgens om mezelf te verdedigen. Jay zuchtte alleen nog een keer en boog zich voorover, naar mij. In alle rust legde hij zijn hand tegen mijn voorhoofd aan en voelde met de ander zijn eigen voorhoofd. 'Hm... Je bent nog steeds warm.' Vind je 't gek als jij me de hele tijd aanraakt? Da's niet mijn schuld hoor. 'Dat komt omdat het warm is.' probeerde ik nog, maar Jay was al opgestaan en in zijn tas aan het rommelen.
Nomnomnom...
Nomnomnom...